Wetenswaardigheden Tweede Kamervoorzitters

Source: Parlement.com.

Tweede Kamervoorzitter i is een belangrijke functie, zowel vanwege het belang van een geordende gang van zaken in het parlement, meer in het bijzonder tijdens debatten, als vanwege de rol als vertegenwoordiger van de Kamer. Onder de voorzitters die de Tweede Kamer i heeft gehad, zijn zowel bekende als minder bekende politici. Sommigen verwierven echter juist door dat voorzitterschap prestige. Welke andere bijzonderheden zijn er te melden?

1.

Verkiezing/aftreden

Van 1815 tot 1983 werd de voorzitter ieder jaar gekozen door de Kamer en benoemd door de koning op grond van een voordracht door de Tweede Kamer. Die voordracht werd na Prinsjesdag of bij het begin van een zitting i opgemaakt. De langstzittende voorzitter is L.G. Kortenhorst i met een periode van 15 jaar. Bovendien had de Kamervoorzitter meestal veel ervaring als Kamerlid. Zo was Goeman Borgesius i al 36 jaar Kamerlid toen hij in 1913 voorzitter werd.

Sinds 1983 wordt de Kamervoorzitter om de vier jaar gekozen door de Tweede Kamer en niet meer slechts voor één zittingsjaar. Vaak is dat een ervaren lid uit een grote fractie, maar dat hoeft niet de grootste te zijn. Zo kwam de Tweede Kamervoorzitter, Vera Bergkamp i (D66), uit de tweede fractie in grootte.

Er is in de parlementaire geschiedenis één keer een Tweede Kamervoorzitter afgetreden. Dat was Anouchka van Miltenburg in december 2015.

2.

Niet uit grootste fractie

Het is diverse keren voorgekomen dat de Kamervoorzitter niet uit de grootste fractie kwam. In mei 2002 waren CDA en LPF bijvoorbeeld groter dan de VVD, maar leverde die laatste partij toch de voorzitter. Dat was eveneens het geval na de verkiezingen van 2003, toen de VVD de derde partij was. In 1905 kwam voorzitter Röell i uit de oud-liberale fractie, die slechts tien leden telde (in een Kamer van 100 leden).

In 1918 bleef de liberaal Fock i voorzitter, hoewel zijn fractie na de verkiezingen van dat jaar slechts zes leden telde. Khadija Arib i, kwam uit de zevende fractie in grootte. De vorige Tweede Kamervoorzitter, Vera Bergkamp, kwam uit de tweede grootste partij.

3.

Wie werden voorzitter?

Uit de oppositie

In 1977 en 1982 was de PvdA wel de grootste, maar regeerde die partij niet. De voorzitters Vondeling i en Dolman i behoorden toen dus tot de oppositie. Ook in 1986 (de PvdA was toen de tweede partij) was Dolman voorzitter tijdens een CDA-VVD-kabinet. De CDA'ers Deetman i en Bukman i waren voorzitter ten tijde van het eerste paarse kabinet, een kabinet waaraan hun partij niet deelnam.

In 1918-1920 kwam de Kamervoorzitter (de liberaal D. Fock) evenmin uit een regeringsfractie.

Juristen/niet-juristen

Tot 1972 waren vrijwel alle Kamervoorzitters jurist. Nadien is dat met Vondeling (landbouwkundige), Dolman (econoom), Deetman (politicoloog), Bukman (geograaf), Van Nieuwenhoven i (bibliothecaresse), Weisglas i (econoom) en Verbeet (lerares) juist niet het geval. Van Miltenburg i was opgeleid als journaliste, Arib was sociologe en Bergkamp studeerde bestuurskunde en politicologie.

Ervaring

Veelal had de Kamervoorzitter veel ervaring als Kamerlid. Zo was Goeman Borgesius i toen hij in 1913 voorzitter werd, al 36 jaar lid. Vondeling werd voorzitter na een Kamerlidmaatschap van meer dan 20 jaar. Oud-minister Bukman daarentegen was, toen hij in 1996 Deetman opvolgde, nog geen drie jaar lid. Enkele Kamervoorzitters (Vondeling, Dolman en Weisglas) waren eerder lid van het presidium i van de Kamer. Jeltje van Nieuwenhoven was eerder voorzitter geweest van een Kamercommissie en had in die hoedanigheid vergaderingen geleid.

Oud-ministers

Lange tijd maakten met name oud-ministers goede kans op het voorzitterschap. Vóór 1918 waren onder anderen de oud-ministers Van Reenen i, Van Rees i, Cremers i, Gleichman i, Röell, Goeman Borgesius en Fock voorzitter en in het interbellum was oud-premier Ruijs de Beerenbrouck i dat langere tijd en na hem kortere tijd de oud-ministers Aalberse i en Van Schaik i. Na 1945 waren de oud-ministers Van Schaik, Van Thiel i, Vondeling, Deetman en Bukman voorzitter.

4.

Langdurig en kortstondig

Tot 1848 werd elk jaar een nieuwe voorzitter gekozen; aanvankelijk zelfs om en om een Noord- en Zuid-Nederlander. Nadien kwamen langduriger voorzitterschappen voor. De liberaal Dullert i was ruim 11 jaar voorzitter en koploper is de KVP'er Kortenhorst i met 15 jaar. Dick Dolman was 10 jaar voorzitter.

De liberaal Mirandolle i was in 1881 slechts zes maanden voorzitter.

5.

Tussentijds aftreden

Er is in de parlementaire geschiedenis één keer een Tweede Kamervoorzitter i afgetreden. Dat was Anouchka van Miltenburg i in december 2015. Daarnaast stelde in september 1912 voorzitter Van Bylandt i zich niet meer herkiesbaar voor het voorzitterschap in de volgende zittingsperiode (tot 1983 werd de Tweede Kamervoorzitter jaarlijks benoemd). In beide gevallen was er kritiek op de leiding door de Voorzitter, maar in 2015 was een bevinding in een rapport directe aanleiding voor het vertrek.

6.

Voorzitters op spreekgestoelte

Bij de kwestie-Hirsi Ali i nam Kamervoorzitter Weisglas i deel aan het debat. Het is zowel in de Tweede als Eerste Kamer vaker voorgekomen dat de Kamervoorzitter het woord voerde bij de beraadslagingen. In 1882 verliet Kamervoorzitter Van Rees de voorzittersstoel om het woord te kunnen voeren in een debat over het verslag van de commissie van rapporteurs over de Indische begroting. Ten gevolge van dit kritische verslag en het daarover gehouden debat trad minister Van Goltstein van Koloniën - die overigens Van Rees' opvolger als minister was - af.

In 1919 voerde Kamervoorzitter Fock het woord over de Indische begroting. Fock had kritiek op het beleid van Gouverneur-Generaal i Van Limburg Stirum, die de pas opgerichte Volksraad grotere invloed op het bestuur wilde geven en ook verdere bestuurshervormingen voorstond. Na de Tweede Wereldoorlog was het enige geval voorzitter Kortenhorst die in 1953 het woord voerde over het verdrag tot instelling van een Europese Defensie Gemeenschap.

Overigens bepaalt het Reglement van Orde i: indien de Voorzitter het woord wil voeren over het onderwerp dat aan de orde is, tenzij dit nodig is voor de uitvoering van de hem opgedragen taak, verlaat hij/zij de voorzittersstoel. De voorzitter neemt die niet weer in zolang het onderwerp aan de orde is.

 

Meer over