Gelijke rechten en non-discriminatie - EU monitor

EU monitor
Thursday, April 2, 2020
calendar

Gelijke rechten en non-discriminatie

Source: Europa Nu.

Gelijkheid en het tegengaan van discriminatie nemen een belangrijke plek in op de agenda van de Europese Unie i. Door middel van wetgeving zorgt de EU ervoor dat burgers overal in de Europese Unie dezelfde mate van bescherming tegen discriminatie genieten.

Aandachtspunten daarbij zijn onder meer het bevorderen van gelijke behandeling van vrouwen op de arbeidsmarkt, van etnische en religieuze minderheden en van lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en interseks mensen (LGBTI).

In december 2015 presenteerde de Europese Commissie i een strategisch plan voor de periode 2016-2019. Begin maart 2020 is dit plan vernieuwd onder de Commissie von der Leyen i voor de periode 2020-2025.

1.

Gelijke kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt

De EU zet zich in voor de rechten van de vrouw, onder meer op de arbeidsmarkt. Zo werd al in de jaren vijftig in het EEG-verdrag de regel opgenomen dat mannen en vrouwen gelijk loon voor gelijk werk moeten krijgen. Toch is de ongelijkheid tussen man en vrouw nog duidelijk zichtbaar in de Europese Unie. Vanuit vrouwenorganisaties klinkt kritiek op de EU, omdat die geen duidelijke doelstellingen zou formuleren.

Wat doet de EU?

De Europese vrouw is momenteel gemiddeld hoger opgeleid dan de man, maar vrouwen verdienen nog altijd aanzienlijk minder. Daarnaast is de kans op een leidinggevende functie voor vrouwen half zo groot als voor mannen. In de strategie van 2020-2025 wil de Commissie nog voor eind 2020 bindende maatregelen voor loontransparantie. Dit wil zij omdat het zo makkelijker is om de loonkloof tussen man en vrouw aan te pakken.

Ook werkloosheid onder vrouwen is, met name in zuidelijke landen, nog altijd zeer hoog, in vergelijking met die onder mannen. Om deze verschillen beter te bestrijden, is in 2006 het Europees Instituut voor Gendergelijkheid i (EIGE) opgericht.

In het plan voor de periode 2020-2025 wordt een tweedelig plan opgesteld om gelijkheid tussen man en vrouw te bereiken, ook om het zogenaamde 'gender mainstreaming' te versterken. Dit zal worden versterkt door gelijkheid tussen man en vrouw in alle EU beleidsonderwerpen op te nemen.

Vanuit de Europese Commissie zijn al verschillende initiatieven gekomen om de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het bekendste voorstel is een initiatief van oud-eurocommissaris Viviane Reding i. Het voorstel mikte op een streven van minstens veertig procent vrouwen onder de niet-uitvoerende bestuursleden van beursgenoteerde bedrijven. Het voorstel is door het Europees Parlement i aangenomen maar ligt al sinds 2013 bij de Raad i ter goedkeuring. Een plan dat in 2020 werd geïntroduceerd is het Digital Education Actieplan in relatie tot de geïntroduceerde digitale strategie van de Commissie von der Leyen. Het houdt onder meer in dat er meer vrouwen op de digitale markt moeten werken, aangezien zij nog steeds odnervertegenwoordigd zijn.

Ook ondertekenden Nederland, Slowakije en Malta (het voorzitterschapstrio i van 1 januari 2016 tot 1 juli 2017) een gezamenlijke verklaring voor gendergelijkheid, met als doel meer vrouwen aan het werk te krijgen, zodat zij economisch zelfstandiger worden. Dit is ook opgenomen in de strategie van 2020-2025.

Gendergelijkheid is één van de doelstellingen van de EU 2020-strategie i. De arbeidsparticipatie is de afgelopen jaren toegenomen, maar dit is nog niet toereikend in vergelijking met de in de Europa 2020-doelstelling vastgestelde norm van 75%.

In de strategie van 2020-2025 benadrukte de Commissie ook het vrouwenquotum, om zo meer vrouwen in de bestuurskamers van Europese ondernemingen te krijgen. Dit doet zij omdat maar 8 procent van de algemeen directeuren van grote bedrijven in de EU een vrouw is. De Commissie gaat dit zelf ook uitvoeren: zij wil voor eind 2024 op alle managementniveaus evenveel mannen als vrouwen hebben. Op het moment is 41 procent van de managers van de commissie een vrouw, waarbij de 37 procent seniormanagement en 42 procent middenmanagement is meegeteld.

2.

Gelijke kansen voor minderheden

Personen van Afrikaanse afkomst

Volgens het Europees Parlement moeten de lidstaten meer doen om het "structurele racisme" tegen mensen van Afrikaanse afkomst tegen te gaan. Volgens het Parlement heeft deze groep te maken met discriminatie, onder meer op het gebied van werk en huisvesting. Europarlementariërs vinden dat er een strategie moet worden ontwikkeld om dit tegen te gaan. Daarnaast roepen zij Europese landen op mishandeling van Afrikanen door de politie tegen te gaan, te stoppen met "etnisch profileren" bij migratie en criminaliteitsbestrijding en excuses aan te bieden voor misdaden tegen de menselijkheid tijdens de koloniale tijd.

Roma

Wat betreft de gelijke kansen en de non-discriminatie voor etnische minderheden, maakt de EU zich zorgen om de positie van de Roma in Centraal- en Oost-Europa. Naast werkloosheid en verlies van zekerheid omtrent woon- en gezondheidszorg, worden de Roma openlijk het slachtoffer van racistisch geweld en indirecte discriminatie in openbare diensten, tewerkstelling, onderwijs en gezondheidszorg.

Onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en huisvesting voor Roma werden tot prioriteit benoemd. Ook armoede, discriminatie en genderproblematiek binnen de Roma-gemeenschap moesten worden aangepakt. De regeringen van de betrokken landen hebben afgesproken hervormingen door te voeren en op nationaal vlak actieplannen op te zetten en budgetten vrij te maken, in samenwerking met internationale fondsen en donoren

In december 2013 is het eerste wettelijke akkoord op het gebied van de integratie van de Roma gesloten. Het akkoord moet een einde maken aan de eeuwenlange discriminatie van Roma. Op 4 april 2014 vond er een EU-top over de Roma plaats. Tijdens de top werd gesproken over de resultaten van de genomen maatregelen.

Joden

Ook maakt de EU zich zorgen om de positie van joden in Europa. Uit onderzoek door het Bureau van de EU voor de Fundamentele Grondrechten (FRA) i in 2018 blijkt dat negenig procent van de Europese joden menen dat het antisemitisme toeneemt. Onder jongeren blijkt dit percentage volgens onderzoek in 2019 door de FRA op tachtig procent te liggen. Veel joden geven aan te worden lastiggevallen en synagoges en joodse evenementen te vermijden uit angst voor onveilige situaties. Daarnaast geeft veertig procent van de jongeren aan overwogen te hebben om te emigreren. Een overgroot deel van de ondervraagden in het onderzoek geeft ook aan op social media veel antisemitisme te ervaren.

In de afgelopen jaren hebben er meerdere aanslagen op joodse doelen plaatsgevonden in Europa. Zo was er in 2012 een aanslag op een joodse school in de Franse stad Toulouse. In mei 2014 werden vier mensen doodgeschoten bij het Joods Museum in Brussel. Op 7 januari 2015 vond er een gijzeling plaats in een joodse supermarkt in Parijs. Hierbij kwamen vier gijzelaars om het leven.

Door middel van wetgeving en steun aan projecten die de dialoog vergroten, wil de EU het antisemitisme bestrijden. Jaarlijks vindt er een seminar plaats waarin de Europese Commissie en Israël praten over de strijd tegen racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme. In januari 2015 heeft de voorzitter van de Europees Joods Congres (EJC) de Europese Unie opgeroepen een speciale werkgroep op te zetten met als doel het groeiende antisemitisme tegen te gaan.

Binnen de Europese Commissie is de Griekse Eurocommissaris voor de Bevordering van onze Europese levenswijze Margaritis Schinas i belast met het leiden van de strijd van de Commissie tegen het groeiende antisemitisme.

3.

Non-discriminatie van LGBTI

De Europese Unie strijdt ook tegen discriminatie op grond van seksuele geaardheid. Het gaat daarbij om lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en interseks mensen (LGBTI). Vanuit het Europees Parlement Liaisonbureau in Nederland i worden ook activiteiten georganiseerd om de discriminatie van deze groepen bespreekbaar te maken.

Met name in de nieuwe lidstaten is de tolerantie voor onder meer homo's na de toetreding tot de Europese Unie toegenomen, maar nog niet vanzelfsprekend. Net als in Nederland zijn er vele homobewegingen ontstaan en groeit het aantal horecagelegenheden voor homo's. In onder andere België, Denemarken, Frankrijk, Nederland, Portugal, Spanje, Duitsland en Zweden is inmiddels het homohuwelijk mogelijk gemaakt.

De Europese Unie is niet bevoegd om het homohuwelijk dwingend op te leggen aan de lidstaten. De Commissie kan echter wel afdwingen dat het homohuwelijk en het geregistreerd partnerschap, zoals we dat ook in Nederland kennen, door andere EU-landen worden gerespecteerd.

4.

Het Europees Parlement en non-discriminatie

Het Europees Parlement is tevreden dat de meeste lidstaten de richtlijnen omtrent gelijke kansen en non-discriminatie hebben opgenomen in hun nationale wetgeving. Toch wil het EP dat:

  • lidstaten ervoor zorgen dat slachtoffers van discriminatie in gerechtelijke procedures kosteloos worden bijgestaan, ook wanneer zij daar zelf niet de financiële middelen voor hebben
  • lidstaten aan verenigingen, organisaties en andere rechtspersonen de mogelijkheid geven om slachtoffers van discriminatie te ondersteunen in het nemen van gerechtelijke stappen
  • lidstaten nationale plannen opstellen tegen alle vormen van discriminatie
  • de Commissie met een gemeenschappelijke, Europese definitie van positieve actie moet komen, zodat alle lidstaten met dezelfde definities kunnen werken in het bestrijden van discriminatie
  • minderheidsgroepen, zoals de Roma, specifieke en maatschappelijke bescherming krijgen

Parlementsleden i maken zich nog zorgen over de geringe kennis over de anti-discriminatiewetgeving bij de burgers in de lidstaten. Het Parlement herinnert de lidstaten aan hun verplichting om hun burgers voor te lichten en om campagnes te steunen voor meer bewustwording ten aanzien van de nationale wetgeving en over de instanties die betrokken zijn bij de bestrijding van discriminatie. De nationale regeringen moeten dus meer doen om hun burgers bekend te maken met de wet- en regelgeving op het gebied van gelijke kansen en non-discriminatie.

Het Europees Parlement pleit voor Europese regelgeving. Parlementsleden stellen dat het geen zin heeft om discriminatie op bepaalde gebieden te verbieden en op andere gebieden toe te staan. Hoewel enkele lidstaten tegen gecentraliseerd Europees beleid op het gebied van antidiscriminatie zijn, is de Europese Commissie gezwicht voor de druk van het Europees Parlement. In april 2009 heeft het Europees Parlement met een allesomvattende antidiscriminatierichtlijn ingestemd. Deze richtlijn verbiedt discrimineren op basis van leeftijd, handicap, seksuele geaardheid en religie, ook buiten de werksfeer.

5.

Meer informatie