Europese Green Deal

Source: Europa Nu.
Windmolen

De Europese Green Deal is het programma van de Commissie-Von der Leyen i om klimaatverandering tegen te gaan. Met deze Green Deal moet Europa in 2030 de CO2-uitstoot met 55 procent terugbrengen ten opzichte van 1990. In 2050 moet Europa het eerste klimaatneutrale continent zijn. De Europese Unie i dient dan niet meer bij te dragen aan de opwarming van de aarde i. Eerste vicevoorzitter Frans Timmermans i is verantwoordelijk voor de Green Deal.

Om de EU voor 2050 klimaatneutraal te maken, is er een routekaart uitgestippeld met een hele reeks aan maatregelen. De Europese Green Deal bestrijkt alle sectoren van de economie, met name vervoer, energie, landbouw en infrastructuur, maar ook bijvoorbeeld de ICT. Om de doelstellingen te halen, zijn grote investeringen nodig. Jaarlijks zal er naar schatting 260 miljard euro extra geïnvesteerd moeten worden. Om de vergroening van de Europese industrie te ondersteunen en te versnellen, stelde de Commissie in februari 2023 het Green Deal Industrial Plan voor. Een versoepeling van de staatssteunregels en om en bij de 270 miljard euro uit bestaande Europese fondsen moet daartoe bijdragen.

De Green Deal is een kapstok voor concrete maatregelen. Het eerste grote pakket aan maatregelen is 'Fit for 55'. In de daaropvolgende maanden en jaren zijn er steeds weer nieuwe voorstellen gekomen. Maatregelen lopen uiteen van het instellen van strenge normen voor energiezuinige gebouwen en het aanscherpen van het emissiehandelssysteem i tot het tegengaan van ontbossing en verduurzaming van de landbouw. Omdat de doelen steeds iets strenger worden richting 2030 en 2050 zullen er constant nieuwe normen en nieuwe actieplannen worden voorgesteld door de Commissie.

1.

Probleemstelling

Het overgrote gedeelte van de gebruikte energie in de Europese Unie is afkomstig uit aardgas en aardolie. De koolstof die in deze fossiele brandstoffen is opgeslagen onder de grond, komt bij verbranding in de vorm van CO2 vrij in de atmosfeer. Door de uitstoot van broeikasgassen warmt de Aarde sneller op en komen extreme weersomstandigheden vaker voor. Hierdoor worden veel gebieden op aarde minder leefbaar en komen natuur en landbouw onder druk te staan.

Om deze klimaatverandering tegen te gaan, moet de uitstoot van CO2 beperkt worden. Hierover zijn ook internationale afspraken gemaakt, zoals op de klimaatconferentie van Parijs in 2015. Toen is afgesproken dat de temperatuur op Aarde niet meer dan twee, en het liefst minder dan anderhalve graad, mag stijgen ten opzichte van pre-industriële gemiddelde. De EU en de lidstaten hebben het klimaatakkoord mede-ondertekend.

Bestaande Europese plannen en beleid in de lidstaten om klimaatverandering tegen te gaan bleken niet toereikend om die doelen te halen. In 2018 scherpte de Unie de doelen dan ook aan. Toen werd voor het eerst het doel gesteld om Europa in 2050 klimaatneutraal te maken. Hoe de EU daar moet komen is vastgelegd in de klimaatwet; zo moet - de lidstaten zijn hiertoe verplicht - de EU in 2030 al 55 procent van haar uitstoot hebben verminderd. De Green Deal kwam er om dat voornemen om te zetten in concrete maatregelen.

2.

Energie

Vrijwel alle maatregelen op het terrein van energie zijn gericht op twee zaken: besparing en de omslag maken van fossiele brandstoffen naar schone energie. Voorgestelde maatregelen om dit te bereiken zijn onder andere:

  • het bevorderen van het opwekken van schone energie, zoals zonne- en windenergie. In 2030 moet 45 procent van alle energie die in de EU wordt geproduceerd duurzaam zijn
  • een verbod op nieuwe benzine-auto's (alleen personenauto's) vanaf 2035
  • strenge eisen aan gebouwen en het renoveren van bestaande woningen en kantoren voor wat betreft isolatie

De Nederlandse Europarlementariër Jan Huitema i (VVD) speelt als rapporteur een grote rol in het voorstel over het verbod op het bouwen van benzine-auto's. Het Europees Parlement heeft hij meegekregen, maar lidstaten met een grote auto-industrie (zoals Duitsland) zijn terughoudend.

Na de Russische inval van Oekraïne heerst er een energiecrisis. Naast extra besparingsmaatregelen gaat de discussie rond energie ook over leveringszekerheid, beprijzing en andere zaken.

3.

Verduurzaming per sector

Alle sectoren van de economie zullen een bijdrage moeten leveren wil de EU de klimaatdoelen halen. De meest belangrijke voorstellen op een rij:

  • de industrie moet minder gebruik maken van schadelijke chemicaliën
  • de industrie moet processen verduurzamen. Zo moet de staalproductie tegen 2030 klimaatneutraal zijn
  • alle verpakkingen moeten in 2030 recyclebaar zijn
  • de textiel- en plastics sector moet in 2030 vrij zijn van microplastics
  • een keurmerk voor de financiële sector voor wat als duurzame investering telt en wat niet, de zogenaamde groene taxonomie
  • een aanzienlijk deel van het wegvervoer moet voortaan per spoor of water gaan. Om dat extra te stimuleren komen er meer kilometer- en tolheffingen
  • er komen strengere CO2-emissienormen voor bestelwagens en vrachtauto's
  • er moeten vier miljoen laadpalen komen voor elektrische auto's
  • producten moeten minder snel kapot gaan; zo kunnen bijvoorbeeld witgoed en electronica zo gemaakt worden dat ze een langere levensduur hebben en krijgen consumenten het 'recht op reparatie'

De Commissie presenteerde ook generieke maatregelen. Zo zouden bedrijven die aan greenwashing doen - zich onterecht afficheren als 'groen' - , moeten worden beboet. Bedrijven moeten ook uitvoeriger rapporteren over hun duurzaamheidsbeleid. Naast het opleggen van regels en eisen wil de Commissie bedrijven helpen door data te verzamelen en te delen welke technieken en innovaties het beste resultaat opleveren.

4.

Emissiehandel

Het Europese emissiehandelssysteem i (ETS) bestaat al sinds 2005. Grote en vervuilende bedrijven mogen jaarlijks een bepaalde hoeveelheid CO2 uitstoten, hun emissierechten. Zuinige bedrijven kunnen rechten die ze niet gebruiken verkopen aan bedrijven die meer uitstoten dan ze mogen. De Commissie wil die regels aanscherpen:

  • het aantal beschikbare emissierechten wordt verder ingeperkt
  • het aantal bedrijven dat onder het ETS valt worden uitgebreid
  • een CO2-heffing op producten van buiten de EU, het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM)

De Nederlandse Europarlementariër Mohammed Chahim i (PvdA) speelde als rapporteur een grote rol in het over de streep trekken van het voorstel voor CBAM. Dat was een taai dossier, omdat er grote economische belangen speelden. Het ETS geldt namelijk alleen voor bedrijven en fabrieken binnen de Unie. Bedrijven die buiten de EU vervuilend produceren en hun producten op de Europese markt willen aanbieden moeten met CBAM voortaan een heffing betalen; dat stimuleert ook bedrijven buiten de Unie om schoner te gaan produceren en voorkomt oneerlijke concurrentie omdat Europese bedrijven dure maatregelen moeten nemen.

5.

Landbouw en natuur

Een reeks voorstellen voor een minder belastende landbouw zijn gebundeld in de 'Farm to Fork'-strategie van de Commissie. Daarnaast is de Commissie met een aantal voorstellen gekomen om het verlies van biodiversiteit tegen te gaan. Een aantal belangrijke plannen op een rij:

  • het gebruik van pesticiden moet in tien jaar met de helft worden teruggebracht
  • het gebruik van meststoffen moet in tien jaar met twintig procent worden teruggedrongen
  • tenminste 25 procent biologische landbouw
  • uitbreiding van het aantal beschermde natuurgebieden op land en zee
  • bossen moeten worden beschermd en uitgebreid en ontbossing, met name door landbouw, moet worden tegengegaan
  • boerenbedrijven zouden minder methaan mogen uitstoten
  • een brede aanpak om bodem- en watervervuiling tegen te gaan

Voor deze maatregelen is een aparte pot geld beschikbaar, tot 20 miljard euro per jaar. Een deel van dat geld zal uit de reguliere begroting voor landbouw en natuur moeten komen.

6.

Green Deal Industrial Plan

Op 1 februari 2023 presenteerde de Commissie het Green Deal Industrial Plan (GDIP), een strategisch plan dat Europese industrieën en bedrijven moet ondersteunen om te kunnen concurreren met de VS en China. Het plan moet tegenwicht bieden aan de Amerikaanse Inflation Reduction Act (IRA), het groene subsidieprogramma dat de VS aantrekkelijk maakt voor Europese ondernemingen. Met het GDIP wil de Commissie Europese staatssteunregels versoepelen en Europees geld inzetten om de vergroening van de Europese industrieën en technologieën te versnellen. De EU stelt hiervoor om en bij de 270 miljard euro ter beschikking aan de lidstaten. Dit zal onder de paraplu van REPowerEU i vallen, gefinancierd door het coronaherstelfonds i. De reeds goedgekeurde herstel- en veerkrachtplannen van de lidstaten dragen ook bij aan de groene transitie.

7.

Financiering en besluitvorming

Grote bedragen

Om alle plannen en maatregelen in het kader van de Green Deal te financieren wil de Europese Commissie in tien jaar tijd 1000 miljard euro uitgeven. De meest belangrijke geldstromen op een rij:

  • de helft van dat bedrag komt uit de reguliere begroting; binnen bestaande programma's en acties worden prioriteiten en accenten verlegd
  • de Europese begroting werkt op een aantal terreinen met co-financiering; voor iedere euro die de EU uitgeeft moet een lidstaat ook een euro bijpassen. Zo zullen de lidstaten 114 miljard moeten bijleggen
  • er komt een Klimaattransitiefonds (het Just Transition Fund) dat regio's ondersteunt die zwaar afhankelijk zijn van koolstofintensieve activiteiten. Daarbij moeten vooral de meest kwetsbare burgers bescherming, omscholing en arbeidskansen krijgen in nieuwe economische sectoren. Er is 100 miljard euro beschikbaar uit dit fonds
  • het InvestEU programma is een hefboomfonds waar de EU zo'n 35 miljard in stopt dat als basis en garantie dient voor het aantrekken van enkele honderden miljarden euro's aan investeringen door diverse ontwikkelingsbanken en private investeerders
  • het emissiehandelssysteem zal de Europese Unie naar verwachting ruim 100 miljard euro opleveren (en nog een ruimer bedrag voor de lidstaten)

Hierbij komen ook middelen vanuit het Coronaherstelfonds i. Dat fonds van ruim 800 miljard euro moet de lidstaten helpen de economische klap voor de pandemie op te vangen door slim te investeren. Eén van de eisen was dat 37 procent van de uitgaven in de plannen, die de lidstaten inleverden om aanspraak te kunnen maken op herstelgelden, moet bijdragen aan de realisatie van de klimaatdoelstellingen.

Besluitvorming

De Green Deal omvat veel verschillende beleidsterreinen. Frans Timmermans i is als eerste vicevoorzitter in de eerste plaats verantwoordelijk voor de Green Deal. Andere commissarissen in zijn team zijn verantwoordelijk voor de verschillende onderwerpen die een rol spelen binnen de Deal. Dit zijn:

De grote pakketten aan maatregelen volgen de gewone wetgevingsprocedure i: de Europese Commissie komt met een voorstel en het Europees Parlement en de Raad van ministers moeten dat goedkeuren, al dan niet na het voorstel aan te passen. Dat maakt Europarlementariërs als Huitema en Chahim zo belangrijk - zij voeren namens het Parlement de onderhandelingen met de Raad.

De Commissie wilde de bevoegdheid hebben om in het kader van de klimaatwet vanaf 2030 iedere vijf jaar de algemene reductiedoelen waar nodig te kunnen bijstellen. De Raad en het Europees Parlement hebben die passage geschrapt. Zij willen zelf de zeggenschap houden over het tempo waarmee de EU de klimaatplannen moet doorvoeren.

8.

Nederland en de Green Deal

Nederland steunt het streven naar een klimaatneutrale Unie in 2050 en in grote lijnen ook de uitwerking ervan in de Green Deal. In de 'Staat van de Europese Unie 2022 i' liet de regering zich positief uit over de Green Deal. Het kabinet stelt voor zichzelf het doel om koploper in Europa te zijn bij het tegengaan van klimaatopwarming en ziet voor de EU mondiaal leiderschap op dit terrein. Het kabinet benadrukt de rol van innovatie en digitale ontwikkeling bij het bereiken van de klimaatdoelstellingen.

Het kabinet ziet met name in het emissiehandelssysteem een belangrijk instrument om de uitstoot in de EU terug te dringen. Daarentegen is en was het kabinet minder enthousiast over het Sociaal Klimaatfonds. Dat past in de Nederlandse opstelling om op Europees niveau eerder te kijken naar beleid en minder geneigd te zijn om met fondsen en kostbare programma's aan de slag te gaan.

9.

Meer informatie