Memorie van toelichting - Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2024

Deze memorie van toelichting i is onder nr. 2 toegevoegd aan wetsvoorstel 36410 A - Vaststelling begroting Mobiliteitsfonds 2024 i.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2024; Memorie van toelichting; Memorie van toelichting
Document date 19-09-2023
Publication date 19-09-2023
Nummer KST36410A2
Reference 36410 A, nr. 2
External link original article
Original document in PDF

2.

Text

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2023

2024

36 410 A

Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2024

Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

Geraamde uitgaven en ontvangsten    3

2.1    Mijlpalen en resultaten    8

2.2    Begroting op Hoofdlijnen    9

2.3    Overzicht Coalitieakkoordmiddelen Rutte IV    13

2.4    Overzicht middelen Ontsluiting Woningbouw    13

2.5    Overprogrammering    16

2.6    Flexnorm    18

3.1    Artikel 11 Verkenningen, reserveringen

en investeringsruimte    20

3.2    Artikel 12 Hoofdwegennet    26

3.3    Artikel 13 Spoorwegen    42

3.4    Artikel 14 Regionale infrastructuur

en bereikbaarheidsprogramma's    50

3.5    Artikel 15 Hoofdvaarwegennet    53

3.6    Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer    67

3.7    Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten    76

3.8    Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk    77

Bijlage 1: Voeding van het Mobiliteitsfonds en begrotingsstaat per productartikelonderdeel    78

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage    83

Bijlage 3: Overzichtsconstructie Kustwacht    139

Bijlage 4: Instandhouding    142

Bijlage 5: ProRail    159

Bijlage 6: DBFM-conversies    160

Bijlage 7: Tol    161

Bijlage 8: Lijst van afkortingen    166

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over productartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln). Totaal € 10.245.581.000

¦ Uitgaven

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over productartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln). Totaal € 10.245.581.000

  • 11. 
    Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

53

22

  • 12. 
    Hoofdwegennet
  • 13. 
    Spoorwegen
  • 14. 
    Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's 0
  • 15. 
    Hoofdvaarwegennet

17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

  • 19. 
    Bijdragen andere begrotingen

2.000    4.000    6.000

8.000 10.000 12.000

¦ Ontvangsten

Figuur 3 Gemiddelde jaarlijkse ontvangsten en uitgaven per productartikel in de periode 2023-2037 (bedragen x € 1 mln). Totaal gemiddeld € 9.631 miljoen.

  • 11. 
    Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte
  • 12. 
    Hoofdwegennet
  • 13. 
    Spoorwegen
  • 14. 
    Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's
  • 15. 
    Hoofdvaarwegennet

17 Megaprojecten Verkeer en

  • 18. 
    Overige uitgaven en ontvangsten

10.000

¦ Ontvangsten ¦ Uitgaven

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat

M.G.J. Harbers

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

  • 1. 
     LeeswijzerStructuur

De opzet en structuur van de begroting voor het Mobiliteitsfonds zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. De begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd.

  • Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2023 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld;
  • In de Uitvoeringsagenda Mobiliteit is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2024 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2024 begint;
  • Het laatste onderdeel van de agenda, Begroting op hoofdlijnen, verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel;
  • In de artikelgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel zijn de MIRT-tabellen met de realisatieprojecten alsmede de verkenningen en planuitwerkin-gprogramma's opgenomen waarin de begrotingsmutaties op project-niveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT-tabellen zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is: 1) van een wijziging (anders dan door de verwerking van loon- en prijsbijstelling ) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan € 10 miljoen; 2) van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project. De stand vorig betreft de stand in de eerste suppletoire begroting 2023. Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden, kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 2024. Voor de projecten in de MIRT tabellen is waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht;
  • In de verdiepingsbijlage is door middel van een meerjarige mutatietabel op artikelonderdeelniveau de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand, voor de volledige looptijd van het fonds;
  • De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting of betreffen overzichtsconstructies.

Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op de rijksbegrotingsvoorschriften de onderstaande punten in deze begroting verwerkt:

  • Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015-2016, 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotingsartikelen op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en

€ 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen. De norm voor het toelichten van de begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel is hiermee als volgt:

 

Norm bij te verklaren verschillen

Omvang begrotingsartikel (stand Ontwerpbegroting in € miljoen)

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

 

< 50

 

1

2

> 50 en < 200

 

2

4

> 200 < 1000

 

5

5

> 1000

 

5

5

  • In bijlage 1 wordt de voeding van het Mobiliteitsfonds weergegeven. Daarbij is het verschil met artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen van de begroting Hoofdstuk XII uitgewerkt. Dit verschil betreft de overige ontvangsten van het fonds.
  • Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extracomptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel weergegeven voor de looptijd tot en met 2037
  • Significante kasschuiven en begrotingsmutaties op de beschikbare budgetten worden in de verdiepingsbijlage op hetzelfde detailniveau (artikelonderdeel) tot en met 2037 toegelicht. Dit rekening houdend met de norm zoals hierboven is aangegeven.
  • Voor beheer, onderhoud en vervanging is een aparte bijlage opgenomen. Specifiek voor Spoorwegen (artikelonderdeel 13.02) geldt dat een meer uitgebreide inhoudelijke toelichting is opgenomen op de aanwending van de bijdrage aan ProRail. In deze begroting is een specificatie van de uitgaven opgenomen, conform de specificatie zoals opgenomen in het beheerplan en de jaarrekening van ProRail.

In het Wetgevingsoverleg begrotingsonderzoek van 12 oktober 2016 is uitgebreid met de Kamer gesproken over kasschuiven op de fondsbegrotingen. In het kader van de informatievoorziening wordt hieronder aangegeven waarom deze kasschuiven worden doorgevoerd op de fondsbegrotingen en op welke plek de in de begroting 2023 doorgevoerde kasschuiven worden toegelicht.

Op de begrotingen van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds vinden jaarlijks kasschuiven plaats. Middels kasschuiven wordt ervoor gezorgd dat de beschikbare kas per jaar en per modaliteit bljft aansluiten op de geactualiseerde programmering. Kasschuiven zijn altijd budgetneutraal, hetgeen betekent dat de hoeveelheid middelen die meerjarig beschikbaar is niet wijzigt als gevolg van de kasschuif. In de verdiepingsbijlage van de begrotingen van het Mobiliteitsfonds en Deltafonds zijn de significante kasschuiven in de begroting 2024 over de gehele looptijd van de begroting inzichtelijk gemaakt en toegelicht. Indien sprake is van politiek relevante kasschuiven dan worden deze tevens opgenomen en toegelicht in de begroting op hoofdlijnen. De begroting op hoofdlijnen treft u aan in hoofdstuk Uitvoeringsagenda Mobiliteit.

  • 2. 
    Uitvoeringsagenda Mobiliteit

2.1 Mijlpalen en resultaten

Hieronder wordt ingegaan op de mijlpalen in het lopende programma. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt, welke projecten in 2024 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2024 start.

Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

In 2024 gaat IenW onder meer de volgende activiteiten in het kader van exploitatie, onderhoud en vernieuwing uitvoeren.

Tabel 1 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

Mijlpaal    Project

Hoofdwegen - Verkeersmanagement waaronder inzet weginspecteurs bij incidenten, het op alle bemeten wegvakken inwinnen van betrouwbare route- en reisinformatie. Deze informatie tijdig aan de NDW te leveren, het realiseren van benuttingsmaatregelen en connecting mobility.

  • Beheer en onderhoud waaronder verhardingsonderhoud, onderhoud aan kunstwerken en onderhoud aan Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) systemen.
  • Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder het programma Stalen Bruggen.

Spoorwegen -    Regulier beheer en onderhoud, waaronder het inspecteren en schouwen van de infrastructuur, functieherstel bj verstoringen, het saneren van geluidsschermen en het onderhouden en schoonmaken van stations.

  • Groot onderhoud, waaronder het sljpen van spoorstaven en het seizoenbestendig houden van de sporen.
  • Het vervangen van spoorstaven, dwarsliggers en wissels en de vervanging van andere systemen, zoals energie, transfer en treinbeveiliging en treinbeheersing.

Hoofdvaarwege-n    Verkeersmanagement waaronder activiteiten in het kader van verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering.

  • Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties en afronding «NoMo AOV» achterstallig onderhoud vaarwegen programma.
  • Beheer en onderhoud maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven en maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te kunnen laten functioneren.

Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van beheer, onderhoud en vervanging wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT Projectenoverzicht 2024.

Ontwikkeling

Hieronder zijn de mijlpalen voor 2024 per modaliteit opgenomen.

Tabel 2 Hoofdwegennet

Mijlpaal

Openstelling - A24 Blankenburgverbinding

  • Rj nlandroute

Tabel 3 Spoorwegen

 

Mijlpaal

 

Indienststelling -

Diverse deelprojecten bij de landelijke programma's (o.a. fietspark eren Toegankeljkheid stations, Kleine functiewjzigingen, Overwegenaanpak en Meerjarenprogramma geluidsanering Spoor)

-

Programma suïcide preventie

 

ERTMS: Diverse deelprojecten

Goederen: Emplacementen op orde (diverse deelprojecten)

PHS: Ede

PHS: Tilburg

-

PHS: Rijswijk - Rotterdam

Start aanleg    -

Diverse deelprojecten bij landelijke programma's (o.a. Fietsparkeren, Toegankeljkheid Stations, Kleine Functiewjzigingen, Overwegenaanpak en Meerjarenprogramma Geluidsanering Spoor)

-

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, diverse deelprojecten

Goederen: emplacementen op orde (diverse deelprojecten)

-

PHS Nijmegen

-

ERTMS, diverse deelprojecten

Tabel 4 Hoofdvaarwegennet

Mijlpaal

Openstelling - Nieuwe Sluis Terneuzen

  • Toekomst visie Waal: Overnachtingshaven Lobith (locatie Spijk) Start aanleg -

In deze begroting is de herprioritering op het Mobiliteitsfonds verwerkt. Een aantal projecten is gepauzeerd om middelen vrij te maken voor instandhouding en voor risico's en tegenvallers op lopende aanlegpro-jecten. Hierover is de Tweede Kamer op 23 juni ingelicht via de MIRT-brief (Kamerstuk 36200-A-78). De opgave op het MF was ruim € 4 miljard. Daarnaast is er sprake geweest van een Rijksbredeopgave van € 2 miljard. De herprioritering wordt nader toegelicht bij onderdeel 2.2 begroting op hoofdlijnen, in de artikelgewijze toelichting en de verdiepingsbijlage.

2.2 Begroting op Hoofdlijnen

Tabel 5 Belangrijkste wijzigingen (bedragen x € 1.000)

 
 

art.

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029-2036

2037

 

Stand ontwerpbegroting 2023

8.696.104

17.843.714

9.753.142

8.796.980

8.355.126

8.751.754

56.493.395

 
 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2023

462.059

  • 50.041
  • 25.146

657.574

629.448

699.074

7.643.486

 
 

Stand na 1e suppletoire begroting 2023

9.158.163

17.793.673

9.727.996

9.454.554

8.984.574

9.450.828

64.136.881

 
 

Belangrijkste mutaties Mobiliteitsfonds

  • - 
    443.001
  • - 
    7.548.092

9.597.130

534.585

747.282

  • - 
    265.825

4.925.070

8.204.939

Kaderrelevante mutaties hoofdstuk MF

1

Bjdragen derden

46.696

34.594

46.091

45.867

40.984

39.044

323.150

28.752

 
  • Hoofdwegen

332

22.191

43.083

43.106

37523

35.712

307.864

28.752

 
  • Spoorwegen

4.026

             
 
  • Vaarwegen

40.173

10.000

           
 
  • Megaprojecten

2.165

2.403

3.008

2.761

3.461

3.332

15.286

 

2

Extrapolatie

             

7.745.591

 
  • Bjdrage aan MF
             

7.459.927

 
  • Ontvangsten derden
             

285.664

3

Loon- en prijsbij stelling

416.714

459.714

469.885

422.663

401.311

422.670

3.381.360

422.670

   

art.

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029-2036

2037

4

Toevoeging middelen N33 en Nedersaksenlijn

             

250.000

 

5

Middelen schoon en emissieloos bouwen

   

12.500

17.500

34.000

62.500

55.000

68.750

 

6

Kaderaanpassing MF

 
  • 850.000

300.000

250.000

 

200.000

  • 800.000

900.000

 

7

Omvorming ProRail

   
  • 8.278.000

8.845.000

         

8

Overboekingen HXII

 
  • 36.695
  • 60.942
  • 67.055

5.566

9.398

9.366

74.928

9.366

9

Overboeking DF

   
  • 250
  • 750
  • 750
  • 250
     

10

Overboekingen ministeries

 
  • 19.395
 

2.099

9.274

18.533

  • 1.280
  • 10.240
  • 1.280

11

Ontvangstenschuif Tol

   
  • 15.548

34.520

18.125

14.966

9.535

  • 61.598
 

12

Overig

 
  • 321
  • 160
  • 160
  • 160
  • 160
  • 160
  • 1.280
  • 160

Stand ontwerpbegroting 2024

 

8.715.162

10.245.581

19.325.126

9.989.139

9.731.856

9.185.003

69.061.951

8.204.939

Mutatie onder kader MF

1

Toevoeging CA middelen instandhouding

11

     
  • 664.759
  • 937.564
  • 871.195
  • 1.637.601
 
   

12

     

423.429

606.424

570.417

1.046.336

 
   

15

     

241.330

331.140

300.778

591.265

 

2

Herprioritering: aanleg voor instandhouding

                 
 

Opgave

11.04

     
  • 150.367
  • 133.217
  • 116.067
  • 754.041
 
   

12

     

103.518

91.868

80.218

498.168

 
   

15

     

46.849

41.349

35.849

255.873

 
 

Dekking

11.04

 

137

17.920

49.188

102.622

204.923

778.902

 
   

12

 
  • 137
  • 17.920
  • 49.188
  • 102.622
  • 204.923
  • 398.982
 
   

15

           
  • 379.920
 

3

Capaciteit RWS

11

     
  • 73.685
  • 77.129
  • 49.810
  • 755.786
  • 116.867
   

12

     

47.921

55.624

36.800

497.146

75.662

   

15

     

25.764

21.505

13.010

258.640

41.205

4

Herprioritering: aanleg voor aanleg

                 
 

Opgave

11.04

  • 74.162
  • 133.654
  • 53.367

4.850

  • 31.369
  • 32.330
  • 2.359.113
 
   

11.04

8.631

18.388

19.837

  • 21.150

4.069

32.330

1.806.232

 
   

12

2.554

20.800

27.500

10.300

27.300

 

529.781

 
   

13

40.000

92.000

6.000

6.000

       
   

14

           

23.100

 
   

15

22.977

2.466

30

         

Dekking

   

11.04

56.900

96.878

13.693

37.450

23.231

32.330

2.418.663

 
   

11.01

  • 56.900
  • 93.400
  • 7.300
  • 37.450
  • 23.231
  • 32.330
  • 1.322.143
 
   

12

           
  • 989.480
 
   

15

 
  • 3.478
  • 6.393
     
  • 107.040
 

5

Invulling rijksbrede opgave

11.01

           
  • 1.587.378
 
   

11.04

             
  • 400.000
   

11.04

           

1.587.378

400.000

 

6

Overboeking middelen woningbouw

11

7.758

1.363

49.588

38.055

69.504

90.471

116.103

 
   

12

  • 943.926
  • 850.518
  • 342.074
  • 180.629
  • 106.197
  • 106.197
  • 466.248
 
   

14

936.168

849.155

292.486

142.574

36.693

15.726

350.145

 

Toelichting

Mutaties kaderrelevant:

  • 1. 
    Bijdragen derden: Dit betreft de wijziging van diverse bijdragen van derden op het Mobiliteitsfonds. In de artikelgewijze toelichting en verdie-pingsbijlage wordt dit nader toegelicht;
  • 2. 
    Extrapolatie: Bij de begroting 2024 wordt de looptijd van het Mobiliteitsfonds met een jaar verlengd tot en met 2037. Het niveau van extrapolatie is gel ijk aan het jaar 2036 in de begroting 2023 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken. Met de verlenging tot en met 2037 komt in totaal - inclusief structurele ontvangsten - een ruimte van circa € 7,7 miljard beschikbaar op het Mobiliteitsfonds. Deze ruimte wordt met voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die benodigd zijn voor de instandhouding van het huidige areaal en het opvangen van risico's en tegenvallers. Hiervoor is in 2037 alle ruimte nodig. Er resteert geen vrije investeringsruimte in 2037;
  • 3. 
    Loon- en prijsbijstelling 2023: Dit betreft de verwerking van de loon-en prijsbijstelling voor het jaar 2023. De middelen die bij de eerste suppletoire begroting 2023 voor de loon- en prijsbijstelling aan de begroting Hoofdstuk XII zijn toegevoegd, worden toebedeeld naar diverse artikelen op de begroting Hoofdstuk XII en de investerings-fondsen;
  • 4. 
    Toevoeging middelen N33 en Nedersaksenlijn: In het kader van PEGA (Parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen) is € 480 miljoen euro toegekend aan N33 en Nedersaksenlijn, hiervan wordt er tot en met 2036, € 250 miljoen gereserveerd, voor de N33 Noord inclusief oeververbinding, N33 Midden en voor de Nedersaksenl ijn;
  • 5. 
    Middelen schoon en emissieloos bouwen: Voor het programma schoon en emissieloos bouwen zijn middelen toegevoegd aan het MF. Het programma Schoon en Emmissieloos Bouwen is opgericht om in samenspraak met de bouwsector en medeoverheden te komen tot een eenduidige invulling van de maatregelen die nodig zijn om de doelen en ambities te halen die gesteld zijn met betrekking tot de reductie van stikstof, CO2 en fijnstofemissies die samen hangen met het bouwen;
  • 6. 
    Kaderaanpassing MF: als gevolg van de actualisering van de projectra-mingen is een kaderaanpassing doorgevoerd op artikel 12 en 14. Met de kaderaanpassing op artikel 12 worden de uitgavenkaders op het MF weer in balans gebracht met de programmering. Het gaat om een kaderaanpassing die over de jaren budgetneutraal is en het gevolg is van de herprioritering en actualisering van de projectramingen. Op artikel 14 is de kaderaanpassing doorgevoerd op de korte termijn woningbouw middelen. Verwachting is dat niet alle aanvragen die voor 2023 voorzien zijn ook betaald kunnen worden. Zie onderdeel 2.5 overprogrammering voor een nadere toelichting over de kaderaanpassing en de overprogrammering op het MF;

7 Omvorming ProRail: De begroting 2023 was gebaseerd op het voornemen om ProRail met ingang van 1 januari 2024 om te vormen tot een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Dit is niet langer haalbaar, omdat het wetsvoorstel nog door de Kamer behandeld moet worden en ProRail erna nog een aanlopfase nodig heeft voor de implementatie hiervan. Op dit moment wordt uitgegaan van een omvorming per 1 januari 2025. De budgettaire verwerking blijft uiteraard mede afhankelijk van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel. Deze effecten worden budgettair neutraal in de Rijksbegroting opgenomen. In de Rijksbegroting worden de inkomsten- en uitgavenramingen opgehoogd: eenmalig hogere belastinginkomsten en eenmalig hogere uitgaven op de begroting van het Ministerie van IenW. Deze bedragen zijn gel ijk aan elkaar, waardoor deze correctie budgettair neutraal uitpakt voor de Rijksbegroting;

  • 8. 
    Overboekingen HXII: Voor de uitvoering van verschillende programma's is in totaal € 116,1 miljoen overgeboekt naar Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting, de beleidsbegroting van IenW. In de artikelgewijze toelichting en verdiepingsbijlage wordt dit nader toegelicht;
  • 9. 
    Overboeking Deltafonds: voor een opdracht op het gebied van Schoon en Emmissieloos Bouwen is € 2 miljoen overgeboekt naar het Deltafonds;
  • 10. 
    Overboekingen ministeries: Dit betreft de overboekingen van en naar andere begrotingshoofdstukken binnen de Rijksbegroting

(€ 13,2 miljoen). In de artikelgewijze toelichting en verdiepingsbijlage wordt dit nader toegelicht;

  • 11. 
    Ontvangstenschuif tol: de raming van de tolontvangsten is geactualiseerd. Deze schuif op de ontvangsten is ook doorgevoerd op de uitgaven om meerjarig de kaders gel ijk te houden;
  • 12. 
    Overig: er is bij eerste suppletoire teveel nacalculatie loon- en prijsbijstelling ontvangen. Dit is gecorrigeerd.

Mutaties binnen kader MF

  • 1. 
    Toevoeging CA-middelen instandhouding: De middelen voor RWS zijn vanuit de centrale reservering instandhouding op 11.03.03 overgeboekt naar de artikelen 12 en 15;
  • 2. 
    Herprioritering aanleg voor instandhouding: Er wordt op het MF in totaal € 1,2 miljard toegevoegd aan instandhouding RWS aanvullend op de CA-middelen. Het gaat om € 573 miljoen voor VenR en € 580 miljoen BenO. Bovendien wordt er € 94 miljoen toegevoegd vanuit aanleg voor capaciteit RWS. Deze middelen worden gedekt door te herprioriteren op aanlegprojecten die worden geraakt door stikstof (€ 368 miljoen vaarwegen en € 1.131 miljoen wegen). De schuif van aanleg naar instandhouding RWS is verlaagd met een efficiëntiedoelstelling (. Deze middelen worden toegevoegd onder voorbehoud van het opstellen van nieuwe sturingsafspraken waar de doelmatigheidswinst en inlopen uitgesteld onderhoud een plek krijgen. Bovendien worden uit de herprioritering middelen gereserveerd voor capaciteit RWS, zodat de opgave op instandhouding uitvoerbaar wordt. Bij de artikelen 11, 12, 13 en 15 wordt de herprioritering nader toegelicht;
  • 3. 
    Capaciteit RWS: De capaciteit RWS is structureel gedekt op een niveau van circa 9400 fte en t/m 2030 op een niveau van oplopend 9.665 fte (zie ook agentschapsparagraaf RWS bij de begroting van HXII). Hiermee kan de maakbare opgave op instandhouding opgevangen worden binnen RWS. Een deel is gedekt uit de herprioritering (€ 94 miljoen). Het overige deel komt uit een risicoreservering op artikel 11.04 (€ 1 miljard);
  • 4. 
    Herprioritering aanleg voor aanleg: Om de risico's en tegenvallers op het aanlegprogramma op het MF van € 2.679 miljoen op te vangen - die naar verwachting deze kabinetsperiode een besluit vragen - wordt geherprioriteerd. De tekorten op aanlegprojecten worden gedekt door de gepauzeerde projecten op het aanlegprogramma wegen (€ 2.236 miljoen). Bij spoor wordt de dekking voor aanlegprojecten gevonden in de OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer (doortrekken NZ-lijn) (€ 313 miljoen). Bij vaarwegen wordt de dekking gevonden in het pauzeren van planflexibele projecten (€ 129 miljoen). Een deel van de opgave wordt binnen 11.04 gereserveerd en met die reden niet inzichtelijk in de overzichtstabel. Bij de artikelen 11, 12, 13 en 15 wordt de herprioritering nader toegelicht;
  • 5. 
    Invulling rijksbrede dekkingsopgave: Om de Rijksfinanciën te beheersen heeft het Kabinet dit voorjaar besloten tot een Rijksbrede dekkingsopgave. Het Mobiliteitsfonds draagt t/m 2036 voor een bedrag van

€ 2 miljard euro bij aan de invulling van deze Rijksbrede dekkingsopgave.

Het kabinet heeft in dit verband besloten tot een verlaging van de reservering voor het project OV Verbinding Amsterdam - Haarlemmermeer (€ 1.350 miljoen), de schuif van aanleg naar instandhouding is aangepast tot het bedrag dat nodig is voor het Basiskwaliteitsniveau RWS en daarbovenop is de beoogde doelmatigheidswinst van het BKN RWS ingezet (€ 237,4 miljoen) voor invulling van de rijksbrede opgave. De verlaging voor het project OV Verbinding Amsterdam - Haarlemmermeer komt hiermee samen met de dekking van € 313 miljoen (zoals toegelicht onder punt 4) in totaal neer op € 1.663 miljoen.

Tot slot is een deel van de extrapolatie die IenW voor het jaar 2037 ontvangt reeds ingezet (€ 400 miljoen) ter dekking. Vanaf 2037 en verder wordt € 150 miljoen structureel ingepast in de generieke investeringsruimte (11.04);

  • 6. 
    Overboeking middelen woningbouw. Deze middelen voor de ontsluiting en bereikbaarheid van de woningbouwopgaven worden overboekt van artikel 12 naar artikel 11 en 14 . Het gaat onder andere om de middelen voor de SPUK mobiliteitspakketten, SPUK bovenlandse infrastructuur en risico beheersingskosten.

2.3 Overzicht Coalitieakkoordmiddelen Rutte IV

In het Coalitieakkoord kabinet Rutte IV zijn middelen gereserveerd voor verschillende doelen van het Mobiliteitsfonds. Bij 1e suppletoire begroting 2023 is er in totaal € 10 miljard toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. Met dit wetsvoorstel wordt € 250 miljoen toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds.

Tabel 6 Overzicht Coalitieakkoordmiddelen Rutte IV

 
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Schoon en Emissieloos Bouwen

 

12.500

17.500

34.000

62.500

55.000

43.750

25.000

 
 

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

totaal

Schoon en Emissieloos Bouwen    250.250

Schoon en Emissieloos Bouwen

Het programma Schoon en Emmissieloos Bouwen is opgericht om in samenspraak met de bouwsector en medeoverheden te komen tot een eenduidige invulling van de maatregelen die nodig zijn om de doelen en ambities te halen die gesteld zijn met betrekking tot de reductie van stikstof, CO2 en fijnstofemissies die samen hangen met het bouwen.

2.4 Overzicht middelen Ontsluiting Woningbouw

In het coalitieakkoord van december 2021 is € 7,5 miljard vrijgemaakt voor de ontsluiting en het bereikbaar maken van nieuwe woningen. Hierover zijn afspraken gemaakt in het BO Leefomgeving van 2022 (kamerstuk 35925-A-76) en BO MIRT van 2022 (kamerstuk 36200-A-9). De middelen zijn toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds en worden beheerd en verantwoord vanuit het interdepartementale programma Woningbouw en Mobiliteit.

Aangezien er diverse typen investeringen voor verschillende modaliteiten worden gedaan vanuit de € 7,5 miljard zijn de middelen ondergebracht onder diverse artikelen. Daarnaast staan middelen voor apparaatskosten op Hoofdstuk XII. Deze tabel geeft een overzicht van de € 7,5 miljard. Inmiddels is loon- en prijsbijstelling toegevoegd over deze middelen. Dit wordt nader toegelicht bij de projecten in de artikelgewijze toelichting.

 

Tabel 7 Overzicht middelen Ontsluiting Woningbouw

Overzicht toegekende middelen voor ontsluiting woningbouw op MF (x € 1.000) prijspeil 2022

 

Artikel-

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

 

nummers

               

Artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

RegioExpress

11.03.01

     

80.000

       

EurregioRail

11.03.01

     

30.000

       

CID Binckhorst

11.03.01

1.000

7.000

10.000

16.000

19.000

30.000

40.000

40.000

Oeververbinding Rotterdam

11.03.01

2.000

3.000

5.000

5.000

10.000

30.000

50.000

80.000

Station Groningen Suiker

11.03.01

     

40.000

48.600

     

Ontsluiting Groot Merwede

11.01

 

5.000

5.000

5.000

10.000

10.000

100.000

125.000

Hub Den Bosch

11.02

1.000

1.000

1.000

2.000

2.000

5.000

15.000

20.000

Oude Lijn*

11.03.03

5.000

13.000

66.000

79.000

118.000

161.000

208.000

30.000

Brainport Eindhoven

11.03.01

2.000

4.000

10.000

10.000

25.000

50.000

80.000

100.000

Res. Bereikbaarheid WOMO HWN

11.03.02

1.796

1.490

1.855

     

60.000

60.000

A16 Van Brienenoordcorridor**

11.01

           

13.750

13.750

Programmabeheersing***

11.03.03

7.400

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

5.000

5.000

Overige reserveringen

11.03.03

               

Rijnbrug

11.03.03

   

40.000

         

MIRT onderzoek Westflank Groningen

11.03.03

   

2.000

3.000

10.000

30.000

30.000

7.000

HOV4 Eindhoven

11.03.03

   

2.000

30.000

30.000

30.000

40.000

 

HOV lijn Almere Pampus en/of Oosterwold

11.03.03

   

2.000

2.000

25.000

25.000

   

Artikel 12 Hoofdwegennet

Mobiliteitsmaatregelen Ring Eindhoven

12.03.03

 

46.250

3.750

         

Mobiliteitsmaatregelen Ringen MRA

12.03.03

 

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

   

Infra-Optimalisatie Ringen MRA

12.03.03

 

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

   

Infra-Optimalisatie A12 Zone - Ring Utrecht

12.03.03

 

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

   

Mobiliteitsmaatregelen Ringen MRU-UNED

12.03.03

 

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

   

Mobiliteitsmaatregelen Ringen MRDH

12.03.03

 

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

   

A7-A8 Amsterdam Hoorn**

12.03.02

               

A6 Almere Oostvaarders-Lelystad**

12.03.02

       

10.000

10.000

10.000

 

A4 N14 Burgerveen**

12.03.02

               

InnovA58 E-T**

12.03.02

         

31.500

31.500

31.500

Artikel 13 Spoorwegen

Toekomstvast Spoor Zuid Oost Ned. **

13.03.04

1.000

1.000

1.000

2.000

2.000

5.000

10.000

15.000

Spoorcapaciteit 2030**

13.03.01

20.000

50.000

80.000

110.000

110.000

110.000

80.000

25.000

Artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

                 

Woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur

14.03.04

543.000

710.000

114.000

69.000

       

Mobiliteitspakketten

14.03.05

 

341.000

275.000

66.000

35.000

15.000

30.000

93.000

Hoofdstuk XII

HXII

3.364

4.464

4.464

4.464

4.464

3.700

   

BZK apparaatskosten

BZK-

begroting

2.166

2.166

2.166

2.166

2.166

     

Vervolgreeks

Artikel-

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

Totaal

 

nummers

               

Artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

RegioExpress    11.03.01    80.000

 

Overzicht toegekende middelen voor ontsluiting woningbouw op MF (x € 1.000) prijspeil 2022

EurregioRail

11.03.01

         

30.000

CID Binckhorst

11.03.01

30.000

20.000

     

213.000

Oeververbinding Rotterdam

11.03.01

100.000

109.000

100.000

70.000

50.000    20.000

634.000

Station Groningen Suiker

11.03.01

         

88.600

Ontsluiting Groot Merwede

11.01

125.000

100.000

80.000

35.000

 

600.000

Hub Den Bosch

11.02

10.000

3.000

     

60.000

Oude Lijn1

11.03.03

         

680.000

Brainport Eindhoven

11.03.01

100.000

50.000

38.000

   

469.000

Res. Bereikbaarheid WOMO HWN

11.03.02

60.000

60.000

60.000

54.859

 

360.000

A16 Van Brienenoordcorridor2

11.01

13.750

13.750

     

55.000

Programmabeheersing3

11.03.03

5.000

       

28.900

Overige reserveringen

11.03.03

9.750

       

9.750

Rijnbrug

11.03.03

         

40.000

MIRT onderzoek Westflank Groningen

11.03.03

         

82.000

HOV4 Eindhoven

11.03.03

         

132.000

HOV lijn Almere Pampus en/of Oosterwold

11.03.03

         

54.000

Artikel 12 Hoofdwegennet

Mobiliteitsmaatregelen Ring Eindhoven

12.03.03

         

50.000

Mobiliteitsmaatregelen Ringen MRA

12.03.03

         

50.000

Infra-Optimalisatie Ringen MRA

12.03.03

         

50.000

Infra-Optimalisatie A12 Zone - Ring Utrecht

12.03.03

         

50.000

Mobiliteitsmaatregelen Ringen MRU-UNED

12.03.03

         

50.000

Mobiliteitsmaatregelen Ringen MRDH

12.03.03

         

50.000

A7-A8 Amsterdam Hoorn2

12.03.02

   

50.000

50.000

50.000

150.000

A6 Almere Oostvaarders-Lelystad2

12.03.02

         

30.000

A4 Burgerveen-N14 2

12.03.02

20.000

20.000

20.000

20.000

 

80.000

InnovA58 Eindhoven-Tilburg 2

12.03.02

31.500

       

126.000

Artikel 13 Spoorwegen

Toekomstvast Spoor Zuid Oost Ned. 2

13.03.04

15.000

15.000

8.000

   

75.000

Spoorcapaciteit 20302

13.03.01

         

585.000

Artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

             

Woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur

14.03.04

         

1.436.000

Mobiliteitspakketten

14.03.05

102.000

109.000

     

1.066.000

Hoofdstuk XII

HXII

24.920

BZK apparaatskosten

BZK-

10.830

 

begroting

 

Totaal

 

7.500.000

*** Een deel van de middelen voor risicobeheersing en onderzoek zijn overgeboekt naar HXII.

2.5 Overprogrammering

Het kabinet Rutte IV heeft een nieuw investeringsplafond geïntroduceerd voor investeringsmiddelen. Het Deltafonds en het Mobiliteitsfonds vallen onder dit plafond. Beheersing van het totaalbedrag en het behalen van concrete resultaten staan hierin centraal. De kasuitputting per jaar is minder relevant. Onder het investeringsplafond kan eenvoudig budget naar achteren in de tjd worden geschoven als er vertragingen optreden in de programmering/uitvoering, om budget en programmering weer in balans te brengen. Doordat vertragingen eenvoudig verwerkt kunnen worden, wordt de kans op niet-bestede middelen in enig jaar kleiner.

De programmering van projecten wordt doorlopend geactualiseerd op basis van de laatst beschikbare informatie. De kasramingen van de projecten in de begroting worden hier op de reguliere begrotingsmomenten op aangepast. De afgelopen jaren heeft bijvoorbeeld de stikstofproble-matiek bij meerdere projecten geleid tot (kas)vertraging. De kasramingen in de begroting zijn hier vervolgens op aangepast.

Onderuitputting ontstaat als in enig jaar alsnog (kas)vertraging in de programmering optreedt. Het instrument overprogrammering wordt ingezet om te voorkomen dat dergel ijke vertragingen direct tot onderuitputting leiden en de beschikbare budgetten voor het investeringsprogramma zo veel mogelijk tot besteding komen in de jaren waarin deze beschikbaar zijn gesteld. Hiermee wordt geanticipeerd op een voorspelbare mate van vertraging, die zich altijd voordoet. Overprogrammering houdt in dat de programmering in de eerste jaren hoger is dan het beschikbaar budget. Over de planperiode zijn beiden in evenwicht. Ook zal de komende tjd - zoals het IBO Publieke investeringen aanbeveelt -worden onderzocht hoe het gebruik van de instrumenten overprogrammering en het nieuwe investeringsplafond in de praktijk nog meer bij dragen aan realistische planningen, effectief doelbereik en transparante en heldere communicatie aan het parlement.

Overprogrammering kan alleen worden ingezet voor beheersing van reguliere ramingsonzekerheden. Onzekerheden van exogene aard, bijv. juridische ontwikkelingen of krapte op de arbeidsmarkt, kunnen hiermee niet (volledig) opgevangen worden. De hoogte van de overprogrammering wisselt van jaar op jaar binnen een bepaalde marge en hangt af van bijv. het risicobeeld van de onderliggende programmering. Over de maximale hoogte hebben IenW en het Ministerie van Financiën afspraken.

Tabel 8 Overprogrammering Mobiliteitsfonds (bedragen x € 1 miljoen)

 

Artikel

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2023-2028

2029-2037

12 Hoofdwegennet

199

207

375

96

101

303

1.281

  • - 
    1.281
  • Aanleg

142

153

210

  • 142
  • 153
  • 210

0

0

  • Planning en studies

58

53

165

237

255

514

1.281

  • 1.281

13 Spoorwegen

88

111

101

110

107

116

634

  • - 
    634
  • Aanleg

65

73

73

77

66

54

408

  • 408
  • Planning en studies

24

38

29

33

40

62

226

  • 226

15 Hoofvaarwegennet

65

80

109

198

130

87

669

  • - 
    669
  • Aanleg

59

25

29

  • 59
  • 25
  • 29

0

0

  • Planning en studies

6

55

80

257

155

116

669

  • 669

17 Megaprojecten

59

102

69

272

297

126

925

  • - 
    925
  • Aanleg

59

102

69

272

297

126

925

  • 925

Totale overprogrammering

411

500

654

676

634

632

3.509

  • - 
    3.509

Toelichting

De voorliggende begroting 2024 voor het Mobiliteitsfonds laat het volgende beeld zien:

  • Bij eerste suppletoire begroting 2023 is de programmering op het MF meerjarig geactualiseerd. Dit heeft geresulteerd in een schuif naar achteren op de programmering verdeeld over alle netwerken. Vooral op planuitwerkingsprojecten en verkenningen op het hoofdwegennet is de planning vertraagd als gevolg van stikstof. In het uitvoeringsjaar 2023 zijn vooral op aanlegprojecten kasmiddelen doorgeschoven naar lagere jaren als gevolg van een actuele planning.
  • In de voorliggende begroting is de herprioriteringsopgave en de taakstelling naar aanleiding van de Rijksbrede opgave verwerkt. De herprioritering heeft effect gehad op de programmering, aangezien een deel van de programmering alternatief is ingezet. De taakstelling heeft vooral effect gehad op de kaders, omdat er in totaal t/m 2036

€ 2 miljard uitgavenkader is ingezet voor de Rijksbrede opgave, terwijl de aangewezen dekking hiervoor vooral in latere jaren op het MF was geraamd.

  • Bovengenoemde verschuivingen hebben geleid tot het beeld dat er in het uitvoeringsjaar 2023 een kasoverschot is van € 500 miljoen. Dit wordt doorgeschoven naar latere jaren. Er resteert een overprogrammering van € 411 miljoen, waarmee kasvertragingen in de laatste maanden van het jaar opgevangen kunnen worden.

In de bovenstaande grafiek wordt het investeringsprogramma over 15 jaar weergegeven, onderverdeeld naar de MIRT-categorieën. De categorieën geïntegreerd (DBFM-contracten), planning en studies en aanleg vallen onder de budgetten voor ontwikkeling. De categorie vernieuwing valt onder de budgetten voor exploitaite, onderhoud en vernieuwing. Deze categorieën vormen het investeringsprogramma binnen het Mobiliteitsfonds. De onderliggende projecten komen middels het kas-verplichtingen-stelsel tot betaling. Het instrument overprogrammering wordt toegepast op het investeringsprogramma, omdat er sprake kan zijn van kasversnellingen en kasvertragingen als gevolg van geactualiseerde projectramingen. Op het onderhoudsprogramma vindt geen overprogrammering plaats, omdat kasversnellingen en -vertragingen hierop worden opgevangen binnen de begroting van de uitvoeringsorganisaties.

De zwarte lijn geeft het totale beschikbare budget weer en geldt als het vastgestelde budgettaire uitgavenkader onder het investeringsplafond. De grafiek laat zien dat het investeringsprogramma in de eerste jaren hoger ligt dan het beschikbare budget; er is sprake van overprogrammering. Vanaf 2031 is sprake van de omgekeerde situatie en ligt het beschikbare budget hoger dan het investeringsprogramma; er is sprake van onderprogram-mering. Het totale programma en budget over de looptijd van het fonds zijn hiermee aan elkaar gel ijk, zodat het investeringsprogramma volledig budgettair gedekt is.

2.6 Flexnorm

In de begroting 2018 is de flexnorm geïntroduceerd, waarmee het inzicht in de meerjarige hardheid van de bestuurlijke afspraken is aangescherpt. De flexnorm is een percentage dat aangeeft welk aandeel van de aanlegbud-getten (inclusief investeringsruimte) naar mening van het kabinet flexibel is om bij nieuwe planvorming te betrekken. Het betreft de ruimte binnen de begroting waar nog geen definitieve oplossing is bepaald en gekozen kan worden voor een alternatieve aanwending of oplossing. Overigens geldt ook dat waar wél bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, maar er nog geen juridische verplichtingen zijn aangegaan, de budgetten nog altijd onverminderd door de Tweede Kamer te amenderen zijn.

In onderstaande tabel is weergegeven welke budgetten in de begroting 2024 conform hierboven geschetste flexnorm flexibel zijn om bij nieuwe planvorming te betrekken. Voor nadere duiding over de generieke investeringsruimte wordt verwezen naar de toelichting in artikel 11.

 

Tabel 9 Flexnorm

Artikel onderdeel

Omschrijving

Budgetten t/m 2037 (x € 1 miljoen)

11.01

Verkenningen

4.689

11.02

Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

 

11.03

Reserveringen

12.385

11.04

Generieke investeringsruimte

6.097

Totaal

   

Als percentage van de budgetten (inclusief investeringsruimte)

19,1%

  • 3. 
    Productartikelen

3.1 Artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Met het artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte wordt invulling gegeven aan een meer flexibele planning van infrastructuur zoals toegezegd in de kabinetsreactie op IBO Flexibiliteit in infrastructurele planning (Kamerstukken II 2016-2017, 34 550 A, nr. 5).

Het artikel bevat alle (plan)flexibele budgetten die gereserveerd zijn voor het verbeteren van de bereikbaarheid en gerelateerd aan de beleidsdoel stellingen zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII, Hoofdl ijnen-notitie Mobiliteitsvisie 2050 en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De planflexibele budgetten zijn de budgetten die naar mening van het kabinet flexibel zijn om bij (nieuwe) planvorming te betrekken. Het gaat om de (beschikbare) investeringsruimte, reserveringen die worden aangehouden en om budgetten voor projecten in de verkenningsfase. Over deze budgetten zijn nog geen (definitieve) bestuurlijke afspraken gemaakt en ze zijn niet-juridisch verplicht. Door deze budgetten te plaatsen op één artikel zijn alle flexibele budgetten overzichtelijk gepresenteerd. Na besluitvorming, zoals een voorkeursbeslissing, wordt budget overgeheveld naar het desbetreffende productartikel. Het gaat om algemene reserveringen, de investeringsruimte, verkenningen naar bereikbaarheidsopgaven en reserveringen voor korte termijn mobiliteitsmaatregelen. De budgetten op artikel 11 zijn de basis voor het berekenen van de flexnorm in de uitvoerings-agenda mobiliteit.

In dit artikel staan ook de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan deze verkenningen is dat ze - indien mogelijk - modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking, maar dat een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. Dit is vastgelegd in de MIRT-werkwijze. In deze werkwijze staat het opgavengericht werken voorop. Samen met bestuurlijke partners wordt steeds bezien welke maatregel op welk schaalniveau, op de korte en op de lange termijn het meest bijdraagt aan de opgave bereikbaarheid. Zo ontstaat een mix van maatregelen die samen met andere partners over een langere periode worden uitgevoerd.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van uitvoering art.11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte (bedragen x € 1.000)

 
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

 

238.397

787.927

1.010.308

758.636

1.320.036

1.700.354

Uitgaven

 

156.165

501.419

770.361

951.187

1.027.833

1.130.609

11.01 Verkenningen

 

4.000

23.594

167.267

181.429

214.962

412.146

11.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

             

11.03 Reserveringen

 

142.183

172.915

296.480

390.838

323.408

381.586

11.03.01 Programma's

 

5.001

22.874

40.874

209.493

123.807

135.000

11.03.02 Overige reserveringen

 

126.515

145.892

114.606

142.776

129.280

155.063

11.03.03 Reserveringen Coalitieakkoord

 

10.667

4.149

141.000

38.569

70.321

91.523

11.04 Generieke investeringsruimte

 

9.982

304.910

306.614

378.920

489.463

336.877

Ontvangsten 11.09 Ontvangsten

Geschatte Budgetflexibiliteit

De budgetten zijn in 2024 niet juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2024. De verkenningen zijn bestuurlijk gebonden, de reserveringen en de risicoreserveringen binnen de generieke investeringsruimte zijn in 2024 beleidsmatig gereserveerd.

Tabel 11 Geschatte budgetflexibiliteit art. 11

2024

Juridisch verplicht

Bestuurlijk gebonden    5%

Beleidsmatig gereserveerd    95%

Nog niet ingevuld/vrj te besteden

  • C. 
    Toelichting

11.01 Verkenningen

Motivering

In dit artikel staan de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan de verkenningen nieuwe stijl is dat ze - indien mogelijk - modaliteitsneu-traal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking maar een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. De verkenningen op dit artikel dragen bij aan de bereikbaarheidsdoelstellingen uit de Hoofdl ijnennotitie Mobiliteitsvisie 2050 en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Producten

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. 
    A9 Rottepolderplein: In het kader van de herprioritering Mobiliteitsfonds is dit project gepauzeerd en zijn de middelen alternatief ingezet;
  • 2. 
    OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer: In het kader van de herprioritering is er vanuit het gereserveerde budget OV Amsterdam
  • Haarlemmermeer € 313 miljoen overgeheveld naar de opgave aanleg spoor. Tevens is een deel van de taakstelling voor € 1,35 miljard ten laste gebracht van dit project. De totale verlaging van de reservering voor dit project betreft zodoende € 1,663 miljoen;
  • 3. 
    Verkenning Oude Lijn: In het BO MIRT 2022 is de startbeslissing Oude Lijn genomen. Het budget is vanuit het Nationaal Groeifonds (11.03) overgeboekt naar Verkenning Oude Lijn (11.01);
  • 4. 
    A27 Zeewolde-Eemnes: In het kader van de herprioritering Mobiliteitsfonds is dit project gepauzeerd en zijn de middelen alternatief ingezet;
  • 5. 
    A15 Papendrecht-Gorinchem:In het kader van de herprioritering Mobiliteitsfonds is dit project gepauzeerd en zijn de middelen alternatief ingezet;
  • 6. 
    A2 Deil-Den Bosch/Vught: In het kader van de herprioritering Mobiliteitsfonds is dit project gepauzeerd en zijn de middelen alternatief ingezet;

7 A58 Breda-Tilburg: In het kader van de herprioritering Mobiliteitsfonds is dit project gepauzeerd en zijn de middelen alternatief ingezet;

  • 8. 
    N35 Wijthmen-Nijverdal: In het kader van de herprioritering Mobiliteitsfonds is dit project gepauzeerd en zijn de middelen alternatief ingezet;

De aanlegprojecten in de verkenningenfase zijn geïndexeerd naar prijspeil 2023.

 

Tabel 12 Projectoverzicht behorende bij 11.01:

Verkenningen (bedragen x € 1

miljoen)

   
 

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

Voorkeursbe slissing

 

Projecten Noordwest-Nederland

A9 Rottepolderplein

5

34

2021

1

Amsterdam Zuid 3e perron

390

372

   

OV en Wonen in en rond Utrecht

809

765

   

OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer

902

2439

 

2

Verkenning Oude Lijn

1789

0

 

3

A27 Zeewolde-Eemnes

3

23

nnb

4

Projecten Zuidwest-Nederland

A15 Papendrecht-Gorinchem

134

778

2021

5

Oeververbinding Rotterdam

Projecten Zuid-Nederland

282

268

Regio

 

A2 Deil-Den Bosch/Vught

122

891

2021

6

A58 Tilburg-Breda

24

59

2021

7

Verkenning HUB Den Bosch

Projecten Oost-Nederland

138

130

   

A50 Bankhoef-Paalgraven

78

75

nnb

 

N35 Wijthmen-Nijverdal

Totaal verkenningsprogramma

15

109

nnb

8

Begroting (MF 11.01)

4.691

5.943

   

11.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen gereserveerd voor korte termijn mobiliteitsmaatregelen. Met het programma Beter Benutten is de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan door met kleine en/of slimme maatregelen mobiliteitsvraagstukken aan te pakken. De gereserveerde middelen op dit artikel zijn nog niet specifiek toegewezen aan decentrale overheden of specifieke uitvoeringsmaatregelen. Daarmee zijn deze budgetten planfle-xibel.

Producten

Er zijn geen middelen gereserveerd voor aanvullende mobiliteitsmaatregelen na het programma Beter Benutten.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Het beperkte restbudget is overgeboekt naar Planning en Studies van artikel 12.03.02 om in te zetten voor file-aanpak.

Tabel 13 Projectoverzicht behorende bij 11.02: Korte termijn maatregelen (bedragen x € 1 miljoen)

 

Projectomschrijving

Budget huidig

Planning vorig Voorkeursbeslissing

Projecten Nationaal

   

Kortetermijnaanpak files

0

1

Totaal kortetermijnmaatregelen

0

1

Begroting (MF 11.02)

0

1

11.03 Reserveringen

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen gereserveerd voor beleidsprioriteiten of voorziene omstandigheden waarbij nog geen sprake is van een formele verkenning of gedragen uitwerking. Deze middelen zijn bestemd voor specifieke toekomstige opgaven. Dit zijn bijvoorbeeld de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma's. In deze gebiedsgerichte bereikbaarheidspro-gramma's wordt de bereikbaarheidsopgave in deze gebieden adaptief en integraal opgepakt. Daarbij wordt samengewerkt met de verschillende decentrale overheden. Wanneer duidelijk is hoe en wanneer de opgaven worden aangepakt, bijvoorbeeld met een verkenning of ander soortige (korte termijn) maatregelen worden de gereserveerde middelen overgeboekt naar het betreffende productartikel of artikelonderdeel op artikel 11.

De middelen die vanuit het Coalitieakkoord Rutte IV aan het Mobiliteitsfonds zijn toegevoegd zijn gereserveerd op artikel 11.03. Zodra tot het aangaan van verplichtingen of uitgaven wordt overgegaan, worden de middelen naar het betreffende productartikel overgeheveld. De stand van zaken rond de CA-middelen is toegelicht in onderdeel 2.3 van deze begroting.

Producten

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. 
    Reservering Westerscheldetunnel: De Kamer vraagt met de motie van het lid Van der Staaij c.s. (Kamerstuk 36 200, nr. 42) om de Westerscheldetunnel uiterlijk per 2025 tolvrij te maken voor personenauto's en motoren. Voor dekking van de gederfde tolgelden zijn middelen beschikbaar gesteld vanuit het Nationaal Groeifonds;
  • 2. 
    N33 en Nedersaksenlijn: In het kader van PEGA (Parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen) is € 480 miljoen euro toegekend aan N33 en Nedersaksenl ijn, hiervan wordt er € 250 miljoen apart gereserveerd voor de N33 Noord inclusief oeververbinding,

€ 145 miljoen voor N33 Midden en € 85 miljoen voor de Nedersaksenl ijn;

  • 3. 
    BenO infrastructuur Caribisch Nederland: Het extrapolatiejaar 2037 is toegevoegd aan de reservering en betreft ook de toebedeling van de loon-prijsbijstelling 2023;
  • 4. 
    Reservering ERTMS: Het programmabudget is verhoogd met

€ 127,2 miljoen vanuit de gereserveerde middelen voor de landelijke uitrol (11.03) ten behoeve van het beproeven en testen van ERTMS op het proefbaanvak Hanzelijn. Per abuis is bij 1e suppletoire begroting de onjuiste omvang van de reservering ERTMS opgenomen. Deze bedroeg bij eerste suppletoire begroting € 583 miljoen.

  • 5. 
    Strategisch Plan Verkeersveiligheid: Ten behoeve van de derde tranche van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid wordt € 78 miljoen beschikbaar gesteld, waardoor er € 119 miloen budget resteert;
  • 6. 
    Schoon Emissieloos Bouwen: Van de initiële € 135 miljoen is nog

€ 100 miljoen beschikbaar om de rijksdiensten Rijkswaterstaat en ProRail in staat te stellen om als aanbestedende dienst de transitie naar schoon emissieloos bouwen te faciliteren;

7 Reservering Stikstof: Dit budget is opgesplitst in twee componenten, namelijk Schoon Emissieloos Bouwen (zie hierboven) en reservering stikstof MIRT-projecten uit de vrijval van de subsidieregeling sanering varkenshouders (€ 13 miljoen);

  • 8. 
    Modaliteitspecifieke reservering: Om specifieke afwegingen binnen modaliteiten te kunnen maken is € 47 miljoen beschikbaar, evenredig verdeeld over de modaliteiten;
  • 9. 
    Ontsluiting Woningbouw: Er wordt € 41 miljoen van de Woningbouw-middelen overgeboekt van artikel 12 naar artikel 14, ten behoeve van de specifieke uitkering mobiliteitspakketten, bovenplanse infrastructuur en risicobeheersingskosten;
  • 10. 
    Reservering instandhouding: Per abuis is de stand vorig niet correct. Bij eerste suppletoire bedroeg de reservering instandhouding € 10.961 miljoen. Bij deze begroting is er € 4.379 miljoen vanuit de reservering toegevoegd aan de budgetten instandhouding van Rijkswaterstaat t/m 2030. Hierover wordt in bijlage 4 Instandhouding nader op ingegaan. Bovendien is het extrapolatiejaar toegevoegd aan de reservering in 2037

Voorzover hierboven niet toegelicht zijn de getroffen reserveringen geïndexeerd naar prijspeil 2023.

 

Tabel 14 Projectoverzicht behorende bij 11.03:

Reserveringen (bedragen x € 1

miljoen)

   
 

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

Voorkeursbe slissing

 

Projecten Noordwest-Nederland

Gebiedsprogramma Amsterdam

   

nnb

 

Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid

Projecten Zuidwest-Nederland

8

7

nnb

 

Stedeljk Openbaar Vervoer Den Haag-Rotterdam

336

313

   

Reservering Westerscheldetunnel

Reserveringen

147

   

1

N33 en Nedersaksenlijn

480

   

2

Onderhoud en Exploitatie infrastructuur Caribisch Nederland

73

64

nvt

3

Spoorgoederenvervoer

7

6

   

ERTMS

591

695

 

4

Slimme en duurzame mobiliteit

146

140

nvt

 

Schone Lucht Akkoord

 

6

nvt

 

Strategisch Plan Verkeersveiligheid

119

196

nvt

5

Klimaatneutrale netwerken

       

Pakket Zeeland

55

59

   

Schoon Emissieloos Bouwen (rjksdiensten)

174

   

6

Reservering Bereikbaarheid WoMo HWN

376

355

   

Knooppuntontwikkeling OV

Robuuste Hoofdvaarwegen

44

47

   

Goederenvervoercorridors

 

40

   

Reservering Stikstof

13

134

 

7

Modaliteitspecifieke reservering

47

22

 

8

Reservering SCM

Overige reserveringen

Reserveringen Coalitieakkoord

3

     

Projectomschrijving

Budget huidig

vorig

Planning

Voorkeursbe slissing

 

Lelylijn

5

6

   

RegioExpress

85

80

   

EurregioRail

32

30

   

Oostflank Rotterdam

672

625

   

Station Groningen Suiker

94

89

   

Brainport Eindhoven

497

469

   

Projecten Nationaal Groeifonds

       

Ontsluiting woningbouw

41

88

 

9

Reservering Instandhouding

7767

988

 

10

Totaal reserveringen

11.812

4.459

   

Begroting (MF 11.03)

11.812

4.459

   

11.04 Generieke investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel is de generieke investeringsruimte tot en met 2037 begroot. Dit betreft de investeringsruimte waarvoor nog geen bestemming is aangegeven, en ook niet specifiek is toebedeeld aan een beleidsreser-vering, (gebieds)programma, verkenning of een modaliteit.

Deze generieke investeringsruimte is onder meer beschikbaar voor het kunnen opvangen van (toekomstige) risico's en nieuwe beleidswensen onder andere op basis van de NOVI, toekomstbeelden en de IMA (Integrale Mobiliteitsanalyse). Deze investeringsruimte wordt jaarlijks gevoed door de verlenging van het fonds. Na bestuurlijke overleggen MIRT informeert het kabinet de Tweede Kamer over de voorstellen om de voor het huidig kabinet beschikbare investeringsruimte in te zetten.

De beschikbare investeringsruimte in de ontwerpbegroting 2023 bedroeg € 5,7 miljard, waarvan € 3,5 miljard gereserveerd voor risicoreserveringen. Door de aanpassingen doorgevoerd bij de 1e suppletoire begroting 2023 en de aanpassingen zoals hieronder vermeld bedraagt de omvang van de investeringsruimte in de begroting 2024 € 6,1 miljard tot en met 2037 De investeringsruimte is volledig voor risicoreserveringen en tegenvallers gereserveerd. Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer zijn de risicoreserveringen nader gespecificeerd in onderstaand meerjarig beeld.

Producten

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Invulling rijksbrede dekkingsopgave: Om de Rijksfinanciën weer te beheersen heeft het Kabinet dit voorjaar besloten tot een Rijksbrede dekkingsopgave. Het Mobiliteitsfonds draagt t/m 2036 voor een bedrag van € 2 miljard euro bij aan de invulling van deze Rijksbrede dekkingsopgave. Er is besloten tot een verlaging van de reservering voor het project OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer (doortrekken NZ-lijn) (€ 1.350 miljoen), de schuif van aanleg naar instandhouding is aangepast tot het bedrag dat nodig is voor het Basiskwaliteitsniveau RWS en daarbovenop is de beoogde doelmatigheidswinst van het BKN RWS ingezet (€ 237,4 miljoen) voor invulling van de rijksbrede opgave. Tot slot is een deel van de extrapolatie die IenW voor het jaar 2037 ontvangt reeds ingezet (€ 400 miljoen) ter dekking. Vanaf 2037 en verder wordt € 150 miljoen structureel ingepast in de generieke investeringsruimte (11.04);
  • Herprioritering aanleg voor aanleg: Om de risico's en tegenvallers op het aanlegprogramma op het MF van € 2.679 miljoen op te vangen - die naar verwachting deze kabinetsperiode een besluit vragen - wordt geherprioriteerd. De tekorten op aanlegprojecten worden gedekt door de gepauzeerde projecten op het aanlegprogramma wegen (€ 2.236 miljoen). Bij spoor wordt de dekking voor aanlegprojecten gevonden in de OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer (doortrekken NZ-lijn) (€ 313 miljoen). Bij vaarwegen wordt de dekking gevonden in het pauzeren van planflexibele projecten (€ 129 miljoen). Een deel van de opgave van € 2,7 miljard wordt binnen 11.04 gereserveerd in een risicoreservering;
  • De loon- en prijsbijstelling is toegevoegd aan 11.04 en verdeeld over de verschillende projecten en reserveringen op het MF;
  • Voor excessieve prijsstijgingen op een aantal projecten zijn middelen uit 11.04 toegevoegd aan de projecten. Het gaat om een tekort op 13.04 Infraspeed (€ 102,1 miljoen), diverse DBFM-projecten (€ 108 miljoen), A24 Blankenburgverbinding (€ 18 miljoen), A16 Rotterdam (€ 6 miljoen), A7 Zuidelijke Ringweg Groningen (€ 6 miljoen);
  • Voor de vervroegde terugsluis naar de sector voor de verduurzaming van de vervoersector (vrachtwagenheffing) is € 110 miljoen overgeboekt naar Hoofdstuk XII;
  • De minregel voor vrachtwagenheffing is met € 300 miljoen toegenomen tot € 700 miljoen om de verplichtingen op de contracten in de exploi-tatiefase vast te leggen begin 2024. Zodra de vrachtwagenheffing binnenkomt, zullen deze middelen gecompenseerd worden.
 

Tabel 15 11.04 Generieke investeringsruimte (bedragen x € 1.000)

 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Vrije investeringsruimte

Risicoreserveringen

9.982

304.910

306.614

378.920

489.463

336.877

1.020.433

708.406

Voorfinanciering vrachtwagenheffing

             
  • 175.000

Totaal

9.982

304.910

306.614

378.920

489.463

336.877

1.020.433

533.406

 

Tabel 16 (vervolg) 11.04 Generieke investeringsruimte (bedragen x € 1.000)

 

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2023-2037

Vrije investeringsruimte

             

0

Risicoreserveringen

592.401

413.839

166.010

123.441

584.667

337.557

1.023.057

6.796.577

Voorfinanciering vrachtwagenheffing

  • 175.000
  • 175.000
  • 175.000
       
  • 700.000

Totaal

417.401

238.839

  • 8.990

123.441

584.667

337.557

1.023.057

6.096.577

3.2 Artikel 12 Hoofdwegennet

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van het hoofdwegennet verantwoord. Dit betreft de onderdelen exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling, geïntegreerde contractvormen/PPS, en netwerkgebonden kosten. Deze producten zijn gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten zoals beschreven in beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid op de beleidsbegroting Hoofdstuk XII.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering

Tabel 17 Budgettaire gevolgen van uitvoering art.12 Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)

 
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

3.335.960

5.950.327

3.243.900

3.686.436

2.706.721

2.822.436

2.957.985

Uitgaven

3.176.794

3.203.874

3.800.162

4.202.936

3.936.385

4.161.896

3.819.097

12.01 Exploitatie

9.298

4.135

4.401

4.600

9.335

9.945

9.182

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

9.298

4.135

4.401

4.600

9.335

9.945

9.182

12.02 Onderhoud en vernieuwing

1.188.303

1.013.466

1.213.841

1.269.508

1.162.537

1.456.144

1.523.111

12.02.01 Onderhoud

1.021.510

774.855

904.696

941.286

884.439

869.955

882.986

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

1.021.510

774.855

904.696

941.286

884.439

869.955

882.986

12.02.04 Vernieuwing

166.793

238.611

309.145

328.222

278.098

586.189

640.125

12.03 Ontwikkeling

594.319

588.745

767.944

1.107.326

836.603

755.741

600.903

12.03.01 Aanleg

414.178

410.353

425.481

711.282

569.444

487.837

322.087

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

25.075

22.591

2.878

2.151

2.043

   

12.03.02 Planning en studies

180.141

157.275

210.343

286.811

168.883

180.489

203.436

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

45.774

19.130

19.013

18.623

12.746

10.601

10.601

12.03.03 Optimalisering gebruik

 

21.117

132.120

109.233

98.276

87.415

75.380

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

540.204

790.364

1.086.142

1.077.284

1.052.899

1.065.731

832.597

12.06 Netwerkgebonden kosten HWN

844.670

807.164

727.834

744.218

875.011

874.335

853.304

12.06.01 Apparaatskosten RWS

584.178

629.234

619.325

632.047

631.600

625.210

626.385

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

584.178

629.234

619.325

632.047

631.600

625.210

626.385

12.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

260.492

177.930

108.509

112.171

243.411

249.125

226.919

  • - 
    Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

251.992

169.430

108.509

112.171

243.411

249.125

226.919

Ontvangsten

21.433

144.672

52.885

119.401

121.801

123.154

111.247

12.09 Ontvangsten

21.433

144.672

52.885

119.401

121.801

123.154

111.247

12.09.01 Ontvangsten

21.433

144.672

11.336

6.930

6.445

14.906

10.241

12.09.02 Tolopgave

   

41.549

112.471

115.356

108.248

101.006

Budgetflexibiliteit

Tabel 18 Geschatte budgetflexibiliteit art. 12

2024

Juridisch verplicht    94%

Bestuurlijk gebonden    6%

Beleidsmatig gereserveerd Nog niet ingevuld/vrj te besteden

Toelichting

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2024 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2024. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.

  • C. 
    Toelichting

12.01 Exploitatie

Motivering

Met exploitatie streeft IenW naar een veilig en optimaal gebruik van de beschikbare weginfrastructuur en het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur op de meest duurzame manier en met oog voor de leefomgeving. Daarmee worden de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid in Nederland bevorderd.

Producten

De uitgaven voor de exploitatie hebben betrekking op het verzamelen en verspreiden van verkeersdata en op besturingssoftware voor informatiepanelen en andere apparatuur. Samen met de weginspecteurs van Rijkswaterstaat (RWS) resulteert dit in:

  • Verkeersbegeleiding bij grote drukte, inclusief grootschalige evenementen en crisissituaties zoals bij een weeralarm;
  • Hulpverlening, bevorderen doorstroming en informatievoorziening bij pech en ongevallen (incidentmanagement);
  • Maatregelen ter bevordering van gedisciplineerd en sociaal weggedrag, bijvoorbeeld ter voorkoming van het negeren van rode kruizen en vlucht- strookparkeren;
  • Voorlichting over rijkswegen, zoals voorlichting over de gevolgen van wegwerkzaamheden.

De meeste van deze maatregelen worden ingezet vanuit zes regionale verkeerscentrales en een landel ijke verkeerscentrale. Hierbij wordt het rijkswegennet in samenhang met het regionale wegennet beschouwd door toepassing van gebiedsgericht verkeersmanagement waarbij wordt ingezet op regionale samenwerking.

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden bekostigd uit het budget voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer exploitatie, onderhoud en vernieuwing is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 «Instandhouding» bij deze begroting.

Meetbare gegevens

 

Tabel 19 Specificatie bedieningsareaal

m.b.t. exploitatie

   

Areaalomschrijving

Eenheid

Realisatie 2022 Prognose 2023

Prognose 2024

Verkeerssignalering

km op rijbaan

2.931    2.931

2.943

Verkeerscentrales

aantal

6 6

6

Spitsstroken

km

308    293

286

Toelichting

De lengte van de verkeerssignalering neemt in 2024 toe als gevolg van de openstelling van de A24 Blankenburgverbinding.

De lengte spitsstroken zal in 2024 afnemen doordat de spitsstrook op de A15 gesloten zal worden wanneer de A24 Blankenburgverbinding opengesteld wordt.

 

Tabel 20 Indicator exploitatie

 

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Streefwaarde 2023

Streefwaarde 2024

Levering verkeersgegevens: op alle bemeten wegvakken wordt betrouwbare reis en routeinformatie ingewonnen en tijdig geleverd aan de serviceproviders

  • 1. 
    beschikbaarheid data voor derden: % van de RWS-meetlocaties dat goed functioneert

94%

93%

90%

90%

  • 2. 
    actualiteit data voor derden: % van de gegevens van een meetminuut, dat binnen 75 sec. daarna door RWS wordt geleverd aan NDW

96%

100%

95%

95%

Toelichting

Deze indicator geeft aan in welke mate RWS intensiteit- en snelheidsge-gevens van de meetlocaties beschikbaar heeft en ze tjdig doorgeeft aan het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW).

De indicator kent twee aspecten, namelijk:

  • De mate van beschikbaarheid van de RWS meetlocaties (aantal x tijd);
  • De mate waarin meetgegevens tijdig (binnen 75 seconden) verstuurd zijn naar de NDW.
  • De percentages worden berekend ten opzichte van de totalen.

12.02 Onderhoud en vernieuwing

Motivering

Door middel van onderhoud en vernieuwing worden het hoofdwegennet en de directe omgeving op orde gehouden, zodat het vervullen van de primaire functie gewaarborgd is: het faciliteren van veilig, vlot en comfortabel vervoer van personen en goederen met aandacht voor de kwaliteit van het milieu. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen regulier onderhoud enerzijds en vernieuwingen anderzijds.

Producten

Het regulier onderhoud van hoofdwegen omvat maatregelen aan verhar dingen, kunstwerken (zoals bruggen, tunnels en viaducten), verkeersvoor-zieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement (zoals signalering en verkeerscentrales).

In bijlage 4 Instandhouding van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verant woordelijkheid van lenW vallen.

Maatregelen

Toevoeging Coalitieakkoord middelen instandhouding

In het Coalitieakkoord zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de Rijksinfrastructuur. De komende jaren groeit de extra bijdrage stapsgewijs toe naar jaarl ijks € 1,125 miljard extra vanaf 2026 en structureel € 1,25 miljard extra vanaf 2038 voor de instandhouding van onze wegen, spoor, bruggen, viaducten en vaarwegen, ook met het oog op de verkeersveiligheid. De extra middelen uit het Coalitieakkoord voor de jaren 2026-2030 zijn bij deze begroting verdeeld over de netwerken van RWS op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds om de programmering van exploitatie en onderhoud in deze jaren op te hogen. Voor het Hoofdwegennet betekent dit in de periode 2026 tot en met 2030 een ophoging voor de vernieuwing met € 104 miljoen per jaar en voor onderhoud in totaal € 2,1 miljard.

In de Kamerbrief Vooruitblik MIRT 2023 van 17 maart 2023 (Kamerstuk 36 200 A, nr. 65) is aangegeven dat de instandhouding van onze netwerken thans de hoogste prioriteit heeft. De netwerken vormen het fundament voor een bereikbaar Nederland. Zonder onze goed functionerende netwerken ligt het land immers stil. Nu een deel van de aanleg door stikstof voorlopig stil ligt, wordt het in stand houden van infrastructuur nog belangrijken Specifiek voor het hoofdwegen- en hoofdvaarwegennet maken we in deze kabinetsperiode een beweging van aanleg naar instandhouding. Concreet is de inzet om voor deze netwerken de komende jaren financiële middelen en personele capaciteit van aanleg naar instandhouding te schuiven. Dat geld komt bovenop de extra middelen voor instandhouding uit het Coalitieakkoord.

Toevoeging middelen herprioritering

Aanvullend op de middelen vanuit het Coalitieakkoord zijn vanuit de herpri-otering middelen toegevoegd aan instandhouding RWS. Voor het Hoofdwegennet gaat het om € 774 miljoen.

Met deze middelen kunnen we werken aan de grootste onderhoudsopgave van onze infrastructuur ooit. Het streven is een groei van het productievolume te realiseren van € 2 miljard naar € 3 miljard per jaar voor de instandhouding van de RWS-netwerken, waarvan € 0,8 miljard per jaar voor vervanging en renovatie van infrastructuur. Dit is toegelicht in de Kamerbrief Basiskwaliteitsniveau RWS-netwerken van 17 maart (Kamerstuk 29 385, nr. 119).

Programma brandwerendheid tunnels

In de begroting 2023 is een nieuw programma op artikel 12.02 geplaatst, het programma Brandwerendheid tunnels. Dit programma richt zich op het aantoonbaar laten voldoen van wegtunnels aan de wettelijke normen voor brandwerendheid. Het gaat daarbij om de wegtunnels opgeleverd in de periode 2000 - 2017. Op 24 december 2021 is de Kamer geïnformeerd (Kamerstuk 29 296, nr. 41) dat uit nader onderzoek is gebleken dat het op grote schaal aanbrengen van hittewerende bekleding in landtunnels mogelijk achterwege kan worden gelaten of slechts in beperkte mate hoeft te worden aangebracht. Momenteel wordt dit door RWS onderzocht. Tunnels onder water zijn niet meegenomen in het onderzoek. Bij tunnels onder water kan de mogelijke gevolgschade van een brand namelijk zeer omvangrijk zijn en wordt om deze reden vastgehouden aan herstel met hittewerende bekleding. Dit vanwege de bereikbaarheid van een regio en de hoge kosten bij herstel van de tunnel. De eerste tunnel die wordt opgepakt is de 2e Coentunnel, de werkzaamheden zijn voorzien in de periode 2024-2026. Voornaamste reden dat de werkzaamheden niet in 2023 starten is dat de voorbereiding meer tijd kost dan was voorzien.

12.02.01 Onderhoud

IenW zet in op een optimale veiligheid, beschikbaarheid en betrouw baarheid van het hoofdwegennet over de hele levenscyclus van de infrastructuur. Die omhelst wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrixborden, verkeerscentrales en verkeersvoorzieningen. Daarbij gelden de eisen ten aanzien van het landschap en het milieu rond de rijkswegen als randvoorwaarden. Onderhoud betreft zowel het preventief als het correctief onderhoud.

De uitgaven voor het onderhoud bestaan hoofdzakelijk uit:

  • Uitgaven voor onderhoud van verhardingen waaronder het herstel van vorstschade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan;
  • Uitgaven voor onderhoud van kunstwerken;
  • Uitgaven voor onderhoud aan (Dynamisch Verkeersmanagement) DVM-systemen zoals matrixborden, informatiepanelen en verkeerscentrales;
  • Klein variabel en vast onderhoud aan verkeersvoorzieningen, zoals onderhoud aan bermen, geleiderail, bewegwijzering, geluidsschermen en verlichting;
  • Uitgaven voor geluidmaatregelen (landschap en milieu) als gevolg van naleving van geluidproductieplafonds voor zover geen onderdeel van een aanlegproject.

Meetbare gegevens

Figuur 5

ONDERHOUD HOOFDWEGENNET

Landschap &    Bodems HWN

 

Tabel 21 Areaal Rijkswegen1

   

Eenheid

Realisatie 2022

Prognose 2023

Prognose 2024

Rjbaanlengte

Hoofdrijbaan

km

5.846

5.844

5.849

Rjbaanlengte

Verbindingswegen en open afritten

km

1.612

1.612

1.619

Areaal asfalt

Hoofdrijbaan

km2

77,3

77,3

77,4

Areaal asfalt

Verbindingswegen en open afritten

km2

14,4

14,4

14,4

Groen areaal

 

km2

184

184

184

1 Bron: Rijkswaterstaat 2023

Toelichting

In 2024 is enerzijds een toename van de rjbaanlengte en oppervlakte asfalt voorzien als gevolg van de aanleg van de A24 Blankenburgverbinding, en anderzijds een afname als gevolg van de overdracht van het laatste deel van de N18 Varsseveld - Enschede naar de provincie.

 

Tabel 22 Omvang areaal1

     

Areaal

Eenheid

Omvang 2024

Budget (x € 1.000) 2024

Oppervlakte wegdek Wegen    (Exclusief

km2

91,8

904.696

verzorgingsbanen)

     

1 Bron: Rijkswaterstaat 2023

Toelichting

In deze tabel wordt het totale areaal exclusief verzorgingsbanen weergegeven. In 2024 betreft dit in totaal 91,8 km2.

Tabel 23 Indicatoren onderhoud

 
 

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Streefwaarde 2023

Streefwaarde 2024

Files door Werk in Uitvoering, als gevolg van aanleg en gepland onderhoud (1):

6,5%

2,8%

10,0%

10,0%

Technische Beschikbaarheid:

deel van lengte en tijd (%) dat de weg veilig beschikbaar is, zonder dat rij- of vluchtstroken zijn afgesloten als gevolg van aanleg of geplande onderhoudswerkzaamheden

98,5%

98,2%

90,0%

90,0%

Veiligheid (2):

  • a. 
    voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming)

99,80%

99,70%

99,70%

99,70%

  • b. 
    voldoen aan norm gladheidbestrjding (binnen 2 uur preventief strooien).

99%1

99%

95%

95%

1 Voor de prestatieindicator 'Veiligheid - Voldoen aan norm gladheidsbestrijding' is over 2020 geen kwantitatieve score opgenomen, omdat er over het najaar van 2020 geen eenduidige prestatiecijfers beschikbaar zijn. Kwalitatief is de indruk echter dat ook in de tweede helft van het jaar de norm is gehaald, aangezien in deze periode de tijdigheid van de strooiacties vergelijkbaar is geweest met die in andere jaren. In het eerste half jaar van 2020 was een prestatie van 97% gerealiseerd.

  • 1. 
    Files door Werk in Uitvoering, als gevolg van aanleg en gepland onderhoud (1): Deze indicator betreft de verhouding 'Files door aanleg, beheer en onderhoud' ten opzichte van 'Alle files'. Hierbij worden alleen files meegeteld die een snelheid hebben lager dan 50 km/uur en een lengte van minstens 2 km. De overige vertragingen, namelijk die met een snelheid tussen 50 en 100 km/uur en/of over korte lengte, worden niet benoemd als files, maar als congestie.
  • 2. 
    Veiligheid (2): De indicator kent twee aspecten, namelijk: (a) Het voldoen aan de veiligheidsnormen: dit wordt gemonitord aan de hand van de schadekenmerken stroefheid en spoorvorming en (b) Het tijdig bestrijden van wintergladheid: dit wordt gemonitord aan de hand van de situaties waarin tjdig preventief dient te worden gestrooid.

12.02.04 Vernieuwing

Op dit artikel staan de beschikbare budgetten voor vervanging en renovatie van het hoofdwegennet. Sinds medio vorige eeuw is in hoog tempo een groot deel van de infrastructuur aangelegd. Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdwegennet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Op basis van onderzoek wordt jaarlijks een analyse gemaakt voor welke kunstwerken vervanging of renovatie aan de orde is. RWS bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtpe-riode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar, maar wordt de invulling van het programma op een later moment concreet. De werkwijze staat verder toegelicht in bijlage 4 «Instandhouding». In het MIRT-projectenover-zicht worden onderliggende projecten inzichtelijk gemaakt.

12.03 Ontwikkeling

Om een betrouwbaar netwerk te realiseren en de verwachte verkeersgroei te faciliteren, worden infrastructuurprojecten voorbereid en uitgevoerd.

Zo wordt bereikt dat de noodzakel ijke wegcapaciteit beschikbaar is en komt. Daarbij wordt rekening gehouden met de kaders van veiligheid en leefbaarheid.

Een schuif naar instandhouding en binnen aanleg Door stikstofproblematiek liggen meerdere (weg)projecten stil. Tegelijk kampt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met steeds meer excessieve prijsstijgingen en tegenvallers op aanleg. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat focust op wat wél kan en zet haar financiële middelen en capaciteit zo in dat de bereikbaarheid en veiligheid daar het meeste van profiteren. Dit betekent inzet op het in stand houden van de infrastructuur en met name aanlegprojecten die reeds in realisatie zijn.

Dit samen betekent een financiële schuif, waarbij gereserveerde budgetten van (weg)projecten grotendeels anders worden ingezet. Voor het hoofdwegennet heeft dit een omvang van € 3,4 miljard, waarvan € 1,1 miljard naar instandhouding.4

Maatregelen

Verkeersveiligheid hoofdwegennet

Er wordt op verschillende manieren gewerkt aan het verder verbeteren van de verkeersveiligheid op het hoofdwegennet. De infrastructuur wordt veiliger gemaakt door bijvoorbeeld het verwijderen van obstakels uit de berm of het aanpassen van kruispunten. Dit betreffen maatregelen op zowel A- als N-wegen in beheer van het Rijk. Hieronder wordt voor de verschillende onderdelen een stand van zaken gegeven.

  • 1. 
    Coalitieakkoord middelen Verkeersveiligheid Rijks-N-wegen Er is vanuit het Coalitieakkoord voor de jaren 2023-2026 in totaal

€ 200 miljoen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op Rijks-N-wegen. Op 28 juni 2022 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de aanpak (Kamerstukken 29398, nr. 1014). Bij de prioritering is gebruik gemaakt van de inzichten uit de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) (Kamerstuk 31 305, N328) en het onderzoek van Arcadis naar fysieke rijrich-tingscheiding op enkelbaans Rijks-N-wegen (bijlage bij Kamerstuk 29398, nr. 970). De prioritering heeft geleid tot een verdeling van de middelen in twee tranches. In tranche 1 is geprioriteerd op een snelle uitvoerbaarheid van maatregelen, wordt gewerkt aan het verder verbeteren van de bermvei-ligheid en worden specifieke knelpunten aangepakt, zoals gevaarl ijke kruispunten. Hiervoor is € 24,2 miljoen beschikbaar. De uitvoering van de eerste maatregelen in tranche 1 start volgens planning in het najaar 2023. In tranche 2 is gekozen voor een grootschalige en integrale aanpak van een beperkt aantal trajecten. Het uitgangspunt in tranche 2 is het aanbrengen van fysieke rijbaanscheiding op de N36 en de N50 tussen Kampen en Ramspol. Daarnaast is nader onderzoek gedaan naar maatregelen op de N44, N14, N59 en N915. Voor de zomer 2023 is het plan van aanpak voor de N36 en N50 en de uitwerking van het maatregelenpakket voor de N44, N14, N59 en N915 afgerond en is de Kamer hierover geïnformeerd4. De komende periode worden deze plannen verder uitgewerkt.Voor de maatregelen in tranche 2 is € 170,5 miljoen beschikbaar. Daarnaast is € 5,3 miljoen gereserveerd voor programmamiddelen.

  • 2. 
    Programma Veilige Bermen (valt onder Programma Meer Veilig)

Het programma Veilige Bermen richt zich volledig op het veiliger maken van de bermen langs autosnelwegen door obstakels in de berm te verwijderen, verplaatsen of af te schermen. Dit met als doel om het relatief grote aantal eenzijdige ongevallen met ernstige afloop als gevolg van een botsing met een obstakel in de berm terug te dringen. Voor de uitvoering van het programma is € 40 miljoen gereserveerd. Het programma is in uitvoering.

Daarnaast is € 25 miljoen beschikbaar voor het veiliger maken van de bermen van N-wegen in beheer van het Rijk. De Tweede Kamer is op 23 april 2018 geïnformeerd over de inzet van deze middelen (Kamerstukken 34775- A nr. 64). Deze middelen zijn toegevoegd aan het Meer Veilig programma. Het budget wordt ingezet voor maatregelen op de N7, N14, N31, N33, N35, N36 en N48. Ook dit programma is inmiddels in uitvoering.

  • 3. 
    Programma Meer Veilig

In het kader van Programma Meer Veilig worden maatregelen gerealiseerd voor de drie programma's Meer Veilig 3, Veilige Bermen Rijkswegen en aanpak veiligheid Rijks-N-wegen. In het programma Meer Veilig 3 wordt gewerkt aan het realiseren van kosteneffectieve maatregelen, waarmee locaties met een relatief hoog veiligheidsrisico worden aangepakt. Concrete voorbeelden van maatregelen zijn het aanleggen van een rotonde, het plaatsen van geleiderail of het aanpassen van invoegers, uitvoegers en de bel ijning. Van de derde tranche van het servicepakket Meer Veilig zijn van de 62 maatregelen 54 maatregelen gerealiseerd.

12.03.01 Aanleg

Mijpalen Aanlegprojecten

In 2024 wil IenW de volgende mijlpalen realiseren.

 

Tabel 24 Mijlpalen Aanlegprojecten

Mijlpaal

Project

Openstelling

A24 Blankenburgverbinding

Rijnlandroute

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. 
    N57/59 EuroRAP verkeersveiligheid: projectbudget toegenomen met € 3 miljoen t.b.v. de aansluiting N57/N59 bij Serooskerke;
  • 2. 
    Kleine projecten / afronding projecten: projectbudget is toegenomen met € 8 miljoen als gevolg van loon- en prijsbijstelling 2023 (€ 4 miljoen) en extra budget voor Schoon en Emissieloos bouwen (€ 14 miljoen);
  • 3. 
    A7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2: projectbudget toegenomen met € 31 miljoen als gevolg van loon- en prijsbijstelling 2023

(€ 12 miljoen), prijsstijging materialen (€ 6 miljoen) en meerkosten bevingsbesteding (€ 13 miljoen);

  • 4. 
    Amstel (Zuidas): projectbudget toegenomen met € 78 miljoen als gevolg van loon- en prijsbijstelling 2023 (€ 28 miljoen) en Vervanging Rozen-oordbrug (€ 60 miljoen) en een correctie voor een dubbeltelling (€ 10 miljoen);
  • 5. 
    A2 Vonderen-Kerensheide: projectbudget toegenomen met € 7 miljoen als gevolg van loon- en prijsbijstelling 2023 (€ 15 miljoen) en correctie op een eerdere mutatie inzake prijsstijgingen (- € 9 miljoen);
  • 6. 
    Reservering A2 Vonderen-Kerensheide: projectbudget afgenomen met € 63 miljoen als gevolg van toevoeging loon- en prijsbijstelling 2023

(€ 5 miljoen) en € 68 miljoen afname doordat uit de gunning is gebleken dat het tekort minder hoog is dan verwacht waardoor minder reservering nodig is.

De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van loon- en prijsbijstelling 2023.

Tabel 25 Projectoverzicht behorende bij 12.03.01: Aanleg Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

 
 

Projectbudget

     

Kasbudget

     

Openstelling

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2022

2023

2024

2025    2026

2027

2028

later

huidig

vorig

 

Projecten Zuidwest-Nederland

                       

A15 Papendrecht-Sliedrecht

22

22

18

2

2

     

-

2021

2021

 

A4/A44 Rijnlandroute

559

550

369

9

92

60    29

   

-

Regio

Regio

 

A4 Burgerveen - Leiden

541

541

541

         

-

2015

2015

 

A4 Delft - Schiedam

642

642

642

         

-

2015

2015

 

A4 Vlietland / N14

16

16

16

         

-

2020

2020

 

N57/59 EuroRAP (verkeersveiligheid)

21

18

6

12

 

3

   

-

n.t.b.

n.t.b.

1

N61 Hoek-Schoondijke

Projecten Nationaal

111

111

111

         

-

2015

2015

 

Kleine projecten / Afronding projecten

96

78

5

29

20

5    11

5

11

10

   

2

Programma 130 km

55

55

52

 

1

2

   

-

     

Programma aansluitingen

132

132

122

5

5

     

-

     

Quick Wins Wegen

12

12

12

         

-

     

ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding)

1.478

1.477

1.476

1

1

     

-

2016

2016

 

Projecten Noord-Nederland

                       

A7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2

899

868

620

122

99

52    6

   

-

2025

2025

3

N31 Leeuwarden (De Haak)

222

221

220

2

       

-

2014

2014

 

Projecten Noordwest-Nederland

                       

A10 Amsterdam praktijk-proef FES

A10 Knooppunten De

41

41

38

   

3

   

-

2018

2018

 

Nieuwe Meer en

730

652

63

19

34

58    34

34

27

4612032-20362032-2036

4

Amstel (Zuidas)

                       

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere

1.211

1.199

946

36

36

35

83

75

  • 2027

2027

A1 BunschotenKnooppunt

Hoevelaken

19

19

19

         
  • 2015

2015

A1/A28 Knooppunt Hoevelaken

               

-

 

A2 Holendrecht-Oudenrjn

1.209

1.209

1.209

         
  • 2012

2012

A9 Badhoevedorp

307

306

285

22

       
  • 2017

2017

N50 Ens-Emmeloord

19

19

19

         
  • 2016

2016

Projecten Oost-Nederland

                   

A12-A15 Ressen -

Oudenbroeken

(ViA15)

679

656

170

9

10

459

19

7

5    -    n.t.b.

n.t.b.

A1 Apeldoorn-Azelo: fase 1 en 2a

489

478

257

67

112

51

3

 
  • 12023-2022023-2025

A1 Apeldoorn Zuid-Beekbergen

29

29

29

         
  • 2017

2017

A50 Ewjk - Valburg

269

269

269

         
  • 2017

2017

N35

Combiplan Nijverdal

319

319

317

1

1

     
  • 2015

2015

N35 Wijthmen - Nijverdal

24

23

3

4

4

7

6

 
  • 2018

2018

 

Projectbudget

     

Kasbudget

     

Openstelling

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

later

huidig    vorig

 

N35 Zwolle - Wijthmen

50

50

49

1

         

-

2018 2018

 

Projecten Zuid-Nederland

                       

A2 Passage Maastricht

686

686

679

1

         

6

2016 2016

 

A4 Dinteloord-Bergen op Zoom

260

260

260

           

-

2014    2014

 

A76 Aansluiting Nuth

61

61

59

 

2

       

-

Regio Regio

 

A2 Vonderen-Kerensheide

348

341

29

25

20

37

80

119

38

-2025-2027^025-2027

5

Reservering A2

Het Vonderen-Kerensheide

46

109

   

2

 

9

16

20

   

6

Projecten Overig

Fileaanpak

61

61

58

2

1

             

Meer kwaliteit leefomgeving

157

157

150

1

2

2

2

   

-

   

Meer veilig

115

114

95

20

         

-

   

Afrondingen

     

1

  • 1
  • 1
  • 1
 

1

     

Totaal uitvoeringsprogramma

11.935

11.801

9.213

391

443

773

281

256

102

476

   

Aanleg uitgaven op

MF 12.03.01 mbt Planning en studies

     

161

135

148

146

79

10

     

Programma Aanleg

     

552

578

921

427

335

112

476

   

Budget Aanleg (MF 12.03.01)

     

410

425

711

569

488

322

     

Overprogrammering

(-)

     
  • - 
    142
  • - 
    153
  • - 
    210

142

153

210

     

12.03.02 Planning en studies

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. 
    Schuif van aanleg naar instandhouding en binnen aanleg: In het kader van de herprioritering Mobiliteitsfonds is dit project gepauzeerd en zijn de middelen alternatief ingezet. Het betreft naast verkenningen (zie artikel 11.01) de volgende planstudies: A1/A28 Knooppunt Hoevelaken, A4 Haaglanden - N14, Rijksbijdrage NRW Utrecht, InnovA58 traject: Annabosch - Galder, Innovaties InnovA58 (dit is geen MIRT-project, maar een reservering voor het project InnovA58 waaruit ook middelen worden geschoven), A67 Leenderheide - Geldrop, A1/A30 Barneveld en A1/A35 Knooppunt Azelo - Buren;
  • 2. 
    Exploitatie tol: dit betreft de kosten voor de exploitatie van de tolheffing op de A24 Blankenburgverbinding en de A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15). Voor verdere toelichting wordt verwezen naar bijlage 7 Tol;
  • 3. 
    Reservering Life Cycle Costs (LCC): de toename van het bedrag wordt verklaard door het toepassen van de jaarlijkse extrapolatie en prijsin-dexering;
  • 4. 
    Exploitatie vrachtwagenheffing: dit betreft een ophoging van

€300 miljoen ten behoeve van de exploitatiefase van de vrachtwagenheffing in de periode 2026-2032, waarvoor in 2024 een aantal taakpak-etten worden aanbesteed en gegund;

  • 5. 
    Impuls Strategisch Plan verkeersveiligheid (SPV): dit betreft een ophoging van € 79 miljoen ten behoeve van de derde tranche van de Impuls vanuit de reservering SPV op artikel 11.03. In totaal is in 2024 en 2025 € 150 miljoen beschikbaar, waarvan € 50 miljoen voor vernieuwende maatregelen verkeersveiligheid;
  • 6. 
    Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen: de toename van het bedrag wordt, naast de jaarlijkse extrapolatie en prijsin-dexering, verklaard door de overheveling van resterende NSL-middelen die gereserveerd stonden voor stikstofaanpak (€ 17 miljoen). Daarnaast is het studiebudget Verkenningen en MIRT onderzoeken (€ - 8 miljoen) vanuit dit budget aangevuld.

De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van loon- en prijsbijstelling 2023.

 

Tabel 26 Projectoverzicht behorende bij 12.03.02: Planning

en Studies Hoofdwegennet (bedragen x € 1

miljoen)

 

Projectbudget

 

Planning

   

Projectomschrijving

huidig

vorig

TB

Openstelling

 

Aanleg uitgaven op MF 12.03.01 mbt Planning en studies -projecten

  • 1.219
  • 1.336

nvt

nvt

1

Projecten Nationaal

         

Beter Benutten

96

95

nvt

nvt

 

Geluidsaneringprogramma - weg

550

531

nvt

nvt

 

Kosten voorbereiding tol

114

109

nvt

nvt

 

Exploitatie tol

471

     

2

Lucht - weg (NSL hoofdwegennet)

2

2

nvt

nvt

 

Reservering voor LCC

425

361

nvt

nvt

3

Snelfietsroutes

2

2

nvt

nvt

 

Reservering Blankenburgverbinding en ViA15

0

13

nvt

nvt

 

Voorbereiding vrachtwagenheffing

355

361

nvt

nvt

 

Exploitatie vrachtwagenheffing

300

     

4

Impuls Strategisch Plan Verkeersveiligheid

349

267

nvt

nvt

5

Verkeersveiligheid Rijks-N-wegen

194

185

nvt

nvt

 

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

177

321

nvt

nvt

6

Projecten Noordwest-Nederland

A1/A28 Knooppunt Hoevelaken

473

1.145

   

1

A12/A27 Ring Utrecht

1.725

1.651

*

*

 

A7/A8 Corridor Amsterdam-Hoorn

531

505

ntb

ntb

 

A6 Almere Oostvaarders-Lelystad

144

137

*

*

 

R j ksb j drage aan de Noordel j ke

Randweg Utrecht

27

198

Regio

Regio

1

Stedeljke Bereikbaarheid Almere

Projecten Zuidwest-Nederland

31

30

Regio

Regio

 

A20 Nieuwerkerk a/d IJssel - Gouda

153

146

ntb

ntb

 

A4 Burgerveen - N14

347

330

ntb

ntb

1

A4 Haaglanden - N14

153

732

ntb

ntb

1

Projecten Zuid-Nederland

A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken

6

6

     

N65 Vught - Haaren

89

88

Regio

Regio

 

Programma SmartwayZ.NL: A67 Leenderheide-Geldrop

77

211

ntb

ntb

1

Programma SmartwayZ.NL: InnovA58

572

585

nvt

nvt

1

Programma SmartWayZ.nl: ASML De Run

1

0

     

Programma SmartwayZ.NL: ITS en

Smart Mobility

10

10

nvt

nvt

 

SmartWayZ.NL programmaorganisatie

Projecten Oost-Nederland

1

1

nvt

nvt

 

A1/A30 Barneveld

23

90

ntb

ntb

1

N35 Nijverdal - Wierden

125

120

*

*

 

N35 Knooppunt Raalte

15

14

nvt

nvt

 

N50 Kampen - Kampen Zuid

17

16

*

*

 
 

Projectbudget

 

Planning

     

Projectomschrijving

huidig

vorig

TB

 

Openstelling

 

Reservering terugbetaling voorfinanciering A1 Apeldoorn - Azelo

37

36

 

nvt

nvt

 

Verkeersmaatregelen A28

33

32

 

nvt

nvt

 

A1/A35 Azelo-Buuren

1

5

 

nvt

nvt

1

Projecten Noord-Nederland

N33 Zuidbroek-Appingedam

115

110

 

*

*

 

Overige projecten en reserveringen

Projecten in voorbereiding

Projecten Nationaal

Studiebudget Verkenningen / MIRT onderzoeken

Programma DUMO

Programma Fiets

Strategisch plan Verkeersveiligheid

Afrondingen

134

308

       

Totaal programma planning en studies

6.656

7.417

       

Begroting (MF 12.03.02)

6.656

7.417

       

12.03.03 Optimalisering gebruik

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden uitgaven gedaan die de optimalisering van het gebruik van infrastructuur op de weg bevorderen. Voorbeelden zijn intelligent verkeersmanagement, informatie over werk in uitvoering en beperkte infrastructurele aanpassing van weginfrastructuur.

Producten

 

Tabel 27 Projectoverzicht behorende bij 12.03.03 Optimalisering gebruik hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

 

Budget

 

Planning

Projectomschrjving

huidig

vorig

 

Digitale Infrastructuur voor Toekomstbestendige Mobiliteit

31

30

 

Versnellingsafspraken

 

1.438

1

Mobiliteitspakketten

 

818

1

Schaalsprongen en bovenlokaal M&G

 

561

1

Regionale regeling SEB

180

15

2

Ontsluiting Woningbouwmiddelen

 

3.125

 

Risicobeheersing

 

41

 

Noordwest-Nederland

     

Ringen draaiende houden WoMo

212

200

2

Zuidwest-Nederland

     

Ringen draaiende houden WoMo

53

50

2

Zuid-Nederland

     

Reservering VDL

5

   

Ringen draaiende houden WoMo

53

50

2

Quickwins A2 Deil-Vught

14

   

Totaal Optimalisering gebruik

548

6.328

 

Begroting (MF 12.03.03)

548

6.328

 

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. 
    Een deel van de Woningbouwmiddelen is overgeboekt van artikel 12 naar artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidspro-gramma's. Het gaat om de middelen voor o.a. de SPUK mobiliteitspak-ketten, de SPUK bovenplanse infrastructuur en risicobeheersingskosten;
  • 2. 
    Dit betreft een overboeking vanuit de middelen Woningbouw en Mobiliteit conform de gemaakte BO MIRT afspraken (najaar 2022).

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na openstelling van het project; tijdens de bouw dient de DBFM- opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financierders op de opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zeker stellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de weg wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting, van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.

De verplichting aan de DBFM-opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze wegvakken terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten geraamd worden op het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 12.02 Onderhoud en Vernieuwing).

Producten

De projecten A16 Rotterdam, A24 Blankenburgverbinding, A9 Badhoe-vedorp-Holendrecht en A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15) verkeren in de bouwfase en kennen een partiële beschikbaarheidsvergoeding. De volledige beschikbaarheidsvergoeding wordt na openstelling betaald. De A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15) wacht op moment van schrijven op een uitspraak van de Raad van State omtrent het Tracébesluit.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. 
    A27 Houten-Hooipolder: naast de loon- en prijsbijstelling van

€ 96 miljoen is er ook een toename van het projectbudget door een aanbestedingstegenvaller van € 157 miljoen;

  • 2. 
    A15 Maasvlakte-Vaanplein: naast de loon- en prijsbijstelling /indexering van € 30 miljoen is er ook een toename van het projectbudget te melden als gevolg van een tegenvaller instandhouding € 27 miljoen;
  • 3. 
    A16 Rotterdam: naast de loon- en prijsbijstelling van € 36 miljoen is er een toename van het projectbudget te melden als gevolg van een tegenvaller (€ 37 miljoen), excessieve prijsstijging (€ 6 miljoen) en een scope uitbreiding in het kader van brandwerendheid tunnels (€ 35 miljoen);
  • 4. 
    A24 Blankenburgverbinding: naast de loon- en prijsbijstelling / indexering van € 88 miljoen is ook een toename van het projectbudget te melden als gevolg van excessieve prijsstijging (€ 18 miljoen).

De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van loon- en prijsbijstelling/indexering 2023.

Tabel 28 Projectoverzicht behorende bij 12.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

Projectbudget    Kasbudget    Openstelling

  • Eind
 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Later Huidig Vorig contract

 

Projecten Oost-Nederland

A12-A15 Ressen - Oudenbroeken (ViA15)

212

211

201

11

           

nvt

nvt

   

A12 Ede-Grijsoord

188

185

95

10

10

10

10

10

10

33

2016

2016

2032

 

N18 Varsseveld-Enschede

461

455

267

15

12

11

11

11

11

123

2018

2018

2034

 

Projecten Noord-Nederland

                           

N31 Leeuwarden-Drachten

170

169

162

3

       

5

-

2007

2007

2022

 

N33 Assen-Zuidbroek

364

353

172

15

15

15

15

15

16

101

2014

2014

2034

 

Projecten Noordwest-Nederland

                           

A10 Tweede Coentunnel

2.249

2.215

1.396

58

58

58

58

58

58

505

2013

2013

2037

 

A12 Lunetten-Veenendaal

724

710

447

29

27

26

26

26

26

117

2012

2012

2033

 

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (Badhoevedorp-Holendrecht)

1.350

1.320

58

30

28

26

66

212

81

849

2027

2027

2040

 

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (deeltraject A1/A6)

1.912

1.875

805

66

63

63

63

63

61

728

2019

2019

2042

 

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (deeltraject A6 Almere)

400

388

117

18

17

17

22

18

17

174

2019

2019

2040

 

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (deeltraject A9 Gaasperdammerweg)

1.205

1.192

500

55

51

50

50

50

50

399

2020

2020

2038

 

A27/A1 Utrecht-Eemnes-Bunschoten

387

378

100

18

15

16

15

15

15

193

2019

2019

2044

 

Aflossing tunnels

976

969

825

32

31

31

35

22

 

-

       

Projecten Tolgefinancierd

                 

-

       

Tolgefinancierde uitgaven A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15)

557

532

     

25

27

27

27

451

nvt

nvt

   

Tolgefinancierde uitgaven

A24 Blankenburgtunnel

                 

-

       

Projecten Zuid-Nederland

                           

A59 Rosmalen-Geffen

272

272

271

           

1

2005

2005

2020

 

A27 Houten - Hooipolder

2.492

2.239

124

76

124

392

414

293

246

82329-203129-2031

2046

1

Projecten Zuidwest-Nederland

A15 Maasvlakte-Vaanplein

2.370

2.313

1.641

76

77

77

59

59

59

322

2015

2015

2035

2

A16 Rotterdam

2.021

1.907

345

141

268

149

98

106

69

845

2025

2025

2043

3

A24 Blankenburgtunnelverbinding

2.227

2.121

391

137

291

110

84

80

80

1.054

2024

2024

2043

4

Afrondingen

3

  • 2
   
  • 1

1

 

1

2

         

Totaal

20.540

19.802

7.917

790

1.086

1.077

1.053

1.066

833

6.718

       

Budget (MF 12.04)

     

790

1.086

1.077

1.053

1.066

833

6.718

       

12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan exploitatie, onderhoud, vernieuwing, aanleg en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT-systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

12.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden aan de producten op het gebied van Rijkswegen, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.

Producten

Totaal geraamde inkomsten tol

Met de Wet Tijdelijke Tolheffing (TTH) Blankenburgverbinding en ViA15, die op 15 maart 2016 in werking is getreden, is vastgelegd dat bij de projecten A24 Blankenburgverbinding en A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15) tol geheven kan worden. De toekomstige tolontvangsten zijn geraamd op artikel 12.09. Bij tolheffing is tot voor kort uitgegaan van een periode van 25 jaar. Met de komst van Betalen Naar Gebruik (BNG) per 2030 zal de tolheffing voortijdig worden beëindigd. De resterende tolopgave wordt per 2030 gedekt uit de opbrengsten BNG. Voor een overzicht van de totaal geraamde inkomsten tol wordt verwezen naar bijlage 7 Tol.

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten in de investeringen van Rijkswegenprojecten.

In 2024 wordt een bijdrage van € 11,3 miljoen verwacht. Dit komt met name ten bate van de projecten A16 Rotterdam (€ 2,5 miljoen), N18 Varsseveld (€ 2,5 miljoen), A2 Vonderen-Kerensheide (€ 2 miljoen) en A27 Houten-Hooipolder (€ 1,9 miljoen). Het restant is een optelsom van bijdragen kleiner dan € 1 miljoen en komt ten bate van diverse andere projecten.

Tabel 29 Ontvangsten artikel 12 Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

 
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Bijdragen van derden

145

11

7

6

15

10

Geraamde inkomsten tol

 

42

112

115

108

101

Totaal Ontvangsten (MF 12.09)

145

53

119

122

123

111

3.3 Artikel 13 Spoorwegen

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord. Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII over 2023 bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering

Tabel 30 Budgettaire gevolgen van uitvoering art.13 Spoorwegen (bedragen x € 1.000)

 
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

2.901.449

3.269.108

2.513.063

11.101.844

1.918.814

1.856.641

1.782.292

Uitgaven

2.543.680

2.819.634

2.864.569

11.679.063

2.457.158

2.416.216

2.070.836

13.02 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

1.945.955

2.103.621

2.143.402

2.121.260

1.656.620

1.725.133

1.519.931

13.03 Ontwikkeling

401.363

501.922

504.019

508.621

602.829

494.082

374.911

13.03.01 Aanleg personenvervoer

262.400

317.538

342.277

388.574

407.138

371.923

283.019

13.03.02 Aanleg goederenvervoer

96.396

78.194

78.198

24.120

75.460

27.720

16.936

13.03.03 Optimalisering gebruik

163

5.205

2.666

173

     

13.03.04 Planning en studies personenvervoer

39.813

74.100

68.085

68.242

57.350

18.589

25.406

13.03.05 Planning en studies goederenvervoer

2.591

26.885

12.793

27.512

62.881

75.850

49.550

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

196.362

214.091

217.148

204.182

197.709

197.001

175.994

13.07 Rente en aflossing

     

8.845.000

     

Ontvangsten

231.933

280.463

228.802

358.115

202.784

202.784

202.784

13.09 Ontvangsten

231.933

280.463

228.802

358.115

202.784

202.784

202.784

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2024 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2024. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.

Tabel 31 Geschatte budgetflexibiliteit art.13

2024

Juridisch verplicht    97%

Bestuurlijk gebonden    3%

Beleidsmatig gereserveerd Nog niet ingevuld/vrj te besteden

  • C. 
    Toelichting

13.02 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

Motivering

Op grond van richtlijn 91/440/EEG i van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 kan een beheerder voor de spoorweginfrastructuur worden aangewezen en kunnen lidstaten financiële middelen verstrekken aan de beheerder om te voldoen aan zijn taken. De Minister van IenW heeft op 14 december 2014 aan ProRail een concessie verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur in de periode 2015 tot en met 2024. In de beheerconcessie staan de afspraken tussen de overheid en ProRail over het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze afspraken gaan onder meer over de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur en de daarmee samenhangende voorzieningen, maar ook over de kwaliteit van de informatievoorziening. Jaarlijks wordt aan ProRail subsidie verstrekt voor de instandhouding van de hoofdspoorweginfrastructuur, overeenkomstig het bepaalde in de Wet Mobiliteitsfonds.

De beheerconcessie bevat instrumenten als prestatie-indicatoren, programma's en maatregelen, audits en reviews, verplichtingen om informatie aan IenW te verstrekken en/of besluiten om voor te leggen. Daarnaast bevat deze concessie verplichtingen met betrekking tot samenwerking en transparantie. De ruggengraat van de concessie is de jaarcyclus waarmee in het beheerplan jaarlijks afspraken worden gemaakt tussen de Minister van IenW en ProRail over de te bereiken prestaties en de te nemen maatregelen. De Minister van IenW geeft jaarl ijks in de beleidsprioriteitenbrief aan welke prestaties het komende jaar van ProRail worden verwacht. ProRail stelt op basis van de beleidsprioriteitenbrief een beheerplan op en consulteert belanghebbenden over de hoofdlijnen van het ontwerp beheerplan. Vervolgens legt ProRail het beheerplan ter instemming voor aan de Minister van IenW.

Nadat de Minister van IenW heft ingestemd met het beheerplan, wordt deze toegezonden aan de Tweede Kamer. Na afloop van het jaar legt ProRail op grond van de Concessie verantwoording af in de jaarrapportage en op grond van de Wet Mobiliteitsfonds in het jaarverslag en de jaarrekening. Zodra deze documenten zijn vastgesteld worden ook deze aan de Tweede Kamer toegezonden.

Tijdens het vorige kabinet waren er al gesprekeken om ProRail om te vormen tot zbo. Deze gesprekken worden momenteel voortgezet en hebben geleid tot een wetsvoorstel die is ingediend op 14 juli 2023.5Dit heeft onder andere tot gevolg dat bovengenoemde 'instrumenten' zoals de beheerconcessie, het beheerplan, de subsidie en de beleidsprioriteitenbrief zullen worden vervangen door de instellingswet, het meerjarenplan, de begrotingsbijdrage en de jaarbrief. Definitieve bepaling van het moment van inwerkingtreding zal plaatsvinden na afronding van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel, waarbij met het oog op een zorgvuldige en beheerste start van het zbo voldoende implementatietijd in acht zal worden genomen.

Producten

De exploitatie-, onderhoud- en vernieuwingsactiviteiten zijn gericht op het realiseren van de in het beheerplan opgenomen prestaties per prestatie-gebied zoals opgenomen in de beheerconcessie. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met verkeersleiding en capaci-teitsmanagement. In het beheerplan zelf wordt jaarlijks een uitgebreide beschrijving opgenomen van de belangrijkste activiteiten die voor dat jaar zijn gepland. ProRail ontvangt voor de uit te voeren activiteiten een subsidie van het Rijk. Bij de vaststelling van de subsidie voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding die ProRail ontvangt van de vervoerders en eventuele bijdragen van andere partijen voor onderhoudsactiviteiten. Nadere informatie over areaal, prestaties en budgetten is opgenomen in bijlage 4 Instandhouding en bijlage 5 ProRail.

Maatregelen

In het Coalitieakkoord zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de Rijksinfrastructuur. De komende jaren groeit de extra bijdrage stapsgewijs toe naar jaarl ijks € 1,125 miljard extra vanaf 2026 en structureel € 1,25 miljard extra vanaf 2038 voor de instandhouding van onze wegen, spoor, bruggen, viaducten en vaarwegen, ook met het oog op de verkeersveiligheid. Er wordt extra geïnvesteerd in het Deltafonds (€ 250 miljoen structureel vanaf 2026) om achterstanden weg te werken en de uitvoering van het Nationale Deltaprogramma te versnellen. De extra middelen uit het Coalitieakkoord voor de jaren 2022-2025 zijn bij de vorige begroting verdeeld over de netwerken van ProRail en RWS op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds om de programmering van exploitatie en onderhoud in deze jaren op te hogen. De middelen voor 2026 en verder worden pas verdeeld nadat besluitvorming heeft plaatsgevonden over het in aanmerking te nemen basiskwaliteitsniveau. Hiertoe zijn in 2022/2023 de financiële reeksen van ProRail herijkt en worden deze in 2023 extern gevalideerd. Het is de bedoeling dat het validatierapport in het voorjaar 2024 aan de Tweede Kamer wordt verstuurd. Op basis daarvan wordt de komende periode het basiskwaliteitsniveau voor Spoor opgesteld. De uitkomst van dit proces wordt verwerkt in de Voorjaarsnota 2024.

13.03 Ontwikkeling Spoor

IenW is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:

  • door ProRail uit te voeren planningen en studies;
  • door IenW uit te voeren planningen en studies;
  • voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;
  • uitvoering van deze projecten.

13.03.01 Aanlegprogramma personenvervoer spoor

Maatregelen

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. 
    Kleine projecten: In verband met de Specifieke Uitkering (SPUK) aan

Nijmegen ten behoeve van de herontwikkeling van station Nijmegen is € 5 miljoen toegevoegd aan deze post vanuit de reservering op artikel 11.03 van het MF.

  • 2. 
    Nazorg gereed gekomen lijnen en halten: Bij het project Zwolle-Herfte bleken minder nazorg-werkzaamheden nodig dan eerder aangenomen. De vrijvallende middelen ad € 2,5 miljoen zijn toegevoegd aan de generieke investeringsruimte (11.04 van het MF).
  • 3. 
    Programma Overwegen: In het BO MIRT 2022 is besloten om

€ 8,4 miljoen toe te voegen vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 voor het project Guisweg. Na deze overboeking resteert voldoende budget om de overweg Beverwijksestraatweg PHS-proof te maken. Naar aanleiding van de Specifieke Uitkering (SPUK) aan de gemeente aan de gemeente Gilze Rijen ten behoeve van het project Oosterhoutseweg is € 1,93 miljoen in het BTW compensatiefonds gestort.

De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van loon- en prijsbijstelling 2023.

Tabel 32 Projectoverzicht behorende bij 13.03.01: Aanlegprogramma Spoorwegen personenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)

 
 

Projectbudget

     

Kasbudget

     

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal Maatregelenpakket HSL Zuid

Benutten Betrouwbaarheid & Capaciteit

173

172

131

20

10

4

4

5

   

divers

divers

Geluidsanering

Spoorwegen (MJPG)

608

586

106

26

27

63

100

106

69

110

divers

divers

Programma Behandelen en Opstellen

171

164

24

9

19

25

29

23

15

27

divers

divers

Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE)

29

28

14

1

2

3

3

3

3

0

2011/ 20182024

2011/ 20182024

Verbeteraanpak stations

12

12

4

0

0

1

1

1

1

3

2020

2020

Spoorcapaciteit 2030

871

830

56

31

71

102

102

125

127

258

divers

divers

Innovatieprogramma

Spoortrillingen

22

21

4

2

7

6

3

0

0

0

divers

divers

Stations en stationsaanpassingen

Kleine stations

13

12

42

 

6

7

       

divers

divers

Toegankelijkheid stations

522

515

363

24

26

16

15

12

12

54

divers

divers

Overige projecten/ lijndelen etc.

                       

Programma ATB-Vv

79

76

8

1

2

2

7

9

11

40

divers

divers

Fietsparkeren bij stations

493

481

223

19

32

41

33

24

24

98

divers

divers

Kleine projecten personenvervoer

260

253

 

55

43

40

43

11

19

50

divers

divers 1

Nazorg gereedgekomen lijnen/halten

32

39

 

6

5

7

6

6

2

 

divers

divers 2

Programma Overwegen

938

913

531

77

95

87

60

43

19

25

divers

divers 3

Programma aanpak suïcidepreventie

22

21

9

2

3

3

4

     

2021

2021

Programma kleine functiewjzigingen

396

390

270

17

15

15

16

18

15

30

divers

divers

Maasl j n

164

157

10

0

12

21

50

52

18

 

divers

divers

Schoon en

Emissieloos Bouwen

5

4

 

2

1

1

       

divers

divers

Projecten Noordwest-Nederland

                       

Stations en Stationsaanpassingen

Amsterdam CS, Cuypershal

28

27

17

6

5

         

2022

2022

Projecten Zuidwest-Nederland

                       

Programma Wind in de Zeilen

Stations en Stationsaanpassingen

8

7

1

3

2

2

       

divers

divers Aangepast

Emplacement Den

Haag centraal

77

75

17

16

25

14

1

1

4

 

2023-2025

2023-2025

Projecten Oost Nederland

Traject Oost

222

221

189

2

8

11

8

4

   

divers

divers

Zwolle - Herfte

255

257

255

           

0

2017/2021

2017/2021

Projecten Noord Nederland

                       

Sporendriehoek Noord-Nederland

151

144

115

32

1

3

       

divers

divers

Afrondingen

Totaal ProRail projecten    5.551    5.403    2.390    351

 
 

Projectbudget

   

Kasbudget

     

Indienststelling

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m    2023

2022 2023

2024

2025

2026

2027

2028

later

huidig

 

vorig

Totaal overige (niet

ProRail) projecten

Totaal uitvoeringsprogramma

Planning- en studieuitgaven binnen aanlegprogramma

  • 199
  • 214
  • 84    - 34
  • 31
  • 24
  • 6
  • 8
  • 3
  • 10
     

Afrekening voorschotten

90

90

60    30

                 

Programma Aanleg

5.440

10.634    :

2.366    347

385

450

479

434

337

684

     

Aanleguitgaven binnen planning en studies

89

60

7    34

28

11

5

4

         

Budget Aanleg (MF 13.03.01)

5.529

10.694    :

2.373    381

413

461

484

438

337

684

     

Overprogrammering (-)

   
  • 65
  • 73
  • 73
  • 77
  • 66
  • 54

408

     
     

13.03.02 Aanlegprogramma goederenvervoer spoor

     
     

Maatregelen

               
     

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

       

Tabel 33 Projectoverzicht behorende bij 13.03.02

  • Aanlegprog

ramma

Spoorwegen goederenvervoer (bedragen x

€ 1 miljoen)

                       
 

Projectbudget

     

Kasbudget

     

Indienststelling

Projectomschrjving

huidig

vorig

t/m 2022    2023

2024

2025

2026

2027

2028

later

huidig

vorig

ProRail Projecten

Projecten Nationaal

Optimalisering

Goederencorridor

Rotterdam-Genua

171

171

159

2

1

1

4

5

   

divers

divers

Programma Emplacementen op orde

253

199

107

60

68

7

3

8

   

divers

divers

Kleine projecten goederenvervoer

23

22

 

12

5

5

0

 

1

 

divers

divers

Projecten Zuidwest-Nederland

                   

divers

divers

Calandbrug

186

183

118

20

2

4

17

16

8

2020/2025

2020/2025

Geluidmaatregelen

Zeeuwselijn

22

22

20

0

2

         

divers

divers

Spooraansluiting 2e

Maasvlakte achterlandverbinding

249

240

73

2

8

12

75

36

29

13

divers

divers

Projecten Zuid-Nederland Projecten Oost Nederland Uitv.progr

Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNov)

Overige projecten

144

143

116

3

3

9

10

1

2

 

divers

divers

Nazorg gereedgekomen projecten

8

8

 

0

1

1

1

2

2

 

divers

divers

Afrondingen

                       

Totaal uitvoeringsprgramma

1.056

988

594

100

89

39

111

68

43

13

   

Planning en studieuitgaven binnen het aanlegprogramma

  • 307
  • 303
  • 30
  • 2
  • 8
  • 11
  • 18
  • 24
  • 18
  • 13
   

Afrekening voorschotten

4

4

3

1

0

             

Programma Aanleg

753

689

568

98

81

28

93

44

25

     

Aanleguitgaven binnen planning en studies

89

60

7

34

28

11

5

4

       

Budget Aanleg (MF 13.03.02)

842

749

575

132

109

39

98

48

25

     

Overprogrammering (-)

13.03.03 Optimalisering gebruik

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden uitgaven gedaan die de optimalisering van het gebruik van Infrastructuur. Dit zijn maatregelen die door ProRail worden uitgevoerd.

 

Tabel 34 Projectoverzicht behorende bij 13.03.03 Optimalisering spoorwegen (bedragen x € 1

miljoen)

Projectomschrijving

Budget huidig

Planning vorig

Modal shift OVS

8

8 nvt

Totaal Optimalisering gebruik

8

8

Begroting (MF 13.03.03)

8

8

13.03.04 Planning en studies personenvervoer Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. 
    Grensoverschrijdend Spoorvervoer: er is € 36 miljoen toegevoegd aan het programma Grensoverschrijdend vervoer, als bijdrage aan toekomstige verbindingen.

De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van loon- en prijsbijstelling 2023.

 

Tabel 35 Projectoverzicht behorende bij 13.03.04: Planning en studies Spoorwegen personenvervoer (bedragen x

€ 1 miljoen)

       
 

Budget

 

Planning

 

Projectomschrjving

huidig

vorig

PB of TB    Indienststelling

Planning- en studiekosten van aanlegprogramma

MF 13.03.01

199

214

   

Projecten Nationaal

Beter Benutten Decentraal Spoor (fase 2)

11

10

 

divers

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

154

113

 

divers    1

Kleine projecten Personenvervoer

70

65

 

divers

Regionale knelpunten

16

16

 

divers

Reizigersfonds

3

3

 

nvt

Projecten Zuid-Nederland

Knooppunt Den Bosch

1

1

 

divers

Toekomstvast Spoor Zuid NL

195

185

 

divers

Projecten Oost-Nederland

Quick scan decentraal spoor Gelderland

10

12

 

divers

Projecten Noordwest-Nederland

Oude Ljn

10

9

   

Paspoort- en beveiligingsfaciliteiten op A'dam CS

21

20

 

2024/2025

Multimodale knoop Schiphol

136

130

 

divers

Amsterdam Zuid 3e perron

26

25

 

divers

Projecten Noord Nederland

Meppel: Spoor- en perroncapaciteit

37

35

   

HRMK Spoorbrug

79

76

   

Lelylijn

4

3

   

Overige projecten en reserveringen

Studie en innovatiebudget

35

39

   

afrekening voorschotten

20

20

   

Projectomschrijving

Budget huidig

vorig

Planning

PB of TB    Indienststelling

Totaal planning en studies personenvervoer

1027

976

 

Aanleguitgaven binnen planning en studies personenvervoer

  • 89
  • 60
 

Begroting (MF 13.03.04)

938

916

 

13.03.05 Planning en studies goederenvervoer Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

De budgettaire aanpassingen zijn mutaties voor verwerking van de loon- en prijsbijstelling 2023.

Tabel 36 Projectoverzicht behorende bij 13.03.05: Planning en studies Spoorwegen goederenvervoer (bedragen x

 

€ 1 miljoen)

     

Projectomschrjving

Budget huidig

vorig

Planning

PB of TB    Indienststelling

Planuitwerkingskosten van realisatieprogramma MF 13.03.02

Projecten Nationaal

307

303

 

Kleine projecten Goederenvervoer

Overige projecten en reserveringen

3

4

divers

Programma 740 treinen

103

98

 

Afrekening voorschotten

2

2

 

Totaal programma planning en studies goederenvervoer

415

407

 

Begroting (MF 13.03.05)

415

407

 

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

De Staat betaalt volgens de contractuele overeenkomst met Infraspeed voor de beschikbaarheid van de HSL-Zuid infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw) tot en met 2031. Het contract-beheer, inclusief het verrichten van betalingen, wordt uitgevoerd door ProRail, met uitzondering van de rente- en belastingaanpassingen. ProRail ontvangt hiervoor een bijdrage van IenW.

Producten

Tabel 37 Projectoverzicht behorende bij 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS Spoorwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

Projectbudget    Kasbudget    Contractduur

 

Projectomschrjving

huidig

vorig

t/m 2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

later

start

einde

Beschikbaarheidsvergoeding

3.998

3.778

2.531

214

217

204

198

197

176

261

2006

2031

Renteen belastingaanpassingen

  • 138
  • 138
  • 155

2

2

2

2

2

2

5

   

Totaal

3.860

3.640

2.376

216

219

206

200

199

178

266

   

Begroting (MF 13.04)

3.860

3.640

2.376

216

219

206

200

199

178

266

   

13.07 Rente en aflossing

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de eenmalige uitgaven verantwoord die samenhangen met de afrekeningen van de incidentele Vennootschapsbelasting, dividendbelasting en herzienings-btw tussen ProRail en de Belastingdienst als gevolg van de voorgenomen omvorming van ProRail tot zbo. Over de achtergrond hiervan is de Kamer geïnformeerd bij de brieven van 11 december 2020 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 396, nr. 13) en 4 februari 2021 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 396, nr. 13).

De begrote transitiebedragen zijn gebaseerd op transitie per 1 januari 2025. Na vaststelling van de wet en daarmee de transitiedatum worden deze bedragen herbezien door middel van een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst.

Vanaf de begroting 2021 maakt de rente op leningen van ProRail onderdeel uit van artikel 13.02 «exploitatie, onderhoud en vernieuwing».

Producten

13.09 Ontvangsten

Motivering

Dit artikelonderdeel bevat de verantwoording van de bijdragen van derde partijen rechtstreeks aan IenW voor spooruitgaven. ProRail in de gebruiks-vergoeding van vervoerders en het grootste deel van de onderhoudsbijdragen van derde partijen, deze zijn daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting onder artikelonderdeel 13.02.

Producten

Concessievergoeding NS

Dit betreft de concessieprijs die NS betaalt voor de vervoerconcessie hoofd-railnet (artikel 66 van de Concessie HRN 2015-2025) en de HSL-heffing die NS betaalt ter dekking van de uitgaven voor de aanleg van de HSL-Zuid infrastructuur (Besluit HSL-heffing 2015), alsmede de betaling van de uitgestelde concessievergoeding HSL-Zuid 2009-2014 (Onderhandelak-koord tussen IenW en de NS in 2011) en de boetes die NS moet betalen wanneer de afgesproken prestaties niet zijn behaald.

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten en onderhoud.

Tabel 38 Ontvangsten artikel 13 Spoorwegen (bedragen x € 1 miljoen)

 

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Vergoedingen huidige concessieperiode

231

228

153

     

Vergoedingen volgende concessieperiode

   

203

203

203

203

Terugbetaling voorschotten

47

         

Bjdragen van derden

2

1

       

Totaal Ontvangsten (MF 13.09)

280

229

356

203

203

203

3.4 Artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering
 

Tabel 39 Budgettaire gevolgen van (bedragen x € 1.000)

beleid art. 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

 
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

60.433

1.512.179

1.132.811

10.407

10.407

10.408

20.454

Uitgaven

86.838

607.158

1.142.688

500.336

163.340

47.515

36.358

14.01 Regionale infrastructuur

35.737

10.428

48.227

90.282

19.159

10.408

20.455

14.01.02 Planning en studies prg reg/lok

 

9.774

11.172

27.014

10.406

10.407

20.455

14.01.03 Aanleg reg/lok

35.737

654

37.055

63.268

8.753

1

 

14.03 Bereikbaarheidsprogramma's

51.101

596.730

1.094.461

410.054

144.181

37.107

15.903

14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten

 

5

         

14.03.02 Regionaal Mobiliteitsprojecten

51.101

2

         

14.03.03 Ruimtelijke economisch programma

 

1

         

14.03.04 Woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur

 

596.722

731.657

119.798

74.211

   

14.03.05 Mobiliteitspakketten

   

362.804

290.256

69.970

37.107

15.903

Ontvangsten

 

42

         

14.09 Ontvangsten

 

42

         

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2024 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2024. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.

Tabel 40 Geschatte budgetflexibiliteit art.14

2024

Juridisch verplicht    99%

Bestuurl ijk gebonden    1%

Beleidsmatig gereserveerd Nog niet ingevuld/vrj te besteden

  • C. 
    Toelichting

14.01 Regionale infrastructuur

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegpro-jecten, waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan € 225 miljoen indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden, waarin de Metropoolregio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam Den Haag is gelegen, of € 112,5 miljoen, indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. Het project moet passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid, zoals verwoord in de begroting Hoofdstuk XII beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor, de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) en het Toekomstbeeld OV.

Producten

Algemeen

Regionale lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de decentrale overheid. IenW levert een bijdrage aan de aanleg kosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gel ijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.

Planning en studies

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart planning-en studieprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De planningen en studies worden onder verantwoordel ijkheid van de decentrale overheid uitgevoerd en pas na toetsing en besluitvorming door IenW al dan niet opgenomen in het planning- en studieprogramma.

 

Tabel 41 Projectoverzicht behorende bij 14.01.02:

Planning en studies Regionaal/lokaal (bedragen x € 1 mi

ljoen)

 

Budget

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig PB of TB

Indienst- stelling

Overige projecten en reserveringen

OV Verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer

32

30

nvt

Projecten in voorbereiding

19

19

 

Overige projecten in voorbereiding

Gesignaleerde risico's

61

36

 

Totaal planning en studies

112

85

 

Legenda PB = Projectbesluit TB = Tracébesluit

14.01.03 Aanlegprogramma Regionaal/lokaal

Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

HOV-Net Zuid-Holland Noord: In samenspraak met de provincie is besloten de afgegeven subsidiebeschikking HOV-net Zuid-Holland Noord per saldo te verlagen met € 50,5 miljoen. De verlaging is het gevolg van een aanzienl ijk versmalde scope op de deelprojecten Spoorcorridor Leiden-Utrecht en Spoorcorridor Alphen aan den Rijn-Gouda. De vrijval is ingezet voor de ingediende amendementen voor Leeuwarden emplacement, Bus Rapid Transit (BRT), de pilot toegankelijkheid deelmobiliteit en Verbeteren toegankelijkheid OV voor mensen met handicap. Daarnaast is € 33 miljoen van de genoemde vrijval ingezet ter dekking van de kosten van de het project Paspoort- & beveiligingsfaciliteiten op A'dam CS.

 

Tabel 42 Projectoverzicht behorende bij 14.01.03:

Aanlegprog

ramma

Regionaal/lokaal (bedragen x € 1 miljoen)

 

Projectbudget

   

Kasbudget

   

Indienststelling

Projectom schrijving

huidig

vorig t/m 2022    2023

2024

2025

2026

2027

2028

later    huidig    vorig

Projecten

Noordwest-

Nederland

Amstelveenlijn

Projecten

Zuidwest-

Nederland

83

83    83

0

0

0

0

0

0

0 2020/2022 2020/2022

HOV-NET Zuid-Holland Noord (vh Rijn-Gouwelijn) Afrondingen

180

208 70

1

37

63

9

0

0

divers    divers

0

Totaal

263

291    153

1

37

63

9

     

Begroting (MF 14.01.03)

263

291    153

1

37

63

9

     

14.03 Bereikbaarheidsprogramma's

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de bereikbaarheidsprogramma's. In het verleden werd op artikel 14.03 het Regionaal Mobiliteitsfonds (RMf) RSP voor Noord Nederland begroot en verantwoord. Vanaf ontwerpbegroting 2024 worden binnen dit artikel de budgetten voor bovenplanse infrastructuur en de mobiliteitspakketten begroot en verantwoord. Deze budgetten hebben tot doel nieuwe woningbouwlocaties te ontsluiten en bereikbaar te maken.

Producten

14.03.04 Woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur

Hieronder vallen de middelen die tot doel hebben om gemeenten in staat te stellen bovenplanse infrastructurele voorzieningen te realiseren zodat op locaties in heel Nederland op korte termijn woningbouw kan plaatsvinden. Hierover zijn afspraken gemaakt in het BO Leefomgeving van 2022 (kamerstuk 35925-A-76) en BO MIRT van 2022 (kamerstuk 36200-A-9).

In totaal is er € 1.523 miljoen beschikbaar gesteld voor deze afspraken. Door middel van de regeling 'specifieke uitkering woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur' worden de middelen uitgekeerd aan gemeenten.

 

Tabel 43 Projectoverzicht behorende bij 14.03.04 Woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur

Projectomschrjving

Project- budget huidig

Kasbudget vorig t/m 2022    2023

2024

2025

Indienst- stelling

2026    2027    2028    later huidig    vorig

Woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur

1.523

597

732

120

74

Begroting (MF 14.03)

1.523

597

732

120

74

Belangrijkste budgettaire aanpassingen

De middelen (€ 1.523 miljoen) zijn overgeboekt vanuit artikel 12.

14.03.05 Mobiliteitspakketten

Onder mobiliteitspakketten vallen de middelen die de gemeenten van de 17 grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties in staat stellen regionale en lokale infrastructurele maatregelen te realiseren zodat op de middellange termijn grootschalige woningbouw kan worden gerealiseerd. Hierover zijn afspraken gemaakt in het BO MIRT van 2022 (kamerstuk 36200-A-9), en zijn definitieve afspraken gemaakt in het BO Leefomgeving van 2023 (kamerstuk 36200-A-78). In totaal is er € 1.130 miljoen beschikbaar gesteld voor deze afspraken. De middelen voor middels een specifieke uitkering uitgekeerd aan de medeoverheden.

Tabel 44 Projectoverzicht behorende bij 14.03.05 Mobiliteitspakketten

 

Projectomschrijving

Project- budget huidig

Kasbudget vorig t/m 2022    2023    2024

2025

2026

2027

2028

Indienst- stelling later huidig

vorig

Mobiliteitspakketten

1.130

363

290

70

37

16

354

 

Begroting (MF 14.03)

1.130

363

290

70

37

16

354

 

Belangrijkste budgettaire aanpassingen

De middelen (€ 1.130 miljoen) zijn overgeboekt vanuit artikel 12. Daarnaast is aan de budgetten loon- en prijsbijstelling 2023 toegevoegd.

3.5 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling, geïntegreerde contractvormen/PPS, netwerkge bonden kosten en de investeringsruimte. De doelstellingen van het onder liggende beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII en vinden hun oorsprong in de NOVI. Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Mobiliteitsfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de begroting Hoofdstuk XII.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering

Tabel 45 Budgettaire gevolgen van uitvoering art.15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)

 
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

1.198.464

1.343.118

1.628.151

1.356.816

1.834.359

1.263.378

1.264.137

Uitgaven

1.494.251

1.374.568

1.376.956

1.453.489

1.845.887

1.322.825

1.281.452

15.01 Exploitatie

10.972

9.856

9.947

10.219

24.482

26.732

23.131

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

10.972

9.856

9.947

10.219

24.482

26.732

23.131

15.02 Onderhoud en vernieuwing

511.648

467.425

653.852

721.786

695.336

669.086

688.953

15.02.01 Onderhoud

473.488

424.351

516.013

512.204

433.466

417.683

434.011

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

461.832

419.131

515.281

511.222

432.959

417.289

433.729

15.02.04 Vernieuwing

38.160

43.074

137.839

209.582

261.870

251.403

254.942

  • - 
    Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

1

1

1

1

1

1

1

15.03 Ontwikkeling

390.458

323.227

208.348

257.422

611.501

108.447

69.534

15.03.01 Aanleg

380.892

284.084

101.686

71.144

146.799

61.510

29.795

15.03.02 Planning en studies

8.956

30.029

96.905

175.744

460.009

44.437

39.739

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

8.018

7.958

1.806

2.015

1.309

1.140

798

15.03.03 Optimalisering gebruik

610

9.114

9.757

10.534

4.693

2.500

 

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

165.643

141.413

96.432

66.924

64.474

58.009

55.732

15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN

415.530

432.647

408.377

397.138

450.094

460.551

444.102

15.06.01 Apparaatskosten RWS

356.566

376.646

375.308

362.480

365.133

367.200

367.292

  • Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

356.566

376.646

375.308

362.480

365.133

367.200

367.292

15.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

58.964

56.001

33.069

34.658

84.961

93.351

76.810

  • - 
    Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

58.964

56.001

33.069

34.658

84.961

93.351

76.810

Ontvangsten

44.822

88.590

21.757

10.756

1.781

240

240

15.09 Ontvangsten

44.822

88.590

21.757

10.756

1.781

240

240

In de tabel Budgettaire gevolgen van uitvoering bij dit artikel is in de regel Verplichtingen een bedrag van totaal € 1.628,151 miljoen aan verplichtingen voor het jaar 2024 opgenomen. Van dit bedrag heeft een bedrag van maximaal € 124,878 miljoen betrekking op de mogelijke verlening van een uitkering voor het project «Verbreding sluis Kornwerderzand» aan de Provincie Fryslan. Deze begrotingsvermelding vormt de wettel ijke grondslag voor de hier bedoelde verlening van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Financiële-Verhoudingswet jo. artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2024 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2024. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.

Tabel 46 Geschatte budgetflexibiliteit art. 15

2024

Juridisch verplicht    93%

Bestuurlijk gebonden    7%

Beleidsmatig gereserveerd Nog niet ingevuld/vrj te besteden

  • C. 
    Toelichting 15.01 Exploitatie

Motivering

De activiteiten binnen exploitatie worden uitgevoerd om een vlot, betrouwbaar en veilig scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet te realiseren. Er zijn met RWS voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing prestatieafspraken gemaakt en er zijn indicatoren opgesteld om aan te sluiten op de beleidsdoelen.

Producten

Bij exploitatie gaat het voornamelijk om de volgende activiteiten

  • Verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;
  • Monitoring en informatieverstrekking;
  • Vergunningverlening en handhaving;
  • Crisisbeheersing en preventie.

In het goederenvervoer over water is een groei voorzien (Integrale Mobili-teitsanalyse [2021]), die deels met exploitatie wordt gefaciliteerd, rekening houdend met autonome ontwikkelingen. Daarnaast is de inzet om de betrouwbaarheid en reistijd te verbeteren. Beleidsdoelstellingen op het gebied van exploitatie zijn:

  • Het zoveel mogelijk beperken van de gemiddelde structurele wachttijd bij sluizen in de hoofdvaarwegen;
  • Het afstemmen van de bediening van bruggen en sluizen op de vraag vanuit de markt.

In de Kamerbrief Toekomst Binnenvaart die op 30 november jl.6aan de Tweede Kamer is aangeboden, zijn de belangrijkste veranderingen, uitdagingen en kansen geschetst voor de binnenvaart. Voor wat betreft de infrastructuur geldt dat we willen toewerken naar toekomstbestendige vaarwegen: klimaatadaptief en betrouwbaar.In de Kamerbrief modal shift aanpak van 15 november jl.7 is de verwachte groei van het goederenvervoer en het groeipotentieel van de vaarwegen gepresenteerd.Om dit groeipotentieel te benutten en/of een reverse modal shift te voorkomen, wordt ernaar toegewerkt om alle huidige vaarwegen optimaal te gaan onderhouden.

Zoals beschreven in de Kamerbrief Basiskwaliteitsniveau RWS-netwerken van 17 maart 20238 wordt om het areaal in stand te houden en bij een groeiend gebruik voorspelbaar te blijven, gezocht naar mogelijkheden om ook de kostenontwikkeling in de hand te houden. Door technologische ontwikkelingen als smart shipping en verdergaande digitalisering kan een deel van de systemen en voorzieningen ten behoeve van de informatieverstrekking en verkeersbegeleiding naar de toekomst toe waarsch ijnlijk minder worden aangeboden. Aanpassingen zullen afgestemd worden op de snelheid van de technologische ontwikkeling en de implementatie ervan bij de gebruikers. Ook wordt in het kader van droogte gekeken naar het ontwikkelen van klimaatadaptieve schepen met minder diepgang of andere vervoersconcepten, waardoor investeringen aan de infrastructuur minder groot zullen zijn. Zo wordt bekeken welke vaarwegtrajecten, gegeven de geschetste toekomstige ontwikkelingen ook, in aanmerking kunnen komen voor een aanpassing van bedienvensters. Om de vaarwegen toekomstbestendig en betaalbaar te houden, wordt onderzocht waar beperkingen mogelijk zijn om de doelen voor de binnenvaart structureel te kunnen behouden. Daartoe wordt onderzoek in gang gezet naar a) opwaardering/afwaardering van vaarwegen; b) de functie en een bijpassend onderhoudsregime oevers; c) het langetermijn verkeersmanagement; d) betaald gebruik van overnachtingsplaatsen voor de recreatievaart; en e) de veiligheidsperspectieven bij een invoering van een verplicht vaarbewijs voor de recreatievaart.

Met het toezicht op het water dat door RWS (onder andere samen met de politie) wordt uitgevoerd, wordt beoogd de veiligheid voor de gebruikers te borgen. Dit toezicht heeft ook een preventieve werking. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Binnenvaartwet is meer nadruk komen te liggen op bestuursrechtelijke handhaving door IenW (in plaats van strafrechtelijke handhaving door de politie). In geval van calamiteiten, zoals schade en verontreinigingen, wordt hierover bericht en adequaat opgetreden. Hiervoor is een calamiteitenorganisatie operationeel.

 

Tabel 47 Specificatie bedieningsareaal

Areaalomschrijving

Eenheid

2022

2023

2024

Begeleide vaarweg

km

592

592

592

Bediende objecten

stuks

243

242

242

Toelichting

Alleen de vaarwegen die vanuit vaste verkeersposten worden begeleid, zijn in het hierboven opgenomen areaal meegeteld. De vaarwegen in beheer bij RWS die met patrouillevaartuigen worden bestreken zijn derhalve niet meegerekend. In 2024 is er geen verandering van het bedienings-areaal voorzien.

15.02 Onderhoud en Vernieuwing

Motivering

Onderhoud en vernieuwing wordt uitgevoerd om het Hoofdvaarwegennet in een staat te houden die noodzakelijk is voor het faciliteren van vlot, betrouwbaar, veilig en duurzaam vervoer van goederen en de recreatie-vaart/passagiersvaart.

Producten

Het regulier onderhoud en vernieuwing van rijksvaarwegen omvat maatregelen aan bodems, oevers, kunstwerken zoals sluizen en bruggen, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor exploitatie, zoals verkeerscentrales. In bijlage 4 Instandhouding van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vallen.

Maatregelen

Toevoeging Coalitieakkoord middelen instandhouding

In het Coalitieakkoord zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de Rijksinfrastructuur. De komende jaren groeit de extra bijdrage stapsgewijs toe naar jaarl ijks € 1,125 miljard extra vanaf 2026 en structureel € 1,25 miljard extra vanaf 2038 voor de instandhouding van onze wegen, spoor, bruggen, viaducten en vaarwegen, ook met het oog op de verkeersveiligheid. Er wordt extra geïnvesteerd in het Deltafonds (€ 250 miljoen structureel vanaf 2026) om achterstanden weg te werken en de uitvoering van het Nationale Deltapro gramma te versnellen. De extra middelen uit het Coalitieakkoord voor de jaren 2022-2025 zijn bij deze begroting verdeeld over de netwerken van ProRail en RWS op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds om de program mering van exploitatie en onderhoud in deze jaren op te hogen. Voor vernieuwing is in de periode 2026 tot en met 2030 € 200 miljoen per jaar gereserveerd (€ 160 miljoen voor het Mobiliteitsfonds en € 40 miljoen voor het Deltafonds).

In de MIRT-brief van 17 maart 20239 is aangegeven dat de instandhouding van onze netwerken thans de hoogste prioriteit heeft. De netwerken vormen het fundament voor een bereikbaar Nederland. Zonder onze goed functionerende netwerken ligt het land immers stil. Nu een deel van de aanleg door stikstof voorlopig tot stilstand komt, wordt het in stand houden van wat we hebben nog belangrijken Specifiek voor het hoofdwegennet en het hoofdvaarwegennet maken we deze kabinetsperiode een beweging van aanleg naar instandhouding. Concreet is de inzet om voor deze netwerken de komende jaren financiële middelen en personele capaciteit van aanleg naar instandhouding te schuiven, zie ook de Kamerbrief Basiskwaliteitsniveau van 17 maart 2023. Dat geld komt bovenop de extra middelen voor instandhouding uit het Coalitieakkoord.

Toevoeging middelen herprioritering

Aanvullend op de middelen vanuit het Coalitieakkoord zijn vanuit de herpri-otering middelen toegevoegd aan instandhouding RWS. Voor het Hoofdvaarwegennet gaat het om € 380 miljoen.

Met deze middelen kunnen we werken aan de grootste onderhoudsopgave van onze infrastructuur ooit. Het streven is een groei van het productievolume te realiseren van € 2 miljard naar € 3 miljard per jaar voor de instandhouding van de RWS-netwerken, waarvan € 0,8 miljard per jaar voor vervanging en renovatie van infrastructuur. Dit is toegelicht in de Kamerbrief Basiskwaliteitsniveau RWS-netwerken van 17 maart (Kamerstuk 29 385, nr. 119).

15.02.01 Onderhoud

Een voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de bedrijfszekerheid van de infrastructuur van de vaarwegen.

De activiteiten zijn erop gericht, om de scheepvaart (beroeps- en recreatie vaart) zo goed mogelijk te faciliteren. Het betreft maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven. Daarnaast betreft het maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te laten functioneren. Om verkeersoverlast tot een minimum te beperken, worden zowel de werkzaamheden binnen onderhoud als werkzaamheden die voortkomen uit het ontwikkelingprogramma goed afgestemd. Binnen onderhoud vallen zowel het preventief als het correctief onderhoud.

In het Coalitieakkoord zijn extra middelen vrijgemaakt voor de instandhouding van onze netwerken. In de Kamerbrief Basiskwaliteitsniveau RWS-netwerken van 17 maart 2023 (kenmerk IENW/BSK-2023/70009) is aangegeven dat de meeste middelen zijn nodig om alle objecten die onderdeel uitmaken van het hoofdvaarwegennet - de vaarwegen, sluizen en over- en onderdoorgaande infrastructuur - in stand te houden. Met de extra beschikbare financiële middelen verwachten we dat op termijn het aantal ongeplande stremmingen kan worden teruggedrongen, waardoor de voorspelbaarheid met betrekking tot debeschikbaarheid van de vaarroutes groter wordt.

Kustwacht

De Kustwacht Nederland is een organisatie met eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De directeur Kustwacht maakt jaarlijks een Activiteitenplan en Begroting (APB) en legt dit voor aan de raad voor de kustwacht. De ministerraad stelt het APB vervolgens vast. De directeur Kustwacht beschikt over een informatiecentrum, schepen, surveillance vliegtuigen en helikopters.

De Minister van IenW is als coördinerend minister voor Noordzee-aangele-genheden verantwoordelijk voor totstandkoming van geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoering-taken door de Kustwacht. De Minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht. De overzichtsconstructie Kustwacht is als bijlage 3 «Overzichts constructie Kustwacht» aan deze begroting toegevoegd.

Overdracht Brokx-Nat

De nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-Nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans, op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd (Kamerstukken II 2002-2003, 28 600 XII, nr. 17). Op dit artikel wordt o.a. de betaling aan provincies en gemeenten voor het onderhoud aan kanalen in Drenthe en wegen en paden Texel verantwoord.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de onderhoudskosten voor kunstwerken oevers, bodems en verkeersvoorzieningen. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.

Eenheid

Omvang 2024

Budget (x € 1.000) 2024

Vaarwegen

km

7.071

515.282

Toelichting

Het totale areaal is een optelling hoofdtransportassen, hoofdvaarwegen en overige vaarwegen van in totaal afgerond 3.426 kilometer en van zeecorridors en zeetoegangsgeulen van in totaal afgerond 3.646 kilometer. Tezamen is dit afgerond 7071 kilometer. Er worden in 2024 geen veranderingen voorzien.

 

Tabel 49 Indicatoren Onderhoud

Indicator

2021

2022

Streefwaarde 2023

Streefwaarde 2024

Geplande stremmingen (gehele areaal)

2,0%

1,0%

0,8%

0,8%

  • Hoofdtransportas

1,7%

0,3%

0,8%

0,8%

  • Hoofdvaarweg

1,1%

1,4%

0,8%

0,8%

  • Overige Vaarweg

3,2%

0,9%

0,8%

0,8%

Ongeplande stremmingen (gehele areaal)

1,0%

2,4%

0,2%

0,2%

  • Hoofdtransportas

0,4%

0,4%

0,2%

0,2%

  • Hoofdvaarweg

1,3%

1,5%

0,2%

0,2%

  • Overige Vaarweg

0,8%

4,0%

0,2%

0,2%

Toelichting

De geplande en ongeplande stremmingen geven een beeld van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de sluizen en bruggen op de vaarwegen. De percentages zijn berekend door de gestremde uren voor het maatgevend schip af te zetten tegen de totale bedientijd van deze objecten. De streefwaarden betreffen de afgesproken maximale waarden. Door uitgesteld onderhoud, ouderdom en intensiever gebruik neemt de kans op ongeplande uitval van objecten toe. Dit zien we met name terug in een stijging in de ongeplande stremmingen. De indicator Passeertijd sluizen is opgenomen bij beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens in de begroting Hoofdstuk XII.

15.02.04 Vernieuwing

Op dit artikel staan de beschikbare budgetten voor Vervanging en Renovatie van het Hoofdvaarwegennet. Sinds medio vorige eeuw is in hoog tempo een groot deel van de infrastructuur aangelegd. Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het Hoofdvaarwegennet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. De verwachting is dat deze problematiek geleidel ijk toeneemt. Op basis van onderzoek wordt een analyse gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is. RWS bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtperiode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar, maar wordt de invulling van het programma in latere jaren concreet. De werkwijze staat verder toegelicht in bijlage 4 «Instandhouding». In het MIRT-projectenoverzicht worden onder liggende projecten inzichtelijk gemaakt.

Vernieuwingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid van het Hoofdvaarwegennet. De projecten in het programma Vervanging en Renovatie verlengen de levensduur van de kunstwerken, zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

15.03 Ontwikkeling

Motivering

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de realisatie- en studie activiteiten bij het hoofdvaarwegennet.

Een beweging naar instandhouding en tussen MIRT-projecten Er is sprake van een samenspel van drie opgaven die de aanleg van projecten bemoeilijkt: stikstof, maakcapaciteit en financiën. Om die reden is het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat genoodzaakt om scherpe keuzes te maken. Binnen het hoofdvaarwegenprogramma wordt een groot deel van het gereserveerd budget weggehaald bij projecten die te maken hebben met langdurige stikstofdeposities in de gebruiksfase. De betreffende projecten worden gepauzeerd. Het budget wordt verschoven naar instandhouding en andere MIRT-projecten. Dit is toegelicht in de Kamerbrief van 23 juni 2023 over het MIRT.

15.03.01 Aanleg

Producten

In 2024 wil IenW de volgende mijlpalen realiseren.

Tabel 50 Mijlpalen Hoofdvaarwegennet

Mijlpaal    Project

Openstelling    Nieuwe Sluis Terneuzen

Toekomst visie Waal: Overnachtingshaven Lobith (locatie Spijk)

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. 
    Lichteren buitenhaven IJmuiden: projectbudget verhoogd met

€ 10 miljoen aanvullend budget voor project Verwijderen baggerspecie Averijhaven;

  • 2. 
    Nieuwe Sluis Terneuzen: projectbudget verhoogd met € 95 miljoen:
  • Extra ontvangsten Vlaanderen van € 41,3 miljoen: Hiervan is € 15 miljoen bestemd voor verwijdering PFAS waarvan de werken grotendeels afgerond zijn en de kostenverdeling Nederland-Vlaanderen inmiddels overeengekomen is. € 15 miljoen is bestemd voor andere projectkosten waarover Nederland-Vlaanderen nog in gesprek zijn over de kostenverdeling. Daarnaast heeft Vlaanderen toegezegd € 10 miljoen in 2024 beschikbaar te stellen zodat het project vooruitlopend op het onderhandelingsresultaat tussen Nederland en Vlaanderen over voldoende budget kan beschikken om zijn verplichtingen richting de aannemer aan te kunnen gaan. Tot slot heeft het project heeft extra kosten gemaakt i.v.m. Covid. Vanuit Vlaanderen hebben is € 1,3 miljoen ontvangen als extra bijdrage om een deel van de kosten te dekken;
  • Extra bijdrage vanuit Nederland van € 32,7 miljoen: Over een deel van de meerkosten is overeenststemming bereikt tussen Nederland en Vlaanderen. Het Nederlandse deel voor de meerkosten PFAS en Covid bedraagt € 22,7 miljoen (PFAS ca. € 11,4 miljoen, Covid € 11,1 miljoen en overige regelgeving € 0,2 miljoen). Daarnaast wordt er vanuit Nederland € 10 miljoen extra beschikbaar gesteld aan het project om de continuïteit van het project te garanderen.
  • Overige € 21 miljoen is toevoeging prijsbijstelling 2023.

De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van de loon- en prijsbijstelling 2023.

Tabel 51 Projectoverzicht behorende bij 15.03.01: Ontwikkeling Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

 
 

Projectbudget

     

Kasbudget

     

Openstelling T

Projectomschrjving

huidig

vorig

t/m 2022

2023

2024

2025    2026

2027

2028

later

huidig    vorig

Projecten Nationaal

                   

Beter Benutten

16

16

16

   

0

     

--

Impuls Dynamisch Verkeermanagement

101

101

100

   

1

     

2018 2018

Walradarsystemen

29

29

27

2

 

0

   

0

 

Regeling Kademuren

10

10

1

0

2

32

1

0

0

 

Projecten Noordwest-Nederland

                   

De Zaan

(Wilhelminasluis)

14

14

10

0

0

3

     

2020 2020

Lichteren buitenhaven Ijmuiden

48

38

35

13

0

0

0

 

0

2023    2023

Projecten Zuidwest-Nederland

                   

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek

15

15

11

4

0

 

0

 
  • 1

2022    2023

Capaciteitsuitbreiding overnachtingsplaatsen

Merwede

10

10

7

0

0

 

3

   

2021 2021

Projectomschrijving

Projectbudget huidig    vorig

t/m 2022

2023

2024

Kasbudget

2025    2026

2027

2028

later

Openstelling

Toelichting huidig    vorig

Nieuwe

Sluis Terneuzen

1.184

1.089

892

182

68

37

5

0

0

0

2024

2023

2

Projecten Zuid-Nederland

                         

Maasroute modernisering fase 2

688

685

619

24

5

4

36

0

0

0

2027

2025

 

Wilhelminakanaal

Tilburg

Zuid-Willemsvaart:

98

98

95

0

0

0

0

0

0

1

2023

2023

 

aanleg Maximakanaal en opwaarderen tot Veghel

431

431

427

0

0

0

1

0

0

3

2015

2015

 

Projecten Oost-Nederland

                         

Toekomstvisie Waal

148

146

104

38

6

0

   

0

0

2024

2024

 

Verruiming

Twenthekanalen fase 2

244

241

185

59

0

       

0

2023

2023

 

Vaarweg Meppel-Ramspol

(keersluis Zwartsluis)

59

59

59

1

0

0

0

   

0

     

Projecten Noord-Nederland

                         

Vaarwewg Lemmer-Delfzijl fase 1: verbreding tot klasse Va

294

293

282

12

0

       

0

2017

2017

 

Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee

39

39

37

 

0

0

2

   

0

     

Sluiscomplex

Kornwerderzand

125

103

0

0

31

31

31

31

0

C2025-202S2025-2028

 

Overige Projecten

       

0

               

Kleine projecten / afronding projecten

194

191

190

1

0

1

1

0

0

0

     

Afrondingen

  • 1
  • 1
   

1

1

1

1

1

1

     

Totaal uitvoeringsprogramma

3.746

3.607

3.097

336

113

80

80

36

1

4

     

Aanleg uitgaven op

MF 15.03.01 mbt planning en studies

59

54

10

7

13

20

8

           

Programma Aanleg

3805

3661

3107

343

126

100

88

36

1

4

     

Uitgaven mbt planning en studies op MF 15.03.02 mbt het programma aanleg

  • - 
    2
  • - 
    15
                     

Budget Aanleg (MF 15.03.01)

3803

3646

3107

284

101

71

147

61

30

4

     

Overprogrammering

(-)

     

59

25

29

  • - 
    59
  • - 
    25
  • - 
    29

0

     

15.03.02 Planning en studies

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. 
    Bijdrage aan agentschap RWS: door de extrapolatie naar 2037 en loon-en prijsbijstelling over 2023 is de bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen met € 6 miljoen toegenomen;
  • 2. 
    Reservering Life Cycle Costs (LCC): door de extrapolatie naar 2037 en loon- en prijsbijstelling over 2023 is de reservering voor LCC met € 42 miljoen toegenomen;
  • 3. 
    De bestaande reservering voor scheepvaartveiligheid maatregelen Wind op Zee (WOZ) van € 810,7 miljoen wordt per ontwerpbegroting 2024 vanwege de omvang van het budget zichtbaar gepresenteerd onder

Projecten Nationaal in plaats van Overige projecten en reserveringen. Op grond van het begin 2022 vastgestelde Programma Noordzee stelt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor 2023-2027 € 33,7 miljoen beschikbaar aan IenW en Rijkswaterstaat (RWS), ten behoeve van de financiering van de structurele kosten voor IenW,

RWS en het ministerie van Defensie-Kustwacht (via IenW). Het gaat om taken, die voortvloeien uit de realisatie van 21 gigawatt aan WOZ voor 2030 en de impact op de veiligheid van de zeescheepvaart. Hiervan is € 1,9 miljoen overgeboekt naar RWS voor de impact van WOZ op areaalgroei en kerntaken van RWS. De loon- en prijsbijstelling 2023 betreft € 39,2 miljoen. Naar het ministerie van Defensie is € 13,6 miljoen overgeboekt voor de IenW bijdrage aan de kosten van noodsleephulp schepen (ETV Zuid en ETV Midden), welke de Kustwacht huurt bij de Rijksrederij voor 2023;

  • 4. 
    In het kader van de herprioritering Mobiliteitsfonds is dit project gepauzeerd en zijn de middelen alternatief ingezet;
  • 5. 
    De uitwerking van het project Bovenloop IJssel (IJsselkop tot Zutphen) is in afwachting van het programma onder de omgevingswet besluit van het programma Integraal Riviermanagement (IRM) die bepalend zal zijn voor de inrichting van de IJssel. De openstelling gaat van 2026 - 2028 naar nog nader te bepalen. De uitwerking van het project Rivierkli-maatpark IJsselpoort (RKPIJ) binnen het project Bovenloop IJssel blijft doorgang vinden (RKPIJ=2028);
  • 6. 
    De uitwerking van het project Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel is in afwachting van het programma onder de omgevingswet besluit van het programma Integraal Riviermanagement (IRM) die bepalend zal zijn voor de inrichting van de IJssel. Openstelling gaat van 2023-2024 naar nog nader te bepalen;

7 Het budget voor de IenW bijdrage aan de Verbreding sluiscomplex Kornwerderzand wordt overgeboekt van planstudie naar realisatiefase om in 2024 een specifieke uitkering (SPUK) aan de provincie Friesland mogelijk te maken.

  • 8. 
    Vanuit artikel 11 is de risicoreservering van € 165 miljoen voor vier bruggen toegevoegd aan het MIRT budget Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2. De loon- en prijsbijstelling 2023 betreft € 14,3 miljoen.
  • 9. 
    Overige projecten en reserveringen:
  • De bestaande reservering voor scheepvaartveiligheid maatregelen Wind op Zee van € 810,7 miljoen wordt per ontwerpbegroting 2024 vanwege de omvang van het budget zichtbaar gepresenteerd onder Projecten Nationaal in plaats van Overige projecten en reserveringen.
  • Voor de herprioritering vaarwegen is het gereserveerde budget van € 275,3 miljoen voor de Kreekraksluizen afgeboekt.
  • Dekking voor het project Digitale Transport Strategie staat gereserveerd op het artikelonderdeel planning en studies Hoofdvaarwegennet. Uitvoering en realisatie vindt plaats op de beleidsbegroting HXII. Hiervoor is € 1,4 miljoen overgeboekt naar HXII.
  • Vanuit artikel 11 investeringsruimte generiek is voor de verlenging van Topsector Logistiek activiteiten in de jaren 2024 tot en met 2026 (€ 30 miljoen) toegevoegd aan de reservering Topsector Logistiek.
  • Uit de herprioritering vaarwegen is € 8,3 miljoen overgeboekt naar het gereserveerde budget voor de Kustwacht voor een b ijdrage vanuit IenW aan de Kustwacht voor de tegenvaller project MOC Kustwacht.

De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van de loon- en prijsbijstelling 2023.

 

Tabel 52 Projectoverzicht behorende bij 15.03.02

  • Planning

en studies Hoofdvaarwegennet (bedragen x

 

€ 1 miljoen)

         
 

Budget

 

Planning

Toelichting

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

huidig

vorig

 

Aanleg uitgaven op MF 15.03.01 mbt planning en studies

  • 59
  • 54

nvt

nvt

 

Uitgaven mbt planning en studies op MF 15.03.02 mbt het programma aanleg

2

15

nvt

nvt

 

Projecten Nationaal

         

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

35

29

nvt

nvt

1

Reservering voor LCC

391

349

nvt

nvt

2

Reservering voor scheepvaartveiligheid maatregelen agv Wind op Zee

868

0

nvt

nvt

3

Projecten Noordwest-Nederland

         

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam-Lemmer

7

7

2025 - 2027

2025 - 2027

 

Vaarweg IJsselmeer-Meppel

0

30

ntb

ntb

4

Projecten Zuidwest-Nederland

Capaciteit Volkeraksluizen

0

167

ntb

2025 - 2027

4

Verkeerssituatie splitsing Hollandsch Diep-Dordtsche Kil

0

10

nvt

2025 - 2027

4

Projecten Zuid-Nederland

         

Whilhelminakanaal Sluis II

87

83

ntb

ntb

 

Projecten Oost-Nederland

Bovenloop Jssel (Jsselkop tot Zutphen)

41

39

ntb

2026 - 2028

5

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Jssel

Projecten Noord-Nederland

31

30

ntb

2023 - 2024

6

Verbreding sluiscomplex Kornwerderzand

0

103

2025 - 2028

2025 - 2028

7

Vaarweg Lemmer-Delfzjl fase 2

481

299

2024 - 2028

2024 - 2028

8

Overige projecten en reserveringen

Projecten in voorbereiding

Projecten Noordwest-Nederland

404

1420

   

9

Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2; reservering verkenning bruggen (AP)

   

ntb

   

Projecten Zuidwest-Nederland

Kreekraksluizen

Projecten Oost-Nederland

Verkenning Jssel fase 2

Overige projecten in voorbereiding

Gesignaleerde risico's

afrondingen

2

0

     

Totaal programma planning en studies

2.290

2.527

     

Begroting (MF 15.03.02)

2.290

2.527

     

15.03.03 Optimalisering verbruik

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden uitgaven gedaan die de optimalisering van het gebruik van Infrastructuur op de vaarwegen bevorderen. Dit zijn maatregelen die door IenW worden uitgevoerd. Een voorbeeld is de optimalisatie van logistieke routes om modal shift te bevorderen.

 

Projectomschrijving

Budget huidig

vorig

Planning

Modal shift van weg naar water

37

36

nvt

Totaal Optimalisering gebruik

37

36

nvt

Begroting (MF 15.03.03)

37

36

nvt

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM- contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, financiering en onderhoud) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienstuitgevraagd, te wetende beschikbaarheid van de infra structuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-Opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouw fase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding), als sprake is van de uitbreiding van een bestaande sluis die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor de scheepvaart. Bij openstelling van de sluis wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting, van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.

De verplichting aan de DBFM-Opdrachtnemer vervaltaan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze vaarwegdelen en/of objecten terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikel onderdeel 15.02 Onderhoud en Vernieuwing).

Producten

De projecten Zeetoegang IJmond, Sluis Limmel, 3e Kolk Beatrixsluis en sluis Eefde zijn opengesteld. Er is sprake van een volledige beschikbaarheidsvergoeding. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. 
    Zeetoegang IJmond: projectbudget is verhoogd met € 24 miljoen € 1 miljoen i.v.m. extra kosten PFAS. De loon- en prijsbijstelling 2023 is € 23 miljoen

Tabel 54 Projectoverzicht behorende bij 15.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

Kasbudget    Openstelling    ^^Tojplichtmg

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

later huidig

vorig

   

Projecten Noordwest-Nederland

                           

Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzjde/uitbreiding ligplaatsen

416

409

95

16

16

16

16

15

16

227

2019

2019

2046

 

Zeetoegang IJmond

1237

1213

439

115

72

41

40

34

31

465

2022

2022

2045

1

Projecten Oost-Nederland

Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde

Projecten Zuid-Nederland

161

158

44

6

5

7

6

6

6

81

2020

2020

2047

 

Keersluis Limmel

94

93

30

4

3

3

3

3

3

45

2018

2018

2048

 

afrondingen

1

 

1

     
  • 1
             

Totaal

1909

1873

609

141

96

67

64

58

56

818

       

Begroting (MF 15.04)

     

141

96

67

64

58

56

818

       

15.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdvaarwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordende aan het netwerk te relateren apparaats kosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overigenetwerkge bonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan exploitatie, onderhoud, ontwikkeling en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT-systemen, het inspecteren van het areaalen de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

Rijksrederij

De Rijksbrede Civiele Rijksrederij is een organisatie die nautische diensten levert aan andere overheden zoals het Ministerie van EZK, Financiën (Douane), IenW en de Kustwacht. De Rijksrederij valt onder de verantwoordelijkheid van RWS. De kerntaken van de Rijksrederij zijn:

  • Het ter beschikking stellen van vaartuigen voor een bepaalde tijdsduur (al dan niet met nautische bemanning) met een door de opdrachtgever gespecificeerd dienstverleningsniveau;
  • Het leveren van kennisintensief advies aan overheidsinstellingen bij beheer, ontwerp en aanbesteding van vaartuigen;
  • Het leveren van kennisintensief adviesop het gebiedvan eisen aan bemanningen, veiligheidsmanagement en scheepsuitrustingen.

15.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden aan de producten op het gebied van Rijksvaarwegen, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.

Producten

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten.

 
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Bijdragen van derden

89

22

11

2

0

0

Totaal Ontvangsten (MF 15.09)

89

22

11

2

0

0

3.6 Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Megaprojecten zijn door de Tweede Kamer aangewezen grote projecten (grootprojectstatus). De aanwijzing van grote projecten gebeurt op basis van artikel 2 van de Regeling Grote Projecten. De grootprojectstatus behelst dat de Regeling Grote Projecten van toepassing is, die voorschrijft dat de Minister ten minste halfjaarlijks de Tweede Kamer informeert over de voortgang en verantwoording aflegt via een Voortgangsrapportage.

Onder dit artikel vallen de megaprojecten Verkeer en Vervoer:

  • Project Mainportontwikkeling Rotterdam;
  • Programma ERTMS;
  • Zuidasdok;
  • Programma Hoogfrequent Spoorvervoer.

Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 14 Wegen en Verkeersveiligheid, 16 Openbaar Vervoer en Spoor en 18 Scheepvaart en havens op de beleidsbegroting Hoofdstuk XII.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering

Tabel 56 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 17 Megaprojecten verkeer en vervoer (bedragen x € 1.000)

 
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

1.002.608

1.528.668

1.061.545

479.421

169.939

210.970

69.968

Uitgaven

484.813

550.428

538.296

718.941

635.182

755.571

846.651

17.06 Project

Mainportontwikkeling Rotterdam

  • - 
    7

1.211

1.122

1.095

1.159

1.523

2.095

17.07 ERTMS

114.954

160.347

161.980

221.812

125.816

158.998

302.782

17.07.01 Aanleg ERTMS

113.676

158.210

161.139

221.812

125.816

158.998

302.782

17.07.02 Planning en studies ERTMS

1.278

2.137

841

       

17.08 Zuidasdok

101.584

177.726

191.920

293.870

257.521

311.875

294.567

17.10 Programma

Hoogfrequent Spoorvervoer

268.282

211.144

183.274

202.164

250.686

283.175

247.207

17.10.01 Aanleg PHS

260.257

204.564

170.382

157.524

199.604

225.655

229.554

17.10.02 Planning en studies PHS

8.025

6.580

12.892

44.640

51.082

57.520

17.653

Ontvangsten

83.038

82.765

58.817

65.224

59.894

75.058

72.261

17.09 Ontvangsten

83.038

82.765

58.817

65.224

59.894

75.058

72.261

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2024 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2024. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden

Tabel 57 Geschatte budgetflexibiliteit art. 17

2024

 

Juridisch verplicht

Bestuurlijk gebonden

Beleidsmatig gereserveerd

Nog niet ingevuld/vrj te besteden

97%

3%

 
  • C. 
    Toelichting

17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

Motivering

Het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) heeft een tweeledige doelstelling:

  • het versterken van de positie van de mainport Rotterdam, en;
  • het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond.

In drie deelprojecten wordt deze dubbele doelstelling verwezenlijkt. Dat zijn: Bestaand Rotterdams Gebied (BRG) (uitgevoerd door de gemeente Rotterdam), 750 hectare natuur- en recreatiegebied (uitgevoerd door de provincie Zuid-Holland) en Landaanwinning (uitgevoerd door Havenbedrijf Rotterdam NV (HbR)). In samenhang met de Landaanwinning dient voldoende natuurcompensatie te worden gerealiseerd.

lenW beschouwt PMR als een bijdrageproject, waarbij de verantwoordelijkheid en risico's voor de uitvoering bij andere partijen zijn belegd. Uitzondering vormt de natuurcompensatie waarmee RWS is belast met de uitvoering. LNV is het aan te spreken ministerie voor de 750 hectare, lenW voor de landaanwinning en BZK voor BRG.

lenW is in het kader van de Procedureregeling Grote Projecten (Kamerstukken II 2006-2007, 30 351, nr. 3) aangewezen als coördinerend project-ministerie. Als zodanig is de Minister van IenW verantwoordelijk voor de overall-projectbeheersing. De projectbeheersing is zodanig ingericht dat zij adequaat kan rapporteren over de processen die leiden tot de realisatie van de deelprojecten en sturing kan geven aan de uitvoering van het deelproject Natuurcompensatie dat rechtstreeks onder haar verantwoordelijkheid valt. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer heeft op voorstel van de minister (Kamerstukken II 2015-2016, 24 691, nr. 125), vanwege de fase waarin PMR zich bevindt, ingestemd met een eenvoudiger governance structuur en ermee ingestemd dat de voortgangsrapportage voortaan bestaat uit toezending van de jaarlijkse monitorinformatie van de Tafel van Borging (de zogenoemde Integrale rapportage Visie en Vertrouwen). De laatste reguliere Voortgangsrapportage betreft de veertiende Voortgangsrapportage (Kamerstukken II 2015-2016, 24 691, nr. 123/124).

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer heeft op 25 september 2018 in een brief aan de minister van IenW aangegeven de procedure te zijn gestart die zal leiden tot de beëindiging van de grootprojectstatus. De commissie heeft daarin de Minister van

IenW verzocht een eindevaluatie op te stellen, zoals bedoeld in artikel

15 van de Regeling Grote Projecten. Deze eindevaluatie is Q2 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden. De Tweede Kamer heeft vervolgens in Q3 2021 ingestemd met het beëindigen van de grootprojectstatus, waarop de Commissie IenW tegelijkertijd heeft verzocht om jaarlijks geïnformeerd te worden over de resterende aandachtspunten van PMR.

Producten

In 2006 heeft het parlement de herstelde PKB PMR vastgesteld en ingestemd met het Bestuursakkoord (juni 2004) en de Uitwerkingsovereen-komsten van de afzonderlijke deelprojecten (september 2005). De PKB PMR (deel 4: de definitieve tekst na parlementaire instemming) is uitgebracht (Staatscourant nr. 247, 2006). De eerste fase van het deelproject landaanwinning is gereed, de tweede fase is gestart, de natuurcompensatie is aangelegd en wordt gemonitord en van het BRG-programma is meer dan de helft van de projecten uitgevoerd. Van het deelproject 750 hectare zijn onderdelen Schiezone en Vlinderstreek vrijwel gereed, het onderdeel Buytenland van Rhoon is in uitvoering nadat het nieuwe streefbeeld in 2018 is vastgesteld.

De volgende producten worden onderscheiden:

  • Uitvoeringsorganisatie: betreft de kosten die samenhangen met de coördinatie van het project en de projectbeheersing;
  • 750 hectare Natuur- en recreatiegebied: betreft de vaste bijdrage van het Rijk voor de omvorming van agrarisch gebied naar natuurgebied met recreatief medegebruik en tot openluchtrecreatiegebied met natuurwaarden. De deelbijdrage van lenW is in 2006 volledig betaald aan de Stichting Nationaal Groenfonds;
  • Groene Verbinding: betreft de kosten voor een verbinding tussen Midden-IJsselmonde en het stedelijk gebied van Rotterdam-Zuid. Dit is een gemaximeerde lenW-bijdrage;
  • BRG: dit bevat een serie projecten om het bestaande havengebied beter te benutten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren;
  • Natuurcompensatie: betreft de aanleg van de Duincompensatie Delfland (Spanjaards Duin), welke nog de nodige tijd nodig heeft om te ontwikkeling, en het Monitorings- en Evaluatieprogramma. Betreft tevens de natuurcompensatie in de Voordelta, waarover momenteel een dialoog plaatsvindt tussen de PMR-partijen en de meest betrokken omgevings-partijen (natuur- en milieuorganisaties en visserij) om tot adequate natuurcompensatiemaatregelen te komen. Voorts zijn uit dit budget de Stimuleringsregelingen recreatie en toerisme en visserij en wordt de planschade/ nadeelcompensatie gefinancierd;
  • Landaanwinning: betreft de vaste bijdrage van de rijksoverheid in de kosten van de aanleg van de buitencontour;
  • Btw Buitencontour: betreft de niet-compensabele btw over de buitencontour naar rato van de overheidsbijdrage;
  • Onvoorzien: dient onder voorwaarden ter bekostiging van onvoorziene uitgaven aan PMR. Als gevolg van de verbreding van het Breeddiep is een aanvulling op de uitwerkingsovereenkomst met het Havenbedrijf Rotterdam afgesloten. Dit was reeds als scopewijziging aange-kondigd in de 13e Voortgangsrapportage PMR (Kamerstukken II 20142015, 24 691, nr. 121 en Kamerstukken II 2014-2015, 24 691, nr. 122).

De dekking van de bijdrage van IenW wordt gevonden in de

Post Onvoorzien;

  • Voor de verdieping van de Nieuwe Waterweg als concurrentieverster-kende maatregel voor de mainport Rotterdam heeft IenW € 35 miljoen beschikbaar gesteld (Kamerstukken II 2015-2016, 34 003, nr. 25). De dekking van de bijdrage van IenW is gevonden in de post onvoorzien. Wegens opgetreden projectrisico's (zoals aangetroffen kabels en leidingen en extra baggerinspanningen) is de post onvoorzien verder aangesproken, zodat de verdieping in totaal € 44 miljoen heeft gekost. Met het Havenbedrijf Rotterdam is een addendum op de Uitwerkingsovereenkomst (UWO) Landaanwinning PMR overeengekomen.

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

  • 2009 Procedures met betrekking tot landaanwinning en natuurcompensatie afgerond;
  • 2010 Uitvoering Duincompensatie Delfland gereed;
  • 2011 Eerste terreinuitgifte Maasvlakte II;
  • 2011 Afronding procedure bestemmingsplanprocedures 750 hectare;
  • 2012 Bestemmingsplannen 750 hectareonherroepelijk;
  • 2013 Landaanwinning eerste fase gereed;
  • 2014 Groene Verbinding opgeleverd en in gebruik genomen;
  • 2014 Laatste infrastructurele projecten voor aansluiting Maasvlakte II op Maasvlakte I gereed;
  • 2015 Officiële opening eerste terminal Maasvlakte II;
  • 2016 De verbreding van het Breeddiep is toegevoegd aan het project en gerealiseerd;
  • 2018 De verdieping van de Nieuwe Waterweg is toegevoegd aan het project;
  • 2018 Deelproject 750 hectare natuur- en recreatieterrein: nieuw streefbeeld onderdeel Buytenland van Rhoon (650 ha) gereed;
  • 2019 Verdieping van de Nieuwe Waterweg gereed;
  • 2020 Eindevaluatie PMR volgens Regeling Grote Projecten naar Tweede Kamer;
  • 2022 Deelprojecten BRG en 750 hectare natuur- en recreatieterrein, onderdelen Vlinderstrik en Schiezone afgerond;
  • 2026 Deelproject 750 hectare natuur- en recreatieterrein, onderdeel Buytenland van Rhoon (650 hect)are afgerond;
  • Voor 2040 Terreinen Tweede Maasvlakte volledig uitgegeven.

Tabel 58 Projectoverzicht behorende bij 1706 Project Mainportontwikkeling Rotterdam (bedragen x € 1 miljoen)

 
 

Projectbudget

     

Kasbudget

     

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

later

huidig

vorig

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

                       

Uitvoeringsorganisatie

21

20

19

           

2

nnb

nnb

750 ha

30

30

30

             

nnb

nnb

Groene verbinding

31

31

31

             

2011

2011

Bestaand Rotterdams

Gebied (BRG)

Landaanwinning

                   

2021

2021

Voorfinanciering

FES monitoringsprogramma

                   

2007

2007

Voorfinanciering

FES natuurcompensatie

105

104

95

1

1

1

1

1

1

4

nnb

nnb

Landaanwinning

742

742

742

             

2013

2013

BTW Buitencontour

138

138

138

             

2013

2013

Onvoorzien

106

103

46

1

       

1

58

nnb

nnb

Afrondingsverschillen

     
  • 1
               

Programma

1.173

1.168

1.101

1

1

1

1

1

2

64

   

Begroting (MF 17.06)

1.173

1.168

1.101

1

1

1

1

1

2

64

   

17.07 European Rail Traffic Management System (ERTMS)

Motivering

De Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040 (Kamerstukken II 202/21, 23645, nr. 746) zet erop in lange termijn keuzes voor het OV met bijdragen aan wonen, werken en recreëren in een duurzaam en welvarend Nederland te realiseren. Het digitaliseren van het treinbeveiligingssysteem is een van de bouwstenen om de doelen van Toekomstbeeld OV te bereiken.

Het vervangen van het analoge huidige systeem, dat stamt uit de jaren '50-60, door de digitale Europese standaard wordt vormgegeven binnen het groot project ERTMS. Deze vervanging sluit aan bij het algemene uitgangspunt om prioriteit te geven aan de instandhouding van het bestaande netwerk. Met deze beslissing wordt ook invulling gegeven aan Europese afspraken over de aanleg van ERTMS op de belangrijkste nationale en internationale verbindingen (TEN-T kernnetwerk). Daarnaast biedt ERTMS meer mogelijkheden dan de huidige treinbeveiliging, zoals meer veiligheid, de mogelijkheid om meer treinen te laten rijden, en op termijn automatisch rijden.

Producten

Op 17 mei 2019 heeft het Kabinet de programmabeslissing ERTMS (Kamerstukken II 2018/19, 33652, n2. 65) genomen en besloten het huidige treinbeveiligingssysteem landelijk te vervangen door ERTMS. Tot en met 2030 worden door ProRail en vervoerders tientallen werkprocessen aangepast om treinen te kunnen laten rijden, circa 1.300 treinen en locomotieven omgebouwd of opgewaardeerd naar ERTMS en tenminste 15.000 gebruikers opgeleid. Ook zal het systeem en de operatie worden beproefd en uiteinde! jk 345 km spoor op zeven baanvakken van ERTMS voorzien. H et kabinet heeft in 2019 tevens besloten structureel middelen te reserveren voor de uitrol van ERTMS in de rest van Nederland in de periode 2030-2050. Hiervoor zijn middelen gereserveerd op artikelonderdeel 11.03.

Zoals aangekondigd is gewerkt aan een herijking van de planning en kostenraming (Tweede Kamer, vergaderjaar 2022-2023, 33 652, nr. 88).

In de herijking zijn ook de effecten van gebeurtenissen als de coronapan-demie, de arbeidsmarktkrapte en bewegingen op de leveranciersmarkt (zoals overnames) op het programma meegenomen. Uit de herijking blijkt dat een hoger bedrag en langere tijd nodig zijn om de treinbeveiliging en gerelateerde systemen klaar te maken voor de toekomst. De eerste uitkomsten van de studie naar de landel ijke uitrol van ERTMS ondersteunen dit beeld. De onderlinge samenhang tussen projecten is groot, waardoor het risicoprofiel van het programma hoog blijft. Het is noodzakelijk om bij te sturen op basis van de nieuwe inzichten en geleerde lessen - in binnen-en buitenland - en deze zo goed mogel ijk te benutten voor het vervolg.

Er wordt daarom een second opinion op de kostenraming uitgevoerd. Hiervoor is een commissie van experts samengesteld die voornamelijk bestaat uit buitenlandse ervaringsdeskundigen. De onderzoekers kijken niet alleen of de raming volledig en realistisch is, maar ook naar de aanpak van de uitrol van ERTMS en mogelijke besparingsopties. Ook de gerelateerde systemen, zoals treindetectie, worden hierbij betrokken. De verwachting is dat de second opinion medio 2023 wordt afgerond.

Het programma ERTMS is door de Kamer aangewezen als Groot Project. De Kamer wordt daarom twee keer per jaar door middel van een voortgangsrapportage geïnformeerd. De laatste voortgangsrapportage van de staatssecretaris van lenW betreft de achttiende voortgangsrapportage (Kamerstukken II 2022/2023, 33562, nr. 88).

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Het beproeven en testen van ERTMS op het proefbaanvak Hanzelijn kost tot 2030 € 127,2 miljoen (pp 2022) meer dan opgenomen in het Kabinetsbesluit, maar is op programmaniveau vrijwel kostenneutraal (TK 33652 nr. 85). Dit bedrag is daarom aan het programmabudget toegevoegd vanuit de reservering op MF 11.03.02. De 'studie Landelijke uitrol' wordt tevens bekostigd van een overboeking vanuit MF 11.03.02 van € 3,9 miljoen omdat het een scope-uitbreiding betreft vanuit de landelijke uitrol van ERTMS (zie ook TK 33652 nr. 85).

Tabel 59 Projectoverzicht behorende bij 1707 ERTMS (bedragen x € 1 miljoen)

Projectbudget    Kasbudget    Openstelling

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

later

huidig

vorig

ERTMS

                       

Aanleg

2.834

2.590

352

182

219

255

305

351

353

817

divers

divers

Planning en studies

93

92

90

2

1

         

divers

divers

Afronding

  • 1
                     

Programma

2.926

                     

Afrekening voorschotten

28

27

24

4

               

Begroting (MF 17.07.01)

5.880

2.709

466

161

162

222

126

159

303

1.356

   

Overprogrammering (-)

     
  • 27
  • 58
  • 33
  • 179
  • 192
  • 50

539

   

17.08 Zuidasdok

Motivering

De ruimtel ijke ontwikkelingen in de corridor Haarlemmermeer-Almere en op de Zuidas versterken de toename van reizigers en verkeer. Door opening van de Noord-Zuidlijn, Hanzelijn en OV-SAAL neemt het aantal reizigers op station Amsterdam-Zuid toe. De vergroting van de stations capaciteit en kwalitatieve opwaardering van station Amsterdam Zuid is nodig om de groeiende reizigersstromen te accommoderen en te voldoen aan de NSPkwaliteitsnorm. Om ruimte te bieden aan de uitbreiding van de ov-terminal en de wegcapaciteit te vergroten, wordt de A10 ondergronds gebracht en verbreed. Een investering in de ruimtel ijke kwaliteit van de Zuidas draagt verder bij aan de versterking van een internationale toplocatie. In de Kamerbrief van 17 mei 2022 is de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van Zuidasdok (Kamerstukken 32668, nr. 20).

Producten

  • Programmaorganisatie en voorbereiding (inclusief A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel, artikel 12.03.01 op het Mobiliteitsfonds);
  • Uitbreiding van de ov-terminal (regionaal ov en ketenmobiliteit);
  • Tunnel en uitbreiding van de wegcapaciteit A10-zuid;
  • Inrichting van de openbare ruimte en generieke uitgaven.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Rijk en regio hebben in oktober 2022 overeenstemming bereikt over toevoeging budget aan Zuidasdok (Rijk: ca € 1.200 miljoen) en € 303 miljoen regio middels extra ontvangsten regio. Daarmee werd het tekort Zuidasdok opgelost op prijspeil 1 januari 2022. N.a.v. de aanbesteding project Knooppunt Nieuwe Meer en toevoegen noodzakelijke vervanging van de Roozenoordbrug (zuid) aan het is

€ 118 miljoen toegevoegd.

  • Het projectbudget is verhoogd door het toerekenen van de loon- en prijsbijstelling 2023.

Projectbudget    Kasbudget    Openstelling

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

later    huidig    vorig

Zuidasdok

Generieke en ruimteljke inrichting

74

73

66

8

           

Projectorganisatie en voorbereiding

553

538

215

46

44

36

36

34

32

110

Tunnel en A10

1.515

1.450

105

15

50

103

136

184

183

739

OVT incl. keerspoor

1.027

990

221

109

98

154

85

94

79

187

Afrondingen

         

1

     
  • 1

Programma

3.169

3.051

607

178

192

294

257

312

294

1.035 2032-2036 2032-2036

Begroting (MF 17.08)

3.169

3.051

607

178

192

294

257

312

294

1.035

Overzicht van de bijdragen

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de financiering van het programma. Deze middelen kunnen tijdens de realisatieperiode integraal aan alle productuitgaven worden besteed. Tussentijds en achteraf zal inzichtelijk worden gemaakt waaraan de middelen zijn besteed (verantwoording).

Tabel 61 Overzicht van de bijdragen (bedragen x € 1 miljoen)

 

Tabel 50 Overzicht van de bijdragen (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Totaal

t/m

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

later

Bjdragen Rjk

2.195

339

131

140

229

195

237

221

703

Bjdrage gemeente Amsterdam

423

84

23

28

36

33

41

40

138

Bjdrage Vervoersregio Amsterdam

346

64

24

24

29

27

33

33

112

Bijdrage Provincie Noord Holland

87

87

             

EU-ontvangsten

3

1

     

2

     

Bijdrage derden

115

32

       

1

 

82

17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

Motivering

Vanaf 2018 heeft het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer de status van groot project. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven van PHS verantwoord. De basisrapportage, die voortvloeit uit de status van groot project, is in april 2019 naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2018-2019, 32 404, nr. 92). Sindsdien zijn er halfjaarrapportages naar de Kamer gestuurd, de laatste betreft de tweede helft van 2022 (VGR 2022-2; (Kamerstuk 32404-117) - 2023Z09635). Er wordt volgens de prognoses steeds meer gebruik gemaakt van het openbaar vervoer. Ook het spoorgoederenvervoer neemt toe. Dat vraagt om een aanpak om meer capaciteit te bieden en een hoogwaardig spoorvervoer mogelijk te maken. Het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) heeft tot doel op de drukste trajecten in het land te komen tot hoogfrequent spoorvervoer en een toekomst vaste routering van het goederenvervoer met zo intensief mogel ijk gebruik van de Betuweroute. Er gaan meer treinen rijden in de drukste delen van het land en er komt extra ruimte voor goederenvervoer op het spoor naast maatregelen om het gebruik van de Betuweroute nog extra te stimuleren. Het gaat om de volgende corridors en frequenties:

  • Alkmaar-Amsterdam (6 intercity's en 6 sprinters);
  • Amsterdam-Utrecht-Eindhoven (6 intercity's op de corridor en 6 sprinters tussen Utrecht en Geldermalsen);
  • Schiphol-Utrecht-Arnhem/Nijmegen (6 intercity's op de corridor en 4 sprinters tussen Breukelen en Driebergen-Zeist);
  • Den Haag-Rotterdam-Breda (8 intercity's en 6 sprinters tussen Den Haag en Rotterdam en 4 intercity's tussen Rotterdam en Breda);
  • Breda-Eindhoven (4 intercity's en 4 sprinters Breda-Tilburg);
  • Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (SAAL) Schiphol-Amsterdam Zuid-Almere-Lelystad (4 intercity's en 4 sneltreinen tussen Flevoland, via Amsterdam Zuid, en Schiphol, 4 intercity's tussen Schiphol,

via Amsterdam Zuid, en Hilversum, 6 sprinters tussen Almere en Amsterdam Centraal, 4 sprinters tussen Hilversum/Gooi en Amsterdam Centraal);

  • Goederenroutering Zuid-Nederland.

Het PHS-programma en de diverse projecten die hier onderdeel van uit maken moeten de gewenste treinaantallen mogelijk maken in combinatie met een zo goed mogelijke dienstregeling (goede verdeling van de treinen over het uur, goede aansluitingen, combinatie met goederenvervoer e.d.). Daarbij is een belangrijk aandachtspunt dat de PHS-corridors onderdeel vormen van een samenhangend spoorwegnet en treindienstregeling, waarbij er vele afhankelijkheden bestaan en er in de loop der tijd rekening moet worden gehouden met nieuwe inzichten en ontwikkelingen. De uiteindelijke dienstregeling wordt conform de vervoerconcessie van lenW aan NS opgesteld door NS. NS stelt deze vast op basis van de daadwerkel ijk beschikbare infrastructuur, de daadwerkel ijk marktvraag per traject, overleg met betrokken overheden en consumentenorganisaties. De scope, planning en financiële stand van zaken (peildatum eind 2018) zijn opgenomen in de basisrapportage PHS; deze dient als referentie voor de opeenvolgende voortgangsrapportages over PHS die elk half jaar versch ijnen.

Producten

Op 4 juni 2010 (Kamerstukken II 2009-2010, 32 404, nr. 1) heeft het kabinet een voorkeursbeslissing genomen over PHS. Sinds begin 2011 loopt de planuitwerking. PHS is een samenhangend en langlopend programma en wordt stap voor stap gerealiseerd. Fasegewijs zullen de frequenties worden verhoogd, als de benodigde infrastructuur dat mogelijk maakt. Inmiddels is een aantal projecten uitgevoerd en gaat PHS steeds verder in realisatie en worden onderdelen vastgelegd in subsidiebeschikkingen. In het MIRT overzicht is per onderdeel in realisatie een MIRT-blad opgenomen en is de voortgang van de diverse PHS onderdelen aangegeven. Elk halfjaar wordt in de opeenvolgende voortgangsrapportages PHS de inhoudelijke en financiële voortgang van PHS en de diverse corridors aangegeven.

In de laatste VGR2022-2 is aangegeven dat het PHS-programma in volle uitvoering is en tot circa 85% het budget in 2022 is verplicht. Ook is duideljk geworden dat een aantal belangrjke onderdelen eerst rond 2029-2030 gereed zullen zijn. Zoals aangegeven in de VGR 2022-2 en het beleidsprogramma IenW ter uitwerking van het coalitieakkoord zijn de eerst volgende verbeteringen in de treindienst eind 2024 gepland.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

De studie baanstabiliteit Delft Campus - Schiedam wordt uitgevoerd binnen de planstudie PHS en om die reden is het hiervoor benodigde bedrag ad € 3,6 miljoen overgeboekt vanuit het Programma Spoorcapaciteit 2030 waarbinnen deze middelen t.b.v. baanstabiliteit zijn geraamd.

 

Tabel 62 Projectoverzicht behorende bij 1710 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (bedragen x € 1 m

iljoen)

 

Projectbudget

Kasbudget

   

lndienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig t/m 2022

2023    2024    2025

2026

2027

2028

later    huidig

vorig

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

             

Aanleg

3.695

3.598    1.703

215    213    185

229

269

245

635

 

PHS:

Doorstroomstation Utrecht

253

253    253

       

2017

2017

PHS: Spooromgeving

   

22

     

2021

2021

Geldermalsen

150

150    146

       

PHS: Meteren - Boxtel

716

686    59

30    47    51

51

110

110

258 2028-2029

2028-2029

PHS: Rjswjk - Rotterdam

385

377    219

46    40    6

9

9

6

48 2023-2025

2023-2025

PHS Amsterdam

911

876    154

57    67    74

100

95

88

276 2030-2032

2030-2032

PHS Ede

62

61    40

22

     

2021

2021

PHS Alkmaar-Amsterdam

28

27    7

6    11    4

     

2027-2028

2027-2028

PHS maatregelen TEV

108

103    21

8    19    24

26

10

 

divers

divers

PHS Njmegen en Westentree

181

172    3

5    8    16

31

36

36

46    2027

2027

OV-SAAL korte termijn

630

630    630

       

2016

2016

OV-SAAL

middellange termijn

100

99    98

11

     

2026-2028

2026-2028

PHS: Overige maatregelen (projecten < € 50 miljoen)

172

164    73

39    18    10

11

9

5

7    divers

divers

Afrondingen

Planning en studies

Corridor Alkmaar-Amsterdam

Corridor Amsterdam-Utrecht-Eindhoven

756

733

           

Corridor Schiphol-Utrecht-Arnhem/Njmegen

               

Corridor Breda-Eindhoven Corridor Den

Haag- Rotterdam

Corridor OV SAAL middellange termijn

               

Routering goederenvervoer Zuid-Nederland

               

Overige (planstudiekosten) Afrondingen

               

Programma

Afrekening voorschotten

82

82    63

19

         

Begroting (MF 17.10.01)

4.533

4.413    1.766

204    169    149

136

164

169

1.020

 

Overprogrammering (-)

   

_ 31    - 44    - 36

  • 93
  • 105
  • 76

385

 
   

17.09 Ontvangsten

Motivering

         
   

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden voor de realisatie van de Megaprojecten verkeer en vervoer, die rechtstreeks aan lenW

   

worden betaald, verantwoord.

         

Tabel 63 Ontvangsten artikel 17 (bedragen x € 1

miljoen)

         
   

2023

2024    2025

 

2026

 

2027

2028

Bijdragen van derden PMR

Bijdragen van derden ERTMS

 

16

7

         

Bijdragen van derden Zuidasdok

 

47

52    65

 

60

 

75

72

Bijdragen van derden PHS

 

20

           

Totaal Ontvangsten (MF 17.09)

 

83

59    65

 

60

 

75

72

3.7 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.

Het projectartikel is gerelateerd aan het beleidsartikel 22 Omgevingsvei-ligheid en milieurisico's (Externe veiligheid) van de begroting Hoofdstuk XII.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering
 

Tabel 64 Budgettaire gevolgen van uitvoering art.

18 Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)

 

2022

2023

2024

2025    2026    2027    2028

Verplichtingen

34

3.453

21.491

 

Uitgaven

10

3.335

21.491

 

18.06 Externe veiligheid

18.08 Netwerkoverstijgende kosten

10

3.335

21.491

 

18.08.03 Afroming Eigen

Vermogen Rijkswaterstaat

   

21.491

 

Ontvangsten

245.271

310.546

   

18.09 Ontvangsten

4.311

19.308

   

18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen

240.960

291.238

   

Budgetflexibiliteit

De budgetten voor externe veiligheid zijn 2024 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2024. De middelen afroming eigen vermogen Rijkswaterstaat zijn beleidsmatig gereserveerd.

Tabel 65 Geschatte budgetflexibiliteit art. 18

2024

 

Juridisch verplicht

0%

Bestuurlijk gebonden

 

Beleidsmatig gereserveerd

100%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

 
  • C. 
    Toelichting

18.06 Externe Veiligheid

Motivering

Het budget is bestemd voor het oplossen van externe veiligheidsknelpunten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarl ijke Stoffen (NVGS) (Kamerstukken II 2005-2006, 30 373, nr. 2). De opgenomen kasreeks heeft betrekking op het RWS-programma aankopen en saneren van kwetsbare objecten in het kader van basisnet.

18.08 Netwerkgebonden kosten

Motivering

Dit betreft de afdracht van het surplus aan eigen vermogen van Rijkswaterstaat. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. De maximale omvang van het eigen vermogen is door R ijkswaterstaat in 2022 overschreden. Conform de Regeling agentschappen is het surplus eigen vermogen afgedragen aan de eigenaar (IenW). Voor het surplus eigen vermogen van Rijkswaterstaat geldt dat - in lijn met het zwaartepunt van de herkomst - deze middelen zijn toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. De middelen worden in afwachting van nadere bestemming toegevoegd aan artikelonderdeel 18.08 Netwerkgebonden kosten.

Belangrijkste budgettaire aanpassing

Bij eerste suppletoire begroting 2023 is het afgeroomde eigen vermogen 2021 doorgeschoven naar 2023 (€ 2,5 miljoen). Bovendien is het surplus eigen vermogen 2022 toegevoegd aan artikel 18.08 (€ 19,3 miljoen). Het totaal van € 21,8 miljoen zal in 2023 niet tot besteding komen. Derhalve worden de middelen door geschoven naar 2024 in deze begroting.

18.09 Ontvangsten

Motivering

Dit betreft de afdracht van het surplus aan eigen vermogen van Rijkswaterstaat. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. De maximale omvang van het eigen vermogen is door R ijkswaterstaat in 2021 overschreden. Conform de Regeling agentschappen is het surplus eigen vermogen afgedragen aan de eigenaar (IenW). Voor het surplus eigen vermogen van Rijkswaterstaat geldt dat - in lijn met het zwaartepunt van de herkomst - deze middelen zijn toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. Deze middelen zijn in afwachting van nadere bestemming toegevoegd aan artikelonderdeel 18.08 Netwerkgebonden kosten.

3.8 Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

  • A. 
    Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord die ten laste van de begroting Hoofdstuk XII komen. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII.

Het productartikel is gerelateerd aan artikel 26 Bijdragen aan de Investe-ringsfondsen op de begroting Hoofdstuk XII.

  • B. 
    Budgettaire gevolgen van uitvoering

Tabel 66 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk (bedragen x € 1.000)

 
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Ontvangsten

7.451.127

7.808.084

9.883.320

18.771.630

9.602.879

9.330.620

8.798.471

19.09 Ten laste van begroting IenW

7.451.127

7.808.084

9.883.320

18.771.630

9.602.879

9.330.620

8.798.471

Motivering

Dit begrotingsartikel is technisch van aard.

  • 4. 
    Bijlagen

Bijlage 1: Voeding van het Mobiliteitsfonds en begrotingsstaat per productartikelonderdeel

Bijdrage van

hfdst    3.059.2023.747.277r.083.5353.814.5844.038.7423.707.85C3.068.0832.878.8462.784.3442.572.87£2.858.3222.611.8083.055.9233.030.3662.391.3347703.098

XII (art 26)

i--

CM

CM

CO

o

CM

o

CM

03

CM

o

CM

CM

o

CM

CD

CM

o

CM

LD

CM

O

CM

'St

CM

o

CM

O

CM

CQ C«3

r>

o- co

o

CM

CO

G3

03

CO CM3

0

o

i--

co

CM

CD

CM

o

03

CM

LD

CM

i--

CD

CM

LD

LD

03

'St

'St

03

O

i--

o

G)

0

l

O

O

CL

</)

CO

03

r<

ö

CM

d

03

O

pj

i--

co

i--

LD

'St

CD

CO

i--

o

CM

i--

CD

CM

O

O

i--

CD

03

LD

0    CO

T-    CO

CM    T-

CD    LD

r<

03

LD

a

o

'St

9    a

CO    CM

CD    CD

03    CO

>

cu

03

5

'St

O

O

o

'St

CM

03

i--

LD

'St

i

03

CM

03

r<

'St

r<

'St

CM

03

o

'St

O

LD

CM

CM

03

O

LD

CM

03

03    C

ra o %

CM

O

co

co

o

CO

CM

'St

o

03

o

o

r<

o

LD

03

O

O

'St

O

o

r<

03

i--

03

'St

o

CM

CM

'St

CM

'St

O

co

CM

i--

r<

03

03

i--

o

co

C\i

O    LD

CM    CM

CM    LD

CM    CD

CM

CM

'St

i--

'St

LD

CM

« CO CM o

° «M

r>

CM

o

CM

r».

CM

O

CM

'St

03

O

d

CM

'St

03

r<

CM

'St

03

03

O

CM

'St

03

CM

03

o

CM

03

O

CM

r».

CM

O

CM

CM

O

CM

r».

CM

o

CM

CM

O

CM

LD

CM

O

03

CM

'St

r>

co

o

CM

CM

CM

03

LD

O

CO

r--

03

5

5

03

I"-;

LD

i--

'St

'St

03

'St

55

i--

'St

CD

'St

r--

o

co

03

03

CO

CM

CM

LD

CO

CD

CM

i--

o- co

o

CM

o- co

o

CM

CO

03

d

o

LD

03

03

O

c

cu

a

c

o

03

03

O

c

03

>

c

O

co

CM

'St

 

2023

  • 2037

co oo

CT>

Os)

CD

(O

CD

LO

CO

CM

oo

o

CM

co

00

o

CM

O

OO

co

Osi

CM

LO

00

o

CM

co co

oo cd

co

CM

'St

00

o

CM

CO

CO

CO

N

CO

CM

oo oo

o

CM

O

O

LO

co

00

CM

oo

o

CM

00

00

oo

't

o

CM

r>

co cd

co

o

00

o

CM

oo

't

CM

o>

oo

CM

o

CM

co

r>

q

od oo

LO

00

CM

o

CM

CM

oo

LO

cd co

00

CM

o

CM

co oo

CM

o

't

co

CM

o

CM

o

co

CM

cd co

00

LO

CM

o

CM

co

o>

od

LO

LO

'St

CM

O

CM

co

CM

osi co

00

OO

CM

O

CM

co

r>

o

N

o

oo

Bedragen € x 1.000

c

0)

w

ra

c

« g

0 4-p

SS

co

r>

r>

O)

a>

R

r>

o>

't

r>

oo

«O

Ë

«o

8

co r>

r>

ë

co

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage

Artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

'St

'o 23 c

ïS»

5 -

£ as

03 *“ >

c/3

1 “

C C : to 0) < Q I

'1- O)

3 O)

CD

^ n O

2- o

(D (D Q. O -C C/3

JC & O CD (D O

O -c X

C 0 CD CD 05 ö)

000

(D </>

> :C ¦

O CL :

03

¦ö

£    ©    ~G    E    t

5    >    E    £    ®

w    Ss    !n    c/5    i=

at: c ra o.    cd    c    ns

OC    O    >    <    I

CC o .

5 I'

s s;

¦ö    «    __    o    o

<0    +ï    CM    ¦,=    P    j_

c    o    t    ,-    o

C/)    O    CM    cc    I-    >

>    <D

>    CO Jé! r CM 1 r

JE ° t

O CM CC

SE^

Pï£

s o:

iS:

_    m    —    x.

C    N

S    C    O    t    r

(/)    O    CM    CC    «-

IS

2 £

Ontwerpbegroting

2023

artikelonderdeel

11.03

Reserveringen    1.081.4341.170.112 1.412.970 1.112.247 1.088.102 1.072.560    959.658 1.094.550    917.943    619.208    177.304 224.370    117.028    136.216    112.896

r-.

co

o

CN

o

CN

O

CN

CN

o

CN

CD

CN

o

CN

LD

CN

O

CN

'St

CN

o

CN

O

CM

CD

CO

-t-1

o

co

'St-

q

d

a>

00

r>

CM

<J>

C\l

O

CO

co co

't

CO

d

CN

CO

r>

co

N

CN

¦Ö

o

't

co

r*.

o

co

CO

o

LD

00

LD

<D

q

co

CD

't

o

<J>

co co

o

't

*t

CN

LD

LD

00

't

CO

CD

<J>

o

o

o

LD

O

O

O

LD

CN

I

CN

I

CN

CN

O

'St

LD

LD

'St

CJ)

CO

i--

'St

CJ)

CO

o

o

o

LD

O

LD

i--

00

CN

o

o

o

d

CN

o

o

LD

r<

O

o

o

LD

i--

'St

CJ)

¦st

'St

CJ)

i--

o

LD

CN

i--

CD

O)

CO

C/5

0

Ö

CO

Q.

CO

’ -x JZ ' _• :=> o LL CC C/5 I

0

O)

 

o

 

27.505

7.490

 

o

'St

d

co

o

 

256

o

o

LD

 

8.039

197.447

 

25.833

  • 217.482
 

o

o

co

39.503

 

3.161

CD

O

q

'St

1

 
  • 45.275

87.165

 

00

CD

00

LD

'St

1

LLQ'LL

 

CN

00

00

LD

'St

1

98.687

 
  • 43.693
  • 184.375
 

00

CN

CO

CM

'St

1

  • 137.675
 

8.920

co

o

CO

CO

CN

 

00

CD

o

CD

52.135

o

CO

i

6S9’S

o

o

CO

1

Loon-en prijsbijstelling

2023    - 93.735

en investeringsruimte

Knooppunt

Empel

CN

CN

CN

r-.

CN

CN

CO

co

'St

i--

CD

o

CD

'St

r--

I

'St

CN

c/1

o

o

o

o

LD

d

o

o

o

CO

r-.

co

o

CN

o

CN

O

CN

CN

o

CN

CD

CN

o

CN

LD

CN

O

CN

'St

CN

o

CN

O

CM

CD

O

O

O

CD

O

O

O

CD

O

O

O

LD

O

O

O

LD

O

O

LD

o

o

LD

O 0

.E >

CD

CD

0)0    03

CD

'St

CN

O

O

o

d

'St

CN

S

CN

 
 

O

O

o

d

co

CM

66

   
 

o

o

o

d

G)

03

   
 

o

o

o

d

O)

O)

   
 

o

o

o

d

O)

O)

 

03

d

i

 

o

o

o

d

CM

O)

O)

 
  • 250.465 -

9.435

o

o

o

d

CM

O)

O)

 

o

o

q

'St

03

CN

|

11.256

 

O)

O)

 

O

CD

CO

o

CN

1

8.376

 

O)

 

o

o

CN

CN

CN

1

CM

'St

'St

 

O)

'St

o

o

'St

i

O

O

O

03

o

CN

1

CO

CO

CN

CD

03

 

LD

LD

'St

o

o

'St

i

  • 161.000 -

65.034

 

CO

P"

c--

'St

o

o

'St

i

o

'St

CN

03

i

29.367

 

'St

LD

q

'St

o

o

'St

i

CN

o

CN

03

1

38.381

 

r--

CO

CO

o

o

'St

i

CN

CO

q

CM

1

  • 9.883
     

CO

LD

d

1

03

O

03

i

     

LD

03

O

d

i

E

ö) 5

C =3

S o

0 -Q o Ü)

-Q c

o §

Reservering

Nedersaksenlijn en N33    480.000

Reservering Verduurzaming Gebouwen    16.900

o

o

o

r<

l

1.698.784 -

RISM

2025-2029

Startbeslissing Oude Lijn

.52 0

O) ¦-

0 o

CD Q. +-> CD C/5 O

CD

CN

r<

LD

CJ)

r-c

r-.

CD CD

O

CN

CD

LD

O

'St

CD

r<

CN

¦a

D

o

CD

¦a

r--

'St

o

LD

i O)

CO

CO

o

o

q

'St

O

I

O

o

q

'St

O

I

o

o

q

'St

O

I

O

o

q

'St

O

I

o

o

q

'St

O

I

i--

CM

CM

o

CM

o

CM

CM

o

CM

CD

CM

o

CM

*St

o

CD

d

r>

LO

CD

CO

o

Ö)

G)

CD

r>

r>

o

'st

oo

CD

I

CD

I

r-

r- co

'St

CM

o

'St

'St

CO

o

o>

CO

LO

o>

O)

C

0

£

0

W

0

cc

CO

'st    'st

r>    r>

CO

'St

r>

CO

5

'St

CO

CM

CD

o

to

CD

I

i--

CD

CO

r-.

LD

i--

CD

I

i--

CD

I

i--

CD

I

o

o

LD

¦st-

CM

'St

CM

r<

o

o

o

d

l

o

o

r--

CM

CM

CO

r-.

LD

d

co

l

o

'St

00

d

I

o

CM

CD

LD

i O

LD

O

Ifl

¦£ 0

CQ _Q _Q <

 
         

0

0

'St

   

r-.

co

o

CM

       

i

   

co co

o

CM

 

O

LO

CM

co

o

O

O

LO

co

       

LO

CO

o

CM

 

co

'St

o

co

o

o

o

o

       

'St

co

O

CM

 

00

LO

co co

co

         

CO

co

o

CM

 

'St

co

LO

00

co

 

o

o

o

LO

co

i

     

CM

CO

o

CM

'St

CM

CM

d

CM

co co

co

LO

 

o

o

o

LO

co

i

     

o

CM

00 co cö

'St

co

LO

co

'st-

00

LO

o

o

CM

CM

o

o

o

LO

co

i

     

O

co

o

CM

'sf

r<

CM

co

o

LO

o

o

CM

od

o

o

o

LO

i

     

co

CM

O

CM

CM

o

co

CM

co

co co

co

CM

00

CM

o

o

co

CM

       

00

CM

o

CM

 

co

LO

CM

LO

CM

CM

o

o

o

CM

       

CM

O

CM

 

CO

LO

co

'St

CM

o

o

CM

       

co

CM

O

CM

 

00

co

"sf

d

O

o

CM

r<

       

LO

CM

O

CM

co co

co co

o

CM

co

r<

o

o

co

r<

   

0

0

0

10

10

1

r-»

co

LO

r<

i

'St

CM

O

CM

00

'sf co

co

o

o

'St

CO

co

   

0

0

q

d

10

1

10

00

0

co

1

CO

CM

O

CM

 

00

co

1

o

o

co

LO

     

00

'sT

co cd

co

1

veringen en investerings- Totaal ruimte    mutatie

co

ö) ö>

•i 1

2 15

  • o > ¦E -5= -O

^ e-o

CD CD O

O -C X

co

o

co

r<

co co

__ & .El

S S 0

£ O 5

.E *s= -o

^ e-o

0 CD O

O _c X

o

o

co

O)

.E c

l- 0

© O) 0

^ n o ^ E- o

0 0 Q.

ÜoW

i o o

1

.c

c

0

0 01 ¦4= 0

5 5

'2 ? 0- © w >

0

0

'St

i

0

0

0

o.

E ^

X £ LU CC

i 0 0

8

i

-C

c

0

CO ö)

'2 1

0 40

  • =1 Sx- S- 0

I 1- >

0

0

0

d

co

l

>

O

>

H

X

X

C ffi D 0 Dl öl > C C

o

o

co

d

o

o

r--

LO

© © (/)

O- CD O

O

CO

O- CD O CD

O _c X <

co

r--

d

'St

©- CD O O)

O sz x >

o

o

co

r<

CM

o

o

co

o

I

o

o

LO

r<

CM

o

o

co

o

o

o

CM

LO

r-.

co

o

CN

o

CN

o

CN

o

o

i--

'St

CO

'St

CN

r

OD

5

I

Q- CD O (1)

O sz x >

o

o

i--

r<

o

o

i--

r<

  • C/5 <

'V    W

CD £¦ o > Q- CD Q. O O SZ CO LU

CO

i--

ö

LO

'St

I

O

O

LO

Ö

I

O

r<

I

o

o

o

CO

o

i--

'St

6

l

o

o

q

CN

  • 0) 
    CD CD ~G '

o c ^

SI CD LL

a o. QQ

o o a

CD cu

° > _ — SZ ~o p :=¦

i— 4—    _ N

CO

LO

CO

Ó

o

I

o

o

'St

00

CD C/5 O X

c CD a ® ns i: a 2 c d o -9 HZ —' O o o > o ~

O > x U

CD CD CD ^ C "

X < OQ

  • V) 
    N

:E" r"

X < ¦

CD

CD T,

C X3 •- CD O) CD

Q-

To to w CD CO •=> q cn it £ °

CD 55

> c/) co

-- CO

E ~2

a> ^ E

cn D <

i--

CM

CM

o

CM

o

CM

CM

o

CM

CD

CM

o

CM

LD

CM

O

CM

'St

CM

o

CM

O

CM

o

o

o

Ö

i--

CM

o

o

o

d

o

oo

o

o

o

d

o

'St

o

00

CM

i--

CD

oo

r->

'St

'St

r«-

oo

i--

cd

o

r-.

oo

LD

'St

'St

CD

Ui

CD

>

O

O

O

d

CD

c

c

CD

CD

I Ï1 CD «(DO) CD — <D

s g g

oo

i--

oo

LD

CO

i--

oo

LD

oo oo

CD

r<

o

o

o

d

oo

o

o

o

d

oo

'St

CM

LD

't

't

O

O)

O)

CO

CD

O

'sl;

cd

o

LD

O

CO

N

CD

't

CO

't

't

o

O)

O)

cd

o

't

N

5

CD

o

*t

cd

r>

CD

CO

CO

't

CO

't

CD

CD

O

CO

o

o>

'si-

o

co

CD

CO

o

*t

o

O)

o>

00

^t

't

c\i

d

LD

*t

't

r*.

o

<j>

CM

CM

CM

o

cu

-t-1

o

—    CD    —    'Z    +0

c    g    «¦    5    S    c    ®

5    =    O    t    °    ®    >

(J)    O    CM    03    «-    (D    .E

'P    .=

2    c    c    E

G>    CD    0    (/)

<D    ö)    U)    G)

JO    C    C    C

CL    'F    'E    'C

«    I    2    2

CM

O

CM

O

CM

CM

o

CM

o

CM

LO

CM

o

CM

'St

CM

O

CM

O

CM

CD

O)

O)

N

c\i

LO

CM

LT>

c\i

00

CM

O)

CM

CO

CO

«O

CM

't

00

co

CM

00

CO

CO

CM

co

r>

ra

2 cc

ra ra _Q CC O.    'F 'C

k-    = 0)

00

LD

CM

LO

6

o

c\i

o>

o>

LT>

't

O

CM

CT>

LO

6

co

CM

«o

co

CM

6

co

<o

co

6

r>

r>

O)

o

LO

<d

LO

£

'5

w

ra

 
 

47.500

47.500

 

47.500

 

47.500

  • - 
    47.500
       

Ontwerpbegroting

2023

artikelonderdeel

11.09

Ontvangsten

Mutaties

Voorjaarsnota

2023

Stand eerste suppletoire wet 2023 artikelonderdeel

11.09

Ontvangsten

Mutaties

Miljoenennota

2024

Stand ontwerpbegroting

2024

artikelonderdeel

11.09

Ontvangsten

 

Totaal

Ontvangsten stand ontwerpbegroting    47.500

i--

CM

CM

CM

o

CM o

CM

CM

o

CM

CD

CM

o

CM

LD

CM

O

CM

'St

CM

o

CM

O

CM

  • 0) 
    TO 03

Toelichting

Aanvulling A2 Den Bosch-Deil

Dit betreft een specifieke uitkering aan de provincie Gelderland en Noord-Brabant voor de Quick Win A2 Deil-Vught.

Aanbestedingsresultaat 't Vonderen Kerensheide

Er is minder reservering hiervoor nodig omdat de aanbesteding van dit project lager uitvalt dan verwacht.

BZK: bijdrage CID Binckhorst

Conform de gemaakte afspraak in het BO MIRT van november 2022 geeft BZK een bijdrage voor Central Innovation District Binckhorst.

Capaciteit RWS Hoofdwegennet en Hoofdvaarwegennet In de ontwerpbegroting 2023 is de eerder tot en met 2025 gefinancierde structurele capaciteit van 9.250 FTE's voor de jaren 2024 en 2025 opgehoogd naar 9.341 FTE's. In de huidige begroting 2024 is besloten om deze capaciteit verder te verhogen naar circa 9.400 FTE's en structureel (einde looptijd fonds) te financieren. Aanvullend hierop wordt tot en met 2030 de capaciteit voor structurele werkzaamheden in lijn met de extra ambitie van dit kabinet op instandhouding verhoogd naar 9.665 FTE's. De middelen gaan naar MF artikel 12 Wegen en MF artikel 15 Vaarwegen.

Dekking herprioritering Hoofdvaarwegennet

Dit betreft de dekking voor herprioritering vanuit het hoofdwegennet. Dekking herpriotering Hoofdwegennet

Dit betreft de dekking voor herprioritering vanuit het hoofdwegennet. Dekking herprioritering Spoorwegen

Dit betreft de dekking voor herprioritering voor spoorwegen.

Derde tranche Impulsregeling SPV

Dit betreft een budgetoverheveling vanuit de reservering Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) op artikel 11.03 (reserveringen) naar artikel 12.03.02 (planning en studies) ten behoeve van de ophoging van de Regeling Impuls Verkeersveiligheid.

FIN: Rijksdiensten Schoon Emissieloos Bouwen

Dit betreffen aanvullende middelen voor de plannen: Rijksdiensten Schoon en Emissieloos Bouwen. Het programma Schoon en Emmissieloos Bouwen is opgericht om in samenspraak met de bouwsector en medeoverheden te komen tot een eenduidige invulling van de maatregelen die nodig zijn om de doelen en ambities te halen die gesteld zijn met betrekking tot de reductie van stikstof, CO2 en fijnstofemissies die samen hangen met het bouwen.

Herprioritering: aanleg voor instandhouding

Er wordt op het MF in totaal € 1,2 miljard toegevoegd aan instandhouding RWS aanvullend op de CA-middelen. Het gaat om € 573 miljoen voor VenR en € 580 miljoen BenO. Bovendien wordt er € 94 miljoen toegevoegd vanuit aanleg voor capaciteit RWS. Deze middelen worden gedekt door te herprioriteren op aanlegprojecten die worden geraakt door stikstof (€ 368 miljoen vaarwegen en € 1.131 miljoen wegen). De schuif van aanleg naar instandhouding RWS is verlaagd tot het BKN-niveau in combinatie met een efficiëntiedoelstelling (- € 178 miljoen). Deze middelen worden toegevoegd onder voorbehoud van het opstellen van nieuwe sturingsaf-spraken waar de doelmatigheidswinst en inlopen uitgesteld onderhoud een plek krijgen.

HXII: TVOV

Het betreft de overboeking uit het MF voor de bijdrage Transitievangnet OV (TVOV).

Kasschuiven verkenningen, reserveringen en investeringsruimte Er zijn op dit artikel budgetneutrale kasschuiven doorgevoerd om de programmering sluitend te krijgen.

Loon- en Prijsbijstelling 2023

Dit betreft de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2023 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investeringsruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.

Opdracht Schoon Emissieloos Bouwen 2023

Dit betreft de opdracht Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) die in 2023 wordt verleend. Rijkswaterstaat geeft invulling aan deze opgave via de Strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur, waarmee wordt bijgedragen aan de reductie van stikstof, fijnstof en broeikasgasemissies.

Opgave herprioritering Hoofdwegennet Aanleg

Dit betreft middelen ten behoeve van de herprioriteringsopgave voor

Wegen en specifiek voor Aanleg. De middelen komen terecht op artikel 12.

Opgave herprioritering Hoofdvaarwegennet Er wordt budget gealloceerd voor de Averijhaven (Energiehaven) IJmuiden, voor de overdracht NST/PFAS-kosten, voor de bruggen Prinses Margrietkanaal en de Tegenvaller project MOC Kustwacht. Daarnaast wordt het modaliteitspecifiek budget (spijkerpot) voor vaarwegen aangevuld hiermee.

Opgave herprioritering Hoofdwegennet en Hoofdvaarwegennet: aanleg voor instandhouding

Er wordt op het MF in totaal € 1,2 miljard toegevoegd aan instandhouding RWS aanvullend op de CA-middelen. Het gaat om € 573 miljoen voor VenR en € 580 miljoen BenO. Bovendien wordt er € 94 miljoen toegevoegd vanuit aanleg voor capaciteit RWS. Deze middelen worden gedekt door te herprioriteren op aanlegprojecten die worden geraakt door stikstof (€ 368 miljoen vaarwegen en € 1.131 miljoen wegen). De schuif van aanleg naar instandhouding RWS is verlaagd tot het BKN-niveau in combinatie met een efficiëntiedoelstelling (- € 178 miljoen). Deze middelen worden toegevoegd onder voorbehoud van het opstellen van nieuwe sturingsaf-spraken waar de doelmatigheidswinst en inlopen uitgesteld onderhoud een plek krijgen.

Opgave herprioritering Hoofdvaarwegennet Aanleg Dit betreft middelen ten behoeve van de herprioriteringsopgave voor Vaarwegen en specifiek voor Aanleg. De middelen komen terecht op artikel 15.

Opgave herprioritering Spoorwegen

Op dit artikelonderdeel is een reservering getroffen voor de voortzetting gebiedsprogramma's, voor de brandblusvoorziening Rotterdam II. Om op deze manier tijdig te kunnen voldoen aan de veiligheidseisen en voor de de exploitatietreindienst Limburg op artikel 14.

Opgave herprioritering Spoorwegen Aanleg

Dit betreft de heprioriteringsopgave voor Spoor in het kader van aanleg. Middelen gaan naar artikel 13 ten behoeve van de risicoreservering voor IC Aken als bijdrage aan toekomstige verbindingen.

Opgave herpriotering Spoorwegen EOV

Dit betreft het effect voor ProRail van de afschaling van de dienstregeling van NS in 2022 (afrekening in 2023) met ca. 10%. Dit leidt tot minder inkomsten uit de gebruiksvergoeding van ca. € 35 miljoen.

Overboeking Rozenoordbrug aan scope Zuidasdok Dit betreft een overboeking van aanvullend budget ten behoeve van het toevoegen van de vervanging van de Rozenoordbrug aan de scope van Zuidasdok. Deze middelen worden deels overgeboekt naar A10 knooppunt Nieuwe Meer en deels naar artikel 17 Projectorganisatie.

Overboeking voorfinanciering Ring Utrecht Galecopperbrug Dit betreft een overboeking van de risiscoreservering voor Ring Utrecht Galecopperbrug naar de reserveringen VenR, waarmee de voorfinanciering van de opdracht voor de Galecopperbrug vanuit het budget voor Vervanging en Renovatie wordt rechtgetrokken.

Overboeking woningbouwmiddelen

Een deel van de woningbouwmiddelen worden overgeboekt van Artikel 12 naar Artikel 11. Het gaat o.a. om de middelen voor de SPUK mobiliteits-pakketten, SPUK bovenlandse infrastructuur en risico beheersingskosten.

Overboeking ten behoeve van Proefbaanvak Hanzelijn ERTMS Dit betreft een overboeking ten behoeve van Proefbaanvak Hanzelijn ERTMS. Het proefbedrijf zal gedurende 3 tot 4 maanden dag en nacht de operatie met ERTMS beproeven op de Hanzelijn (zonder reizigers in de trein). Vervolgens zal er ruim een jaar een normale dienstregeling worden gereden met extra monitoring op de techniek, de logistiek en de machinist. Ter dekking van deze kosten vindt er een overboeking plaats vanuit de reservering op artikel 11.03.

Overboeking ten behoeve van incidentele SPUK Nijmegen Dit betreft een overboeking vanuit de reservering Knooppuntontwikkeling OV naar Kleine Projecten Personenvervoer ten behoeve van een incidentele SPUK ad. € 5 miljoen aan Nijmegen voor de herontwikkeling van station Nijmegen.

Prijsstijgingen A24 Blankenburg verbinding, A7 Zuidelijke Ringweg Groningen en A16 Rotterdam

Dit betreft aanvullende budget voor de projecten A24 Blankenburg verbinding, A7 Zuidelijke Ringweg Groningen en A16 Rotterdam, die te maken hebben gehad met flinke prijsstijgingen. De middelen worden in meerdere tranches uitgekeerd.

Prijsstijgingen Infraspeed 2023

Dit betreft een dekking voor de indexeringstegenvaller voor de periode 2023-2031. In het PPS-budget is rekening gehouden met een jaarlijkse indexering van de performance fee van 1,8% tot einde contract (2031).

De gemiddeld gerealiseerde indexering vanaf 2020 is opgelopen en op de overige uitgaven is sprake van hoge prijsstijgingen. Hierdoor is er een tekort ontstaan op het budget.

Reservering Verduurzaming Gebouwen

Dit betreft de reservering verduurzaming gebouwen voor RWS, wat gedekt is vanuit de generieke investeringsruimte (11.04).

Rijksbrede opgave: OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer Er wordt € 1.350 miljoen vanuit de de OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer geboekt naar de generieke investeringsruimte ter dekking van de taakstelling MF

Startbeslissing Oude Ljn

In het BO MIRT 2022 van november 2022 is de startbeslissing Oude Lijn genomen. Het budget wordt om die reden overgeboekt van 11.03 (reserveringen) naar 11.01 (Verkenningen).

Toevoeging CA-middelen Exploitatie en Onderhoud

Dit betreft het aandeel van de Coalitieakkoord-middelen voor Exploitatie en

Onderhoud in de periode 2026-2030.

Toevoeging CA-middelen Vernieuwing

Dit betreft het aandeel van de Coalitieakkoord-middelen voor Vernieuwing de periode 2026-2030.

Toevoeging middelen EPK Planstudiebudget

Dit betreft een toevoeging van middelen aan het EPK Planstudiebudget ter compensatie van extra planstudiekosten als gevolg van stikstofproble-matiek.

Artikel 12 Hoofdwegennet

't

r-.

03

O

CM

CM

03

CM

O

CM

O

CM

CD

C

C

CD

CM

o

CM

03

0

*u

CD

CM

O

CM

CM

LD

CM

O

CM

0

0

03

0

'5fr

CM

O

CM

_Q

C/3

03

C

'CL

.0

’"O

cu ro

2

O

CM

0)

ro

D

E

00

«o

00

«o

00

«o

00

«o

00

«o

00

«o

00

«o

't

CT>

LD

't

CT>

LD

't

00

«O

't

CT>

LD

't

CD

CD

't

00

r>

03

c    _

'¦P    Cl)

O    ®

co co

't

O)

o

r>

co

CD

r>

r>

O)

r>

't

o

o

o

't

LD

03

CO

0

_Q

0

5

T3

O

O

X

CM

0

c

c

0

03

CU +¦’ o

  • 0) 
    <|J

'+¦> CU cn -r*

'5 S3 =

c g- H- :

t; oi x

C/3 CO CU C/3 CM

c

X CM _

Ö3 0

.2 c

s S. !f s

^ ^ c

o    :r    m

C    5    .2

CU    +i    CM    ¦-

+-    C    o    T_    I

C/3    O    CM    CU    '

 

03

o

CM

         
   

O

LO

CM

     

CO

co

o

CM

 

cd co

1

     
   

o

LO

CM

     

2035

 

cd co

1

     
   

00

LO

03

     

'St

CO

O

CM

 

03

l

     
   

5

LO

     

co co

o

CM

 

CM

O

1

     
   

LO

'St

O

     

CM

co

o

CM

 

'«t

1

     
   

LO

CM

03

     

o

CM

 

cd

'St

CM

1

     
   

CO

CM

'«t

     

o

co

o

CM

 

cd co

'sf

1

     
   

o

LO

O

     

2029

 

cd

CM

1

     
   

co

CM

03

     

00

CM

o

CM

 

'sf

o

CM

1

     
   

CM

CM

CO

     

CM

o

CM

 

CM

o

l

     
   

00

00

     

co

CM

o

CM

 

03

'sf

1

     

2025

 

O

CM

03

r<

1

 

o

o

o

LO

 
   

co

CM

5

oq

 

2024

 

1

i

'5t

 
 

LO

CM

00

co

 

03

'St

O

co

CM

O

CM

     

1

 

0

LO

CM

i 'sf I-' LO

CM

5

CM

co

'St

'St

O

12 Hoofdwe- Totas gennet    muta

0

c

c

0

r    03

o    %

03 C _> 0 0 2 ¦o "E o

:=< 03 O DQ -O X

CM

co

_ 3D

.si

S S 0

  • o 5 .E -c "ö

3 e-o

0 (13 O

O _C X

i

O

E

C/3

|f

t tl ® CC

Q n

03

èë

o 03

I j?

03

O- > 0 C CL Q -E C/5

Li

0

Q.

C

0

0

0

LL

o

o

o

ö

o

o

o

LO

o

o

LO

r<

o

o

LO

c\i

o

o

o

ai

LO

O)

LO

03

LO

O)

LO

03

LO

03

LO

03

LO

03

LO

03

LO

03

LO

O)

LO

03

LO

O)

LO

03

'St

r-.

co

r--

o

o

'St

O

o

o

d

o

I

CM

'St

'St

'St

LO    cd

r-».    LO

O co

O

O

¦si-

'St

O

r--

CM

O

a>

CM

r<

'St

03

CM

CM

CM

03

r-.

03

CM

i--

'St

03

LO

CM

to

O

o

'c/3 C </> 03

u>

c

Ï2

0

-Q

U to

•• 5 0

03

03

03

O

O

O

O

r--

CM

o

o

o

LO

co

O

O

'St

CM

o

LO

i o o o

LO

03

CM

O

'St

'si'

co co

CM

'St

CM

C\i

O

LO

CM

cd

LO

CM

'St

CM

03

C\i

co

5-

LO

00

CM

03

r--

co

CM    O

'St

00    'st

03

c

0

o

o

o

cd

O

o

o

cd

CO

o

CO

r-.

co

o

CN

o

CN

CN

CN

O

CN

O

CN

CN

o

CN

CD

CN

o

CN

LD

CN

O

CN

'St

CN

o

CN

O

CN

CO 03 03

o

o

o

Ö

I

r>

't

<r>

I

co co

co

I

CO

LD

O

<J>

O)

d

LD

I

't

LD

C\l

q

CO

<7>

I

O

O

q

CN

o

o

q

CN

O

O

q

CN

  • O) -Q
  • © c ,

I O 03 : X <

d

LD

CO

o

CT>

©

a -2 o ^

> O 03 3 O CC 03 N

E =

7, 5 d: c <2. CL £ CC

II

:§-§ © OT != 5

C/3 N O)

r-- .E

CL < CC

¦Ö ® o

03 S? o

C/3 Ü2 X

CD

U)

_ #CD *01 CD O CD -2

§ -o »

|2 E K

u>

CO

-t-1

o

w —

¦g £

¦£ £ in

  • = 
    c

CM CD

c    5    £    g

5    c    o    t    csi

(/)    O    N    (5    «-

o g> ts

«.a®

C SP

o Q-

I « m

1 2 N ¦ p o

  • > CM

PS?

  • O) 
    o

¦    - ^ o .=

¦    a t oi ® S re «- (3

c <p

8 8:

8 < re 3 M T3

0)

?< S

III

Q- (D O

CD ^

O sz x

CD

< |

. . CC

  • O) 
    P ® o

C ti CC o < X

  • £i

P 05 CD '

CD

¦o

5 Ö) c o

P CD CD Q.

> ü

’n ^ — — — 05 £¦ o c o o Q. m O CC O O

O sz X < X X

 
     

co co

O)

     

'St

cd

LO

03

o

CM

       
     

03

03

LO

CO

co

00

o

CM

   

'«t

LO

LO

     

O

O

LO

03

CO

     

cd

CM

CM

co

o

CM

     

1

     

co co

o

r<

CM

O)

CO

co

o

CM

       
     

o

o

o

CM

CO

CO

co co

o

CM

   

cd

LO

CM

     

o

'sf

03

O

     

cd

CM

CO

co

o

CM

       
     

o

o

o

r>

LO

CO

     

CM

cd

o

CM

       
       

o

r>

       

CM

o

co

o

CM

       
       

LO

03

03

03

CM

o

CM

     

CM

CM

       

CO

(O

co

N

CM

03

CM

o

CM

       
       

03

LO

CM

o

CM

     

6

r>

       

CM

o

LO

co

CM

o

CM

     

LO

       

r>

co co

N

LO

CM

o

CM

       
   

o

o

o

 

o

o

03

'sf

CM

o

CM

 

03

 

't

LO

co

CM

O

CM

o

o

o

cd

o

o

o

03

 

co co

r>

N

LO

Totaal mutatie

o

o

o

cd

03

CD

¦3

02

s

LO

O

 

12 Hoofdwegennet

c

CD

O)

.E    E

  • O) 
    CD

:=•    "O

CO    03

.<* co C

al < er

c    >

CD    Ö3

1 * 0

c/3    ^

.<«^ s

•o CM s

CL < GO

O)

¦E c    c

ö) Q)    Q)

O ¦§ 2 |

§ 1 m 'S’ p Eü a

CD

<->

o

c

c/3 m

® c

X ®

3 = CM

^ ^ s

G)

LO

r>

«o

co

«o

<d

a>

r>

r>

o

G>    C

c _    ®

CM

03

CM

03

CM

03

03

03

CO

o

<d

«o

O

o

«o

co

5

r>

r>

co

<d

r>

r>

«O

't

LO

't

co co

<d

O)

¦G

 

587.084

CM

CO

co

LO

 

587.084

CM

co co

LO

 

587.084

CM

co co

LO

 

587.084

CM

co co

LO

 

586.578

CM

co co

LO

 

586.578

CM

co co

LO

 

592.318

CM

co co

LO

 

592.643

CM

co co

r<

03

 

592.643

CM

CO

CO

r<

03

 

597.294

95.400

 

590.577

102.574

 

601.960

o

CO

03

03

 

676.727

O

O

O

CM

CM

 

co co

r>

cd

r>

co

O

'St

CM

 

r>

't

LO

00

r>

O

CM

co

LO

03

O)

03

cd

 

Capaciteit

RWS

hoofdwegenne1t061.393

03

O)

03

rn

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

HXII: Bijdrage banenafspraak RWS    :

co

LO

co

LO

co

LO

co

LO

co

LO

co

LO

co

LO

co

LO

co

LO

co

LO

co

LO

co

LO

co

LO

03

r-.

'St

c\i

u (13 ü

X.S| x > E

i--

CM

o

CM

CM

CM

CM

O

CM

O

CM

CM

o

CM

CO

CM

o

CM

LO

CM

O

CM

'St

CM

o

CM

O

CM

w

x Si to

X X 03

4 i

¦g o

£ .£

LO

03

CO

05

  • 5 | = ra É X 42 z

X ^ X

O

O

CO

'St

O

o

CO

'St

O

o

CO

'St

O

o

CO

'St

O

o

CO

'St

O

o

CO

'St

O

o

CO

'St

O

O

CO

'St

o

o

CO

'St

o

o

CO

'St

o

o

CO

'St

o

o

CO

'St

o

o

CO

'St

o

o

CO

'St

o

o

CO

'St

05 0

$ O)

cc c ¦ = 'ESj >< Si

X > to

CD

i--

LO

'St

r--

LO

'St

i--

LO

'St

r--

LO

'St

r--

LO

'St

r--

LO

'St

r--

LO

'St

'St

r--

LO

'St

CM

'St

o

'St

LO

LO

LO

i--

LO

CO    CO

LO    CM

CO

d

'St

CO

r<

co

r<

co

'St

03

CM

03

CO

CM

'St

LO

i--

o

co

LO

03

CO

LO

LO

CM

03

CD

_C

c

03 0

03

 
 

co

LO

LO

(O

<D

             

LD

O

r>

CM

r>

co

 

N

o

r>

             

id

O)

co

cd

o

CT>

oo

o

CM

                     

CO

co

o

CM

117.581

704.665

             

2.095.883

2.657.005

2035

117.581

704.665

             

2.697.199

2.755.013

'tf- co

o

CM

117.581

704.665

             

2.831.124

2.885.474

 

Lf)

LT)

LT)

co co

             

co uo

io co

co co

o

CM

N

o

r>

             

id

't

't

CM

cd

o>

CM

CM

 

LT)

LT)

LT)

co co

             

o>

r>

a>

l£>

uo

CM

CO

o

CM

N

o

r>

             

ifl

CM

CM

00

a>

CO

O

CM

00

CO

N

710.199

             

2.728.472

2.833.407

 

CO

o

00

iQ

             

LD

O

CM

CM

II)

CM

o

co

o

CM

co co

cd

CM

CO

             

C\i

CO

co

CM

cd co

LT)

CM

2029

237.772

830.415

             

2.441.109

2.708.734

 

o

o

o

00

             

O)

Ifl

a>

00

co

CM

o

CM

id

LT)

cd id

co

             

6

ID

O)

CM

Ld

co

LO

cd

 

CO

LT)

r>

m

co co

             

CM

CO

o

CM

00

r>

CM

o

CM

co

00

r>

co

             

«o

00

CM

o>

co cd

 

LO

O

o

             

00

O

O

uo

o

a>

co

CM

o

CM

CO

r>

LT)

r>

co

             

Ld

co cd

Ld

II)

cd

 

<7>

't

00

CM

             

CT>

00

co

00

CM

2025

r>

co

15

             

ai

00

r>

cd

cd

II)

o

'tf1

CM

O

CM

49.101

727.834

             

a>

o

co

Ld

o

O)

co

<o

cd

II)

(O

 

r>

co

r>

CO

             

8

in co

Ft

CM

(O

l

tie 2023

Csl

N

O

00

             

't

O

cd

cd

CT>

CO

12 Hoofdwe- Totaa gennet    muta

Mutaties

Miljoenennota

2024

Stand ontwerpbegroting

2024

artikelonderdeel

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

 

Ontwerpbegroting

2023

artikelonderdeel

12.07

Investeringsruimte

Mutaties

Voorjaarsnota

2023

Stand eerste suppletoire wet 2023 artikelonderdeel 12.07

Investeringsruimte

Mutaties

Miljoenennota

2024

Stand ontwerpbegroting

2024

artikelonderdeel

12.07

Investeringsruimte

 

Totaal

Uitgaven stand ontwerpbegroting

2023

Hoofdwegennet

Totaal

Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2023 Hoofdwegennet

.¦£ cc

^ o ts

o

15

't

c\i o

't

o

co

r>

r>

CD

LT)

O

CO c\i

O

r>

Lfl

6

co

O)

c\i

't

't

r>

c\i c\i co

't

O)

co

r>

O)

o

O)

co co

iQ

O)

co

«o

't

co co

ld

CO

o>

co co

co

O)

o o

o

co

QP

r*.

co

12 Hoofdwe- Totaal gennet    mutatie 2023    2024    2025    2026    2027    2028    2029    2030    2031    2032    2033    2034    2035    2036    2037

ontwerpbegroting

2024

Hoofdwegennet

LO

LO

't

LO

P>

O

CM

CM

CM

CM

O

CM

o

CM

CM

o

CM

CO

CM

o

CM

LO

CM

O

CM

'St

CM

o

CM

O

CM

o>

r*.

<o

a>

't

LO

CM

O

't

<7>

't

't

Aanbestedingsresultaat 't Vonderen Kerensheide

Er is minder reservering hiervoor nodig omdat de aanbesteding van dit project lager uitvalt dan verwacht.

Aanvulling A2 Den Bosch-Deil

Dit betreft een specifieke uitkering aan de provincie Gelderland en Noord-Brabant voor de Quick Win A2 Deil-Vught.

Actualisatie Tolontvangsten A24 BBV en ViA15

Dit betreft een actualisatie van de tolontvangsten als gevolg van voortschrijdend inzicht in de kosten en opbrengsten van de Tijdelijke Tolheffing op basis van actuele gegevens en verkeersprognoses.

Brandwerendheid tunnels A16 Rotterdam

Voor het aanbrengen van hittewerende bekleding ten behoeve van brandwerendheid is er sprake van een tegenvaller. De aanvullende kosten voor de A16 worden gefinancierd uit de totale reservering Brandwerendheid Tunnels.

Capaciteit RWS Hoofdwegennet

In de ontwerpbegroting 2023 is de eerder tot en met 2025 gefinancierde structurele capaciteit van 9.250 FTE's voor de jaren 2024 en 2025 opgehoogd naar 9.341 FTE's. In de begroting 2024 is besloten om deze capaciteit verder te verhogen naar circa 9.400 FTE's en structureel (einde looptijd fonds) te financieren. Aanvullend hierop wordt tot en met 2030 de capaciteit voor structurele werkzaamheden in lijn met de extra ambitie van dit kabinet op instandhouding verhoogd naar 9.665 FTE's. De middelen worden toegevoegd aan het artikelonderdeel 12.06.

Dekking herpriotering Hoofdwegennet

Dit betreft de dekking voor herprioritering vanuit het hoofdwegennet. Derde tranche Impulsregeling SPV

Dit betreft een budgetoverheveling vanuit de reservering Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) op artikel 11.03 (reserveringen) naar artikel 12.03.02 (planning en studies) ten behoeve van de ophoging van de Regeling Impuls Verkeersveiligheid.

FIN: Schoon Emissieloos Bouwen

Dit betreffen aanvullende middelen voor de plannen: Kennis, opschaling, praktijktoepassingssprogramma- en de Specfieke uitkering Schoon en Emissieloos Bouwen.

HXII: Vernieuwing SAP

Dit betreft de verrekening van het aandeel van RWS voor het project Vernieuwing SAP.

HXII: RWS werving en selectie

Dit betreft de overheveling van het budget voor werving en selectie aan RWS.

HXII: Verdeling POK/WOO middelen

Dit betreft de verdeling van de middelen binnen IenW voor de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) en Wet Open Overheid (WOO).

Kaderaanpassing MF

Dit betreft een kaderaanpassing om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen.

Kaderruilen 2023

Er zijn kaderruilen doorgevoerd om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen en om de programmering en budgetten te verdelen tussen de modaliteiten om ontstane negatieve kaderstanden op artikelonderdelen op te lossen. Over alle jaren is dit per saldo budgettair neutraal voor de modaliteiten.

Kasschuiven Hoofdwegennet

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk.

Loon- en Prijsbijstelling 2023

Dit betreft de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2023 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investeringsruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.

Opdracht Schoon Emissieloos Bouwen 2023

Dit betreft de opdracht Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) die in 2023 wordt verleend. Rijkswaterstaat geeft invulling aan deze opgave via de Strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur, waarmee wordt bijgedragen aan de reductie van stikstof, fijnstof en broeikasgasemissies.

Opgave herpioritering Hoofdwegennet

Dit betreft de herprioriteringsopgave voor Wegen. Dit budget is afkomstig van de investeringsruimte waar de dekking naartoe is geboekt.

Opgave herprioritering Hoofdwegennet aanleg: A7 Zuidelijke Ringweg Groningen

Dit betreft het budget voor de meerkosten die worden gemaakt voor bevingsbestendig bouwen op de Zuidelijke Ringweg Groningen. Deze meerkosten worden gedekt binnen het bestaande projectbudget en uit de generieke investeringsruimte.

Opgave herprioritering Hoofdwegennet aanleg: A15 Maasvlakte-Vaanplein Dit betreft een tegenvaller op de A15 Maasvlakte-Vaanplein. Dit budget is afkomstig van de investeringsruimte waar de dekking naartoe is geboekt.

Opgave herprioritering Hoofdwegennet aanleg: A16 Rotterdam Dit betreft een tegenvaller door vertraging- en versnellingskosten. Dit budget is afkomstig van de investeringsruimte waar de dekking naartoe is geboekt.

Opgave herprioritering Hoofdwegennet aanleg: A27 Houten-Hooipolder Dit betreft een aanbestedingstegenvaller op contract Zuid (€ 97 miljoen) en contract Noord (54 miljoen). Dit budget is afkomstig van de investeringsruimte waar de dekking naartoe is geboekt.

Opgave herprioritering Hoofdwegennet: aanleg voor instandhouding Er wordt op het MF in totaal € 1,2 miljard toegevoegd aan instandhouding RWS aanvullend op de CA-middelen. Het gaat om € 573 miljoen voor VenR en € 580 miljoen BenO. Bovendien wordt er € 94 miljoen toegevoegd vanuit aanleg voor capaciteit RWS. Deze middelen worden gedekt door te herprioriteren op aanlegprojecten die worden geraakt door stikstof (€ 368 miljoen vaarwegen en € 1.131 miljoen wegen). De schuif van aanleg naar instandhouding RWS is verlaagd tot het BKN-niveau in combinatie met een efficiëntiedoelstelling (- € 178 miljoen). Deze middelen worden toegevoegd onder voorbehoud van het opstellen van nieuwe sturingsaf-spraken waar de doelmatigheidswinst en inlopen uitgesteld onderhoud een plek krijgen.

Ophoging Vrachtwagenheffing voor gunnen contracten exploitatiefase Na invoering van de Vrachtwagenheffing in 2026 zullen jaarlijks kosten gemaakt worden voor de exploitatie. Dit betreft de overheveling van middelen vanuit artikel 11.04 die nodig zijn om de contracten te gunnen voor de exploitatiefase van de vrachtwagenheffing in 2026-2032.

Overboeking Rozenoordbrug aan scope Zuidasdok Dit betreft een overboeking van aanvullend budget ten behoeve van het toevoegen van de vervanging van de Rozenoordbrug aan de scope van Zuidasdok. Deze middelen worden deels overgeboekt naar A10 knooppunt Nieuwe Meer en deels naar artikel 17 Projectorganisatie.

Overboeking Woningbouwmiddelen

Een deel van de Woningbouwmiddelen wordt overgeboekt van artikel 12 naar artikel 14. Het gaat o.a. om de middelen voor de SPUK mobili-teitspakketten, de SPUK bovenplanse infrastructuur en risicobeheersings-kosten.

Overboeking voorfinanciering Ring Utrecht Galecopperbrug Dit betreft een overboeking van de risiscoreservering voor Ring Utrecht Galecopperbrug naar de reserveringen VenR, waarmee de voorfinanciering van de opdracht voor de Galecopperbrug vanuit het budget voor Vervanging en Renovatie wordt rechtgetrokken.

PF: Implementatierichtlijn RISMII

In 2023 treden de Wet tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de bijbehorende AMvB in werking. Dit betreft een overboeking naar het Provinciefonds voor procedures die volgens deze wetgeving moeten worden uitgevoerd op autosnelwegen en autowegen ter verbetering van de verkeersveiligheid en weginfrastructuur.

Toevoeging CA-middelen Exploitatie en Onderhoud

Dit betreft de toevoeging van de CA-middelen voor Exploitatie en

Onderhoud die op 11.03 gereserveerd zijn.

Toevoeging CA-middelen Vernieuwing

Dit betreft de toevoeging van de CA-middelen voor Vernieuwing die op 11.03 gereserveerd zijn.

Toevoeging middelen EPK Planstudiebudget

Dit betreft een toevoeging van middelen aan het EPK Planstudiebudget ter compensatie van extra planstudiekosten als gevolg van stikstofproble-matiek.

Prijsstijgingen A24 Blankenburg verbinding, A7 Zuidelijke Ringweg Groningen en A16 Rotterdam

Dit betreft aanvullende budget voor de projecten A24 Blankenburg verbinding, A7 Zuidelijke Ringweg Groningen en A16 Rotterdam, die te maken hebben gehad met flinke prijsstijgingen. De middelen worden in meerdere tranches uitgekeerd.

Artikel 13 Spoorwegen

> CO £ CM

X o

O CM

£    ®    •ö    .£

1    *    °    I

_0    +¦>    JC    3

5    N    ö    5    |

~ 9 B.-D E

t    co    x    c    ®

03    t-    LLI    O    >

cc

j o cm ¦ o O : > cm

c/)

CC    O-    CM    ¦ —    .    O.    T3    E

  • *    —    o    t    co    x    c    ®

CM    CC    LU    O    >

 
 

88.658 95.699 95.496

   

88.658 95.699 95.496

 

89.946

   

89.946

 

85.141

   

85.141

 

CM

CO

03

Ö

03

   

CM

CO

CO

6

co

 

78.796

   

78.796

 

77.853

   

77.853

 

70.797

   

70.797

 

69.601

   

69.601

 

79.038

   

79.038

 

75.903

   

75.903

 

95.166

   

95.166

O

o

o

ö

CM

95.466

   

115.466

 

96.234

356

o

o

o

Lf>

CO

131.590

o

o

o

ö

CM

Loon- en prijsbij stelling

2023    1.274.626

Toevoeging subsidieaanvraag ProRail 2023    356

o

o

o

Lf>

CO

 

Omvorming ProRail tot zbo

Dekking herprioritering

Spoorwegen

EOV

Mutaties

Miljoenennota

2024

c s ^ .2 52 — ® ¦ « |    9 o.-O

¦!->    C    o    t CO    X    c

(/)    O    CM    CC «-    LU    O

IsiM

O t CO £ O cm cc t- O

 

03

o

CM

 

O

O

o

CD

00

«o

r>

o

rf

r>

00

o

CM

03

CM

CO

o

co

CD

CD

o>

co

00

't

CM

LD

00

o

CM

CD

1

 
 

1 CO

CM

1 CO

CM

'St

00

o

CM

LD

't

Tf

6

00

00

 

CT>

00

03

LD

03

00

o

CM

o

CM

CM

 

l r>

O)

1 CM

r>

CD

CM

03

O

CM

't

rf

cd co

00

 

CD

O)

CO

LD

03

O

CM

 

LD

CM

 

CD

LD

CO

CD

CM

o

00

o

CM

rf

cd

r>

03

OM

O

CM

03

CD

CD

P>

CM

LD

CD

O

r>

CM

 

03

r>

LD

O

r>

03

OM

O

CM

CO

cd

r>

r>

 

O

CM

CO

r>

co

o

CM

o

CM

 

cd co

r>

 

o

o

LD

r>

o>

LD

CD

OM

O

CM

r>

cd

CO

CD

 

03

03

co

CO

03

LD

CM

O

CM

't

LD

't

r>

LD

'St

CM

O

CM

03

03

r>

r>

1

r>

CD

CD

CO

 

00

o

LD

CO

O

Totaal mutatie2023

03

1

LD

CO

CD

c

©

o

©

0

o

CL

03

03

co

-*-1

O

c

co 2

© CD

*5 'ir co

5 2 CM

^ „o °

^ > CM

+¦>    "m

©    ©

©    S    V    °>

«5    £    ®    =

©    o    C    J2

®    %    o    J*

?^co^g |

CD O. CM ¦B ¦ c *f    3    O    t.    CO    3

C/3    ©    CM    ©    «-    O

'St

'St

03

r--

03

o

03

r--

03

CD

03

r».

CD

CM

LD

O

03

O

'St

CD

CD

CM

O

'St

CM

5;

CM

CM

CD

CM

03

r--

i--

'St

03

O

O

O

Ö

LD

LD

O

O

O

d

r--

O

O

o

LD

03

O

O

o

o

r--    *-

r<    r-‘

CM

LD

O

'St

r--

o

03

r--

'«t

CM

CD

CM

CD

03

r--

r<

LD

CD

CM

LD

03

O

O

'«t

03

CD

o

o

o

o

03

'St

O

r--

CM

CM

03

03

O

O

O

CD

r--    o

CM    LD

<73

CM

<y>

CD CD -ö CL =3 CD 13

i ld

03

o

03

od

'St

CD

  • 03 <

°>2 8

.= CD _|

© to LÜ

0 C :=>

i-    H3

© E a

>    03    (D

O O .©

‘© 03

°>'5 £

S g. j= .2

S §

¦fi o m

> Rg !

O 03 CM CL

©

O» o § ® E o S = O c z

-Q © V

©2D > O Q_ O £ 03

s jg

© CD

  • © 03

® = ©

E > Ë

O C o 2 ® o

m Q-

03 £ 03

 

co

o

CM

   

o

o

o

co

 

I 't 00 CM

co

LO

o

CM

 

CM

00

00

00

LO

co

CM

co

r>

LO

CO

o

CM

   

LO

LO

 

co

CM

co

00

00

CM

'St

CO

o

CM

00

1

CM

rt-

't

CM

co

   

I co

LO

00

00

co

co co

o

CM

 

00

CM

CT>

co

   

r>

(O

LO

LO

o>

co

CM

co

o

CM

 

00

CM

00

 

co

CM

LO

00

o

o>

o

CM

 

oo

cd co

CM

o

CO

o

CM

co

CM

LO

LO

(O

00

6

00

1

00

o

CT>

N

05

CM

O

CM

co

CM

LO

LO

CM

CM

cd

o

CM

00

CT>

N

00

LO

 

CO

CM

LO

o

o

r>

o>

00

CM

o

CM

 

00

o

't

1

15

00

 

CM

CO

LO

I LO LO o

CM

00

o

CM

o

CM

 

cd

00

CM

<n

 

LO

co

00

co co

r>

o>

CM

co

co

CM

o

CM

CM

ó

00

1

CM

o

co

 

00

'sf

'St

00

00

CM

co

LO

CM

O

CM

rM

00

co

1

cd

o

LO

'St

CM

O

CM

CM

co

'St

r<

co

o

00

N

00

o>

o

o

LO

 

CM

'«t

CO

1 00

CM

CM

<J>

Totaal mutatie2023

LO

CO

co

rM

00

00

o

LO

O)

c

0

U)

0

0

o

Q.

C/5

CO

ö)

c c ~ 0

0 0 S3

Ila

9= °

Q_ <C CM

cc

+¦1

0

c

(/> m

® c £ o Tt

D .-= CM

^ ^ 3

\G    0

o    ®

i-    "G    O)

  • O) 
    jr    n

<D    0    —

J2    "5    0

Sr    §    3

1    1    *    2    8    5

n    ?    CM    'Z    ¦    r

*?    C    O    t    CO    ^

C/5    O    CM    0    «-    O

o

r*.

co

'St

CO    <J>

rt    O

co

co

O)

LO

co

LO

<y>

o

O)

CO

o

o

o

r>

o

co

00

LO

LO    O

r-    00

00    LO

N

O)

O

co

00

a>

o

o

r--

c\i

o

o

r--

c\i

o

o

r--

C\i

r-.

'St

'St

I

o

o

co co

o

o

co

CM

co

O)

r-.

r--

o

o

r>

o

o

r>

CM

o

o

r>

c\i

o

o

r>

c\i

O)

o

o

N

O)

r*.

N

a>

N

CM

co

o

CM

O

CO

o

CM

O

CM

O

CM

CM

o

CM

CD

CM

O

CM

LD

CM

O

CM

o

ja

00

*i -Q

D £¦

§ 01 O SN s c O a

O CM C/)

«    ^    m    0

2 £    o>

^    0    O    ®

_    ®    ®    Ë

G    T3    T    „    0

5    re    a    «M    S

0+^3 0°-\—    V)    (/>    CM    (/)

c    *£5

0    o

0 T3 0 C -H* 0

O

s

C O a O CM W

O CM

5

“ O +¦>

t « 5

0 «- O

iS

3 O t. (O ^ « CM 0 r O

O C\l

O O > CM

Egg 0 c n

¦o © 2

all

.2 c

s S.

sf s

^ ^ c

sl§>

+- c o

(/) O CM

E co

Totaal

Ontvangsten stand    209.263 229.802 203.784 203.784 359.115    203.784 203.784 203.784 203.784    203.784 203.784 211.784 212.784203.784204.284

 
   

00

r>

00

r>

o

CM

CO

 

c\i

o

CM

00

r>

c\i

o

CM

00

r>

co

o

CM

 

c\i

o

9!

CO

o

c\i

o

9!

CO

o

LO

co

o

CM

 

O)

CM

O)

CM

'St

co

o

CM

 

00

r>

N

CM

00

r>

N

CM

   

00

r>

00

r>

co co

o

CM

 

cd

o

CM

cd

o

CM

   

00

r>

00

r>

CM

co

o

CM

 

cd

o

CM

cd

o

CM

   

00

r>

00

r>

o

CM

 

cd

o

CM

cd

o

CM

   

00

r>

00

r>

o

co

o

CM

 

cd

o

CM

cd

o

CM

   

00

r>

00

r>

05

CM

O

CM

 

c\i

o

CM

c\i

o

CM

   

00

r>

00

r>

00

CM

o

CM

 

c\i

o

CM

c\i

o

CM

   

LO

00

r>

CM

o

CM

 

cd

LO

00

c\i

o

CM

   

00

r>

00

r>

co

CM

o

CM

 

c\i

o

CM

c\i

o

CM

   

00

r>

LO

LO

CM

O

CM

 

c\i

o

CM

cd ifl

co

   

CM

o

00

CM

O

00

'St

CM

O

CM

 

cd

CM

CM

cd

CM

CM

   

r>

ro

't

00

(O

Tf

Totaal mutatie2023

ö>

tb

r>

CM

Ó

CO

CM

ö>

c

o

U)

0

0

o

Q.

C/5

CO

c

V

o

ö> s J §>

¦f. |

O    £

§ 01 O +; CM O C O

O CM C/5

+¦>

c    0 5    c

8    ffl    0

s    2.5    ra ra    0 O    2

_ =    ® «    i

ao ¦yJÏSo

o = £ 3 0 a l—O 0 0 CM CO

c

1    ï    1

1    &    1

  • • 
    o

1 = 1 s s s.

1— O 0 O CM CO

Toelichting

BCF: LVO Oosterhoutseweg

Dit betreft de afdracht aan het BTW compensatiefonds (BCF) met betrekking tot het project Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) Oosterhout-seweg.

Dekking herprioritering Spoorwegen EOV

Dit betreft het effect voor ProRail van de afschaling van de dienstregeling van NS in 2022 (afrekening in 2023) met ca. 10%. Dit leidt tot minder inkomsten uit de gebruiksvergoeding van ca. € 35 miljoen.

Kaderruilen 2023

Er zijn kaderruilen doorgevoerd om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen en om de programmering en budgetten te verdelen onder de modaliteiten om ontstane negatieve kaderstanden op artikelonderdelen op te lossen.

Kasschuiven spoorwegen

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk.

Loon- en prijsbijstelling 2023

Dit betreft de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2023 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investeringsruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.

Omvorming ProRail tot zbo

De financiële verwerking van de omvorming van ProRail in de begroting wordt technisch met een jaar opgeschoven van 2024 naar 2025. De definitieve bepaling van het moment van inwerkingtreding zal plaatsvinden na afronding van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel door de Tweede en Eerste Kamer.

Opgave herprioritering Spoorwegen Aanleg

Dit betreft een overboeking vanuit de investeringsruimte voor de brand-blusvoorziening Rotterdam II om tijdig te kunnen voldoen aan de veiligheidseisen en een risicoreservering voor IC Aken als bijdrage aan toekomstige verbindingen.

Overboeking incidentele SPUK Nijmegen

Dit betreft een overboeking vanuit de reservering Knooppuntontwikkeling OV naar Kleine Projecten Personenvervoer ten behoeve van een incidentele SPUK ad. € 5 miljoen aan Nijmegen voor de herontwikkeling van station Nijmegen.

Overboeking overwegenaanpak

Vanuit de investeringsruimte wordt budget overgeboekt naar het project Guisweg (onderdeel van de Corridor Amsterdam-Hoorn en randvoorwaardelijk voor PHS Amsterdam Hoorn) voor het ontstane budgettekort. Hiermee wordt voorkomen dat komt de verbetering van bereikbaarheid voor weg, spoor (PHS) en fiets onder druk komt te staan.

Overboeking Spoorcapaciteit 2030 naar PHS planstudie Dit betreft een overboeking van de middelen t.b.v. baanstabiliteit vanuit het Programma Spoorcapaciteit 2030 naar PHS Planuitwerking zodat de studie baanstabiliteit DelftCampus - Schiedam kan worden uitgevoerd binnen de planstudie PHS.

Overboeking Zettingsproblematiek HSL-Zuid

Vanuit de investeringsruimte wordt budget overgeboekt van zettingsproble-matiek HSL-Zuid naar Infra Provider beschikbaarheidsvergoeding.

Prijsbijstelling aanvullende post en nacalculatie woningbouw middelen 2022

Dit betreft de prijsbijstelling 2022 vanuit de aanvullende post-middelen voor de woningbouwmiddelen, inclusief de nacalculatie van diverse onderdelen waar de woningbouwmiddelen zijn overgeboekt.

Prijsstijgingen Infraspeed 2023

Dit betreft een dekking voor de indexeringstegenvaller voor de periode 2023-2031. In het PPS-budget is rekening gehouden met een jaarlijkse indexering van de performance fee van 1,8% tot einde contract (2031).

De gemiddeld gerealiseerde indexering vanaf 2020 is opgelopen en op de overige uitgaven is sprake van hoge prijsstijgingen. Hierdoor is er een tekort ontstaan op het budget.

Prijsstijgingen A24 Blankenburg verbinding, A7 Zuidelijke Ringweg Groningen en A16 Rotterdam

Dit betreft aanvullende budget voor de projecten A24 Blankenburg verbinding, A7 Zuidelijke RIngweg Groningen en A16 Rotterdam, die te maken hebben gehad met flinke prijsstijgingen. De middelen worden in meerdere tranches uitgekeerd.

Saldo mee- en tegenvallers Spoorwegen

Dit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma Spoorwegen.

Toevoeging subsidieaanvraag ProRail 2023

ProRail heeft in juli 2022 de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie spoor aan Staatssecretaris IenW aangeboden. Om vervolg te geven aan de huidige werkzaamheden op dit vlak (monitoring van impact en onderzoek mitigatie klimaateffecten) ligt een subsidieaanvraag voor met een omvang van (maximaal) € 10 miljoen. Door middel van het inzetten van het positieve saldo mee- en tegenvallers kan een vervolg worden gegeven aan de werkzaamheden.

Artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

O

O

r>

N

O

O

r>

N

O

O

r>

N

O)

6

o>

r>

O

  • O) 
    _ i_

C _ O.

i -O 'C* o

5

j= E ®

O cc üü

8n« s 9 £

® f £

'5-2

S| S

  • ¦8 «

3^3

® o ® «5 ® € !r ”

® t £ ¦G m £

S -o S O)

CD

¦o

¦g

E

ö) 5

C 3 ^ O CD -Q O ö)

-E -

O '=

CD

¦fl(N jS|

®    CN    O

-3    O    ^

O    (O

cc    c    o

O    CD    £

2 0-

P O G)

ë>? 2

5 ® -E

*1 ~0 cc £ C cc

o o -Q

¦G ® ^ C (D

+S t ®

C/3 cc CQ

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2023 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's    - 7.609 46.235    85.473    69.070    10.408    17.392

¦2 tS ^

£22

c ® ® £

3 £

¦u g = £

  • ° o O) 5 o 2 2 « C i a— .= </>(/)

is ss

SS1J

o> ® _ t .ti -Q JU <o -) Q- 0 ®

  • ® = S fli'BE

o C O 0) F OCC U

o>-£ C £

o? a

s*-§ I

  • O) 
    -G ® •-XJ

G>

Ö E

  • a. 
    -a

£< \p -

Ï o

O £¦ <2 : — 0 E

0 > .O r

£ 3 o ;

  • O) 
    O

' <U k- ~

  • : 
    ¦£ ts gif -Ë 1
  • • 
    Q. — -C
  • 3-2 5

1 « g 2 ijoiï i 2 '5 £ ,000 ¦ 0 tr J2

-a ® E

I s i!

0 O -P c CM ü Ö)

  • G) 
    i

w ,E « Jo

  • o 2 -a

£, 0 ,— "t n si ju 0

O £¦ « 5

— 0 E j*

2 I '5 £ 0=2® F OE H

Toelichting

Kasschuiven woningbouwmiddelen 2023

Dit betreft de kasschuiven op de toewijzing van de prijsindexatie 2022 (nacalculatie) van woningbouwmiddelen en de kas- en verplichtingschuif om de middelen voor de mobiliteitspakketten in 2024 in de juiste ritme te zetten.

Kaderaanpassing Woningbouwmiddelen

De Tweede Kamer heeft aangegeven meer tjd nodig te hebben om de regeling voor de specifieke uitkering, in het kader van de Woningbouwmiddelen Korte Termijn, te beoordelen. Hierdoor is de planning om de uitkering te beschikken aan de lokale overheden niet volledig haalbaar in 2023. Er schuift € 350 miljoen met behulp van een kaderaanpassing door naar 2024.

Loon- en prijsbijstelling 2023

Dit betreft de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2023 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investeringsruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.

Opgave herprioritering Spoorwegen

Dit betreft een overboeking vanuit de investeringsruimte voor de exploita-tietreindienst Limburg. In 2014 zijn afspraken gemaakt met de provincie Limburg over de decentralisatie van de stoptreindiensten Roermond-Maastricht Randwyck en Sittard-Heerlen. Hiervoor draagt het Rijk een deel van de (verhoogde) concessieontvangsten vanuit NS over aan de provincie. Het gaat om de jaren 2029-2031.

Overboeking woningbouwmiddelen

Een deel van de Woningbouw Middelen worden overgeboekt van Artikel 12 naar Artikel 14. Het gaat o.a. om de middelen voor de SPUK mobiliteitspakketten, SPUK bovenlandse infrastructuur en risico beheersingskosten.

Prijsbijstelling en nacalculatie woningbouwmiddelen 2022 Dit betreft de prijsbijstelling 2022 aanvullende post-middelen die in het goede ritme worden gezet en de overboeking van de prijsbijstelling 2022 van de woningbouwmiddelen. inclusief de nacalculatie van diverse onderdelen waar de woningbouwmiddelen zijn overgeboekt.

Reservering UK terminal Amsterdam

Dit betreft een overboeking om de subsidiebeschikking HOV-net Zuid-Holland Noord te verlagen. Dit komt doordat de scope van Spoorcorridor Leiden-Utrecht en van Spoorcorridor Alphen aan den Rijn-Gouda (gerealiseerd) zijn versmald en omdat voor Buscorridor Leiden-KatwijkVNoordwijk (planuitwerking) een nieuwe kostenraming beschikbaar is gesteld. Het beschikbaar gekomen bedrag van deze projecten wordt toegevoegd aan de investeringsruimte voor de UK terminal Amsterdam.

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

 

395.642

3.165

398.807

     

19.279

           

19.279

418.086

 

395.642

3.165

398.807

     

19.279

           

19.279

418.086

 

395.642

3.165

398.807

     

19.279

           

19.279

418.086

 

423.300

3.165

426.465

     

20.616

           

20.616

447.081

 

350.732

2.806

353.538

   
  • 17.024

17.090

           

99

353.604

 

332.437

  • - 
    4.332

328.105

   

7.144

16.199

           

23.343

351.448

 

317.978

2.544

320.522

   

co

00

1

16.445

           

15.599

336.121

 

202.278

1.597

203.875

 

'St

CM

O

d

co

'sf- oo

00

1

39.286

   

159.965

249.934

000’9S

 

467.027

670.902

 

CO

00

CVJ

CM

CM

1.664

225.950

 
  • 25.894

96.400

34.534

   

40.709

248.814

000’9S

 

450.563

676.513

 

241.556

1.956

243.512

 

co

o

LO

CM

00

co

CM

o

co

31.856

     

252.420

000’9S

 

445.441

688.953

 

270.351

28.603

298.954

 
  • 20.079

o

h"

co co

co

o

o

LO

co

     

265.495

000’9S

 

370.132

669.086

 

352.138

39.975

392.113

 

o

'St

O

'St

1

00

00

o

'St

CM

40.552

 

o

o

CM

 

196.423

000’9S

 

303.223

695.336

 

704.055

33.959

738.014

   
  • 54.378

36.850

 

O

o

co

       

co cd

l

721.786

 

744.527

  • - 
    12.538

731.989

   

115.557

35.920

 

1.500

       
  • - 
    78.137

653.852

 

591.958

  • - 
    49.598

542.360

co co

'sf

1

 
  • 95.641

24.562

  • 944

006

     

'St

CM

CO

  • - 
    74.935

467.425

 
     

co co

'sf-’

1

O

LO

1

o

406.753

  • 944

3.900

'sf-

r's

co

o

o

CM

co

00

o

co

CM

o

o

o

o

00

CM

'St

CM

CO

     

Ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 15.02 Onderhoud en vernieuwing

Mutaties Voorjaarsnota 2023

Stand eerste suppletoire wet 2023 artikelonderdeel 15.02 Onderhoud en vernieuwing

Defensie: ETV Noord en Betonningsvaartuigen 2023

Herprioritering: aanleg voor instandhouding

Kasschuiven Hoofdvaarwegennet

Loon- en prijsbijstelling 2023

Onderzoeksprogramma Vernieuwing

Opdracht Schoon Emissieloos Bouwen 2023

Opgave herprioritering Hoofdvaarwegennet Vernieuwing

Toevoeging CA-middelen Exploitatie en Onderhoud

Toevoeging CA-middelen Vernieuwing

Waterstofpilot Rijksrederij

Mutaties Miljoenennota 2024

Stand ontwerpbegroting 2024 artikelonderdeel 15.02 Onderhoud en vernieuwing

 

Ontwerpbegroting 2023

artikelonderdeel 15.03 Ontwikkeling    219.577 210.532 290.144 693.336 262.068 296.832 257.213    87.497 82.397 82.398 82.548    93.065 98.514    98.013    44.710

 

co

o

3.057

47.767

                 

31.005

o

ra

o

co

C\i

           

O

O

o

cd co

63.313

O

00

o

 

co co

o

CM

r>

CM

O

LO

o

'fl

o

cd

CM

                 

o

o

o

cd co

05

CO

r-.

1

CM

LO

C\i

             

CO

o

co

CD

co

co co

05

r>

CM

 

LO

CO

o

CM

O

(O

r>

'fl

s

CM

cd

o

                 

o

o

o

ó

o

o

CM

LO

C\i

       

O

o

o

cd co

   

r>

LO

LO

CO

CO

co cd

co

CM

 

'St

CO

O

CM

os co

CM

o>

LO

'fl-

LO

co

CM

LO

                 

o

o

o

cd

't

o

o

co

C\i

       

o

o

o

cd co

   

CO

O)

co

6

1

CO

co

 

CO

co

o

CM

CM

os

CO

CO

O

'fl-

05

LO

CO

                   

05

't

05

od

05

CO

cd

       

o

o

o

cd co

   

co

03

co

LO

LO

co

CM

co

 

CM

co

o

CM

CO

CM

O

CM

'fl;

cd

05

       

i 't

CM

CM

Ö

CM

       

o

o

o

ö

ra

LO

o

't

r<

l

CM

cd

       

o

o

o

cd co

   

CM

CO

co cd

co

co

LO

o

CM

CO

 

o

CM

CO

(O

't

'fr

LO

(O

co cd

co

       

i r--00 co cd

'fl-

       

o

o

o

ö

ra

LO

ra

LO

ra ra

       

o

o

o

cd co

   

co

r>

cd co

co

LO

LO

LO

 

o

co

o

CM

«O

'fl-

co

o

c\i

os

       

1 ? r<

CM

       

o

o

o

cd

LO

LO

LO

r-.

'St

co

co

05

co

C\i

             

O)

O)

O)

05

CO

1

05

O

CM

LO

 

05

CM

O

CM

CM

CO

CO

cd

LO

os co

cd

(O

CM

       

CM

O

05

CM

O)

i

       

o

o

o

cd

o

1 rö o

LO

't

LO

O

LO

od

             

1 CO

co

'fl-

05

r>

CM

't

'fl-

't

 

00

CM

o

CM

o

r>

LO

CM

CM

O

'fl ed

co

                 

o

o

o

cd

1 5

LO

r<

co co

co

'f

             

1 CO CO

co cd

'fl-

CM

't

co

LO

05

CO

 

CM

o

CM

O

CM

CM

1

co

LO

co

6

'fl-

CM

         

co ra

05

CO

O

't

i

   

o

o

o

LO

co

CM

CM

r>-

od

05

1

'fl-

LO

co

 

O

LO

CM

         

c\i

co

r>

't

't

cd

o

 

co

CM

o

CM

00

LO

CD

o-

1

LO

LO

r>

cd

'fl- co

         

't

LO

LO

cd

co

o

't

i

   

i o o o ö

O

05

CM

CO

ra

LO

co

 

O

LO

05

         

'fl-

LO

LO

CO

1

o

LO

CO

 

LO

CM

O

CM

O

co cd

LO

1

co

'fl- co

co

CM

o

o

o

6

     

CO

O)

co cd

i

05

co cd

co

o

't

i

   

o

o

o

LO

LO

O

ra ra

't

'St

CM

 

O

LO

05

         

05

r>

LO

LO

CM

CM

't

N

LO

CM

 

'St

CM

O

CM

LO

co co

LO

r>

05

LO

CM

o

o

r--

CM

CM

     

00

't

cd

i

 

LO

co co

i

 

O

LO

CO

i

i r--

CM

cd

o

CM

CO

co ra

05

CO

LO

CO

r^-

o

o

o

ö

O

LO

CM

     

O

O

ra cd

 

05

co

LO

N

1

CO

CO

cd

o

CM

 

CO

CM

O

CM

LO

CD

LO

co

CM

CM

r>

CM

 

LO

05

i

O

o

CM

1

'fl-

't

co cd

1

   

LO

co co

i

LO

 

i ra

CM

ra

'St

CO

CM

CM

't

LO

cd

5-

co cd

-sT

 

O

O

cd

o

't

co od

     

o>

O)

05

LO

r>

CM

CM

cd

CM

CO

 

Totaal mutatie

   

o

o

r--

CM

co

LO

O)

i

O

o

CM

1

'fl-

't

co cd

1

1

03

cd

O)

'5t

co

'«t

r-.

cd co

ra

'«t

05

i

LO

o

LO

co

i

o

O

co cd

CM

co cd

LO

O

O

CM

o

o

cd

o

't

co od

o

o

o

LO

co

o

o

ra cd

o

o

o

cd co

     

15 Hoofdvaarwegennet

CO

CM

O

CM

CC

+¦>

o

c

(/>

CS

cc

o

5

c/>

0

'*¦>

CS

+¦>

o

s

G)

co .E

CM 3

1 i

s Ê

£ O

0 co ¦H> o

lts

CL — 3 CD if) 0

  • 0) 
    *E « ®

0 C

0 o

G m

c ^ +2 t

(f) CS

C/5

S

Q_

C

0

«

O

0

0

E

0

ö)

¦o

-Q

T

C

_0 G

1 § c <->

5 c < 0

'5

o

c

0

>

0

X

D

CL

C/5

LL

O

0Q

G

’o

N

TO X

E w

c O

p °

0    J_

Ö5 O

0 G

  • Q. 
    t

S £

Ö5 0

0 O

II

-Q >

o |

O 0

0 "O j_|

L 0 c/> o o O UUO

co

CM

O

CM

C

0

G

¦O

c

0

G

'o

LU

0

CO

c

,0

0

?

0

c

c

0

Ö5

0

g

0

0

>

¦O

o

o

X

05

c

0

?!

^ 9r 0 0) ? sz

0

0

N

CL

O

G

C

5

c

0

05

O

Js4

05

O

>

0

O)

N

LU

0

0 4—*

N 1G 0

1- 0 O > O CL

z 0 0

0 SZ

P °

P C/5

E ®

0 N

  • O) 
    G 2 0 CL -C . . 05 ^ — N 0 LU >

® 0 0 O

c £ 0 0 c > 0 0 0 0

£: G ^ 0

a&

0 c

G 2 :=< O

0

LL O

Ël

0

O)

0

0

C/5

O

Q.

C/5

c

0

h=

0

0

'Ö5

b

X

X

co

CM

o

CM

c

0

'5

0

¦O

&

0

c

c

0

G5

0

0

0

>

¦o

O

o

X

c

0

>

’o

L=

O

(/)

<n

‘S.

co

CM

o

CM

05

c

^0

C/5

!Q

C/5

Q.

C

0

c

o

o

_l

0

g

o

0

z

o

.0

’o

  • Q. 
    05

c S ® 0 0 C

  • cE 0 ^ > .52 c = O 05

C/5

O

o

.2

’c/5

C/5

E

LU

C

0

c

o

ê

O CM

C/5 O

CM

o g

Ti o

Q- o O GD

C5

_0

c

__ 0

?< c •— 4—1    0

0 ®T ~ C =

O ® E

‘O ^ —3

a £ -

S Ë g

SZ 0 >

1 | :f

05 O 0 CL O > O X <

L=

O

I

C/5

O

05 ^

!? ¦O c

.2 a &l

0 d -C o

5 S S 2

05 O

Q- O O X

c ®

® E

0 E

05 0

T -1 = c

-O 0

c

o, 0 _

ui s Q 8 |x c J -

^ 2 'N

E O ±:

CD o 0 05 X Q

TJ

c

0

N

0

¦O

0

g

c

1

ë

CL

E

o

o

C/5

'o

C/5

D

CL

C/5

't

CM

o

CM

.2

t/j

*05

0

O

0

C/5

CL

£

05

.E co

05 CM

c o

0 CM

II

't

O

CM

0

¦H>

O

c

c

0

c

0

o

i

0

0

¦H

0

3

Ö5

c

1

Si

|>o

'43 CO

O 9

G5

0

£¦ ®

05 G

g 0 = ? ° 2. G 0) C ^

5 t c/> 0

 

Ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS    117.961    91.116    65.284 54.633    54.636 54.575 54.477 53.555 53.614 52.930 54.023 52.089 52.465 41.536    41.032

<2

CO -t-1

2 i

CM G)

+- 0

| : E

Is

O S % ° W ¦S m 9-

  • Q. 
    «- Q.

Q._

3 0 C 0 0 0

0 "E £

0 O O -O ¦qj 2

c ^ +0 J_| C

« t- o

(/) 0 O

__ 0 E <

2 I

•£ c

o 13

® > £ 2 05 o CL o O X

s ®

o c

go

+3 5 g O)

O (/) » ^ 0-

r hi w

® 2 £

|| S

o § t3

¦G ¦qj 2

n ^ +0 J_| c

« t- o

C/) 0 O

5 > <o I

5 > CO I

05 C C _ 0

+3 0 "5

-Q 'ö cn Q. C j2

0—0

III

C t ®

O02

  • Q. 
    P C

© t ¦=

¦G | C 00 S

^ g 2

C/) CM 2

05 O CL O O X

0 "O

S!

E i

< ? <ET5 .E o

o 0 a c; 0 ¦“ g> p c

-Q ® -C

  • g. 
    ^ c 0 o 2

S — -Q 0 0

II# ? 5 I 111

.- c

O £

t_ G1

G) ®

S'

> § 2 ü Q

E 5

0 T3

>00 ® Q.-Ö

.ss!

O c/> O

  • - 
    0 I

0 £ CM

2 © o

» 5 5

  • : 
    £ o

:°£ ! ^ -

Totaal

15 Hoofdvaarwegennet    mutatie 2023    2024    2025    2026    2027    2028    2029    2030    2031    2032    2033    2034    2035    2036    2037

 
 

150

 

150

         

150

 

150

150

150

 

o

LO

 

o

LO

         

o

LD

 

o

LO

o

LO

o

LO

 

O

LO

 

O

LO

         

O

LD

 

O

LO

O

LO

o

LO

 

O

LO

 

O

LO

         

O

LD

 

O

LO

O

LO

o

LO

 

O

U>

 

O

U)

         

O

LD

 

O

U>

O

U)

o

u>

 

O

LO

 

O

LO

         

O

LD

 

O

LO

O

LO

o

LO

 

O

LO

 

O

LO

         

O

LD

 

O

LO

O

LO

o

LO

 

O

LO

u>

LO

U)

         

LD

 

O

LO

LO

U>

LO

U)

 

O

LO

LO

CM

LO

r>

CM

         

Lfl

r>

 

O

LO

LO

r>

CM

LO

r>

CM

 

O

U>

O

<J>

O

CM

         

o

CM

 

O

U>

O

CM

O

CM

 

CT>

CO

CT>

CM

1

O

CM

         

O

CM

 

o>

CO

O

CM

O

CM

 

r>

O

O"

CO

r>

         

00

r-

 

r>

00

r>

00

r>

 

CT>

U)

co

10.756

         

10.756

 

o>

10.756

10.756

 

CM

6

iQ

co

<o

11.757

 

o

o

o

ö

   

o

o

o

6

21.757

 

CM

6

11.757

21.757

 

r>

co

u>

LT>

42.830

48.417

o

o

o

co

43.341

o

o

CM

1

CM

CO

40.173

88.590

 

r>

co

U)

Lf>

48.417

88.590

       

o

o

o

co

53.341

o

o

CM

1

CM

CO

           
 

Ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten

Mutaties Voorjaarsnota 2023

Stand eerste suppletoire wet 2023 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten

Bijdrage derden

Bijdrage derden Nieuwe

Sluis Terneuzen

Correctie bijdragen programma Goederenvervoercorridor Oost-Zuid-Oost

Saldo mee- en tegenvallers Hoofdvaarwegennet

Mutaties Miljoenennota 2024

Stand ontwerpbegroting 2024 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten

 

Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting

2023 Hoofdvaarwegennet

Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet

2023 Hoofdvaarwegennet

Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting

2024 Hoofdvaarwegennet

Aanvullend budget meerkosten PFAS en Covid

Het projectbudget voor het project Nieuw Sluis Terneuzen is opgehoogd i.v.m. meerkosten door PFAS en Covid. Voor deze meerkosten is overeenststemming bereikt over een kostenverdeling tussen Nederland en Vlaanderen. Op basis van de kostenverdeling is vanuit Nederland € 32,7 miljoen aan het projectbudget toegevoegd.

Capaciteit RWS Hoofdvaarwegennet

In de ontwerpbegroting 2023 is de eerder tot en met 2025 gefinancierde structurele capaciteit van 9.250 FTE's voor de jaren 2024 en 2025 opgehoogd naar 9.341 FTE's. In de begroting 2024 is besloten om deze capaciteit verder te verhogen naar circa 9.400 FTE's en structureel (einde looptijd fonds) te financieren. Aanvullend hierop wordt tot en met 2030 de capaciteit voor structurele werkzaamheden in lijn met de extra ambitie van dit kabinet op instandhouding verhoogd naar 9.665 FTE's. De middelen worden toegevoegd aan het artikelonderdeel 15.06.

Dekking herprioritering Hoofdvaarwegennet

Dit betreft de dekking voor herprioritering vanuit het hoofdvaarwegennet. Voor uitgebreide toelichting zie projectenoverzicht bij 15.03.02.

Defensie: ETV Noord en Betonningsvaartuigen 2023 De Kustwacht Nederland regelt namens haar opdrachtgever IenW/RWS noodsleephulp en betonning op de Noordzee. De betreffende schepen (waaronder ETV Noord) huurt de Kustwacht bij de Rijksrederij. Deze bijdrage is voor het verschil tussen de structurele bijdrage van IenW en het tarief in 2023 voor deze schepen.

Defensie: ETV Zuid en Midden 2023

Vanaf 2021 is de noodsleephulp op de Noordzee door de Kustwacht Nederland namens haar opdrachtgever IenW/RWS uitgebreid om de veiligheid ten behoeve van Windenergie op Zee te waarborgen. De betreffende schepen (ETV Zuid en ETV Midden) huurt de Kustwacht bij de Rijksrederij. Dit bedrag betreft de bijdrage van IenW aan deze kosten.

EZK: gevolgkosten Wind op Zee

Betreft overboeking van middelen vanuit EZK naar IenW voor de structurele kosten voor het waarborgen van de scheepvaartveiligheid rondom de windparken op de Noordzee. De structurele kosten worden gefinancierd via doorbelasting aan de windparkexploitanten.

Kaderruilen 2023

Er zijn kaderruilen doorgevoerd om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen en om de programmering en budgetten te verdelen tussen de modaliteiten om ontstane negatieve kaderstanden op artikelonderdelen op te lossen. Over alle jaren is dit per saldo budgettair neutraal voor de modaliteiten.

Kasschuiven Hoofdvaarwegennet

Er zijn op dit artikel budgetneutrale kasschuiven ingediend om de programmering sluitend te krijgen.

Loon-en prijsbijstelling 2023

Dit betreft de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2023 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investeringsruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.

Ontvangsten Nieuwe Sluis Terneuzen

Vanuit Vlaanderen is € 10 miljoen aan het projectbudget van het project Nieuwe Sluis Terneuzen toegevoegd.

Opgave herprioritering Hoofdvaarwegennet: aanleg voor instandhouding Er wordt op het MF in totaal € 1,2 miljard toegevoegd aan instandhouding RWS aanvullend op de CA-middelen. Het gaat om € 573 miljoen voor VenR en € 580 miljoen BenO. Bovendien wordt er € 94 miljoen toegevoegd vanuit aanleg voor capaciteit RWS. Deze middelen worden gedekt door te herprioriteren op aanlegprojecten die worden geraakt door stikstof (€ 368 miljoen vaarwegen en € 1.131 miljoen wegen). De schuif van aanleg naar instandhouding RWS is verlaagd tot het BKN-niveau in combinatie met een efficiëntiedoelstelling (- € 178 miljoen). Deze middelen worden toegevoegd onder voorbehoud van het opstellen van nieuwe sturingsaf-spraken waar de doelmatigheidswinst en inlopen uitgesteld onderhoud een plek krijgen.

Opgave herprioritering Hoofdvaarwegennet Exploitatie en Onderhoud Dit betreft de toevoeging van middelen aan het budget voor Exploitatie en Onderhoud vaarwegen n.a.v. de herprioritering op het MF

Opgave herprioritering Hoofdvaarwegennet Vernieuwing Dit betreft middelen ten behoeve van de herprioriteringsopgave voor vaarwegen en specifiek voor Vernieuwing. De middelen komen terecht op artikel 15.

SPUK sluiscomplex Kornwerderzand

Betreft een overboeking vanuit de reservering voor vervanging draaibruggen A7 (te Kornwerderzand) op artikel 12 hoofdwegennet naar het aanleg budget sluiscomplex Kornwerderzand voor de mogelijke verlening van een uitkering voor het project «Verbreding sluis Kornwerderzand» aan de Provincie Friesland.

Toevoeging CA-middelen Exploitatie en Onderhoud

Dit betreft het aandeel van de Coalitieakkoord-middelen voor Exploitatie en Onderhoud in de periode 2026-2030.

Toevoeging CA-middelen Vernieuwing

Dit betreft het aandeel van de Coalitieakkoord-middelen voor Vernieuwing in de periode 2026-2030.

 
 

co

o

CM

                           

25.536

12.790

38.326

 

77.704

10.933

   
 

co co

o

CM

                                   

25.537

 

25.537

 
 

LO

co

o

CM

                                       

25.537

25.537

 

'St

co

o

CM

           

57.186

LO

01

LO

57.781

  • 1.925

2.751

CO

CM

00

58.607

       

o

o

o

LO

CM

   

50.537

50.537

 

co co

o

CM

                           
               

o

<75

CO

co

co

01

co

5

CM

o

r*>

CM

01

co

01

 

319.153

5.322

324.475

 

32.330

i O O o

LO

O

CO

87.246

3.947

 

CM

co

o

CM

                             
               

O

01

co

co

co

01

co

5

CM

o

r>

CM

01

co

01

 

276.330

o

276.330

     

o

o

o

o

'St

 
 

o

CM

           

o

O)

co

co

co

01

co

5

CM

o

r*>

CM

01

co

01

 

o

   
  • 58.000
 

314.896

314.896

 
 

o

oo

o

CM

           

o

00

't

CM

co

5

CM

o

r*>

CM

01

co

01

 

co

       

249.867

456.615

o

o

o

d

CM

 

01

CM

o

CM

                                 
               

o

01

co

00

co

01

co

5

CM

o

r*>

CM

2.095

 

CO

00

LO

o

250.280

 

2.502

OOO’OS

   

1_

CD

O

>

1

00

CM

o

CM

           

o

co

CM

CM

CM

01

5

'St

00

co

CM

01

01

co

 

00

     

1.523

123.354

158.998

   

CM

o

CM

                                     

c

CD

co

CM

o

CM

           

o

01

co

co

co

01

co

5

CM

o

o

CM

co

1.159

 

456.615

o

co

00

LO

CM

         

Tabel 73 Verdiepingsbijlage artikel 17 Megaprojecten Verkeei

           

o

co

 

CM

co

co co

o

co

r>

 

o

 

LO

O

98.335

   
 

1.095

158.998

123.372

LO

CM

o

CM

                                   

'St

CM

O

CM

           

o

o

r>

o

CM

o

01

CM

o

CM

CM

CM

CM

 

54.226

  • - 
    3.849

50.377

O

o

LO

 

co

o

C\i

   
             

01

01

r>

co co

co

1.687

co

"sf

 

co

r>

CM

 

46.074

  • - 
    22.356

23.718

   

136.629

   

co

CM

O

CM

               

1

 

1

         

Totaal

17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer mutatie

                 

o

3.259

           

O

o

LO

112.641

o

9PZ1ZI

3.947

Ontwerpbegroting

2023 artikelonderdeel

17.03 Hogesnelheidstrein-Zuid

Mutaties Voorjaarsnota 2023

Stand eerste suppletoire wet 2023 artikelonderdeel

17.03 Hogesnelheidstrein-Zuid

Mutaties Miljoenennota 2024

Stand ontwerpbegroting

2024 artikelonderdeel

17.03 Hogesnelheidstrein-Zuid

 

Ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

Mutaties Voorjaarsnota 2023

Stand eerste suppletoire wet

2023 artikelonderdeel 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

Kasschuiven Project Mainportontwikkeling

Rotterdam 2024

Loon- en Prijsbijstelling 2023

Mutaties Miljoenennota 2024

Stand ontwerpbegroting 2024 artikelonderdeel 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

 

Ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 17.07 ERMTS

Mutaties Voorjaarsnota 2023

Stand eerste suppletoire wet 2023 artikelonderdeel 17.07 ERMTS

HXII: Overboeking apparaatbudget ERTMS

Loon- en prijsbijstelling 2023

Kaderruilen 2023

Overboeking Spoorcapaciteit 2030 naar PHS planstudie

Dekking kosten landelijke uitrol ERTMS

Totaal

17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer mutatie 2023    2024    2025    2026    2027    2028    2029    2030    2031    2032    2033    2034    2035    2036    2037

Stand ontwerpbegroting 2024

artikelonderdeel 17.07 ERMTS    160.347 161.980 221.812 125.816 158.998 302.782 436.615 256.896 316.330 142.998    25.537    25.537    25.537 116.030    10.933

 
                         

58.062

   

58.062

58.062

     

68.995

 
       

2.514

  • 52.000
  • - 
    49.486
  • - 
    49.486
 

36.753

 

36.753

 

79.126

   

79.126

115.879

 

62.289

75.079

182.423

 
 

37.785

  • - 
    37.785
           

36.756

 

36.756

 

co cd

   

6.476

43.232

 

100.078

62.293

68.769

 
 

O

«o

cd

o

I o co cd

o

           

36.753

 

36.753

 

o

o

o

cd

't

   

o

o

o

cd

'fl-

82.753

 

170.450

62.290

108.290

 
 

317.005

136.395

o

«o

6

co

8.731

6.972

15.703

196.313

 

78.865

8.740

87.605

 

o

o

o

LO

53.264

 

't

(O

CN

cd

95.869

 

503.593

376.533

376.326

 
 

162.873

24.475

187.348

9.056

o

00

c\i

CN

1

  • - 
    13.124

174.224

 

106.885

1.511

108.396

 

o

o

o

cd

9.174

 

co

CN

co

6

co

1

47.570

 

589.601

620.917

365.761

 
 

240.493

  • - 
    10.907

229.586

11.098

3.041

14.139

243.725

 

113.677

o

LO

CO

co co

cd

 

o

o

o

LO

'fr

co cd

co

 

75.473

194.161

 

631.190

625.302

755.185

 
 

290.786

113.767

177.019

8.557

1.521

8Z.00L

187.097

 

151.938

1.654

153.592

 

o

o

o

r-c

1

10.049

 
  • - 
    6.951

146.641

 

758.310

646.205

591.603

 
 

170.210

48.780

218.990

10.586

1.521

12.107

231.097

 

338.338

192

338.530

 

o

o

o

ö

CM

1.161

 

21.161

359.691

 

760.225

938.5931.015.959

846.6511.028.372

 
 

177.486

o

00

CVJ

o

278.766

co

r-.

¦sl ed

2.325

o

00

LO

294.567

 

408.461

388

408.849

 

1 O

o

o

¦st co

2.358

 

161.642

247.207

 

712.453

 
 

182.681

94.375

277.056

13.392

CN

¦st;

CN

34.819

311.875

 

302.400

CO

303.242

 

o

o

o

LO

CN

4.933

 
  • - 
    20.067

283.175

 

609.245

740.218

755.571

 
 

147.304

76.310

223.614

10.810

23.097

33.907

257.521

 

270.482

29

270.511

 

O

o

o

ö

CN

175

 
  • - 
    19.825

250.686

 

875.091

620.639

635.182

 
 

o

co

'fl

o

164.793

269.603

CN

co

o

cd

11.235

24.267

293.870

 

co

'fl ed

o

CN

361

208.845

 

co

0D

od

2.186

 
  • - 
    6.681

202.164

 

473.102

602.644

718.941

 
 

184.757

co

00

LO

'fr

1

180.169

o

r--

0D

3.041

11.751

191.920

 

139.159

1.131

140.290

 

42.730

254

 

42.984

183.274

 

378.842

371.737

538.296

 
 

211.525

  • - 
    41.995

169.530

8.196

 

8.196

177.726

 

168.809

  • - 
    13.911

154.898

  • 851

52.473

CN

O

co

o

co cd

56.246

't

CN

 

427.207

349.833

550.428

 
       

118.158

             

851

o

00

'fl-

q

LO

co

o

co cd

             
                     

1

               
 

Ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok

Mutaties Voorjaarsnota 2023

Stand eerste suppletoire wet 2023 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok

Loon- en prijsbijstelling 2023

Kasschuiven ZuidasDok

Mutaties Miljoenennota 2024

Stand ontwerpbegroting 2024 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok

 

Ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

Mutaties Voorjaarsnota 2023

Stand eerste suppletoire wet 2023 artikelonderdeel 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

BCF: SPUK A'dam Contactweg

Kaderruilen 2023

Loon- en prijsbijstelling 2023

Overboeking Spoorcapaciteit 2030 naar PHS planstudie

Mutaties Miljoenennota 2024

Stand ontwerpbegroting 2024 artikelonderdeel 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

 

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2023 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2023 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2024 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

 

Ontwerpbegroting 2023

artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten    83.777    94.623    89.911    95.471    73.397    27.547    27.545 103.656    27.545    27.545    27.545

<2

CO -t-1

h2 E

is

CL —

C

+S t cn co

-s v>

.?> cn •c c a £0 c ? ? o

§ S

o o

c o

'¦£ a> o o

o> £i

O "Ü

s ©

c ^ +S t c/) CO

"G    —

G    ©

+5 CM O woo

c CM ^ o go w ,E O) +? c n P o co X +¦> ¦> Ö) o

f O (U

of|

— o £¦

CO > co CO > G>

F O ^

© co

T3 O)

c ®

<2 S

« CO

  • H >-

ÏN*

&S |

C > O co > > > O

>

"G    —

C    ®

+5 CM O WOO C CM ¦£ O go

w ,E O) +? c n P o co X +¦’ > 5> o

co > o>

F o 2

Toelichting

Kaderruilen 2023

Er zijn kaderruilen doorgevoerd om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen en om de programmering en budgetten te verdelen tussen de modaliteiten om ontstane negatieve kaderstanden op artikelonderdelen op te lossen. Over alle jaren is dit per saldo budgettair neutraal voor de modaliteiten.

Loon- en prijsbijstelling 2023

Dit betreft de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2023 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investeringsruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.

Overboeking Spoorcapaciteit 2030 naar PHS planstudie Dit betreft een overboeking van het Programma Spoorcapaciteit 2030 naar PHS Planuitwerking zodat de studie baanstabiliteit DelftCampus - Schiedam kan worden uitgevoerd binnen de planstudie PHS.

03

CD is

s

'-P <D ® O ® -C "ö .05 O) ^ __ <D ® ¦“ -Q "O ï O. C ^

© — ® > © Ê

I ^ ®

  • t; H

O CC LU

© -ö ¦

  • Q. 
    c ;

CL O ¦

ït Ê 2 ” ® CD CO «

® g l2

"2 CM co

5= +¦» o

S I S2

S j; o

Së*

¦n

n^S

© CM .

JK ° °o

C/) CM r-

© -o CL C O. O

O ©

D> *E

© O +¦> .X 3 “

£ £

CM

O

2 Si »

S’ "S ® ¦=

4! ; i1

2- c o 5

® o r £

5 0 ®

¦£ -Ö >

"g Tf ~ O

0 CM . Si C/) CM *- CÜ

o > t! es <

Ö) Ö) :

— 00)+; G > 'C c 0 > 0 O o C > c F O O 0

S O)

P '3

T= o o

“ a. '= £'

•—30m

3 * > >

  • 0 o +

't

m CM 0

¦K ö)

w C

c \G

0 O 0 O) O) 0 .t; -Q

D S-

  • UJ

0 >

« £

> 0

  • o) 
    ’S

¦H> Ö)

  • = 
    s

0 >

¦i1 c

0 o

c > c

  • O) 
    "O
  • O) 
    o

:>£

0 T3

  • Q. 
    C Q. O

p- ” U(

3 +¦> O 0 m ¦

a I s

O 0 C 0 O) -G c 0 Jr 0 o 0 +-Q.-Ö « “ C o

0 O c

5 -S 5

°|o

0 CM . S O CO C/) CM «-

0 T3 Q. C . Q. O

-Q -G Q. E m O

:>£

® o W O

?ïgl S I cd (/)>«- 0

-t-j *r.

© O +¦> -X

ö> -Ö © c

0 1- -n ¦-

^2 © Z. C

  • Q. 
    "Ö £ ©

£T n ©

© o > ©

g I O £ = ~ ? ® ° i « o

c t ° S © cm r 5,

(/) CM «“ ©

2 S

CO ©

© 21 n +;

gra ™ ._ G)

k- r-

O </> >

— © o

5 i; m

2 §

5> £

> 5 .5» G) 2 E Ï »

2 ° o a

r-.

oo

o

CN

CN

CN

't

't

LD

CD

o>

't

CD

O

't

o

o

PJ

r>

r>

6i

o

LD

o>

r*.

o

r>

c

0

CO I

c

O

CN

O

CN

CD

't

CD

0

_Q

CN

o

CN

0

“Ö

C

0

CD

CN

o

CN

C

0

CD | 0

LD

CN

O

CN

't

m

05

'St

CN

o

CN

o>

0

0

CD | 0

O

CN

CD

QS

r>

CD

cd

't

CO

_Q

<f)  CD |C

CL

0

LO

r->

CD

CD

TJ -AC

c :=> CU cc C c

CD 03

03

-Q -o o

cc

-t-1

o

c

w

cc cc

o

0

_Q

,0

Toelichting

Kasschuiven overige uitgaven en ontvangsten

By eerste suppletoire begroting 2023 is het afgeroomde eigen vermogen 2021 doorgeschoven van 2022 naar 2023 (€ 2,5 miljoen). Bovendien is het surplus eigen vermogen 2022 in 2023 toegevoegd aan artikel 18.08 (€ 19,3 miljoen). Het totaal van € 21,8 miljoen zal in 2023 niet tot besteding komen. Derhalve worden de middelen door geschoven naar de begroting 2024.

Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

CU "O

ü c

CD CU

Q -. . CD ^ "O N ©

Ê §

Q- 3

°> s,

E m w

ro o o o

  • V) 
    CD

n '©

O C/5

'E E

i ^

o c

05 CD C ^ CD 13

0 O c co

© Cfl

^ 8 C/3 O

EÉ, © ? E

lü 05 O CC

CD CD CU X 0 E ” T3 t

x E o

x E

X cü X £2

0

-Q C

>. 0 O 0 -

x ^ x E

^2 U>

II

= -

ïl

Toelichting

BZK: bijdrage CID Binckhorst

Conform de gemaakte afspraak in het BO MIRT van november 2022 geeft BZK een bijdrage voor Central Innovation District Binckhorst. Dit betreft de ontvangsten vanuit BZK.

Defensie: ETV Noord en Betonningsvaartuigen 2023 De Kustwacht Nederland regelt namens haar opdrachtgever lenW noodsleephulp en betonning op de Noordzee. De betreffende schepen (waaronder ETV Noord) huurt de Kustwacht bij de Rijksrederij. Deze bijdrage is voor het verschil tussen de structurele bijdrage van IenW en het tarief in 2023 voor deze schepen.

Defensie: ETV Zuid en Midden 2023

Vanaf 2021 is de noodsleephulp op de Noordzee door de Kustwacht Nederland namens haar opdrachtgever IenW/RWS uitgebreid om de veiligheid ten behoeve van Windenergie op Zee te waarborgen. De betreffende schepen (ETV Zuid en ETV Midden) huurt de Kustwacht bij de Rijksrederij. Dit bedrag betreft de bijdrage van IenW aan deze kosten.

EZK: Gevolgkosten Wind op Zee

Betreft overboeking van middelen vanuit EZK naar IenW voor de structurele kosten voor het waarborgen van de scheepvaartveiligheid rondom de windparken op de Noordzee. De structurele kosten worden gefinancierd via doorbelasting aan de windparkexploitanten.

FIN: Schoon Emissieloos Bouwen

Dit betreffen aanvullende middelen voor de plannen: Kennis, opschaling, praktijktoepassingssprogramma-, Rijksdiensten- en de Specfieke uitkering Schoon en Emissieloos Bouwen.

HXII: POK/WOO-middelen

Dit betreft de verdeling van de middelen binnen IenW voor de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) en Wet Open Overheid (WOO).

HXII: Terugsluis Vrachtwagenheffing

Voor de terugsluis Vrachtwagenheffing wordt er € 170 miljoen gereserveerd waarvan totaal € 110 miljoen via een overboeking naar HXII gaat voor onder andere de subsidie AanZet en stimulering private laadinfra. Het overige bedrag van € 60 miljoen wordt een risicoreservering van getroffen. Dit bedrag wordt daarom teruggeboekt naar het Mobiliteitsfonds. De totale reservering wordt teruggefinancieerd in de jaren 2026-2027

HXII: TVOV

Het betreft de overboeking uit het MF voor de bijdrage Transitievangnet OV (TVOV).

HXII: RWS werving en selectie

Dit betreft de overheveling van het budget voor werving en selectie aan RWS.

HXII: Vernieuwing SAP

Dit betreft de verrekening van het aandeel van RWS voor het project Vernieuwing SAP.

Kaderaanpassing MF

Dit betreft een kaderaanpassing om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen.

Kaderaanpassing Woningbouwmiddelen

De Tweede Kamer heeft aangegeven meer tijd nodig te hebben om de regeling voor de specifieke uitkering, in het kader van de Woningbouwmiddelen Korte Termijn, te beoordelen. Hierdoor is de planning om de uitkering te beschikken aan de lokale overheden niet volledig haalbaar in 2023. Er schuift € 350 miljoen met behulp van een kaderaanpassing door naar 2024.

Loon- en prijsbijstelling 2023

Dit betreft de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2023 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investeringsruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.

Omvorming ProRail tot zbo

De financiële verwerking van de omvorming van ProRail in de begroting wordt met een jaar opgeschoven van 2024 naar 2025. De definitieve bepaling van het moment van inwerkingtreding zal plaatsvinden na afronding van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel door de Tweede en Eerste Kamer.

De minister van Infrastructuur en Waterstaat (lenW) is als coördinerend minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht Nederland, wat betekent dat deze medeverantwoordelijk is voor het opstellen van het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht alsmede voor de uitvoering daarvan met inzet van eigen en toegewezen mensen en middelen. Alle bij de Kustwacht Nederland betrokken ministeries behouden hun eigen wettelijke verantwoordelijkheden. Het integrale beleid en het daarvan afgeleide Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht waarover de Ministerraad beslist, worden zodanig concreet dat elke minister zich daarover in het parlement kan verantwoorden en vormen in feite een integraal contract tussen de verschillende departementen en de Kustwacht Nederland.

De overzichtsconstructie is gebaseerd op het «Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht» en wordt door IenW gepubliceerd in de rol van coördinerend ministerie. In de overzichtsconstructie wordt een onderscheid gemaakt in de uitgaven van de Kustwacht Nederland zelf (exploitatie personeel, exploitatie materieel en investering) en de uitgaven die de deelnemende departementen ten behoeve van de Kustwacht Nederland verrichten (kosten).

Defensie / CSZK / Kustwacht Nederland (uitgaven)

  • Exploitatie personeel: Betreft het uitgaven budget in beheer van de Kustwacht Nederland voor salarissen en overige personele uitgaven van alle Kustwacht Nederland medewerkers in dienst bij Defensie / CZSK.
  • Exploitatie materieel: Betreft het uitgavenbudget in beheer van de Kustwacht Nederland. Defensie is beheerder van het Kustwacht-centrum (KWC). Het Kustwachtcentrum is het informatiecentrum van de Noordzee, waar het actuele beeld van (scheeps-)activi-teiten, (veiligheids-)incidenten en verontreinigingen op de Noordzee beschikbaar is.
  • Investering: Betreft onder andere de investeringen voor het Maritiem Operatie Centrum (MOC).

Uitgaven bij departementen (kosten):

Justitie en Veiligheid

  • De inzet van de Politie (personeel) bestaande uit; liaison, boarding officers, medewerkershandhavingsdesk en medewerkers Maritiem Informatie Knooppunt.
  • De inzet van Politie helikopters op planning of afroep voor luchtwaarneming en spoedeisende zoekvluchten. De bedragen zijn afkomstig uit de begroting van de Nationale Politie.

Financiën

  • De inzet van de Douane (personeel) bestaande uit; liaison, boarding officers, Aerial officers, medewerkers handhavingsdesk en medewerkers Maritiem Informatie Knooppunt.

Defensie

  • De inzet van de Koninklijke Marine (personeel en materieel) bestaande uit; medewerker Maritiem Informatie Knooppunt, beheerskosten van Defensie en inzet M ijnenbestrijdingsvaartuigen.
  • De inzet van de Koninklijke Marechaussee (personeel) bestaande uit; liaison, boarding officers, Aerial officers en medewerkers Maritiem Informatie Knooppunt.
  • De inzet van de Koninklijke Luchtmacht (personeel) bestaande uit; vliegers ten behoeve van de Kustwachtvliegtuigen tot medio 2022.
  • De inzet van de Defensie Materieels Organisatie (materieel) bestaande uit; exploitatiebudget voor ICT-middelen van de Kustwacht

Infrastructuur en Waterstaat

  • De inzet van ILT (personeel) bestaande uit; liaisons en handhavers.
  • De inzet van Rijkswaterstaat (personeel) bestaande uit; liaison en Aerial officers.
  • De inzet van in standhouden vaarwegmarkering, ETV en betonnings-vaartuigen, C2000/P2000 t.b.v. KNRM, Brandbestrijding op de Noordzee Pre-SAR. De bedragen zijn afkomstig uit de begroting van Rijkswaterstaat.
  • Bijdrage voor de inhuur van SAR helikopter, het contract is in 2015 door lenW voor 5 jaar afgesloten en verlengd tot eind 2022. Vanaf november 2022 vliegen de SAR helikopters onder het nieuwe contact op het budget bij Defensie / CZSK / Kustwacht Nederland.
  • Bijdrage voor Scheepvaartveiligheid Windenergie op Zee om de veiligheid te waarborgen in en om de windenergieparken op de Noordzee.

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

  • De inzet van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (personeel) bestaande uit; liaison, boarding officers, Aerial officers, medewerkers handhavingsdesk en medewerkers Maritiem Informatie Knooppunt.

Economische Zaken en Klimaat

  • De inzet van Staatstoezicht op de Mijnen (personeel) bestaande uit; inspecteurs.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

  • De inzet van de Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (personeel) bestaande uit; medewerker handhavingsdesk.
 

Departement

                   
   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

DEFENSIE /

KUSTWACHT

(Uitgaven):

Defensie / Kustwacht

X

Uitvoering Kustwachttaken (exploitatie personeel)

Centrale coördinatie Kustwachttaken

9291

8301

9238

9168

9068

9068

9068

Defensie / Kustwacht

X

Uitvoering Kustwachttaken (exploitatie materieel)

Centrale coördinatie Kustwachttaken

38150

36460

36571

36651

36749

36749

36749

Defensie / Kustwacht

X

Uitvoering Kustwachttaken (investering)

Investeringen, o.a. t.b.v het MOC (DMO/JIVC en DLP)

9451

41770

49601

48218

27472

27665

27742

Subtotaal eigen uitgaven Kustwacht

     

56.892

86.531

95.410

94.037

73.289

73.482

73.559

UITGAVEN BIJ

DEELNEMENDE

DEPARTEMENTEN

(Kosten):

     

Algemene

             

Politie

VI

Inzet Politie personeel & helikopter,

handhaving / wetgeving scheepvaartverkeer / bemanningcontrole

1670

2021

2021

2021

2021

2021

2021

Financiën

IX

Inzet Douane personeel

Fraudecontrole

1376

1376

1376

1376

1376

1376

1376

   

Inzet KM personeel,

Uitvoering

             
   

beheerskosten, Kmar

grensbewaking /

             

Defensie

X

personeel, vliegers Dornier, luchtsurveillances /

ICT uitgaven bj DMO/JIVC beheerskosten

9375

7612

7462

7462

7462

7462

7462

   

en

Defensie /

             
   

m ijnenbestijdingsvaartuigenmijnenbestrijding

             
   

Inzet ILT personeel, RWS

               

Infrastructuur en Waterstaat

XII

personeel, RWS materieel, inhuur SAR helikopter tot medio 2022, ETV/ betonningsvaartuigen en Windenergie op Zee.

Bijdragen aan veilig vaarwater, handhaving via luchtsurveillance

16013

24768

24722

27027

27028

27030

27031

 

Economische zaken en Klimaat

XIII

Inzet SodM-personeel

Staatstoezicht op de Mijnen

25

28

28

28

28

28

28

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

XIV

Inzet NVWA-personeel

Visserjcontrole

617

806

806

806

806

806

806

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VII

Inzet OCW-personeel

Bescherming van cultureel erfgoed

0

87

87

87

87

87

87

Subtotaal uitgaven bij deelnemende departementen

     

29.076

36.698

36.502

38.807

38.808

38.810

38.811

 

Totale uitgaven ten behoeve van de Kustwacht

 

85.968

123.229

131.912

132.844

112.097

112.292

112.370

Bijlage 4: Instandhouding

Het ministerie van lenW is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en instandhouding van het hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet, hoofdspoorweginfrastructuur en het hoofdwatersysteem. Dit doet IenW samen met Rijkswaterstaat en ProRail. De netwerken beschermen ons tegen het water, dragen bij aan de economische ontwikkeling van ons land en zorgen ervoor dat mensen elkaar kunnen ontmoeten, goederen en diensten kunnen worden vervoerd en dat Nederland in verbinding staat met de rest van de werelIn deze bijlage wordt toegelicht wat de vier netwerken omvatten, en hoe de instandhouding van deze netwerken wordt aangepakt. Daarbij wordt ingegaan op de opgave van de toekomst, waaronder het basiskwaliteitsniveau en de ontwikkelingen met betrekking tot het ontwikkelplan asset-management. Ook zijn de overzichten met de benodigde en beschikbare middelen voor instandhouding tot en met 2036 opgenomen.

  • 1. 
    Instandhouding van de netwerken

De Nederlandse infrastructuurnetwerken behoren tot de beste én meest intensief gebruikte netwerken ter wereld. Een goede instandhouding van netwerken is een randvoorwaarde voor de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid van Nederland. Om dit zo te houden, borgen IenW en de uitvoeringsorganisaties Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail systematisch de instandhouding van de netwerken over de gehele levenscyclus.

De netwerken worden, naast het intensieve gebruik, gekenmerkt door inpassing in een sterk verstedelijkte delta. Daardoor omvatten de netwerken voorzieningen als beweegbare bruggen, tunnels, op- en afritten, geluid-schermen, sluizen en stormvloedkeringen. Deze elementen zorgen voor netwerken met een hoog serviceniveau, maar vergen ook onderhoud. Figuren 1 en 2 illustreren de omvang van netwerken.

Figuur 7 Netwerken Rijkswaterstaat

HOOFDWEGENNET

H O O F D VAAR WEGEN N ET

HOOFDWATERSYSTEE M

5.846 km Hoofdrijbanen

1.612 km Verbindingswegen en op- en afritten

308 km Spitsstroken

2.931 km Verkeerssignalering

6 Verkeerscentrales

50 Bev/eegbare bruggen

20 Tunnelcomplexen met 28 tunnels

17 Aquaducten

56 Ecoducten

14 Aanleginrichtingen (veren)

3.646 km Zeetoegangsgeulen en zeecorridors

3.426 km Kanalen, rivieren en vaargeulen

binnenwater

592 km Verkeersbegeleiding 12 Verkeersposten

92 Sluiscompiexen met 131 schutsluiskolken 112  Beweegbare bruggen24 Vuurtorens incl. 6 op BES-eilanden

90.219 km2 Wateroppervlak incl. BES-eilanden

3.030 km2 Binnenwater

293 km Kustlijn

5.182 ha Uiterwaarden in beheer Rijk 6  Stormvloedkeringen10 Stuwen

86 Spui-en uitwateringskolken 19 Gemalen

201 km Primaire keringen: dijken, dammen, duinen

604km Niet-primairekeringen: dijkenen duinen

i de BES-eilanden komt'

Scope van instandhouding

Bij instandhouding gaat het om het behouden van de huidige functie van de infrastructuur. De begrippen die hierbij in het Mobiliteitsfonds en Deltafonds worden gehanteerd zijn: exploitatie, onderhoud en vernieuwing infrastructuur:

  • Tot het domein van de exploitatie behoren (beheer)activiteiten die gericht zijn op het reguleren van het gebruik: verkeersleiding en capaci-teitsmanagement, verkeersmanagement en watermanagement;
  • Onderhoud betreft de activiteiten die erop zijn gericht de beoogde (ontwerp)levensduur van de infrastructuur te realiseren;
  • Vernieuwing is gericht op het begin van een nieuwe levenscyclus van een nieuw object of het verlengen van de levensduur van het bestaande object (vervanging en renovatie). Het gaat bij vernieuwing expliciet niet om activiteiten die gericht zijn op toevoeging van functies of om aanleg van nieuwe of uitbreiding van bestaande infrastructuur (ontwikkeling).

Werkwijze instandhouding

Bij de instandhouding van de netwerken staan de prestaties die deze netwerken moeten leveren en de doelmatigheid van instandhoudingswerk-zaamheden centraal. Het zijn de prestaties - de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en veiligheid van de infrastructuur - die de gebruikers direct ervaren. Over deze te leveren prestaties en de bijhorende budgetten maakt lenW afspraken met ProRail en RWS. De slijtage van de infrastructuur vanwege veroudering en gebruik in combinatie met deze afspraken vormen de basis van de instandhoudingswerkzaamheden die door ProRail en RWS jaarljks worden uitgevoerd. Onderstaande aspecten geven samen een beeld van de systematische aanpak en daarmee hoe de programmering ten behoeve van de instandhouding van de Rijksinfrastructuur tot stand komt:

  • De aanlegbesluiten zijn het meest bepalend voor de budget- en capaci-teitsbehoefte, zowel voor de aanlegkosten zelf, als de structurele instandhoudingskosten in de decennia daarna. Zo kost het instandhouden van een tunnel meer dan een brug (in geval van een oeververbinding) of dan een weg op maaiveld (in geval van een landtunnel). Bedenk daarbij dat een tunnel meer is dan een betonnen bak onder de grond, maar dat deze ook vol zit met andere voorzieningen zoals vluchtwegen met brandveilige deuren, luchtzuiveringssystemen en elektronica die ook bediend en onderhouden moet worden;
  • De beheerders werken volgens een werkwijze waarbij de gehele levenscyclus van de onderdelen en objecten wordt betrokken. Als eenmaal wordt besloten tot de aanleg van infrastructuur is op basis van ervaring al bekend wat voor instandhoudingswerkzaamheden aan de diverse objecten gemiddeld per jaar nodig zijn. Dit is vastgelegd in de instand-houdingsregimes. De instandhoudingsregimes zijn één onderdeel op basis waarvan de instandhoudingsprogrammering wordt opgesteld;
  • De extra budgetbehoefte voor instandhouding in verband met de uitbreiding van de infrastructuur wordt bij het besluit om tot aanleg over te gaan ook toegevoegd aan de instandhoudingsbudgetten vanaf het jaar na beoogde openstelling;
  • In de instandhoudingsregimes zijn ook regelmatige inspecties opgenomen, die leiden tot het inventariseren van de toestand van de objecten en - indien nodig - het nemen van maatregelen (concrete maatregelen of intensiveren inspecties). De inspecties krijgen een plaats in de instandhoudingsprogrammering;
  • Tevens wordt bezien of er vanuit doelmatigheidsoogmerk en het beperken van hinder voor onze gebruikers, maatregelen gekoppeld kunnen worden (werk met werk): onderhoudswerkzaamheden met andere onderhoudswerkzaamheden, maar ook mogelijkheden om onderhoudsmaatregelen te koppelen aan vernieuwings- of aanlegpro-jecten die in de komende jaren gepland zijn. Het kan dus zijn dat in de regimes beoogde maatregelen naar een later moment worden verschoven om werk met werk te maken;
  • Het kan ook voorkomen dat een bepaald schadebeeld of een ongeplande gebeurtenis vraagt om tussentijds ingrijpen (bijvoorbeeld de overstromingen in Limburg of de aanvaring bij de Gerrit Krolbrug). Die tussentijdse maatregelen worden dan geprioriteerd ten koste van reeds geprogrammeerde maatregelen. Het onderhoud dat als gevolg daarvan wordt uitgesteld, dient vervolgens opnieuw een plek te krijgen in de instandhoudingsprogrammering;
  • De totale programmering is een samenstel van preventieve en correctieve maatregelen. Leidend daarbij is het principe de kosten over de gehele levenscyclus van de infrastructuur (Life Cycle Costing; LCC) zo laag mogelijk te krijgen binnen de gegeven kaders en ontwikkelingen op de netwerken, rekening houdend met de gewenste netwerkprestaties. Waar sprake is van uitgesteld onderhoud, is vaak ook meer sprake van verstoringen en hinder. De beheerders proberen dit voor het gehele netwerk zoveel mogelijk te beperken.

Het is van belang te beseffen dat veiligheid te allen tijde bovenaan staat. Indien geconstateerd wordt dat de veiligheid voor de gebruikers in het geding is, dan worden direct maatregelen genomen om het gebruik van de infrastructuur weer binnen de geldende kaders plaats te laten vinden, bijvoorbeeld (tijdelijke) snelheidsverlagingen ter plaatse of andere (tijdelijke) gebruiksbeperkingen of fysieke infrastructuur ondersteunende maatregelen.

Om de systematische werkwijze op een hoger niveau te brengen worden externe toetsingen ingezet. Deze leveren waardevolle inzichten op voor zowel de interne processen als het in beeld hebben van de opgave buiten.

Werkwijze vernieuwing bij RWS

De objecten en onderdelen zoals sluizen, bruggen en tunnels, hebben een beperkte levensduur en dienen aan het eind hiervan te worden vernieuwd. Door grootschalige aanleg, met name vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw, en het intensievere gebruik is sprake van een flinke vernieuwingsopgave.

Om de veiligheid en de beschikbaarheid van de netwerken in stand te houden wordt voor alle netwerken en onderdelen daarvan de opgave in kaart gebracht.

Allereerst wordt op basis van het ontwerp ingeschat wanneer vernieuwing aan de orde zal zijn. Daarnaast worden de objecten onderworpen aan inspecties en berekeningen. Dit leidt tot het inzicht in, en een prognose van, waar op een termijn van vijf tot vijftien jaar vernieuwing nodig is.

Zo worden, steeds vooruitkijkend, objecten en onderdelen geïdentificeerd waarvoor een planfase wordt gestart. In de planfase wordt de uiteindelijke opgave vastgesteld en daarna volgt een definitief besluit over de aanpak van het betreffende object.

Het vernieuwingsprogramma (programma Vervanging en Renovatie) kent een technische aanleiding, namelijk het einde van de technische levensduur van onderdelen en objecten in het hoofdwegennet. Vanuit dit perspectief hoeven geen aanvullende wensen of functionaliteiten te worden toegevoegd. Maar omdat het relatief grote ingrepen in het netwerk betreft, wordt ook gekeken naar eventuele verstandige, aanvullende investeringen in het kader van beleidsdoelstellingen zoals bereikbaarheid, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Het primaire doel bljft echter het borgen van de beschikbaarheid en veiligheid van de Rijksnetwerken. Door het vernieuwen van objecten en onderdelen worden de beschikbaarheid en veiligheid van de netwerken op lange termijn geborgd.

Opgave naar de toekomst: toewerken naar een nieuw Basiskwaliteitsniveau

Nederland beschikt over een goede infrastructuur, zeker in vergelijking met omringende landen. Onze wegen, spoorwegen en waterwegen zorgen voor goede bereikbaarheid en hebben de afgelopen decennia veel welvaart en welzijn gebracht. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Veel wegen, bruggen, viaducten en sluizen werden halverwege de vorige eeuw gebouwd en zijn nu aan groot onderhoud of vervanging toe. De infrastructuur heeft het zwaarder te verduren dan werd voorzien in de tijd dat het werd aangelegd. Daar komt bij dat nieuwe ontwikkelingen in technologie en digitalisering, maar ook het veranderende klimaat met hitte, droogte en hevige neerslag nieuwe eisen aan de infrastructuur stellen. Ook zijn er achterstanden in het onderhoud ontstaan. Deze werden eind 2022 becijferd op € 1,8 miljard10.

In het coalitieakkoord zijn daarom extra middelen vrijgemaakt voor de instandhouding van onze netwerken.

In lijn met de motie Stoffer c.s. is toegewerkt naar een meerjarenplan voor instandhouding van de Rijksinfrastructuur. Het plan bevat een nieuw basiskwaliteitsniveau voor de netwerken in beheer van RWS en is gericht op een stabiele langdurige programmering, waarbij op termijn het uitgesteld onderhoud kan worden ingelopen. Bij brief van 17 maart 2023 is de kamer hierover geïnformeerd.

Met het basiskwaliteitsniveau (BKN) werken we toe naar een stabiel, langjarig en robuust onderhoudsniveau. Zo bieden we in het hele land een toekomstvast fundament, dat zekerheid geeft aan gebruikers en marktpartijen die betrokken zijn bij instandhouding en aanleg. In het BKN is voor de netwerken van RWS vastgesteld waar een weg, vaarweg, of waterwerk in de basis aan moet voldoen om de gebruikers en belanghebbenden goed te kunnen blijven bedienen. Een robuust mobiliteitssysteem met basale voorzieningen passend bij de functie van de verschillende netwerken. Voor instandhouding RWS wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:

  • Nederland is beschermd tegen hoogwater en beschikt over voldoende water en voldoende schoon (drink)water;
  • De huidige wegen zijn beschikbaar om Nederland bereikbaar te houden;
  • De huidige vaarwegen zijn beschikbaar om goederen te vervoeren, bestemmingen bereikbaar zijn en de reistijd is betrouwbaar;
  • De constructieve veiligheid van de netwerken en de daarin gelegen kunstwerken (bruggen, tunnels, viaducten, etc.) wordt geborgd;
  • De omgeving blijft bereikbaar door oeververbindingen en kruisende infra voor een fijnmazig netwerk.

De betrouwbaarheid uit zich door te groeien naar een beter voorspelbare situatie m.b.t. storingen en een vermindering van het aantal ongeplande storingen. De maakbaarheid van de opgaven - samen met de ontwikkel-snelheid van nieuwe technologieën - bepaalt de snelheid waarmee het nieuwe basiskwaliteitsniveau kan worden bereikt. Het BKN kent daarmee een ingroeitraject.

Omdat een deel van het aanlegprogramma door stikstof voorlopig tot stilstand komt, wordt het in stand houden van wat we hebben nog belangrijken Daarom is het voornemen een beweging van nieuwe aanleg-projecten naar instandhouding te maken en daarmee middelen, maar ook capaciteit bij RWS, vrij te spelen voor instandhouding. Met deze middelen kunnen we werken aan de grootste onderhoudsopgave van onze infrastructuur ooit. Het streven is een groei van het productievolume te realiseren van € 2 miljard naar € 3 miljard.

Met deze middelen kan RWS op termijn toewerken naar een hoger instandhoudingsvolume en dat ook vasthouden. Om RWS maximaal te ondersteunen in het realiseren van deze groei, wordt de sturing verder geoptimaliseerd. In de nieuwe aansturing zal er sprake zijn van één integrale achtjarige opdracht voor alle instandhoudingswerkzaamheden van RWS. Een achtjarige voortrollende opdracht in combinatie met verdere optimalisatie van de agentschapssturing, maakt het mogelijk om meer efficiëntie-voordelen te realiseren. RWS wordt hierdoor beter in staat gesteld om kosten efficiënt over de gehele levenscyclus (LCC) voordelen te behalen, slim werk-met-werk te maken en effectievere contractvormen in de markt te zetten. Hierin moeten ook de effecten van reeds ingezette verbetermaat-regelen zichtbaar worden. De areaalinformatie wordt verbeterd middels het ontwikkelplan assetmanagement en via Markt in Transitie wordt er gewerkt aan effectieve contractvormen en een blijvend goede samenwerking met de markt.

Ook na het definiëren van het basiskwaliteitsniveau is echter sprake van onzekerheden, is onduidelijk in welke mate de efficiency in de keten zijn doorwerking heeft, hoeverre achterstanden op de netwerken op korte termijn kunnen worden weggewerkt. Alle maatregelen worden daarom gevalideerd en gemonitord. Mochten er additionele maatregelen nodig blijken te zijn, dan zullen er keuzes moeten worden gemaakt om binnen de kaders te blijven - zowel wat betreft financiële middelen als capaciteit.

Naar verwachting kan eind 2023 de validatie naar de instandhoudings-kosten worden afgerond. Bij de validatie van het basiskwaliteitsniveau voor de RWS netwerken wordt het ministerie van lenW ondersteund door een externe partij. Een volgende validatie naar de instandhoudingskosten ProRail wordt in 2024 afgerond.

Te leveren prestaties

De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in indicatoren. Over de indicatoren met daarbij horende (streef)waarden worden prestatieafspraken gemaakt met RWS en ProRail en hiervoor worden budgetten beschikbaar gesteld. Voor de netwerken in beheer van RWS moeten de afspraken over het basiskwaliteitsniveau nog worden vertaald naar nieuwe indicatoren en streefwaarden.

Dit vergt nog verdere uitwerking, daarom wordt in afwachting daarvan nog uitgegaan van de prestatieafspraken vanuit de SLA 2022-2023. Hierbij opgemerkt dat ook toen al gold dat de er aan de Tweede Kamer zal worden gerapporteerd hoe gescoord wordt op de prestatieindicatoren, maar dat hierbij niet kan worden gestuurd op het behalen van de streefwaarden.

Het basiskwaliteitsniveau is leidend voor het werk dat RWS moet voorbereiden. Met ProRail zijn prestatieafspraken gemaakt die zijn opgenomen in de tienjarige beheerconcessie (2015-2025) en de (twee)jaarlijkse beheer-plannen.

In tabel 1 en 2 staat een overzicht van de prestatieafspraken opgenomen. Toelichting op de indicatoren en de gerealiseerde prestaties zijn te vinden de Instandhoudingsbijlage bij het Jaarverslag.

Tabel 77 Indicatoren RWS

 

Indicator

Streefwaarde

2022-2023*

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Hoofdwegennet

Beschikbaarheid

Technische beschikbaarheid van de weg

90%

99%

99%

99%

98%

Files door Werk in Uitvoering als gevolg van aanleg en gepland onderhoud in:

         

Voertuigverliesuren (vanaf 2018)

Levering verkeersgegevens:

10%

3%

6%

7%

3%

  • Beschikbaarheid data voor derden

90%

93%

93%

94%

93%

  • Actualiteit data voor derden

95%

97%

100%

96%

100%

Veiligheid

  • Voldoen aan norm voor verhardingen

99,7%

99,8%

99,7%

99,8%

99,7%

  • Voldoen aan norm voor gladheidbestrjding

95%

97%

Voldoende

99%

99%

 

Hoofdvaarwegennet

Beschikbaarheid / Betrouwbaarheid

Stremmingen gepland onderhoud

0,8%

0,2%

0,5%

2,0%

1,0%

Stremmingen ongepland onderhoud

0,2%

0,5%

1,0%

1,0%

2,4%

Tijdig melden ongeplande stremmingen

Vaargeul op orde (% oppervlakte op orde)

97%

98%

98%

98%

98%

  • Toegangsgeulen

99%

100%

100%

100%

100%

  • Hoofdtransportassen

90%

92%

92%

92%

93%

  • Hoofdvaarwegen

85%

80%

81%

80%

82%

  • Overige vaarwegen

85%

83%

83%

83%

83%

Veiligheid

Vaarwegmarkering op orde

95%

90%

91%

92%

88%

 

Hoofdwatersysteem

Waterveiligheid

Handhaving kustl j n

90%

92%

91%

90%

91%

Beschikbaarheid stormvloedkeringen

100%

83%

83%

83%

83%

Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden

100%

75%

50%

100%

75%

Betrouwbaarheid informatievoorziening

95%

99%

100%

96%

100%

*Er worden streefwaarden voor drie jaren gevraagd: die blijven voorlopig voor alle jaren gelijk, maar kunnen wel veranderen door BKN Bron RWS

Tabel 78 Indicatoren ProRail

 

KPI

Bodemwaarde1

Streefwaarde    Realisatie 2021

Realisatie 2022

Klantoordeel reizigersvervoerders

6

7

7

7

Klantoordeel goederenvervoerders

6

7

6

5

Reizigerspunctualiteit HRN (5 min) (met NS)

88,9%

91,5%

94,4%

91,6%

Reizigerspunctualiteit HRN (15 min) (met NS)

96,7%

97,4%

98,1%

97,3%

Reizigerspunctualiteit HSL (5 min) (met NS)

82,1%

84,2%

89,2%

82,0%

Betrouwbaarheid regionale series (3 min)

90,7%

93,7%

93,7%

91,3%

Impactvolle verstoringen

520

450

406

455

1 Toelichting bodemwaarde: Waarde voor het jaarlijks m

inimaal te realiseren prestatieniveau op een prestatie

indicator. In het geval van

de prestatie

indicator 'Impactvolle

storingen op de infra' geldt een maximum.

  • 2. 
    Budgettair beeld

Beschikbare budgetten Exploitatie, onderhoud en Vernieuwing Met de extra middelen voor instandhouding uit het coalitieakkoord en de schuif vanuit het aanlegprogramma zijn er meer middelen beschikbaar voor instandhouding. Hiermee wordt ingezet op de maximale productiecapaciteit die RWS kan leveren

In de begroting 2024 groeien we voor de periode 2023-2030 toe naar een beschikbaar budget van € 2,9 miljard per jaar voor instandhouding (€ 2,1 miljard BenO en € 0,8 miljard VenR). Dit is inclusief inzet van een deel van de balanspost Nog Uit Te Voeren Werk (NUTW) en reguliere ontvangsten. Het verschil ten opzichte van € 3 miljard wordt als doelmatigheidswinst ingezet voor de Rijksbrede taakstelling.

Met vaststellen van het BKN en de langere planningshorizon wordt aangenomen dat de markt op een efficiëntere manier kan worden benaderd, wat een doelmatigheidswinst oplevert. Deze wordt geschat op een voordeel van 1% in 2026 oplopend tot 5%. RWS wordt gevraagd dezelfde kwaliteit van het BKN blijft leveren

Dit zal een forse inspanning voor de uitvoering vragen, ook omdat er nog steeds sprake zal zijn van een verhoogd risico op verstoringen en zij-invliegers mede als gevolg van het uitgesteld onderhoud dat in voorgaande jaren is ontstaan

Om deze redenen wordt er monitoring opgezet of de gevraagde efficiëntie gerealiseerd wordt en sturen we bij indien nodig.

Instandhoudingsopgave ProRail

Voor de hoofdspoorwegen bestaat een basiskwaliteitsniveau voor instandhouding tot en met 2025, dat via een reguliere cyclus wordt herijkt. De laatste validatie is in 2020 uitgevoerd door Horvat en PwClRebel (Kamerstuk 35300 A, nr. 94 en Kamerstuk 35 570 A nr. 46). Dit najaar verwacht IenW een herijkte gevalideerde budgetbehoefte van ProRail voor de instandhou-dingskosten vanaf 2026 en verder. De uitkomsten van de validatie en de rapportage zullen aan de Tweede Kamer worden toegezonden.

Voor het spoornetwerk zal op basis van de gevalideerde budgetbehoefte een vergel ijkbaar proces als voor de RWS-netwerken worden doorlopen om tot een nieuw basiskwaliteitsniveau voor spoor vanaf 2026 te komen. In het voorjaar van 2024 informeren we de Kamer over de besluitvorming over instandhoudingsopgave, het basiskwaliteitsniveau spoor en bijbehorende budget. Een deel van de beschikbare budgetten instandhouding ProRail staat nog op de Aanvullende Post in afwachting van het opleveren van het basiskwaliteitsniveau in voorjaar 2024.

Budgetten instandhouding

In de periode tot en met 2037 zijn de volgende budgetten benodigd en beschikbaar voor instandhouding.

DBFM

Een deel van de instandhouding van de netwerken gebeurt via DBFM-contracten (Design-Build-Finance-Maintain). Bij deze contractvorm is aan een consortium niet alleen het ontwerp en de bouw van een project gegund, maar ook het onderhoud voor een langdurige periode. Bij DBFM is de opdrachtnemer niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van het project, maar ook voor de financiering en het totale onderhoud. Het is dus een geïntegreerde contractvorm. Bij traditionele contracten koopt het Rijk een product in: bijvoorbeeld een rijksweg met 2x2 rijstroken. Bij een DBFM-contract neemt het Rijk echter een dienst af: een beschikbare rijksweg. Het benodigde budget komt uit drie bronnen:

(i) het aanlegbudget, (ii) het beschikbare exploitatie en onderhoudsbudget van reeds aanwezige infrastructuur en (iii) het budget voor areaalgroei voor dat deel van de infrastructuur dat nieuw wordt aangelegd. Ten behoeve van de aanbesteding van een DBFM-contract wordt een referentieraming opgesteld voor de te verwachten aanleg- en exploitatie en onderhoudskosten bij traditionele uitvoering. Deze referentieraming wordt gebruikt om de plafondprijs (het acceptabele maximum) voor de bieding te bepalen. Deze ramingen worden op dezelfde wijze uitgevoerd als de ramingen die voor LCC worden uitgevoerd. De aanbesteding verloopt in een aantal stappen. Na de laatste stap vindt ook de budgettaire verwerking in de begroting plaats. De beschikbare middelen vanuit Aanleg en exploitatie en onderhoud (incl. areaalgroei) worden overgeboekt naar het GIV/PPS-artikel. De middelen worden met eenzelfde «netto contante waarde» omgezet in een langjarige reeks ter betaling van de beschikbaarheidsvergoedingen.

Dit is de zogenaamde financiële inpassing of DBFM conversie. Er wordt hiermee geen budget toegevoegd aan het project, de kasreeks wordt alleen aangepast aan de contractvorm. De prestatie-eisen en uitrustingsniveaus van de infrastructuur binnen het DBFM-contract zijn dezelfde als die aan RWS worden gesteld. Op het moment van aanbesteden wordt bij de M (maintain) van DBFM, een serviceniveau uitgevraagd dat past bij het onderhoudsregime wat op dat moment van toepassing was. Dat niveau geldt voor de looptijd van het contract en is daarmee niet budgettair flexibel. Bij DBFM geldt dat voor een periode van 20-25 jaar het consortium verantwoordelijk is voor het onderhoud van infrastructuur. Na afloop van het DBFM-contract valt dit deel van het areaal weer binnen het reguliere exploitatie en onderhoud van RWS. De mutaties tussen het exploitatie-, onderhoud- en vernieuwingartikel (voor wegen artikelonderdeel 12.02, vaarwegen artikelonderdeel 15.02, voor het hoofdwatersysteem artikel 3.02) en het DBFM artikel (voor wegen artikelonderdeel 12.04, vaarwegen artikelonderdeel 15.04, voor het hoofdwatersysteem artikel 4.02) zijn zichtbaar in de begroting en worden toegelicht. Na afloop van een DBFM-contract wordt het exploitatie- en onderhoudsdeel weer aan de reguliere exploitatie- en onderhouds-budgetten van RWS toegevoegd. In onderstaand overzicht is aangegeven voor welke projecten DBFM-contracten zijn afgesloten. Voor de financiering van deze projecten is het genoemde exploitatie- en onderhoudsbudget (per jaar) ingezet. Dit komt na afloop van het DBFM-contract weer beschikbaar tegen het dan geldende prijspeil.

Tabel 83 Overzicht DBFM-projecten

 

Project

Areaalinformatie

   

Einde DBFM-contract

Uitgenomen

BenO-budget/jaar

Hoofdwegennet

Baanlengte1

Grote kunstwerken

Wegconfiguratie in M-fase

   

A12 Lunetten-Veenendaal

65 km

 

2x4, 2x3

 

2033 5,9 mln.

A10 Tweede Coentunnel

39 km

1ste en

2de Coentunnel

2x3+2x2, 2x4

 

2037 12,0 mln.

N33 Assen-Zuidbroek

105 km

 

2x2

 

2034 2,8 mln.

   

nieuwe

     

A15 Maasvlakte-Vaanplein

129 km

Botlekbrug,

Thomassentunnel,

Botlektunnel

2x3+2x2,2x3, 2x2

 

2035 31,7 mln.

   

Aquaduct

     

A1/A6 Diemen-Almere Havendreef (SAA)

72 km

Muiden, verbrede Hollandse Brug

2x5+2, 2x4+2

 

2042 11,9 mln.

A12 Veenendaal-Ede-Grijsoord

50 km

 

2x3

 

2032 2,2 mln.

A9 Holendrecht-Diemen (Gaasperdammerweg, SAA)

41 km

Gaasperdammer- tunnel

2x5+1

 

2038 14,2 mln.

N18 Varsseveld Enschede

70 km

 

2x2+2x1

 

2043 1,8 mln.

A27/A1 Utrecht Noord - knpt. Eemnes - Bunschoten

53 km

 

2x3+2x4

 

2043 3,9 mln.

A6 Almere (SAA)

39 km

 

2x5

 

2039 3,3 mln.

A24 Blankenburgverbinding

35 km

Blankenburgtunne

Aalkeettunnel

l2x3

 

2043 10,1 mln.

A16 Rotterdam

37 km

Rottemerentunnel

2x2+2x3

 

2043 7,2 mln.

A9 Badhoevedorp - Holendrecht (Amstelveen)

52 km

 

2x4+1

 

2038 2,6 mln.

   

Brug over het

     

A15/A12 Ressen - Oudbroeken (ViA15)

87 km

Pannerdensch kanaal

2x3 + 2x2

 

2044 6,1 mln.

Hoofdvaarwegennet

Vaarweglengte

Grote kunstwerken

     
   

Nieuwe Keersluis

     

Keersluis Limmel

 

Limmel, incl. verkeersbrug over sluis

   

2048 0,4 mln.

   

Complex Prinses Beatrixsluis

     

Beatrixsluis 3e Kolk

4 km

incl. baggeren, onderhoud oevers en ligplaatsen langs Lekkanaal

   

2046 2,8 mln.

Zeetoegang IJmond

 

Nieuwe zeesluis en sluiseilanden

   

2045 2,5 mln.

   

Nieuwe schutsluis inclusief onderhoud

     

Sluis Eefde

 

voorhavens (bestaande schutsluis tot 2021)

   

2047 1,0 mln.

Hoofdwatersysteem

 

Grote kunstwerken

     
   

Afsluitdijk, spuicomplexen en

     

Afsluitdijk

 

keringen Den Oever en Kornwerderzand

   

2047 9,3 mln.

Hoofdspoorweginfrastructuur

Spoorweglengte

Grote kunstwerken

     
   

Tunnel Groene Hart, Doorgaand Spoorviaduct Bleiswijk, Tunnel

     

HSL

85 km

Rotterdam Noord, Tunnel Oude

Maas, Tunnel Dordtse Kil, Brug Hollands Diep

   

2031 N.v.t.

1 Baanlengte omvat: hoofdrijbanen, verbindingswegen en op- en afritten.

  • 3. 
    Overig

We zijn op weg naar een situatie waarin we een grotere instandhoudings-behoefte moeten aankunnen om onze netwerken veilig, beschikbaar en betrouwbaar te houden. De komende jaren zien we als een transitiefase waarin Rijkswaterstaat en ProRail stapsgewijs kunnen toegroeien naar deze situatie. Maakbaarheid is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Beide uitvoerders en de markt kunnen immers niet van vandaag op morgen structureel extra werk leveren. Uitvoeren van extra werk vraagt om een gedegen voorbereiding, aanbesteding en werving van personeel.

Ontwikkelplan Assetmanagement

In 2020 is de instandhoudingsbehoefte gevalideerd. Dat heeft ertoe geleid dat naast financiële maatregelen ook - in lijn met de aanbevelingen van Horvat en PwClRebel - maatregelen genomen worden om het assetmanagement voor het hoofdwegennet, het hoofdvaarwegennet en het hoofdwatersysteem te verbeteren. Daartoe is het Ontwikkelplan Assetmanagement lenW opgesteld. De Tweede Kamer is hierover december 2020 geïnformeerd.

Met het Ontwikkelplan is de ambitie voor de door RWS beheerde netwerken neergezet die past bij instandhoudingsopgave op deze netwerken. Assetmanagement is er om deze netwerken met oog voor de omgeving op een duurzame wijze beter te laten presteren zodat de gebruikers er nu en in de toekomst veilig gebruik van kunnen blijven maken. Het assetmanagement wordt zodanig ingericht dat Rijkswaterstaat op ieder moment in samenhang inzicht kan bieden in de staat en het presteren van de netwerken, de risico's en kosten en op een veilige, betrouwbare en voorspelbare wijze diensten aan de maatschapp ij kan bl ijven verlenen. Het verbeterde assetmanagement resulteert erin dat lenW richting de politiek en samenleving overtuigende en inzichtelijk goede beslisinformatie kan opleveren om te komen tot realistische, betere, efficiëntere keuzes in het ontwikkelen, in stand houden en bedienen van de netwerken. En het resulteert erin dat Rijkswaterstaat betrouwbaar, voorspelbaar en eenduidig de instandhou-dingsmaatregelen programmeert, plant, uitvoert opdat de netwerken zo efficiënt en effectief mogelijk functioneren.

Om deze ambitie te bereiken moeten op alle stappen van het assetmanagement verbeteringen doorgevoerd worden. De internationale norm ISO 55000 geeft hier richting aan. Het ontwikkeltraject duurt 5 jaar. De acties waren tot nu toe gericht op het verbeteren van de kaders en de tools voor uniform werken en het vastleggen van areaalgegevens zodat op landelijk en regionaal niveau betere afwegingen gemaakt kunnen worden. Voorts zijn de verantwoordelijkheden aangescherpt en eenduidig belegd, zowel binnen RWS als in de driehoek opdrachtgever-eigenaar-opdrachtnemer RWS. In 2024 en verder wordt hierop doorgepakt zodat de werkwijze, de areaalgegevens en IV in samenhang verbeteren. Ook zullen de prestatie-en sturingsafspraken geherdefinieerd worden, het startpunt van het asset-managementbeleid. Het gaat hier om afspraken over het prestatieniveau van het hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet en hoofdwatersysteem om invulling te geven aan een veilig, leefbaar en bereikbaar Nederland en afspraken over het daarvoor benodigde uitvoeringsapparaat. Nu er meerjarige zekerheid is over de budgetten voor instandhouding kan hieraan invulling gegeven worden.

Periodiek wordt geëvalueerd welke voortgang op de ambitie is bereikt, zodat leerervaringen kunnen worden benut in de volgende stap in de transitie. De voortgang op het meerjarige ontwikkelplan zal extern beoordeeld worden.

Programma Versoberingen en efficiency

In bijlage 4.2 van de Infrastructuurbegroting 2012 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de toen niet gedekte onderhoudsproblematiek tot en met 2020 bij RWS en over de mix van maatregelen om deze problematiek te beheersen.

Eén van de maatregelen betreft een pakket aan efficiencymaatregelen en versoberingen van het onderhoudsniveau. De afspraken over deze te realiseren maatregelen zijn opgenomen in het Programma Versobering en Efficiency. De versoberingen en efficiencymaatregelen zijn stapsgewijs geïmplementeerd, omdat dit de mogelijkheid bood om binnen het afgesproken budgettaire kader door een verstandige mix van maatregelen passend bij de lokale situatie optimalisaties aan te brengen. Hierdoor konden en kunnen eventuele negatieve gevolgen voor doorstroming en veiligheid worden beperkt.

In bijlage 5 van de Infrastructuurbegroting 2013 is de verdeling van het totale pakket efficiency- en versoberingmaatregelen van € 1,64 miljard naar netwerk gepresenteerd. Hiervan is tot en met 2016 € 891 miljoen gerealiseerd. In die bijlage is tevens een eerste inschatting opgenomen van effecten op veiligheid en doorstroming.

In bijlage 4 van de Infrastructuurbegroting 2015 is de verdeling van het totale pakket efficiency- en versoberingsmaatregelen a € 1,64 miljard naar netwerk uitgesplitst en de prognose bijgesteld. In deze bijlage is de verwachte bandbreedte op basis van de verdere uitwerking en implementatie van de maatregelen in beeld gebracht. Wanneer het totaalpakket aan maatregelen bij de onderkant van de bandbreedte dreigt uit te komen, zal worden bijgestuurd door nieuwe maatregelen te treffen. Op basis van het huidige beeld is de inschatting dat het realiseren van het totale pakket van € 1,64 miljard aan versobering- en efficiencymaatregelen mogelijk is. Ten opzichte van de vorige begroting zijn de inzichten niet gewijzigd.

Zoals in eerdere begrotingen toegezegd, is geëvalueerd of met het Programma Versoberingen en Efficiency de gestelde doelen zijn bereikt en of er vervolgacties nodig zijn. Uitkomst is dat de maatregelen om te komen tot de afgesproken versoberingen en efficiency zijn geïmplementeerd en geborgd binnen de RWS organisatie.

Op basis van de gehanteerde monitoringssystematiek was in 2015 de aanname, dat de beoogde besparingen vrijwel volledig konden worden gerealiseerd. De absolute besparing was echter moeilijk aan te geven omdat meer (externe) factoren van invloed zijn op de cijfers. Wat voor RWS aanleiding was om na 2015 te stoppen met de centrale monitoring. Na 2015 is er dan ook geen duidelijk beeld of de beoogde besparingsresultaten daadwerkelijk zijn behaald.

In het licht van het nieuwe (basis)kwaliteitsniveau van de hoofdinfrastruc-tuurnetwerken wordt dit niet meer verder onderzocht, omdat hiermee een nieuwe uitgangssituatie is gecreëerd. Dit is daarom de laatste keer dat over het programma versoberingen en efficiency worden gerapporteerd.

Bijlage 5: ProRail

In de kabinetsreactie op het rapport van de Tijdelijke Commissie Onderhoud en Innovatie spoor (Kamerstukken II 2011-2012, 32 707, nr. 16) is een pakket maatregelen aangekondigd om de informatievoorziening naar de Tweede Kamer beter en transparanter te maken (aanbevelingen 14 en 15). Een deel van deze maatregelen is verwerkt in de verdiepingsbijlagen. In deze bijlage wordt de informatie verstrekt die de aansluiting tussen de middelen op het Mobiliteitsfonds en de bestedingen door ProRail betreft. In deze bijlage zijn de volgende onderdelen opgenomen:

  • 1. 
    Kasstroomoverzicht ontvangsten en uitgaven Mobiliteitsfonds 2024 (spoor);
  • 2. 
    Overzicht van de baten en lasten ProRail 2022-2028;
  • 3. 
    Kasstroomoverzicht ontvangsten en uitgaven ProRail 2022;
  • 4. 
    Balansposten ProRail 2022.

In bijlage 4 Instandhouding zijn de gegevens over het areaal, de prestaties en budgetten opgenomen.

In verband met de voorgenomen omvorming van ProRail van bv naar zbo wordt bezien of deze bijlage vanaf de ontwerpbegroting 2025 bljft bestaan. De Kamer zal hier te zijner tijd over worden geïnformeerd.

 

Tabel 84 Staat van baten lasten ProRail (bedragen x € 1 miljoen)

Staat van baten en lasten ProRail 2022-2028 (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Exploitatiebijdrage moederdepartement

1.027

1.077

1.094

1.103

1.101

1.192

1.087

Gebruiksvergoeding vervoerders

355

440

441

440

438

439

440

Geactiveerde uren en overige opbrengsten

161

138

138

137

137

137

136

Baten

1.543

1.655

1.673

1.680

1.676

1.768

1.663

Kosten van uitbesteed werk

916

963

993

1.003

993

1.017

1.000

Personeelskosten en overige kosten

528

592

586

583

589

584

574

Kapitaallasten

99

100

94

94

94

167

89

Lasten

1.543

1.655

1.673

1.680

1.676

1.768

1.663

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

Tabel 85 Kasstroomoverzicht ProRail 2022 (bedragen x € 1 miljoen)

 

Kasstroomoverzicht ProRail 2022 (Bron: jaarrekening ProRail 2022)

Operationele activiteiten

Investerings activiteiten

Totaal

Ontvangsten uit Infrastructuurfonds

1.224

1.379

2.603

Ontvangsten van vervoerders

361

0

361

Ontvangsten van derden

114

145

259

Ontvangsten totaal

1.699

1.524

3.223

Betalingen aan leveranciers

1.113

1.263

2.376

Betalingen aan werknemers

363

107

470

Betalingen aan banken (rente en aflossing)

5

0

5

Afdracht BTW aan fiscus

109

0

109

Betalingen totaal

1.590

1.370

2.960

Mutatie liquide middelen

109

154

263

Liquide middelen per 31-12-2022

539

   

Liquide middelen per 31-12-2021

276

   

Afname liquide middelen 2022

263

   
 

Tabel 86 Balansposten ProRail (bedragen x € 1 miljoen)

Liquide middelen ProRail 2022 (Bron: jaarrekening ProRail 2022)

EOV

Aanleg

Totaal

Vooruit ontvangen bijdragen van derden

200

64

264

Vooruit ontvangen bijdragen van lenW

117

46

163

Vooruit ontvangen bijdragen

317

110

427

Nog te egaliseren investeringsbijdragen

21

52

73

Nog te egaliseren exploitatiebijdragen

  • 58

0

  • 58

Nog te egaliseren bijdragen

  • - 
    37

52

15

Getroffen voorzieningen en overige reserves

   

76

Saldo nog te betalen / vooruit betaalde kosten

   

21

Nog te betalen kosten

   

97

Liquide middelen per 31-12-2022

   

539

Bijlage 6: DBFM-conversies Kenmerken DBFM-contracten

Een DBFM-contract is een geïntegreerde contractvorm, waarbij de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor het ontwerp (design), de bouw (build), financiering (finance) en het onderhoud (maintain). De opdrachtgever gaat binnen een DBFM-contract een langlopende verplichting aan met een consortium van private partijen. Gedurende een periode van 20-25 jaar betaalt het Rijk een vergoeding aan het consortium voor de beschikbaarheid van de infrastructuur (beschikbaarheidsvergoeding). Voorts is een kenmerk van DBFM-contract een langjarig en vlak betalingsritme.

Verwerking potentiële DBFM-projecten in de verkenning- en planuit-werking

Bij de DBFM-projecten in voorbereiding wordt in de begroting op voorhand geen rekening gehouden met dit afwijkende betalingsritme dat kenmerkend is voor DBFM-contracten.11Net als voor andere MIRT-projecten wordt bij de betreffende modaliteit het volledige bedrag voor aanleg geraamd op het artikel voor verkenning en planuitwerking en wordt een reservering voor het onderhoud gemaakt binnen de reguliere onderhoudsbudgetten en/of de investeringsruimte. Mocht in een later stadium een aanbesteding in DBFM-vorm toch niet mogelijk of opportuun blijken, dan blijft een meer klassieke aanbesteding via deze werkwijze altijd mogelijk.

Verwerking DBFM-contracten na overgang in de realisatie-en exploitatiefase

Bij de afronding van de aanbesteding van een DBFM-contract is de exacte omvang van de langjarige verplichting bekend. In de eerstvolgende begroting worden in samenspraak met het Ministerie van Financiën de klassieke reserveringen op de IenW-begroting gecorrigeerd voor het afwijkende kasritme van het DBFM-contract.12 Een betaling aan een DBFM-consortium is een gecombineerde vergoeding voor onder meer de aanleg en het onderhoud van de infrastructuur, daarom wordt het volledige budget vervolgens geplaatst op het artikel voor geïntegreerde contractvormen bij de betreffende modaliteit.

Bijlage 7: Tol Scope

De Wet Tijdelijke Tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15, die op 15 maart 2016 in werking is getreden, bevat het wettelijk kader om voor de projecten A24 Blankenburgverbinding en A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15) tol te heffen. In de wet is opgenomen dat het tolsysteem verder wordt uitgewerkt in een uitvoerings- en een handhavingsplan die aan de Staten-Generaal worden voorgehangen voordat de tolheffing van start gaat. Het uitvoeringsplan gaat nader in op de wijze waarop het passerende verkeer wordt geregistreerd, de betalingsmogel ijkheden en de wijze waarop weggebruikers en kentekenhouders in contact kunnen treden met vragen en klachten over het betalen van tol, herinneringen of boetes. Het handha-vingsplan bevat een omschrijving van hoe het toezicht is georganiseerd, de wijze waarop een boete wordt opgelegd en hoe deze wordt geïnd.

Het uitvoerings- en het handhavingsplan worden in najaar 2023 aan de Kamer voorgelegd. Dat is ruim voor de openstelling van de A24 Blanken-burgverbinding en de start van de tolheffing, die naar verwachting in het vierde kwartaal van 2024 plaatsvindt. De precieze start van tolheffing op de ViA15 is afhankelijk van de Raad van State-uitspraak over het Tracébesluit ViA15. Vooralsnog wordt uitgegaan van ingebruikname ViA15 en start tolheffing in 2029.

Eind 2017 is de start van de realisatie aangehouden als gevolg van vertragingen in de uitvoeringsprojecten. In het tweede kwartaal van 2020 heeft het project Tijdelijke Tolheffing, op basis van de huidige planning van de beide aanlegprojecten, een herstart gemaakt. De Kamer is eerst in het voorjaar van 2022 (Kamerstukken 35925-A, nr. 37) en vervolgens in voorjaar 2023 (Kamerstukken 36200-A, nr.66) geïnformeerd over de actuele stand van zaken sindsdien. De wet ter wijziging van de vigerende wet Tijdel ijke Tolheffing is voor het zomerreces ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken 36137, nr. 2). Op 24 januari 2023 heeft de Tweede Kamer met de wet ingestemd. Op 11 april 2023 heeft de Eerste Kamer vervolgens met de wet ingestemd.

Financieel

Het doel van de tolheffing is om een financieringsbehoefte voor beide aanlegprojecten te dekken. Deze behoefte komt tot uiting in een tolopgave van € 917 miljoen voor de Blankenburgverbinding en van € 519 miljoen voor de ViA15 (bedragen in prijzen 2023). Dit betreffen de absolute getallen/ netto contante waarde (de ontvangsten worden begroot op artikel 12.09 van het Mobiliteitsfonds). De tolopbrengsten dienen deze tolopgave, maar ook de uitvoeringskosten voor tolheffing te dekken. Deze uitvoeringskosten betreffen de invoeringskosten van tolheffing en de cumulatieve kosten voor exploitatie tijdens de periode waarin tol geheven wordt.

Bij tolheffing werd oorspronkelijk uitgegaan van een periode van 25 jaar. Als de tolopgave op een wegdeel eerder zou worden gerealiseerd, dan zou de tolheffing op dat wegdeel eerder worden beëindigd en vice versa. Met de komst van Betalen Naar Gebruik (BNG) per 2030 zal de Tijdelijke Tolheffing voortijdig worden beëindigd. De resterende tolopgave wordt gedekt uit de opbrengsten uit BNG.

Planning

De tolheffing wordt samen met de uitvoeringsorganisaties RDW, CJIB, RWS en ILT verder uitgewerkt. Deze uitwerking landt in het uitvoerings- en het handhavingsplan. De realisatie van het tolsysteem en de voorbereiding van de organisatie is voorzien in de periode 2020-2024.

Organisatie

Om te komen tot een werkend tolsysteem werkt het Ministerie van IenW aan het technisch en organisatorisch mogelijk maken van de heffing. Daarnaast wordt er gewerkt aan de juridische voorwaarden voor de tolheffing.

Specificatie inkomsten en uitgaven

In onderstaande tabel is het totaaloverzicht opgenomen van de verwachte inkomsten en uitgaven en wordt een doorkijk gegeven voor wat betreft de tolinkomsten voor de jaren daarna. Hiermee wordt informatie verstrekt die de financiële stromen en de voortgang van het realiseren van de tolopgave per project inzichtelijk maakt.

 

Tabel 87 Specificatie inkomsten en uitgaven (bedragen x € 1.000)

Uitgaven

artikel 20t/2m2    2023

2024    2025    2026    2027    2028    2029    2030    2031    2032    2033

2034    2035    2036    2037    2038

e.v.

Rijksbijdrage voor project Blankenburgve

MF

irbmdïng

8.786 58.854 64.290 61.131 55.700 54.548 58.090 60.121 44.650

34.757 34.757 91.434

Rijksbijdrage voor

Tolsysteem en -organisatie

26.837 59.763

21.356

 
  • bijdrage aan MF    1 611    1 651

Rijkswaterstaat12.06/12.u361'

1.792

 
  • bijdrage aan Rijksdienst voor het Wegverkeer

MF12.0317.734 25.682

8.019

 
  • bijdrage aan ILT

HX"24    360

art. 24

360

 
  • bijdrage aan

Centraal

Justitieel

MF

1M2F.03    714 3.882

322

 

Incassobureau

MF

3.063

1.885

  • uitgaven 12.03/ programmaorgHXSate art. 98
 
  • nog toe te wijzen

MF12.03

25.125

8.978

             

Rijksbijdrage voor

Exploitatie

Tolsysteem

 

343

20.127

41.327

38.776 34.827

33.016

29.125

27.316

27.018

21.947

  • nog toe te wj zen

MF12.03

343

20.127

41.327

38.776 34.827

33.016

29.125

27.316

27.018

21.947

26.837 60.106 50.269100.181103.066 95.958 88.716 83.673 85.406 87.139 66.597    0    0    0 34.757 34.757 91.434

Blankenburgverbinding

 

Rijksbijdrage voor project ViA15

MF

12.04

     

49.128 48.794 45.389

41.049

27.032 23.972 24.167

24.133

23.612250.387

Rijksbijdrage voor

Tolsysteem en -organisatie

   

3.168

6.919

4.855

       
  • bijdrage aan MF

R ij kswaterstaat12.06/12.03

 

567

2.741

824

       
  • bijdrage aan Rijksdienst voor het Wegverkeer

MF12.03

 

635

635

1.250

       
  • bijdrage aan ILT

HXII art. 24

 

0

0

106

       
  • bijdrage aan Centraal Justitieel Incassobureau

MF

12.03

 

317

317

317

       
 

MF

               
  • uitgaven    12.03/

programmaorgHXsatie

 

317

317

317

       
 

art. 98

               
  • nog toe te wj zen

MF12.03

 

1.332

2.909

2.041

       

Rijksbijdrage voor

Exploitatie

Tolsysteem

       

18.493 16.248 15.809

16.376

26.720 25.782 25.587

25.621

26.143 50.327

  • nog toe te wj zen

MF12.03

     

18.493 16.248 15.809

16.376

26.720 25.782 25.587

25.621

26.143 50.327

Subtotaal

VIA15

   

3.168

6.919

4.855 67.621 65.042 61.198

57.425 53.752 49.754 49.754 49.754 49.755300.714

Totaal uitgaven Tol

26.837

60.106 50.269100.181106.234102.877 93.571151.294150.448148.337124.022 53.752 49.754 49.754

84.511

84.512392.148

Reservering

                 

Blankenburgverjftndling en ViA15    .

 

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-

2024,

36 410 A, nr. 2

 

164

Ontvangsten tolsysteem

MF

12.09

12.293

12.290 12.290

12.290

12.290 12.290 12.290 12.290

12.290

12.285

   

Totaal geraamde inkomsten Tol

MF

12.09

12.293

12.290 12.290

12.290

12.290 12.290 12.290 12.290

12.290

12.285

   

Toelichting op tabel

  • Voor de realisatie en exploitatie van tol is er een aantal rollen en taken die vervuld worden, die betrekking hebben op zowel reguliere inning als voor de wettelijke aanmaning en handhaving. Daarnaast betreft het ook de uitvoeringskosten van lenW.
  • Voor het mogelijk maken om tol te kunnen innen, moeten de uitvoeringsorganisaties zich gedegen voorbereiden, systemen aanpassen en producten en diensten inkopen. De realisatiekosten die hierbij worden gemaakt komen ten laste van de tolopgave. Deze kosten zijn geactualiseerd ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2023, resulterend in een groter deel van de aanlegkosten die aan de A24 Blankenburgverbinding worden toegerekend.
  • Naast de realisatiekosten voor het tolsysteem worden de exploitatiekosten van tolheffing gedekt uit de tolontvangsten op deze verbindingen. Ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2023 worden deze kosten separaat inzichtelijk gemaakt, uitgesplitst naar de desbetreffende organisatie en aanlegproject. Deze kosten zijn volledig herzien op basis van de meest actuele inzichten en geactualiseerde ramingen bij de uitvoeringsorganisaties en bij het project Tijdelijke Tolheffing. Deels zijn deze kosten volume-afhankelijk , en afhankelijk van het aantal passages op beide wegen. Deels betreft het vaste kosten onafhankelijk van het gebruik van beide wegen. De volume-afhankelijke kosten zijn aan het desbetreffende aanlegproject toegerekend. Voor de verdeling van de volume-onafhankelijke exploitatiekosten over beide aanlegprojecten is een verdeelsleutel bepaald op basis van de verkeersvolumes op beide wegen.
  • De ontvangsten van het tolsysteem betreffen naast de verschuldigde tolbedragen ook de ontvangsten uit betaalherinneringen en boetes indien een eenmalige betaling niet tijdig plaatsvindt. Deze ontvangsten zijn geactualiseerd op basis van onder meer de actuele prognoses voor het gebruik van beide wegen.
  • Met de komst van Betalen Naar Gebruik (BNG) per 2030 zal de Tijdel ijke Tolheffing op beide verbindingen voortijdig worden beëindigd. De resterende tolopgave na 2030 wordt gedekt uit de ontvangsten BNG (Kamerstukken II 2021/2022, 32 813, nr. 1081). De uitwerking van dit voorstel wordt in een volgende begroting verwerkt. De tabel laat daarom nog de bedragen zien die uitgaan van een situatie zonder invoering BNG.
  • Verschillende cijfers in de tabel kennen nu nog een behoorlijke onzekerheid en zijn mede afhankel ijk van nog een aantal te maken inrich-tingskeuzes dit jaar. Met de geleidelijke afronding van de realisatiefase en de opstart van de exploitatiefase kan in de Ontwerpbegroting van 2025 naar verwachting een stabiel beeld van de verwachter kosten en opbrengsten worden gegeven.

Bijlage 8: Lijst van afkortingen

Tabel 88 Lijst van afkortingen

Afkorting

 

AOV

Achterstallig Onderhoud Vaarwegen

AMvB

Algemene Maatregel van Bestuur

APB

Activiteitenplan en Begroting

ATB-Vv

Automatische Treinbeïnvloeding - Verbeterde versie

BBV

Blankenburgverbinding

BCF

Btw-compensatiefonds

BenO

Beheer en onderhoud

BKN

Basiskwaliteitsniveau

BNG

Betalen naar gebruik

BO MIRT

Bestuurlijk overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

BRG

Bestaand Rotterdams Gebied

BroNs

 

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrjksrelaties

CA

Coalitieakkoord

CID

Central Innovation District

CJIB

Centraal Justitieel Incassobureau

CZSK

Commando Zeestrijdkrachten

DBFM

Design, Build, Finance and Maintain

DF

Deltafonds

DLP

Defensie Lifecycle Plan

DMO

Defensiematerieelorganisatie

DUMO

Duurzame Mobiliteit

DVM

Dynamisch Verkeersmanagement

EOV

Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

EPK

Externe productiekosten

ERTMS

European Rail Traffic Management System

ETV

Emergency Towing Vessels

EU

Europese Unie

EZK

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

FES

Fonds Economische Structuurversterking

FIN

Ministerie van Financiën

GF

Gemeentefonds

GIV-PPS

Geïntegreerde contractvorm - Publick Private Samenwerking

HBR

Havenbedrjf Rotterdam

HOV

Hoogwaardig openbaar vervoer

HRN

Hoofdrailnet

HSL

Hogesnelheidslijn

HVWN

Hoofdvaarwegennet

HWN

Hoofdwegennet

HXII

Hoofstuk 12 begroting Ministerie van Infrastructuur en waterstaat

IBO

Interdepartementaal Beleidsonderzoek

IenW

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

ILT

Inspectie Leefomgeving en Transport

IMA

Integrale Mobiliteitsanalyse

IRM

Integraal Riviermanagement

JIVC

Joint Informatievoorziening Commando

KM

Koninklijke Marine

KNRM

Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij

KPI

Kernprestatie indicatoren

KWC

Kustwachtcentrum

LCC

Life Cycle Costs

LNV

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

LTSa

Lange Termijn Spooragenda

LVO

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen

MF

Mobiliteitsfonds

MIRT

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

MJPG

Meerjarenprogramma Geluidsanering

MOC

Maritiem Operatie Centrum

NaNov

Na Noord-Oostelijke VerbindingTweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 410 A, nr. 2    166

NDW

Nationaal Dataportaal Wegverkeergegevens

NoMo

Nota Mobiliteit

NOVEX

Nationale Omgevingsvisie Extra

NOVI

Nationale Omgevingsvisie

NS

Nederlandse Spoorwegen

1

Inmiddels is de startbeslissing voor de Oude Lijn genomen en is het totaal overgeboekt naar verkenning Oude Lijn.

2

Middelen voor ontsluiting woningbouw zijn toegevoegd aan reeds bestaande projecten en verkenningen. De uitputting van deze bedragen

3

kunnen daarom niet separaat worden gevolgd.

4

Kamerstuk 36200-A-78

5

Kamerstuk 35 396

6

   Kamerstuk nr. 31409-373

7

   Kamerstuk nr. 34244-3

8

   Kamerstuk nr.29385-119

9

Kamerstuk nr. 36200-A-65

10

Daarbij aangetekend dat een zekere mate van uitgesteld onderhoud doelmatig is.

11

   Deze werkwijze vloeit voort uit begrotingsregel 28 van het kabinet-Rutte II. Deze regel is door het huidig kabinet bestendigd.

12

   Technisch gezien betekent dit een verlaging van het uitgavenplafond (van het begrotingstotaal van het Mobiliteitsfonds) in de jaren waarin het kasbudget geraamd stond en een verhoging van het uitgavenplafond (van het begrotingstotaal van het Mobiliteitsfonds) in de jaren waarin er een beschikbaarheidvergoeding nodig is.


 
 
 

3.

More information

 

4.

EU Monitor

The EU Monitor enables its users to keep track of the European process of lawmaking, focusing on the relevant dossiers. It automatically signals developments in your chosen topics of interest. Apologies to unregistered users, we can no longer add new users.This service will discontinue in the near future.