Beleid economie en geld - EU monitor

EU monitor
Wednesday, October 16, 2019
calendar

Beleid economie en geld

Source: Europa Nu.

1.

Begroting Europese Unie

De Europese Unie heeft takenpakket dat verschillende beleidsterreinen en programma's omvat. Om dit uitgebreide takenpakket ieder jaar weer te kunnen financieren, heeft de Europese Unie een eigen begroting. Deze begroting wordt gefinancierd door de lidstaten. De begroting van de EU wordt jaarlijks vastgesteld en is gebonden aan verschillende beleidsregels. Het doel van het begrotingsbeleid is het takenpakket van de EU op een zo efficiŽnte manier te kunnen financieren in een begroting die qua inkomsten en uitgaven in balans is.

2.

Concurrentiebeleid

Open concurrentie (mededinging) is een belangrijke voorwaarde voor een vrije Europese handel en het totstandbrengen en goed laten functioneren van de Europese interne markt†i. De Europese Unie†i zorgt voor regels die de concurrentie bevorderen, om zo een goede prijs-kwaliteitverhouding voor de consument te garanderen en technologische innovatie te stimuleren.

De Europese Commissie heeft de bevoegdheid op te treden bij concurrentievervalsing, bijvoorbeeld bij prijsafspraken tussen bedrijven. De Commissie kijkt ook of grote bedrijven geen misbruik maken van hun sterke positie. Zo startte de Commissie onderzoeken naar bedrijven als Microsoft en Google. De Commissie deelt jaarlijks voor honderden miljoenen euro's aan boetes uit. Om te voorkomen dat binnen een sector bedrijven te groot worden en zo alle concurrentie wegdrukken moeten grote fusies ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Commissie. De Commissie mag en kan fusies blokkeren.

3.

CoŲrdinatie nationale economieŽn

Elke lidstaat van de Europese Unie†i is lid van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Deze monetaire unie streeft naar een optimale integratie van de nationale economieŽn, zodat economische groei en welvaart gestimuleerd worden. Negentien lidstaten van de Europese Unie nemen deel aan de laatste fase van de EMU. Zij gebruiken de euro†i als betaalmiddel en stemmen hun economische en financiŽle politiek op elkaar af.

4.

Douane

Binnen de Europese douane-unie passen de EU-lidstaten onderling geen invoertarieven toe en hanteren zij voor goederen uit het buitenland dezelfde tarieven. Op 1 januari 1993 werden alle douaneformaliteiten aan de binnengrenzen afgeschaft. De EU werd daardoor ťťn enkel grondgebied zonder grenscontroles. De afwezigheid van douaneformaliteiten is een belangrijk onderdeel van de interne markt†i.

5.

Economisch en monetair beleid

Dit beleid heeft als doel de economische groei zeker te stellen en meer banen te creŽren. In de eerste plaats bepaalt ieder EU-land zijn eigen economische beleid, maar dat beleid moet wel het belang van de hele EU dienen. De lijn voor het maken van economisch beleid door EU-landen†i wordt uitgezet door de Raad van de Europese Unie†i.

6.

Energiebeleid

Het energiebeleid van de Europese Unie†i richt zich op de Europese energievoorziening, een concurrerende energiemarkt en verduurzaming van Europese energiebronnen. De huidige Europese Commissie streeft naar een constante, duurzame en veilige aanvoer van energie. Hierbij wil de EU minder afhankelijk zijn van het buitenland en het milieu minder belasten.

De EU-lidstaten†i hebben afspraken gemaakt over klimaatbeleid en bestrijding van luchtvervuiling. De EU stimuleert duurzame manieren om energie op te wekken. Hiervoor wordt gekeken naar energiebronnen als wind-, zonne-, waterkracht-, getijden-, geothermische, en biomassa-energie. Daarnaast wil de EU de uitstoot van schadelijke stoffen terugdringen. De Europese Commissie streeft naar een energie-unie†i. Door in de energie-unie zelf meer duurzame energie op te wekken en toe te werken naar ťťn Europees energienetwerk, moet de energievoorziening in de EU betrouwbaarder, schoner en goedkoper worden.

7.

Euro

Het eurobeleid heeft als doel om economische integratie in de Europese Unie†i te bevorderen. De euro is een wettig betaalmiddel in 19 EU-lidstaten†i, oftewel de eurozone†i. De andere lidstaten zijn verplicht om de euro op termijn in te voeren als zij voldoen aan bepaalde voorwaarden. Voor Denemarken en het Verenigd Koninkrijk geldt een uitzonderingsclausule en zij hebben die verplichting niet.

De landen die de euro hebben ingevoerd, de eurolanden†i, hebben het beleid met betrekking tot hun munt, zoals de wisselkoers, overgedragen aan ťťn Europese financiŽle instelling: de Europese Centrale Bank†i (ECB).

8.

Fiscaal beleid

Het fiscaal beleid van de Europese Unie moet voorkomen dat bedrijven en instellingen profiteren van belastingregelingen in ťťn lidstaat, die hen een oneerlijk concurrentievoordeel opleveren ten opzichte van bedrijven en instellingen uit andere lidstaten. Verder is het fiscaal beleid bedoeld om nationale belastingregels in te perken die obstakels kunnen vormen voor EU-burgers om in een andere lidstaat te werken. Het beleid moet dus verstoringen in de interne markt†i voorkomen.

Om dit te bereiken is enige coŲrdinatie nodig van de belastingen die in lidstaten worden geheven. De EU probeert indirecte belastingen, zoals btw, waar nodig te harmoniseren. Ook stelt de EU de douanetarieven vast die geheven worden op importgoederen. De EU heeft geen bevoegdheden als het gaat om directe belastingen, zoals inkomsten- of vermogensbelasting. Daar beslissen de lidstaten zelf over.

9.

Fraudebestrijding

Fraude is een belangrijk probleem binnen de Europese Unie. Jaarlijks gaat er bijvoorbeeld 50 miljard euro aan btw-inkomsten verloren door grensoverschrijdende fraude. Bovendien werd in 2018 bekend dat Europese bankiers voor ongeveer 55 miljard aan dividendbelastingfraude hebben begaan. De EU heeft er belang bij deze fraude te bestrijden, omdat de unie er zelf inkomsten door misloopt. De lidstaten van de EU†i coŲrdineren onderling de bestrijding van specifieke vormen van fraude.

10.

Handel

Het Europese handelsbeleid is erop gericht zoveel mogelijk handelsbelemmeringen binnen de Europese Unie†i en tussen de EU en andere landen weg te nemen. De belangrijkste peilers van dit beleid zijn de interne markt en vrijhandelsverdragen met landen buiten de EU. De handel tussen de lidstaten in de interne markt is vrij en er worden binnen de EU geen invoerrechten geheven. Er gelden voor de hele EU gelijke douanetarieven voor de import van producten uit landen buiten de EU.

Het sluiten van handelsverdragen is een bevoegdheid van de Europese Commissie. De Commissie voert de onderhandelingen en legt het eindresultaat ter goedkeuring voor aan de lidstaten en het Europees Parlement†i. Samen met de Raad van Ministers†i beslist dit orgaan mee bij wetgeving over het handelsbeleid. Bovendien is instemming van het Europees Parlement verplicht als de Europese Commissie een internationale handelsovereenkomst sluit. Voor brede handelsverdragen hebben de nationale parlementen in beperkte mate een vetorecht.

11.

Informatiemaatschappij

Het gebruik van Informatie en Communicatietechnologie (ICT) neemt in hoog tempo toe. Daarom is het van belang dat Europese landen zich daaraan aanpassen. Het beleid rondom de informatiemaatschappij is er primair op gericht een digitale interne markt†i te ontwikkelen, waaraan zoveel mogelijk EU-inwoners deel kunnen nemen. Daarnaast werkt de Europese Commissie aan een digitale overheid, wil de EU zich inzetten voor internetveiligheid en worden informatietechnologieŽn ingezet bij het bestrijden van terrorisme en criminaliteit.

De bevoegdheid van de Europese Unie op het gebied van informatietechnologie komt voort uit het Verdrag over de werking van de Europese Unie†i (VwEU). In artikel 179†i en 180†i van dat verdrag staat dat de EU ernaar streeft de ontwikkeling en de verspreiding van deze technologieŽn te bevorderen. De EU en de lidstaten hebben een gedeelde bevoegdheid op het gebied van informatietechnologie. Dat betekent dat lidstaten wetten mogen maken met betrekking tot dit onderwerp, maar alleen als de EU zelf geen soortgelijke maatregelen treft.

12.

Interne markt

Vanaf de jaren '60 is er aan gewerkt om de handel tussen de landen in de Europese Unie (EU) makkelijker te maken. Nu mogen personen vrij van het ene naar het andere land reizen. En ook goederen, diensten en geld mogen zonder controle†i de grens over. Dat wordt ook wel "de interne markt" genoemd. Dankzij de interne markt is het makkelijker geworden om binnen de EU te reizen, om met andere landen te handelen of in een ander land te gaan werken.

13.

Ondernemingen- en industriebeleid

Het EU-ondernemingenbeleid heeft als doel alle ondernemingen binnen de interne markt†i te stimuleren in groei en ontwikkeling. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen rechtsvorm, sector of omvang. Er wordt met name aandacht besteed aan het midden- en kleinbedrijf, dat ongeveer 99% van de Europese ondernemingen vormt.

De Europese Unie wil het bedrijfsleven en de industrie ondersteunen. De EU betaalt mee aan onderzoek en het gebruik van nieuwe technologie. Omdat voor alle bedrijven in alle EU-landen dezelfde regels gelden, wordt het ondernemen makkelijker gemaakt. Voor bedrijven moet het zo eenvoudig mogelijk zijn om in andere landen hun producten te verkopen, en de concurrentie aan te gaan met bedrijven uit de gehele Europese Unie.

14.

Onderzoeks- en innovatiebeleid

De Europese Unie†i voert een gemeenschappelijk beleid voor onderzoek en innovatie. Dit beleid moet Europa tot een dynamische en concurrerende kenniseconomie maken. Om het beleid te ondersteunen verstrekt de EU via verschillende programma's jaarlijks voor miljarden aan subsidies.

15.

Regionaal beleid

De Europese Unie†i is ťťn van de rijkste delen van de wereld, maar er bestaan in Europa grote welvaartsverschillen tussen de regio's. Ter bevordering van de economie in economisch achtergestelde regio's heeft de EU structuurfondsen†i opgezet. Deze zijn voornamelijk van belang voor de ontwikkeling van infrastructuur en werkgelegenheid in de armere regio's. Voor de periode 2014-2020 is het totale bedrag voor de verschillende fondsen van het regionaal beleid vastgesteld op 352 miljard euro.

16.

Telecommunicatie

Het Europese telecommunicatiebeleid is erop gericht de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieŽn te bevorderen. Voor Europese burgers betekent dit dat de EU initiatieven steunt die het gebruik van deze nieuwe technologieŽn niet alleen gemakkelijker maken, maar vooral ook voor iedereen betaalbaar houden. De EU houdt zich met name bezig met grensoverschrijdend telecomverkeer. Het beleid voor telecommunicatie maakt deel uit van het Europese beleid ter bevordering van de Informatiemaatschappij†i.

17.

Vervoer

De vervoerssector draagt voor ongeveer 5 procent bij aan het Europese BNP. De vraag naar vervoer neemt elk jaar met gemiddeld 2 ŗ 3 procent toe. Een aanzienlijk deel van het vervoer vindt plaats tussen de EU-lidstaten†i over de landsgrenzen heen. Met de toename van de omvang van het vervoer is ook de Europese betrokkenheid gegroeid.

Het vervoersbeleid van de Europese Unie heeft in hoofdlijnen het doel om transport schoner te maken, eerlijke concurrentie mogelijk te maken, de veiligheid te bevorderen en om drempels voor internationaal vervoer tussen en binnen lidstaten wegnemen.