Europa in de wereld

Source: Europa Nu.
Europa op de wereldbol met sterren van de EU
Bron: © European Union, 2017

Sinds het begin van de samenwerking in 1951 i is Europa op steeds meer terreinen actief geworden op het wereldtoneel. Wat ooit begon als een samenwerkingsverband van handel en economie is inmiddels uitgegroeid tot een veel politiekere unie, die internationaal een belangrijke rol speelt op het gebied van humanitaire hulp, armoedebestrijding en diplomatie.

De EU is de derde grootste economie ter wereld. Aangezien bescherming van de mensenrechten één van de belangrijkste speerpunten is van het buitenlands beleid van de EU, probeert de Unie via handelsovereenkomsten verbeteringen van de mensenrechtensituatie in partnerlanden af te dwingen. Ondertussen vormen landen als China, Rusland en Saudi-Arabië zowel op economisch als democratisch vlak een uitdaging voor de Europese stabiliteit en waarden. Daar komt nog bij dat de EU-lidstaten i het intern lang niet altijd eens zijn over het buitenlands beleid.

1.

De Geopolitieke Unie: Veranderende Rol

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog en de oprichting van de NAVO leunt de EU voor militaire aangelegenheden op de VS. De nadruk van het buitenlands beleid van de Unie lag op de realisatie van een internationaal systeem van recht en markt, waarbij conflicten via neutrale instanties werden opgelost in plaats van met machtsmiddelen, zoals militaire dreiging en protectionistische handelsmaatregelen. Het gebrek aan een sterk Europees leger betekent echter wel dat de Europese Unie behalve toegang tot haar interne markt weinig machtsmiddelen heeft om druk op andere landen te zetten.

In 2019 kondigde Ursula von der Leyen echter bij haar aantreden aan om leiding te gaan geven aan een 'Geopolitieke Commissie.' Wat hiermee bedoelt wordt is dat de EU streeft naar een autonomere strategie: zij wil onafhankelijker buitenlands en defensiebeleid beleid gaan bedrijven. De EU wil zichzelf meer als een grootmacht profileren met een vergelijkbare positie als die van andere grote spelers zoals de VS, China, of Rusland. Tegelijkertijd wil zij minder afhankelijk worden van de VS.

Dit kan de EU doen door meer in te zetten op de opbouw van een Europese defensiemacht. De EU kan ook aggressiever optreden wat betreft toegang tot haar interne markt, die een belangrijke afzetmarkt is voor allerlei producten uit het buitenland. Daarnaast komen Europese sancties steeds vaker voor. Hoe deze assertievere rol van Europa in de wereld zich precies gaat ontwikkelen is echter nog niet duidelijk omdat het vooral een bevoegdheid van de individuele lidstaten blijft om hierover te beslissen in de Raad. De lidstaten zijn echter vaak verdeeld over hun buitenlandstrategieën.

Deze herijking van de rol van de Europese Commissie in de wereld komt niet uit het niets. Door de opkomst van China groeit er aan de Pacifische kust een grote uitdager voor de Amerikaanse dominantie van de afgelopen 30 jaar. Daarnaast is Rusland op het Europese continent de laatste jaren steeds assertiever en wordt het daarmee een ongemakkelijke en machtige buur voor Europa. Na een relatief rustige periode sinds het einde van de Koude Oorlog neemt de continentale dreiging voor Europa dus weer toe.

Ondertussen verschuift de Amerikaanse blik naar Azië door de door Obama ingezette Pivot to Asia. Deze koers is agressiever geworden onder Donald Trump en lijkt zich ook onder Joe Biden door te zetten. Zogezegd hoort Europa en de klassieke rivaliteit met Rusland uit de Koude Oorlog steeds minder tot de voornaamste prioriteiten van de VS. Hierdoor kan de EU minder rekenen op haar voornaamste bondgenoot, terwijl het ondertussen ook steeds meer concurrentie van China en Rusland krijgt. Een heroriëntatie van de EU op haar rol als autonoom machtsblok is daarmee niet toevallig.

Nederland en de Geopolitieke Unie

De heroriëntatie van de verhoudingen van de EU tot de rest van de wereld zal ook gevolgen hebben voor het Nederlandse buitenlands beleid. Als klein land in militaire en geografische zin heeft Nederland de afgelopen decennia stevig gepleit voor handhaving van een 'machtsvrij' internationaal systeem gebaseerd op markt en recht. Nederland is economisch een speler van belang, maar militair gezien kan het niet op tegen de grootmachten in de wereld. Daarom heeft het baat bij een stabiel systeem van handelsverdragen die ervoor zorgen dat Nederlandse bedrijven toegang houden tot buitenlandse afzetmarkten.

Het is daarom niet ondenkbaar dat de huidige politieke verschuivingen in de wereld ongemakkelijke gevolgen gaan hebben voor het Nederlandse buitenlands beleid. Een groeiende nadruk op strategische autonomie van de EU kan bijvoorbeeld betekenen dat protectionistische maatregelen als importtarieven gaan dienen als machtsmiddel om druk te zetten op landen als China. Dit kan worden gezien als een behoorlijke breuk met het Nederlandse buitenlands beleid van de afgelopen jaren. Het kan ervoor zorgen dat het ook lastiger wordt voor Nederlandse bedrijven om hun producten te verkopen in de wereld.

Hoe deze ontwikkelingen precies gaan plaatsvinden is niet een zaak die zich binnen enkele jaren zal afspelen, maar geleidelijk en hoogstwaarschijnlijk in verschillende stappen zal veranderen over de komende decennia.

2.

Buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht i in 1993, heeft de EU de doelstelling geformuleerd om een formeel gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB) i te voeren. De EU kan zich sindsdien als één geheel uitspreken over zaken die raken aan de grondbeginselen en gemeenschappelijke waarden van de Unie, zoals mensenrechten of gewapende conflicten. Dat gebeurt in de Raad van de EU en de Europese Raad, waar de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten respectievelijk de minister-presidenten en presidenten samen vergaderen over het te voeren beleid. Beslissingen worden echter unaniem genomen, wat ervoor zorgt dat de EU bij onderlinge verdeeldheid niet daadkrachtig op kan treden.

Het GBVB van Maastricht tot en met Lissabon

Enkele maanden na de inwerkingtreding van het GBVB in 1993 brak de burgeroorlog in Joegoslavië uit. Het nieuwe beleid werd direct op de proef gesteld en bleek nog niet erg effectief. Ook tijdens de conflicten in Afrika in de jaren '90, zoals de Rwandese genocide, bleek het Europees buitenlands beleid nog niet toereikend om goede oplossingen te bieden. Daarom kan de EU tegenwoordig zelfstandiger optreden, ook in gevallen waarin de NAVO afwezig is.

Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon i in 2009 is de positie van de Hoge Vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (inmiddels Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor een sterker Europa in de wereld i) uitgebreid. De huidige Hoge vertegenwoordiger is Josep Borrell i. Deze vertegenwoordigt de EU op het wereldtoneel, zoals bijvoorbeeld bij de gesprekken tussen de westerse landen en Iran over het nucleaire beleid van dat land.

De Hoge Vertegenwoordiger staat aan het hoofd van de Europese Dienst voor Extern Optreden i (EDEO). De EDEO is feitelijk de diplomatieke dienst van de EU met detacheringen over de hele wereld.

Europees defensiebeleid

Binnen het GBVB valt ook het gemeenschappelijk defensiebeleid (GVDB i). Deze geeft invulling aan het organiseren van de defensie van het grondgebied van de EU. Het GVDB kan uitmonden in een gemeenschappelijke defensie als de Europese Raad i daartoe besluit.

Met het Verdrag van Lissabon is de EU zichtbaarder geworden op het wereldtoneel, maar veel verantwoordelijkheden op dit niveau blijven een aangelegenheid voor de afzonderlijke lidstaten. In de Europese globale strategie van 2018 (COM(2018)647 i) gaf de Europese Dienst voor Extern Optreden aan dat vertragingen in de besluitvorming door de vaak vereiste eenparigheid van stemmen i nadelige gevolgen hebben voor de efficiëntie van het buitenlands en defensiebeleid.

De Europese defensiecapaciteit is nog erg versplinterd en blijft nog vooral besteed aan de lidstaten. Verzoeken voor één Europees leger klonken al meerdere malen uit de monden van Europese leiders als de Duitse bondskanselier Angela Merkel i en de Franse President Emmanuel Macron i, maar het lijkt nog toekomstmuziek. Toch zijn er al verschillende Europese missies op touw gezet de afgelopen jaren.

3.

De EU en handel

De EU is het grootste handelsblok ter wereld. 16,7 procent van alle im- en export ter wereld gaat door de EU. Europa heeft hierdoor een grote invloed op de distributie van goederen en kapitaal over de hele wereld.

De EU streeft naar het beperken van handelsbarrières wereldwijd, bijvoorbeeld door het sluiten van handelsakkoorden met landen of regio's buiten de EU. Verder is de EU lid van de Wereldhandelsorganisatie (WHO i), waarin het doel ook is om internationale handel te bevorderen.

Mensenrechten spelen een rol in het aanhouden van handelsbetrekkingen. De mensenrechtensituatie is onderwerp van gesprek in de contacten met verschillende landen. Soms worden lagere handelstarieven gehanteerd voor landen die zich aan bepaalde door de EU opgestelde arbeidsvoorwaarden en -normen (blijven) houden, waardoor ook andere landen aangemoedigd worden om de mensenrechtensituatie te verbeteren. Dat speelt ook een rol bij de toetreding van nieuwe landen tot de EU, waarbij de EU strenge eisen stelt aan de rechtsstaat voor toetreding mogelijk wordt. Op deze manier heeft de EU dus invloed op de ontwikkeling van nieuwe democratieën buiten haar grenzen.

Een belangrijk streefpunt van de EU is ook het gelijkstellen van de voorwaarden voor handel voor rijke en arme landen, zodat welvaart zich ook kan verspreiden over minder ontwikkelde gebieden. De Unie onderhandelt regelmatig met ontwikkelingslanden over het openstellen van elkaars markten voor goederen en diensten, zodat afzetmarkten voor producenten worden vergroot.

In 2020 publiceerde de Europese Commissie een handelsstrategie voor de jaren 2020-2024 waarin zij zich toespitste op vier kerndoelen. Ten eerste legt de EU de nadruk op multilaterale samenwerking in organisaties als de Wereldhandelsorganisatie (WTO) die een vrije en op recht gebaseerd handelssysteem bevorderen. Ten tweede ligt de nadruk op duurzame producten. Ten derde wil de EU werken aan bilaterale en regionale partnerschappen waardoor gunstigere markten voor Europese producten en investeringen ontstaan. Tot slot ligt er nadruk op het beschermen van Europese bedrijven en burgers voor oneerlijke handel uit andere delen van de wereld.

4.

Ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp

Ontwikkelingssamenwerking was oorspronkelijk vooral op Afrikaanse landen gericht. De hulp breidde zich halverwege de jaren '70 uit tot Azië, Latijns-Amerika en de landen van de zuidelijke en oostelijke oevers van de Middellandse Zee.

De EU investeert niet alleen in ontwikkelingssamenwerking vanuit solidariteit, maar ook als een kans om sterkere, welvarende partners te ontwikkelen. Dat betekent dat ontwikkelingshulp bijvoorbeeld ook gebruikt wordt om te zorgen dat vluchtelingen in de regio opgevangen kunnen worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de Sahel.

De EU is goed voor de helft van alle ontwikkelingshulp ter wereld. Voor 2018 stond een bedrag van 3 miljard euro voor ontwikkelingssamenwerking op de EU-begroting i. De komende jaren wordt er meer geïnvesteerd in ontwikkelingssamenwerking. Zo staat er maar liefst 1,3 keer zoveel geld voor het onderwerp op de begroting voor de jaren 2021-2027 als op het vorige Meerjarig Financieel Kader. Per regio wordt bekeken hoeveel geld toegekend gaat worden. Ook komen er meer fondsen vrij voor humanitaire hulp en voor landen die willen toetreden tot de EU.

Naast ontwikkelingshulp, biedt de EU ook humanitaire hulp in noodsituaties. Hierbij moet gedacht worden aan noodhulp na bijvoorbeeld een aardbeving. In 2017 maakte de Europese Commissie ruim 1,5 miljard euro aan EU-middelen vrij voor humanitaire hulp in 94 landen. Middelen voor dit soort hulp worden beheerd door het Bureau voor humanitaire hulp (ECHO) i. Het bureau is opgericht in 1992 en heeft sinds die tijd aan meer dan 100 landen hulp geboden.

5.

Meer informatie

Factsheet Europees Parlement