Memorie van antwoord - Wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer in 2021 (Tijdelijke wet Tweede-Kamerverkiezing covid-19)

Deze memorie van antwoord i is onder nr. E toegevoegd aan wetsvoorstel 35654 - Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19 i.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer in 2021 (Tijdelijke wet Tweede-Kamerverkiezing covid-19); Memorie van antwoord
Document date 15-01-2021
Publication date 15-01-2021
Nummer KST35654E
Reference 35654, nr. E
External link original article
Original document in PDF

2.

Text

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2020-

2021

35 654

Wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer in 2021 (Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-i9)

MEMORIE VAN ANTWOORD

Inhoudsopgave    blz.

  • 1. 
    Algemeen    1
  • 2. 
    Briefstemmen voor kiezers van 70 jaar en    ouder

2.1    Over de procedure

2.2    (On)mogelijkheid van frauduleus handelen

  • 3. 
    Vervroegd stemmen in het stemlokaal

<£> Go Go

Met veel belangstelling heb ik kennisgenomen van de door de leden van de fracties van D66, PvdA, PvdD, PVV, Van Pareren en de SP gemaakte opmerkingen en gestelde vragen over het wetsvoorstel. De leden van de fracties van de ChristenUnie en 50PLUS sluiten zich aan bij de vragen van de leden van de fracties van D66 en PvdA. Ik dank al deze leden voor de vragen, waarop ik hierna per thema zal ingaan.

  • 1. 
    Algemeen

De leden van de D66-fractie vragen naar de meest recente zaken betreffende de uitvoering van de hele keten voor de komende Tweede Kamerverkiezing.

De voorbereidingen van de verkiezing zijn in volle gang. Gemeenten leggen in de komende weken de laatste hand aan het vinden van geschikte stemlokalen (waarbij ze naar behoefte worden ondersteund door het Ondersteuningsteam stemlokalen van het Ministerie van BZK) en het werven van voldoende stembureauleden en tellers (ondersteund door de landelijke wervingscampagne). Ook zullen gemeenten hun stembureauleden de komende weken de verplichte wettelijke training geven. Het Ministerie van BZK stelt daartoe een stembureau-instructie beschikbaar. Het Ministerie van BZK heeft contact met de leveranciers van alle

kst-35654-E ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2021

stembescheiden, om zeker te stellen dat het drukken en verzenden daarvan tijdig kan plaatsvinden.

Gemeenten worden door middel van instructies, factsheets, webinars en nieuwsbrieven voorgelicht over wat er nieuw is bij de komende verkiezing. Ook zullen de komende weken digitale inloopspreekuren worden gehouden, waar gemeenten terecht kunnen met eventuele vragen. Verder is er het Informatiepunt verkiezingen (een gezamenlijk initiatief van het Ministerie van BZK en de Kiesraad), waar gemeenten (telefonisch of per mail) hun vragen aan kunnen stellen.

Voor de kiezers start vanaf 1 februari een voorlichtingscampagne en worden verschillende middelen van maatwerkcommunicatie ingezet voor doelgroepen als jongeren, kiezers van 70+, mensen die extra toegankelijke informatie nodig hebben (waaronder mensen met een licht verstandelijke beperking, blinden/slechtzienden en doven/slechthorenden).

De leden van de D66-fractie vragen naar leerpunten van de herindelings-verkiezingen in november 2020 voor de komende Tweede Kamerverkiezing.

De herindelingsverkiezingen zijn ondanks de bijzondere omstandigheden goed verlopen. Graag verwijs ik naar de brief en bijlagen1 die ik eerder aan de Tweede Kamer heb gestuurd en die ik ook bij deze memorie van antwoord heb gevoegd. Ik licht er enkele leerpunten uit:

  • • 
    Onderzoek naar de doorlooptijden in stemlokalen wees uit dat de grootte van het stemlokaal het in het algemeen makkelijker maakt voor kiezers om 1,5 meter afstand te bewaren. Kiezers brengen daardoor minder tijd door in een groter stemlokaal, ondanks de grotere loopafstanden. Met deze inzichten kunnen gemeenten bij de komende verkiezing hun voordeel doen.
  • • 
    Gemeenten moeten, mede i.v.m. covid-19, rekening houden met ca. 10% afvallers onder stembureauleden. Ik heb in aanloop naar de komende verkiezing gemeenten dan ook aangeraden om minimaal 10% extra stembureauleden in reserve te houden.
  • • 
    Gemeenten zijn positief over de mogelijkheid tot het aanwijzen van stemlokalen op locaties waar de toegang is beperkt tot de bewoners van deze locatie (en eventuele bezoekers en personeel). Wel zijn er een aantal aandachtspunten naar voren gekomen. Zo is het van belang om rekening te houden met de zorgroutines in de instellingen. Het is niet nuttig het stembureau voor 10.00 uur zitting te laten houden, omdat dan veelal de verzorging nog niet klaar is. Ook is duidelijk dat de zittingsduur kort kan zijn. Een maximale zittingsduur van twee uur lijkt toereikend te zijn.
  • • 
    Veel kiezers blijken de folder met de vragen van de gezondheidscheck, die zij voorafgaand aan de verkiezing thuis hebben ontvangen, niet te hebben opgemerkt, dan wel daar geen speciale aandacht aan te hebben besteed. Ook de poster in het stemlokaal met informatie over de gezondheidscheck is nauwelijks opgemerkt. Deze moet zichtbaarder zijn voor de kiezers, zo blijkt uit het onderzoek. Met deze ervaring houden we rekening door extra de aandacht te (laten) vestigen op de folder en de poster. Het is van groot belang dat kiezers weten wat de regels zijn in het stemlokaal. Het betreft hier overigens de algemene regels rond de gezondheid die kiezers kennen van andere locaties.

Voor de Tweede Kamerverkiezing beveel ik de gemeenten aan kiezers ook nog op een andere wijze te informeren over de noodzaak om een gezondheidscheck te doen voorafgaand aan de gang naar het stemlokaal. Ik ontwikkel daarvoor voorbeeldcommunicatie voor de gemeenten.

De leden van de PvdA-fractie refereren aan mijn toezegging tijdens het debat in uw Kamer over de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 (35 590) om de evaluatie van de herindelingsverkiezingen ook naar de Eerste Kamer te zenden, zodat die kan worden meegenomen bij de beoordeling van het voorliggende spoedvoorstel over verkiezingen. Zij merken op dat in de evaluatie ook zou worden meegenomen de vraag of het ontbreken van de verruiming van het aantal volmachten (van 2 naar 3) bij de herindelingsverkiezingen tot problemen heeft geleid.

De evaluatie van de herindelingsverkiezingen is per abuis niet naar de Eerste Kamer gestuurd. Ik doe u de evaluatiebrief, inclusief de bijlagen, hierbij alsnog toekomen. Er is mij bij deze evaluatie niet gebleken dat het feit dat er per volmachtnemer geen 3 maar 2 volmachtstemmen konden worden uitgebracht, tot problemen heeft geleid. In het kader van de evaluatie zijn diverse focusgroepen gehouden met kiezers, en daar zijn geen opmerkingen gemaakt over het te beperkte aantal volmachten. Dit blijkt ook niet uit de peiling die is gehouden onder kiezers die niet zijn gaan stemmen (thuisblijvers); de resultaten van die peiling zijn op 12 januari naar de Tweede Kamer gestuurd.

De leden van de fractie van de PvdD vragen of de regering het met hen eens is dat er een landelijk geregelde en onder centrale regie uitgevoerde ondersteuning van gemeenten behoort te komen.

Ik deel die opvatting. Die ondersteuning is er dan ook. Ik verwijs graag naar mijn antwoord op bovenvermelde vraag van de leden van de D66-fractie naar de stand van zaken betreffende de uitvoering van de komende verkiezing.

  • 2. 
    Briefstemmen voor kiezers van 70 jaar en ouder 2.1 Over de procedure

De leden van de fractie-Van Pareren vragen om een voorbeeld van de briefstembescheiden zoals die zullen worden verstuurd naar een willekeurige 70+»er in een willekeurige gemeente.

De modellen van de briefstembescheiden worden, zodra de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel, vastgelegd in de Tijdelijke regeling verkiezingen covid-19, die wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Voorbeelden van briefstembescheiden zijn nu al op https:// www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/12/28/factsheet-briefstembescheiden te bekijken.

De leden van de D66-fractie zijn het eens met de nieuwe mogelijkheid om per brief te stemmen. Ook onderschrijven zij de redenen voor de beperking dat alleen kiezers van 70 jaar en ouder van die mogelijkheid gebruik kunnen maken. Wel maken zij zich zorgen over de uitvoerbaarheid van de twee postzendingen en het tijdig terugsturen van het stembiljet met de stempluspas. Deze leden vragen hoe de voorlichting hierover er uit gaat zien.

De kiezers die 70 jaar of ouder zijn worden op verschillende manieren geïnformeerd over het stemmen per brief. Deze kiezers krijgen een andere stempas (de stempluspas) dan de andere kiezers. De stempluspas ontvangt de kiezer uiterlijk 3 maart 2021. Op de stempluspas2 is uitgelegd dat de kiezer voor het briefstemmen nog een tweede zending met briefstembescheiden krijgt en dat die tweede zending uiterlijk 11 maart moet zijn ontvangen. Bij de tweede zending ontvangt de kiezer bij het briefstembiljet ook een uitleg hoe de kiezer per brief kan stemmen. Voor de kiezers die per brief mogen stemmen is vanaf 26 februari a.s. een landelijke telefoonlijn beschikbaar. Daar kunnen deze kiezers terecht met vragen. Aan de start van deze telefoonlijn zal uiteraard bekendheid worden gegeven. Verder wordt er een film gemaakt waarin het stemmen per brief wordt uitgelegd. Die film zal heel breed worden verspreid, ook via organisaties van ouderen, etc.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren merken op dat bij de behandeling in de Tweede Kamer als reden om het briefstemmen niet voor iedere kiezer die besmetting vreest, mogelijk te maken, is aangegeven dat het praktisch niet mogelijk zou zijn om iedere kiezer op tijd te kunnen voorzien van de briefstembescheiden. Deze leden vragen:

  • a. 
    hoeveel extra tijd er gemoeid is met het drukken van de stembeschei-den indien voor alle kiezers een stempluspas en een briefstembiljet moet worden gedrukt;
  • b. 
    waarom het praktisch onmogelijk zou zijn om - ook als er eventueel landelijke ondersteuning wordt gegeven - het proces van het drukken zo in te richten dat alle kiezers tijdig die bescheiden ontvangen;
  • c. 
    of het wettelijk mogelijk is dat - aangenomen dat het praktisch niet uitvoerbaar is om tijdig voorgedrukte stempluspassen, briefstembiljet-ten en retourenveloppen te organiseren - de kiezer zelf op basis van een aan iedere kiezer verstrekte schriftelijke instructie met de pen de gegevens invult die anders gedrukt zouden zijn?

Tussen de dag van kandidaatstelling en de dag van stemming zitten zes weken (artikel J 1, eerste lid, van de Kieswet en artikel 2g, eerste lid, van het voorliggende wetsvoorstel). In zes weken is het onmogelijk om voor alle kiezers de briefstembiljetten en overige voorgedrukte briefstembescheiden te produceren, deze naar de kiezer te sturen en de kiezer tijd te geven om zijn briefstem uit te brengen. Zoals is beschreven in de nota naar aanleiding van het verslag aan de Tweede Kamer,3 duurt het versturen van briefstembescheiden aan 2,4 miljoen kiezers al twee weken. Het versturen van de briefstembescheiden aan ca. 13 miljoen kiezers zou vele weken meer vergen. Briefstemmen voor alle kiesgerechtigden is derhalve niet binnen de wettelijke termijnen mogelijk.

De leden van de SP-fractie vragen of onderkend wordt dat de pandemie de opkomst bij de verkiezingen kan beïnvloeden. Daarom wordt het mogelijk voor kiezers boven 70 jaar om per post te stemmen. Dat is een goede maatregel in de gegeven situatie. De regering heeft afgezien van de mogelijkheid dit keer, vanwege de pandemie, alle kiezers de keuze te geven tussen briefstemmen en fysiek stemmen. Deze leden vragen of de beslissing om het briefstemmen voor slechts een deel van de kiezers mogelijk te maken, nog nader kan worden toegelicht. Is het een principiële keuze, of een door kosten en/of uitvoeringsproblemen bepaalde beslissing?

De regering heeft niet overwogen om briefstemmen voor alle kiesgerechtigden mogelijk te maken. Briefstemmen voor iedereen is naar de overtuiging van de regering onwenselijk. Briefstemmen kent immers de nodige nadelen. Zo zijn het stemgeheim en de stemvrijheid niet op dezelfde wijze te waarborgen als in het stemlokaal, net als dat het geval is bij het stemmen per volmacht, waarbij kiezers hun stemgeheim moeten prijsgeven aan de volmachtnemer. Net als bij de verhoging van het aantal volmachten van twee naar drie in de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 is het bij het stemmen per brief zaak de risico's af te wegen tegen het feit dat deze alternatieve manieren van stemmen (per brief of per volmacht) een vangnet zijn voor degenen die anders niet kunnen of willen stemmen in het stemlokaal.4 Omdat het stemgeheim en de stemvrijheid niet op dezelfde wijze zijn te waarborgen als in het stemlokaal, moet er een dringende noodzaak zijn om briefstemmen voor iedereen mogelijk te maken. Die dringende noodzaak ontbreekt naar de overtuiging van de regering. Het mogelijk maken van briefstemmen voor iedereen is bovendien niet haalbaar binnen de huidige termijnen van de Kieswet. Bepalend voor wat binnen de huidige termijnen mogelijk is, is de tijd die zit tussen de dag dat de kandidatenlijsten onherroepelijk worden en de dag van de stemming. Daarenboven zou het mogelijk maken van briefstemmen voor iedereen ook tot uitvoeringsproblemen bij de gemeenten leiden als niet in te schatten is hoeveel kiezers gebruik zullen maken van de mogelijkheid om per brief te stemmen. Concluderend, het besluit om niet alle kiezers de mogelijkheid te geven om per brief te stemmen kent zowel principiële als praktische overwegingen.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen waarom niet de mogelijkheid is geopend voor kiezers die niet de leeftijd van 70 jaar hebben bereikt maar die wel volgens de RIVM tot de extra kwetsbare groepen moeten worden gerekend, om te verzoeken om een briefstem uit te kunnen brengen op grond van een verklaring van de huisarts dat de betrokkene een kwetsbare gezondheid heelt.

Allereerst hebben de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) en het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB) in hun schrijven van 7 december jl. aan de Tweede Kamer5 duidelijk gemaakt waarom het inrichten van een aanvraagproces voor de Tweede Kamerverkiezing van 17 maart 2021 onuitvoerbaar is voor de gemeenten. In datzelfde schrijven is gemotiveerd waarom dat zo is. Om aanvragen van kiesgerechtigden voor briefstemmen te kunnen verwerken, moeten gemeenten onder andere een zogenoemd nieuw product toevoegen aan de burgerzaken-applicaties. De leveranciers van deze applicaties moeten dit product bouwen en daarna moet het worden ingebouwd in de gemeentelijke applicaties. Dit proces kan binnen de korte tijd die nog rest tot de Tweede Kamerverkiezing, naar verwachting niet meer (veilig) worden ingeregeld. Het handmatig verwerken van aanvragen is voor de gemeenten geen optie, mede vanwege het feit dat niet in te schatten is hoeveel aanvragen er verwerkt zullen moeten worden. Daar komt bij dat de gemeenten niet kunnen beoordelen of een kiezer extra kwetsbaar is voor het coronavirus. Dat betekent dus dat het op aanvraag mogelijk maken van briefstemmen opgesteld zou moeten worden voor alle kiezers. Een dergelijke stap wil het kabinet niet nemen.

De leden van de D66-fractie vragen waarom van de groep kiezers van 70 jaar of ouder gevraagd wordt de stempluspas van hun handtekening te voorzien als het niet plaatsen van die handtekening geen gevolgen heeft voor de geldigheid van de uitgebrachte stem. Is het plaatsen van een handtekening dan niet een overbodige handeling? Waar baseert de Minister de redenering op dat het plaatsen van de handtekening door de kiezer fraude bemoeilijkt? De leden van de fractie-Van Pareren lezen in de memorie van toelichting dat met de ondertekening van de stempluspas de kiezer verklaart dat hij het briefstembiljet persoonlijk heeft ingevuld. Zij vragen hoe dit aan de hand van de handtekening is te controleren.

Beschikt degene die de stem controleert over informatie waarmee de handtekening verifieerbaar is? Zo ja, welke dan en waar is die verkregen? Stel dat een stemplusbiljet door iemand anders is ingevuld en diegene een handtekening verzint en eronder zet. Hoe wordt dat dan ontdekt?

De kiezer moet de stempluspas ondertekenen (artikel 11c, derde lid). Met de ondertekening van de stempluspas verklaart de kiezer dat hij het briefstembiljet persoonlijk heeft ingevuld. Op de stempluspas zal uitdrukkelijk worden vermeld dat misbruik, zoals iemand die zich uitgeeft voor een andere kiezer, strafbaar is. Als de handtekening ontbreekt, is de stempluspas nog steeds geldig. De regering vindt het te ver gaan om te regelen dat het ontbreken van een handtekening ertoe zou moeten leiden dat het briefstembureau de retourenveloppe (met daarin de briefstem) terzijde moet leggen, met als gevolg dat de stem niet meetelt. De reden is dat sommige kiezers niet in staat zijn om zelf een handtekening te zetten. Het briefstembureau controleert derhalve de handtekening niet bij de vooropening van de briefstemmen. Wel controleert het briefstembureau of de stempluspas geldig is, door te checken of deze niet is opgenomen in het ROS (Register Ongeldige Stempassen).

De handtekening op een stempluspas kan naderhand wel worden onderzocht indien er aanwijzingen zijn voor fraude. Dan kan de pas in het kader van een strafrechtelijk onderzoek door experts in het beoordelen van de handtekening bekeken worden, en kan in dat verband ook worden nagegaan of de handtekening daadwerkelijk door de kiezer zelf is gezet.

De leden van de fractie van Pareren lezen dat de briefstemmen al op de dag van stemming om 07:30 uur of later mogen worden geteld. De voorzitter van het briefstembureau mag echter de uitkomsten niet bekend maken tot 21:00 uur, om beïnvloeding van degenen die nog moeten gaan stemmen te voorkomen. Hoe wordt in de praktijk gewaarborgd dat dat niet toch gebeurt? Welke beheersingsmaatregel is hier van kracht?

Gemeenten moeten conform artikel E 4, tweede lid van de Kieswet, de leden van de stembureaus, dus ook die van de briefstembureaus, een training geven. In die training krijgen de stembureauleden te horen hoe ze hun werkzaamheden moeten uitvoeren. Onderdeel van de training is dat de voorzitters van de briefstembureaus, en ook de voorzitters van de stembureaus die de stemmen tellen die op maandag 15 en dinsdag 16 maart zijn uitgebracht, weten dat de uitkomst van de telling van de stembiljetten op woensdag 17 maart niet voor 21.00 uur bekend mag worden gemaakt. Voor het geven van de training ontvangen de gemeenten van het Ministerie van BZK instructiemateriaal.

De leden van de D66-fractie constateren dat de briefstemmen pas op woensdag 17 maart geteld worden. Zij vragen of het klopt dat dit enkele dagen kan duren en dat de einduitslag van de verkiezing dus ook pas later bekend kan worden gemaakt.

Het tellen van de briefstemmen kan beginnen op woensdag 17 maart om 7:30 uur (of op een door burgemeester en wethouders vast te stellen later tijdstip). Uiteraard zullen ook op 17 maart nog briefstemmen binnenkomen - het briefstembureau kan de telling dan ook pas na 21:00 uur afronden. Ik ga ervan uit dat in verreweg de meeste gemeenten het tellen van de briefstemmen kan worden afgerond in de avond/nacht na de stemming. Als dit onverhoopt niet lukt, biedt de voorliggende wet de mogelijkheid om het tellen de volgende dag te continueren (zie artikel 17e). Dat gemeenten meer tijd krijgen om de uitkomsten van de verkiezing op gemeenteniveau te bepalen, maakt een verlenging van het proces van uitslagvaststelling nodig. De voorliggende wet verlengt dat proces dan ook van acht naar veertien dagen. Dat betekent dat de uitslag niet op 25 maart, maar op 31 maart onherroepelijk zal worden. Wel zal naar verwachting, zoals gebruikelijk, in de loop van de avond/nacht na de stemming, een voorlopige uitslag bekend zijn (gebaseerd op een eerste, voorlopige telling door de stembureaus, uitsluitend op lijstniveau).

De leden van de PvdA-fractie hebben begrip voor de keuze om brief-stemmen voor de categorie kiezers van 70 jaar en ouder mogelijk te maken. De afweging tussen gezondheidsrisico's en risico's in het verkiezingsproces (briefgeheim), gekoppeld aan de uitvoerbaarheid van deze regeling, rechtvaardigt naar hun oordeel de generieke beperking tot deze groep, die overigens circa 2,4 miljoen burgers omvat. De leden van de PvdA-fractie gaan ervan uit dat de praktijk van het briefstemmen een belangrijk onderdeel zal zijn van de evaluatie van deze verkiezingen. Deze leden vragen of de regering de evaluatie (ook) op dit punt afgestemd heeft met de Kiesraad. En kan de regering toezeggen deze evaluatie in juni ook naar deze Kamer te zenden?

Het is staand kabinetsbeleid dat alle verkiezingen worden geëvalueerd, dus dat gaat ook gebeuren na de Tweede Kamerverkiezing. In de evaluatie van deze verkiezing zal uiteraard in het bijzonder worden ingezoomd op de nieuwe vormen van stemmen die mogelijk zijn, te weten briefstemmen voor kiezers van 70 jaar en ouder, het vervroegd stemmen op maandag 15 en dinsdag 16 maart 2021 en de uitbreiding van het aantal uit te brengen volmachtstemmen van 2 naar 3. De praktijk is dat Kiesraad zelf ook een eigen evaluatie maakt. De uitkomsten van die evaluatie worden betrokken bij de evaluatie die door het kabinet wordt gemaakt. Het is inderdaad mijn bedoeling om de evaluatie van de Tweede Kamerverkiezing in juni naar de Tweede en Eerste Kamer te zenden.

2.2 (On)mogelijkheid van frauduleus handelen

De leden van de PVV-fractie lezen in het advies van de Kiesraad over het wetsvoorstel6 dat er een groter risico op misbruik van het briefstemmen bestaat als veel kiezers briefstembescheiden toegestuurd krijgen terwijl zij daar geen gebruik van zullen maken. Zij vragen welke stappen er worden gezet om het ronselen van deze stembescheiden te voorkomen, en hoe dergelijk misbruik van briefstemmen tegengegaan wordt bij het terugzenden van de stembescheiden per post, als de kiezer dus niet persoonlijk bij het stembureau in beeld is.

Kiezers van 70 jaar en ouder krijgen de zogenoemde briefstembescheiden in twee zendingen toegestuurd. In de eerste zending zit de stem(plus)pas en in de tweede zending het briefstembiljet, de uitleg over het briefstemmen en de enveloppen die de kiezer nodig heeft om per brief te stemmen. De kiezer die zijn stem(plus)pas niet ontvangt kan tot en met vrijdag 12 maart (17.00 uur) een vervangende stem(plus)pas aanvragen. Daar wordt in de voorlichting op gewezen. De eerder verzonden stem(plus)pas wordt ongeldig verklaard en opgenomen in het register van ongeldige stempassen. Het briefstembiljet dat in de tweede zending zit, kan niet gebruikt worden om in het stemlokaal mee te stemmen. Het briefstembiljet ziet er anders uit dan de stembiljetten die in de stemlokalen worden gebruikt; er zijn duidelijke kenmerken ter onderscheiding van gewone stembiljetten, zoals de benaming briefstembiljet en een kleurcodering. Als er briefstembiljetten in de stembussen worden aangetroffen worden die stembiljetten niet meegeteld.

Een kiezer die met de stem(plus)pas van iemand anders stemt of dat probeert, verricht een strafbare handeling. Op de stem(plus)pas staat daar een hele duidelijke tekst over, te weten: «Deze stempas is alleen geldig voor de geadresseerde. Met deze stempas verklaart de burgemeester van uw gemeente dat u bevoegd bent om te stemmen. Misbruik van deze persoonlijke stempas is strafbaar.»

Een kiezer van 70 jaar of ouder die niet wil stemmen per brief, hoeft dat overigens ook niet te doen. Die kiezer kan ook stemmen in het stemlokaal of een andere kiezer een volmacht geven. Als de kiezer wil stemmen heeft hij zijn stem(plus)pas nodig. Misbruik maken van stempluspassen kan derhalve niet aan de orde zijn als een kiezer zelf wil stemmen. In dat geval zal de kiezer immers zijn stem(plus)pas niet uit handen geven. Hier heeft de kiezer ook een eigen verantwoordelijkheid om goed op zijn stem(plus)pas te passen en die niet aan iemand anders te geven (tenzij de kiezer die andere persoon een onderhandse volmacht wil geven).

De leden van de fractie-Van Pareren vragen welke concrete lessen ik trek uit de (recente) gebeurtenissen rondom de verkiezingen in de Verenigde Staten in relatie tot het voorliggende voorstel over uitbreiding van stemmen per brief? Geven de (recente) ontwikkelingen in de Verenigde Staten aanleiding tot heroverweging van onderdelen van deze wet, en zo ja, welke en waarom?

De verkiezingen in de Verenigde Staten geven geen aanleiding om te heroverwegen om kiezers van 70 jaar en ouder de mogelijkheid te geven om per brief te stemmen. De discussies in de Verenigde Staten moeten gezien worden in de politieke en juridische context van de verkiezing(en) aldaar. Een politieke en juridische context die ook per staat kan verschillen. In de VS hebben inmiddels rechters en verkiezingsautoriteiten uitspraken gedaan en geconcludeerd dat er geen sprake is geweest van verkiezingsfraude. Mogelijk ten overvloede wijs ik erop dat briefstemmen in vele landen, bijvoorbeeld Duitsland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Nieuw-Zeeland, etc. een geaccepteerde reguliere vorm van vervroegd stemmen is.

De leden van de fractie-Van Pareren vragen of ik heil zie in een actieve campagne, waarbij in de samenleving actief voorafgaand aan de verkiezingen wordt gediscussieerd over hoe het briefstemmen van begin tot eind (telling) precies werkt en ook wat de risico's/mogelijkheden tot fraude zijn en hoe die worden beheerst? Zij vragen in hoeverre ik met hen eens ben dat dit discussies achteraf kan voorkomen.

In het verkiezingsproces zijn transparantie en controleerbaarheid essentiële waarborgen. Ik vind het daarom van groot belang dat iedereen die dat wil, kennis kan nemen van de stappen die in het verkiezingsproces worden doorlopen en hoe dat in zijn werk gaat. Al het materiaal dat het Ministerie van BZK maakt voor gemeenten, zoals procesbeschrijvingen, factsheets met uitleg, instructies, etc., is openbaar en ook te vinden op www.verkiezingentoolkit.nl. Elke vraag die daarover wordt gesteld wordt uiteraard ook beantwoord.

De leden van de fractie-Van Pareren vragen of ik een fraude-assessment heb laten doen op dit wetsvoorstel, waarin gespecialiseerde marktpartijen zijn gevraagd om een assessment van alle mogelijke manieren van (grootschalige) fraude te maken, met een bijbehorende risicoanalyse en welke beheersingsmaatregelen zijn getroffen om dit te voorkomen. Zo ja, kan de Kamer de rapportage hieromtrent ontvangen? Zo nee, waarom niet?

De Adviescommissie Inrichting verkiezingsproces (Adviescommissie-Korthals Altes) heeft al in 2007 een risicoanalyse gemaakt van verschillende vorm van stemmen, waaronder het stemmen per brief. In mijn brief van 30 oktober 20207 staat dat het mogelijk maken dat (een deel van de kiezers) per brief stemt, nieuwe risico's in het verkiezingsproces introduceert. Het is daarom van belang om, zoals de adviescommissie-Korthals Altes heeft vastgesteld, goed af te wegen wat de gevolgen zijn voor de waarborgen waar het verkiezingsproces aan moet voldoen. Het kabinet heeft dus onderkend dat briefstemmen ten opzichte van het stemmen in het stemlokaal belangrijke nadelen kent. Er moet dus een dringende noodzaak zijn om het toch mogelijk maken dat (een deel van de kiezers) per brief kan stemmen. Naar de mening van het kabinet is die dringende noodzaak er voor de komende Tweede Kamerverkiezing, vanwege de risico's die het coronavirus generiek heeft voor de kiezers die 70 jaar en ouder zijn. Ik wijs er daarbij op dat in het voorliggende wetsvoorstel de nodige maatregelen worden getroffen om fraude tegen te gaan (zoals zending van briefstembescheiden in twee fasen en een briefstembiljet dat afwijkt van het «reguliere» stembiljet).

De leden van de fractie-Van Pareren vinden de mogelijkheid tot het bijwonen van de stemmentelling een groot goed. Stemmen die gedurende de dag worden uitgebracht op een stembureau met meerdere leden, zorgt voor toezicht door meerdere stembureauleden op de dag. En direct na afloop kunnen onafhankelijke burgers meekijken bij het telproces. Tot de uitslag wordt gecommuniceerd aan toe. Deze leden vragen hoe ervoor gezorgd gaat worden dat die transparantie er naar buiten toe ook is ten aanzien van ingezonden briefstemmen?

De briefstemmen en de stemmen die zijn uitgebracht op maandag 15 en dinsdag 16 maart worden allemaal op woensdag 17 maart in het openbaar geteld. Daar kunnen dus, net als dat kan bij het tellen van de stemmen die op 17 maart zelf worden uitgebracht, kiezers bij aanwezig zijn, om vast te stellen dat alles conform de regels verloopt. Uiteraard dienen zij daarbij wel de geldende coronamaatregelen in acht te nemen. Ook bij de vooropening van de briefstemmen (waar de identiteit van de kiezer, namelijk de stempluspas, wordt gescheiden van diens stembiljet) kunnen belangstellenden aanwezig zijn.

Transparantie en controleerbaarheid zijn inderdaad hele belangrijke waarborgen. De gemeenten moeten alle vervroegd uitgebrachte stemmen, dat zijn zowel de briefstemmen als de stemmen die op maandag 15 en dinsdag 16 maart worden uitgebracht, beveiligd vervoeren en opslaan, zodat het niet mogelijk is dat er ongetelde stembiljetten verdwijnen dan wel dat er stembiljetten worden toegevoegd. De gemeenten zijn zich terdege bewust van het belang van deze beveiliging, waarvan de specifieke eisen worden voorgeschreven in een ministeriële regeling, en ik heb er daarom ook alle vertrouwen in dat gemeenten dit heel goed zullen organiseren.

  • 3. 
    Vervroegd stemmen in het stemlokaal

De leden van de PvdA-fractie achten het mogelijk maken van vervroegd stemmen (early voting) op de maandag en dinsdag voorafgaande aan de verkiezingsdag wenselijk, gegeven het doel van voorkomen van te grote drukte bij en in de stembureaus in corona-tijden. Zij lezen in het eerste lid van artikel 2g de stembureaus voor vervroegd stemmen op de eerste of de tweede dag voorafgaande aan de dag van de stemming zitting houden, en vragen hoe deze «of»-bepaling zich verhoudt tot de vereiste heldere communicatie naar de kiezers bij deze bijzondere verkiezingen. Betekent dit dat het ene stembureau dat is aangewezen voor vervroegd stemmen in totaal drie dagen open is en het andere twee? Zo ja, acht de regering dat wenselijk in verband met genoemde heldere, eenduidige communicatie naar de kiezers?

Het is inderdaad mogelijk dat het college van burgemeester en wethouders op één locatie op drie achtereenvolgende dagen een stembureau zitting laat houden ten behoeve van de stemming, terwijl dit op andere locaties slechts op twee dagen of slechts één dag het geval is. Overigens houdt een stembureau altijd slechts op één dag zitting. Om kiezers op één locatie drie achtereenvolgende dagen in de gelegenheid te stellen om hun stem uit te brengen, moeten dus drie stembureaus worden ingesteld, die elk op een andere dag (maandag, dinsdag of woensdag), maar in hetzelfde stemlokaal, zitting houden ten behoeve van de stemming. Dit verklaart de formulering van het voorgestelde artikel 2g, eerste lid. Naast dat het ervoor zorgt dat de regels die van toepassing zijn op stembureaus die vervroegd zitting houden nagenoeg dezelfde zijn als voor stembureaus die de Kieswet al kent, heeft dit bovendien als praktisch voordeel dat een potentiële locatie om stembureaus zitting te laten houden niet hoeft af te vallen als deze niet drie dagen achtereen gebruikt kan worden. Met de PvdA-fractie hecht ik aan heldere en eenduidige communicatie over de locaties en de tijden waarop kiezers hun stem kunnen uitbrengen. Daartoe moeten uiterlijk vier dagen voor de dag van de stemming de adressen en de openingstijden van alle stembureaus aan het adres van de kiezers worden bezorgd. Dit geldt ook voor de adressen en zittingstijden van de stembureaus waarbij kiezers op de maandag of de dinsdag voor de dag van de stemming al hun stem kunnen uitbrengen.

De leden van de D66-fractie zijn verheugd over de mogelijkheid dat kwetsbare kiezers ook op maandag 15 en dinsdag 16 maart in een stemlokaal kunnen stemmen, en vragen hoe ik de kansen inschat dat deze mogelijkheid gehandhaafd blijft bij komende verkiezingen.

Zoals elke verkiezing zal ook de komende Tweede Kamerverkiezing worden geëvalueerd, met als doel om daaruit lessen te trekken voor toekomstige verkiezingen. Vanzelfsprekend zal ik in die evaluatie ook aandacht besteden aan de vraag hoe het vervroegd stemmen heeft gewerkt, aan de vraag of er aanleiding is om dit instrument ook bij toekomstige verkiezingen in te zetten, en zo ja, aan de vraag op welke termijn dat realiseerbaar is.

De leden van de SP-fractie vragen om toe te lichten waarom het aantal locaties voor vervroegd stemmen zo beperkt gehouden wordt. Liggen daar organisatorische en/of financiële redenen aan ten grondslag?

Er waren bij de vorige Tweede Kamerverkiezing circa 9.300 stembureaus in Nederland. Het is voor gemeenten niet uitvoerbaar om dit aantal stemlocaties voor drie volledige dagen te vinden, zeker omdat die ook nog eens geschikt moeten zijn om met inachtneming van de coronamaatre-gelen een stemming te houden. Evenmin is het uitvoerbaar om op elk van die drie dagen elk van deze stembureaus te bemensen met vier stembu-reauleden (zoals het wetsvoorstel voorschrijft). Daarom wordt een minimumaantal stemlokalen voorgeschreven dat open is op maandag en dinsdag, naar rato van het aantal kiesgerechtigden van de gemeente. Het staat gemeenten uiteraard vrij om méér dan het minimumaantal lokalen aan te wijzen.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen waarom niet aan de kiezers wordt meegedeeld dat de mogelijkheid van early voting uitsluitend open staat voor kiezers die tot de kwetsbare groepen behoren, waarbij een omschrijving van die groepen wordt gegeven?

Het is voor stembureaus niet te beoordelen of een kiezer die op maandag 15 of dinsdag 16 maart komt stemmen, tot een zogenoemde kwetsbare groep behoort. Het stembureau kan geen kiezer weigeren die met een geldige stempas in het stemlokaal komt stemmen. In de communicatiecampagne wordt wel heel nadrukkelijk aan kiezers verteld dat het vervroegd stemmen op maandag 15 en dinsdag 16 maart vooral is bedoeld voor kiezers die extra kwetsbaar zijn voor het coronavirus. Het RIVM heeft omschreven welke groepen dit betreft.8

  • 4. 
    De leden van het stembureau

De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering inmiddels kan mededelen of er covid-19-sneltesten beschikbaar komen voor de leden van het stembureau en de tellers.

Ik heb aan uw Kamer alsook aan de Tweede Kamer gemeld te willen bezien of zich mogelijkheden voordoen in het kader van (snel)testen. Tegelijk vraagt het testen van mogelijk zeventig- tot tachtigduizend personen (zonder klachten) in een hele korte tijd voor de verkiezingsdag een enorme capaciteit die in de gemeenten aanwezig moet zijn en ook logistiek te organiseren moet zijn voor alle stembureauleden. Over de mogelijkheden en onmogelijkheden zal ik de Kamers berichten in mijn eerder aangekondidgde brief voor 12 februari. Ik benadruk daarbij dat de gemeente bij alle stembureauleden actief een gezondheidscheck zal uitvoeren voorafgaand aan de zitting van het stembureau. Stembureauleden die op een van de vragen met «ja» moeten antwoorden, kunnen hun functie niet uitoefenen. Daarnaast zullen in het stemlokaal gepaste maatregelen gelden om het risico op overdracht van het virus zoveel mogelijk te beperken.

De leden van de PvdA-fractie merken op dat de voorzitter van een stembureau, met het oog op het bewaren van de orde in het stemlokaal, om extra bijstand kan vragen. Zij vragen of overleg met de VNG en het Ministerie van J&V heeft geleerd dat er bijzondere omstandigheden zijn te voorzien waarop moet worden geanticipeerd.

Het stembureau is primair verantwoordelijk voor de orde in het stemlokaal en kan, indien het dat nodig oordeelt, om bijstand vragen van de burgemeester. Gemeenten zullen hier ook vooraf een risico-inschatting van maken. Er zijn geen bijzondere omstandigheden voorzien dan die anders gelden bij de handhaving van de regels rond covid-19. Met het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de gemeenten wordt de vinger aan de pols gehouden.

De leden van de SP-fractie merken op dat er problemen dreigen te komen met afdoende bemensing van stembureaus, en vragen hoe de regering denkt te kunnen garanderen dat uiteindelijk alle stembureaus naar behoren zullen kunnen functioneren.

De eind november jl. gestarte landelijke campagne voor de werving van leden van stembureaus heeft inmiddels 52.000 aanmeldingen opgeleverd. Ruim 100 gemeenten hebben inmiddels laten weten dat zij voldoende aanmeldingen hebben. Momenteel loopt er een peiling onder alle gemeenten naar het aantal nog benodigde stembureauleden. Op basis van de uitkomst van deze peiling wordt gekeken waar mogelijk nog gerichte ondersteuning nodig is. Gemeenten die nog niet voldoende aanmeldingen hebben, kunnen zich bij het ministerie melden, opdat ik met hen op zoek kan gaan naar oplossingen. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat de stembureaus bij de komende verkiezing naar behoren zullen kunnen functioneren.

  • 5. 
    Kiezers buiten Nederland

De leden van de D66-fractie hebben vraag over de legitimatie voor Nederlandse kiezers in het buitenland. De Kieswet eist dat men voor het stemrecht Nederlander moet zijn - de ministeriële regeling eist daarvoor een bewijs via een kopie van een geldig paspoort. Een paspoort vernieuwen is vanwege de corona-restricties vanuit het buitenland lastig (reisbeperkingen; bovendien kampen consulaten en ambassades met lange wachtlijsten vanwege de eerdere lockdown). Een «Verklaring Nederlanderschap» is een goede oplossing, omdat men daarvoor niet persoonlijk langs hoeft te komen. In het voorliggende wetsvoorstel wordt dat tijdelijk toegestaan - maar er blijft een kopie van een maximaal-een-jaar-verlopen pas nodig. Dat laatste betekent dat sommige Nederlanders die willen stemmen vanuit het buitenland alsnog achter het net zullen vissen, vooral zij die net meerderjarig zijn geworden en tot nu toe geen Nederlands paspoort hebben gehad. Bovendien is het overbodig: voor de Verklaring Nederlanderschap wordt net zo grondig getoetst, of de aanvrager nog Nederlander is, als bij een paspoortvernieuwing. Is die kopie van het paspoort niet onnodig beperkend zo vragen deze leden?

De kiezers die vanuit het buitenland mogen stemmen moeten het briefstembewijs (de stempas voor deze kiezers) ondertekenen. Dat is wettelijk verplicht. Bij de stemopneming wordt de handtekening op het briefstembewijs gecontroleerd aan de hand van de kopie van het identiteitsdocument. Ik ben bereid om bij de evaluatie van de komende Tweede Kamerverkiezing na te gaan of er redenen zijn om de huidige wettelijke verplichting te heroverwegen.

De leden van de D66-fractie hebben op pagina 15 van de Nota naar aanleiding van het Verslag van de Tweede Kamer van 15 december 2020 gelezen dat stembiljetten uit het buitenland die later dan 17 maart 2021 per post binnenkomen in Den Haag, nog wel meegeteld kunnen worden (tot maandag 22 maart 2021 om 12.00 uur). Dit omdat door Corona de postbezorging in het buitenland wat ontregeld kan zijn. Zij vragen of het niet vreemd is dat deze coulanceregeling niet actief naar Nederlanders in het buitenland wordt gecommuniceerd. Waarom worden die Nederlandse kiezers hiervan niet actief op de hoogte gebracht?

Aan de Nederlanders die geregistreerd zijn (in de permanente registratie) om te kunnen stemmen in het buitenland is door de gemeente Den Haag het briefstembewijs (de stempas voor de kiezers in het buitenland) al in december 2020 toegestuurd. Conform de Kieswet moet dit namelijk twaalf weken voor de dag van stemming gebeuren. De wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19, waarin is geregeld dat het briefstembureau van de gemeente Den Haag de briefstemmen uit het buitenland later dan 17 maart 2021 kan ontvangen en meetellen ligt thans bij uw Kamer ter goedkeuring voor en zal daarom niet eerder dan 1 februari a.s. in werking kunnen treden. Met de daarin voorziene wijziging kon bij het drukken van de briefstembewijzen derhalve geen rekening worden gehouden. Daarenboven is de extra tijd die nu in de wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 wordt geboden bedoeld voor extra vertraging in de bezorging. Het is niet bedoeld om kiezers meer tijd te geven voor het uitbrengen van hun stem.

  • 6. 
    Overige onderwerpen

De leden van de D66-fractie vragen hoe het opzetten van het Register Ongeldige Stempassen (ROS) in zijn werk gaat. Zijn hier computerprogramma's voor ontworpen? Ook vragen zij of ik er voldoende vertrouwen in heb dat het ROS goed gaat werken.

Het ROS wordt op basis van het kiezersregister vastgesteld door de burgemeester. Vaststelling van het ROS kan pas na het verstrijken van het moment waarop kiezers uiterlijk een vervangende stempas, een kiezerspas of een schriftelijke volmacht kunnen aanvragen (voor de komende verkiezing is dat vrijdag 12 maart om 17:00 uur). Immers, het nummer van de oorspronkelijk aan deze kiezers uitgereikte stempas moet in het ROS worden opgenomen. De stembureauleden controleren de geldigheid van de ingeleverde stempassen aan de hand van het door de burgemeester ter beschikking gestelde ROS.

Gemeenten hebben leveranciers die hen voorzien van diverse burgerzakenmodules, waaronder ook een ict-systeem dat, op basis van de Basisregistratie Personen, de selectie uit het kiezersregister maakt ten behoeve van het ROS. Het ROS bestaat sinds het moment waarop wettelijk is geregeld dat kiezers kunnen stemmen in een stemlokaal naar hun eigen keuze binnen de gemeente (landelijk ingevoerd in 2010), en werkt goed. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat het ROS ook voor de komende verkiezing goed zal werken.

De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering inmiddels een indruk heeft hoeveel gemeenten openlucht-stembureaus (bijvoorbeeld: drive-thru-stembureaus) gaan realiseren.

Het Ondersteuningsteam stemlokalen van het Ministerie van BZK heeft van meerdere gemeenten gehoord dat zij gebruikmaken van tenten en portacabins om stemmen buiten vaste gebouwen mogelijk te maken. Daarnaast worden parkeergarages ingezet voor drive-through-stemlokalen. Momenteel wordt een uitvraag gedaan onder alle gemeenten naar de stand van zaken rondom stemlokalen en stembureauleden; hierbij wordt ook gevraagd of voor stemlocaties tenten en portacabins worden gebruikt. De Tweede Kamer heb ik toegezegd om haar over de uitkomsten van deze peiling te informeren voorafgaand aan de start van het verkiezingsreces. Ik zal de Eerste Kamer hier ook over informeren.

De leden van de fractie-Van Pareren merken op dat in november jl. tijdens de herindelingsverkiezingen in Vught is geëxperimenteerd met drive-by stemmen. Zij vragen hoe ik dit beoordeel, en in hoeverre dit bij de aankomende verkiezingen wordt gestimuleerd c.q. verplicht.

In de gemeente Vught is inderdaad een zogenoemd drive through-stembureau ingericht voor kiezers die met hun auto in het stemlokaal wilden komen. Er hebben in totaal 518 kiezers een stem uitgebracht op die locatie. Ik ben van mening dat een dergelijk stemlokaal in een behoefte kan voorzien. Wel zijn er aandachtspunten. Het is van groot belang dat, ter waarborging van de stemvrijheid en het stemgeheim, slechts één persoon in de auto zit. Gemeenten die een dergelijk stemlokaal overwegen bij de Tweede Kamerverkiezing moeten daar heel duidelijk over communiceren en het stembureau moet daar ook op toezien. Voorts dienen gemeenten die dit overwegen er rekening mee te houden dat het (uitschuifbaar) stemhokje groot genoeg is om het stemgeheim te waarborgen. De stembiljetten die gebruikt worden voor de Tweede Kamerverkiezing zijn immers veel groter dan de stembiljetten die zijn gebruikt voor de herindelingsverkiezingen. Gemeenten zullen dit van tevoren moeten testen.

Naar aanleiding van de mogelijkheid om het briefstembiljet met een andere kleur dan rood in te vullen, merken de leden van de D66-fractie op dat wat hen betreft ook in het stemlokaal zou kunnen worden afgestapt van het verplichte rode potlood. Zij vragen hoe ik daar tegenaan kijk.

De kleur rood vergemakkelijkt het tellen van de stemmen door het contrast van die kleur. Zeker bij verkiezingen met grote aantallen deelnemende partijen en navenant grote stembiljetten, kan het gebruik van een minder opvallende kleur (zoals zwart) leiden tot een moeizame speurtocht door tellers naar de plek waar de kiezer een vakje heeft ingekleurd. Zolang we stemmen met het huidige model stembiljet, heeft het daarom mijn voorkeur om in het stemlokaal de kleur rood te blijven gebruiken. Dat is ook vrij eenvoudig te realiseren, door de bepaling dat in het stemhokje rood schrijfmateriaal moet liggen (art. J 5, tweede lid, van het Kiesbesluit). Voor briefstemmen is een andere afweging gemaakt, omdat de briefstemmer over het algemeen niet automatisch over rood schrijfgerei zal beschikken. Ik vind daarom dat in het laatste geval het belang dat de briefstem niet ongeldig wordt verklaard omdat een andere kleur dan rood is gebruikt, zwaarder moet wegen dan het belang van de tellers.

De leden van de PVV-fractie refereren aan een advies van de Kiesraad uit 2015 over het ronselen van volmachten.9 Zij vragen welke maatregelen er sindsdien zijn genomen om ronselpraktijken te voorkomen.

Het Ministerie van BZK evalueert elke verkiezing, en beziet op basis daarvan of er reden is het beleid en/of de wet- en regelgeving aan te passen. Ook eventuele signalen van ronselen van volmachten worden betrokken bij de evaluaties van verkiezingen. Zo heb ik in de evaluatie van de verkiezingen van 2019 laten weten dat ik, vanwege terugkerende bezwaren van bestuurscolleges, eilandsraden en internationale waarnemers, een wetsvoorstel ga voorbereiden in aanloop naar de eilandsraadsverkiezingen in 2023, waarmee de volmachtregeling in Caribisch Nederland wordt beperkt.10 Het ronselen van volmachten is uiteraard strafbaar; bij eventuele signalen van ronselen wordt altijd geadviseerd om contact op te nemen met het Openbaar Ministerie en daarvan aangifte te doen. Het Openbaar Ministerie kan onderzoek doen en tot vervolging overgaan.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen of er een landelijk telefoonnummer geopend kan worden waar kiezers die gebruik willen maken van het stemmen bij volmacht omdat zij besmetting met covid-19 vrezen of coronaklachten hebben, hulp kunnen inroepen. Is het mogelijk dat van partijen die aan de verkiezingen deelnemen en die hulp aan kiezers willen bieden bij het stemmen met volmacht op een van overheidswege georganiseerde website de contactmogelijkheid wordt gepubliceerd en dat kiezers die via het landelijk telefoonnummer om hulp vragen naar die contactnummers worden verwezen?

Voor de Tweede Kamerverkiezing wordt de website elkestemtelt.nl opnieuw ingericht en voorzien van informatie over hoe het stemmen bij deze verkiezing mogelijk is. De website zal worden voorzien van antwoorden op veel gestelde vragen, waaronder vragen over het geven van een volmacht. Daarnaast kunnen kiezers bij hun gemeente terecht met vragen daarover. Noch de rijksoverheid noch de gemeenten kunnen evenwel een rol spelen bij het vinden van een kiezer aan wie een volmacht gegeven kan worden. Het is aan de kiezer om te bepalen welke andere kiezer hij of zij voldoende vertrouwt om daar een volmacht aan te geven.

De leden van de fractie van de PvdA maken enkele opmerkingen over het houden van peilingen en exitpolls en vragen naar de uitkomst van het gesprek hierover met de peilbureaus.

Met de leden van de fractie van de PvdA ben ik het eens dat het vanwege de vrije nieuwsgaring niet wenselijk is om regels rond het houden van peilingen en exitpolls dwingend op te leggen. Recent heb ik gesproken met de bureaus die regulier in Nederland peilingen en exitpolls houden. Daarbij is gesproken over de onwenselijkheid van het publiceren van exitpolls voor woensdag 21.00 uur. Dat is onderschreven door de betrokken partijen. Bij het houden en publiceren van exitpolls is er inderdaad relevant dat rekening wordt gehouden dat een deel van het electoraat mogelijk per brief heeft gestemd. Ten aanzien van het houden van peilingen naar de stemvoorkeur van kiezers hebben peilbureaus aangegeven dat zij voorafgaand aan de verkiezing de gangbare peilingen onder kiezers zullen houden en publiceren. Het is mogelijk dat bij die peiling ook kiezers worden bevraagd die reeds hebben gestemd. Dit zal naar het oordeel van de peilers door de wijze van peilen geen representatieve peiling kunnen zijn van de uitkomst van de stemming.

De leden van de fractie van de PvdA wijzen erop dat niet geheel uitgesloten is dat de omstandigheden nopen tot uitstel van de verkiezing. Zij vragen of de regering de zienswijze van deze leden deelt dat tot uitstel van verkiezingen alleen door middel van een door beide Kamers aangenomen wet kan worden besloten, en vragen onder welke omstandigheden de regering een dergelijke wet indient en of de huidige situatie van een strenge lockdown de indiening van een dergelijke wet met zich zou meebrengen.

Het kabinet doet er alles aan om te zorgen dat de verkiezing op 17 maart kan worden gehouden. Met de eerder aanvaarde Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 en de voorliggende wijziging daarop, worden maatregelen getroffen om het stemmen zo veilig mogelijk te laten verlopen. Als de situatie rondom het virus en de epidemiologische ontwikkelingen in het uiterst ongewenste geval zouden nopen om uitstel te overwegen, dan is dat een gezamenlijke beslissing van kabinet en parlement. Voor uitstel van verkiezingen is namelijk inderdaad een wettelijke grondslag nodig. In mijn brief van 22 mei 202011 heb ik daar reeds op gewezen. Dat voor uitstel een wet nodig is, volgt uit de Grondwet, die bepaalt dat de zittingsduur van de Tweede Kamer, voor zover die afwijkt van de grondwettelijk bepaalde duur van vier jaar, bij wet wordt vastgesteld, alsmede uit de Kieswet.12 Ik heb de Tweede Kamer toegezegd voor de start van haar verkiezingsreces (12 februari) te informeren over de stand van zaken rond de voorbereidingen van de Tweede Kamerverkiezing. Daarbij zal ik ook ingaan op de dan actuele situatie rond het coronavirus en de mate waarin die gevolgen kan hebben voor die verkiezing.

De leden van de SP-fractie merken op de regering ervan heeft afgezien om speciale stemmogelijkheden te scheppen voor kiesgerechtigden met corona-klachten. Omdat het om een substantiële groep gaat, vragen zij die beslissing inhoudelijk te onderbouwen. De leden van de fractie van de PvdD vragen waarom het praktisch niet mogelijk zou zijn om in elke gemeente een stemlokaal in te richten dat uitsluitend openstaat voor kiezers met coronaklachten.

Het algemene coronabeleid is dat mensen met klachten thuis moeten blijven en niet naar buiten moeten gaan. Dat is nodig om verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Gelet daarop vind ik niet dat er stemlokalen moeten worden ingericht voor kiezers met coronaklachten. Het inrichten van een stemlokaal dat uitsluitend openstaat voor kiezers met coronaklachten vind ik dus ongewenst. Ook omdat een verplichting om een stemlokaal in te richten voor kiezers met coronaklachten, opnieuw veel van gemeenten zou vragen en hen voor de nodige nieuwe uitvoe-ringsvraagstukken zou stellen, terwijl zij dringend verzocht hebben om niet bovenop de in het wetsontwerp voorgestelde maatregelen nog nieuwe verplichtingen in het leven te roepen.13

De leden van de SP-fractie merken op dat gemeenten inschatten dat de extra door hen te nemen maatregelen tot mogelijk verdubbeling van hun kosten leiden. Zij vragen of die inschatting realistisch is. En garandeert de regering dat per saldo de door de gemeenten te maken extra kosten van rijkswege zullen worden vergoed?

Het kabinet heeft in overleg met de VNG vastgesteld wat nodig is in financiële zin en in totaal € 52 miljoen extra ter beschikking gesteld aan de gemeenten om de maatregelen uit te voeren die met de Tijdelijk wet verkiezingen covid-19 zijn voorgesteld. Dit is in aanvulling op de reguliere kosten van verkiezingen die worden betaald uit het Gemeentefonds, en waarvan deze in een onderzoek in 2013 zijn geraamd op circa € 43 miljoen. Met het extra geld, dat dus meer dan een verdubbeling is van het reguliere budget, kunnen de gemeenten naar de overtuiging van het kabinet op een goede manier de verkiezingen organiseren.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.H. Ollongren

Eerste Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 654, E 16

1

Ter inzage gelegd bij de Directie Inhoud.

2

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/12/28/factsheet-briefstembescheiden.

3

Kamerstukken II 2020/21,35 654, nr. 6, p. 5 e.v.

4

   Kamerstukken II 2020/21,35 590, nr. 6, p. 20.

5

   https://vng.nl/brieven/inbreng-in-verband-met-verslag-tijdelijke-wet-tweede-kamerverkiezing-covid-19.

6

https://www.eerstekamer.nl/overig/20201130/advies_kiesraad/document.

7

EK 2020-2021,35 590, E.

8

https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/risicogroepen.

9

   https://www.kiesraad.nl/binaries/kiesraad/documenten/adviezen/2015/06/12/effectievere-bestrijding-misbruik-volmachtregeling/advies-kiesraad-over-strafbepalingen-in-het-verkiezingsproces.pdf.

10

   Kamerstukken II 2018/19, 35 165, nr. 9, p. 6.

11

   Kamerstukken II 2019/20, 35 165, nr. 21.

12

   De Tweede Kamer heeft een zittingstermijn van vier jaar, met dien verstande dat bij wet de zittingsduur van een na ontbinding optredende Tweede Kamer wordt vastgesteld, en de termijn dan niet langer mag zijn dan vijf jaar (artikelen 52 en 64, vierde lid, van de Grondwet en C 1 tot en met C 3 van de Kieswet).

13

https://vng.nl/brieven/inbreng-in-verband-met-verslag-tijdelijke-wet-tweede-kamerverkiezing-covid-19.


3.

Attachments

 
 
 

4.

More information

 

5.

EU Monitor

The EU Monitor enables its users to keep track of the European process of lawmaking, focusing on the relevant dossiers. It automatically signals developments in your chosen topics of interest. Apologies to unregistered users, we can no longer add new users.This service will discontinue in the near future.