Europa probeert nepnieuws tegen te gaan - EU monitor

EU monitor
Sunday, December 15, 2019
calendar
Source: Europa Nu.
Afbeelding van nepnieuws

Toegang tot op feiten gebaseerde en kritisch gecontroleerde informatie is essentieel voor een democratie. Nepnieuws, ofwel opzettelijk misleidende informatie, speelt ook in de Europese Unie een steeds grotere rol. Zo lijkt het erop dat nepnieuws een aantal verkiezingen, binnen en buiten de Europese Unie i, heeft beïnvloed. Als reactie hierop besloot de Europese Raad in 2015 om actie te ondernemen. De EU heeft inmiddels een aantal initiatieven genomen die moeten helpen nepnieuws tegen te gaan, maar het grootste deel van de initiatieven in Europa is afkomstig van burgers, bedrijven en media zelf.

Een eerste stap van de kant van de EU was de in 2015 opgerichte East StratCom Task Force, dat als doel had om desinformatie in Oost-Europese landen over Europees beleid tegen te gaan. In het voorjaar van 2018 is een EU-strategie tegen de verspreiding van nepnieuws in de EU uitgebracht. De Commissie wil met deze strategie het belang van goede journalistiek benadrukken. Ook wil ze dat online nieuws een duidelijke afzender heeft, dat burgers getraind worden om informatie en nieuws beter te kunnen beoordelen en ze pleit voor methodes waarop journalisten en gebruikers nepnieuws kunnen aanvechten. Concreet pleitte de Commissie voor een gedragscode voor sociale media en internetplatforms.

In december 2018 publiceerden de gezamenlijke instellingen een 'actieplan tegen desinformatie'. In dat kader kreeg de uitvoerende dienst, de EEAS, in 2019 ook zo'n 50 man nieuw personeel en ruim €3 miljoen meer om zijn taken uit te voeren. Dit actieplan wordt nu geëvalueerd. Daarnaast werd er in oktober 2018 een 'EU Code of Practice on Disinformation', een vrijwillige gedragscode, getekend door verschillende online platforms zoals Facebook, Google en Twitter.

1.

Nepnieuws in Europa

Het doel van nepnieuws is om de lezer te misleiden en op die manier de publieke opinie te beïnvloeden. Er bestaan verschillende vormen van nepnieuws. Zo kan nepnieuws bestaan uit gemanipuleerde berichten over bepaalde maatschappelijke onderwerpen. Ook kan het bestaan uit propaganda van andere staten om verkiezingen te manipuleren of om het vertrouwen in de democratie te verminderen.

In Europa zijn er verschillende voorbeelden te noemen waarbij onjuiste informatie opzettelijk via sociale media is verspreid. Zo werd er bijvoorbeeld via Russische kanalen nepnieuws verspreid in de Oost-Europese buurlanden na de vliegramp met de MH-17. Ook lijkt het erop dat nepnieuws meerdere verkiezingen in Europa heeft beïnvloed. Zo heeft onderzoek uitgewezen dat bij de verkiezingen in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk 14-20% van de Twitterberichten onjuiste informatie bevatte.

Niet alle onjuiste informatie kan worden beschouwd als nepnieuws. Een groep deskundigen heeft nepnieuws gedefinieerd als "valse, onjuiste of misleidende informatie die is opgesteld, weergegeven en verspreid om winst te maken of opzettelijk schade in het publieke domein te veroorzaken." Informatie met illegale inhoud (bijvoorbeeld een oproep tot haat of geweld) wordt niet als nepnieuws bestempeld, omdat dit al verboden is op grond van nationale en Europese wet- en regelgeving. Andersoortige foutieve informatie, zoals fouten van journalisten, het achterwege laten van bepaalde feiten, eenzijdige berichtgeving, of satirische berichten worden niet beschouwd als nepnieuws omdat deze fouten niet als doel zouden hebben om de lezer te misleiden.

2.

Europese maatregelen

De Europese aanpak van nepnieuws staat nog in de kinderschoenen. Er zijn wel wat acties geweest van uit de Europese Commissie, maar een coherente, grootschalige aanpak ontbreekt tot nu toe. Het initiatief om iets aan nepnieuws te doen lijkt vooral bij media en burgers zelf te liggen, zo blijkt uit de aanpak van de EU.

Eind september 2018 bijvoorbeeld maakten de online platforms, sociale mediaplatforms en online adverteerders samen met de Commissie een nieuwe gedragscode bekend: de 'EU Code of Practice on Disinformation'. Bedrijven zullen zich inspannen om de publicatie en verspreiding van nepnieuws op een aantal manieren tegen te gaan. Het is een vrijwillige gedragscode; sancties wanneer het niet lukt nepnieuws te onderscheppen en offline te halen zijn er niet. De Commissie ontvangt maandelijks rapporten van platforms als Google, Facebook en Twitter. In de eerste jaarlijkse evaluatie hiervan concludeerde de Commissie dat de platforms transparanter waren geworden en nauwer waren gaan samenwerken met factcheckers, maar nog meer stappen genomen moesten te worden.

Een ander, op het eerste oog weinig effectief, initiatief was de lancering van een openbare raadpleging i. De Commissie riep verschillende partijen, waaronder burgers, nieuwsorganisaties en overheidsinstanties, op om mee te denken over nepnieuws. De Commissie probeerde hiermee een beeld te krijgen van de omvang van het probleem en de effectiviteit van de getroffen maatregelen. Tot midden februari 2018 was het mogelijk om hiervoor input te leveren. Respondenten identificeerden nepnieuws gericht op het beïnvloeden van verkiezingen en het migratiebeleid als het grootste probleem. Ook bleek dat de respondenten weinig vertrouwen hebben in online platforms en traditionele media als de meest betrouwbare bron van informatie beschouwen. Het is niet duidelijk wat de Europese Commissie met deze informatie gaat doen.

Europese Dienst voor Extern Optreden (EEAS)

Het orgaan dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Europese plannen om nepnieuws te bestrijden is de Europese Dienst voor Extern Optreden (EEAS i). Binnen de organisatie is er een speciale eenheid opgericht voor 'strategische communicatie' die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het beleid.

3.

De Europese verkiezingen

Ondanks verschillende actieplannen, heeft er tijdens de Europese verkiezingen van 2019 een flinke stroom aan nepnieuws plaatsgevonden. Vanuit Rusland is geprobeerd de verkiezingsuitslag te beïnvloeden en de opkomst te beperken. In de maanden voor de verkiezingen registreerde de EU-taskforce 998 gevallen van desinformatie vanuit Russische bronnen.

Dit gebeurde ondanks ambitieuze plannen van de EU. Op 5 december 2018 kwamen het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, de EESC i en het CvdR i met een "actieplan tegen desinformatie" (JOIN(2018)36). Het actieplan had vier doelen:

  • vergroting van de capaciteit, zodat de Europese instellingen beter in staat zijn om desinformatie op te sporen en ermee om te gaan
  • gecoördineerde respons: ervoor zorgen dat Europese instellingen en lidstaten beter tegen desinformatie kunnen optreden
  • de private sector aanmoedigen om nepnieuws te bestrijden
  • de algemene bewustwording van het bestaan van nepnieuws vergroten binnen de EU

Om dit te kunnen doen, trok de Europese Commissie de portemonnee; het budget van de EEAS om het probleem aan te pakken wordt uitgebreid van €1.9 miljoen in 2018 naar €5 miljoen in 2019. Het idee van het actieplan is ook dat lidstaten zelf meer informatie over nepnieuws gaan delen. Zo is de wens voor de oprichting van een 'Rapid Alert System', een digitaal platform waar lidstaten informatie over buitenlandse desinformatie kunnen delen, onderdeel van de tweede pijler (derde actiepunt). Dit instrument is op 18 maart 2019 in werking getreden.

4.

Nederland en nepnieuws

De Nederlandse regering heeft aangegeven dat zij zich wil inzetten voor de Europese initiatieven bij het tegengaan van nepnieuws. Het kabinet heeft aangegeven dat er ook in Nederland voorbeelden zijn van nepnieuws, bijvoorbeeld omtrent de MH-17 en het Oekraïne-referendum i. De regering noemt hierbij expliciet de rol van Rusland. Buitenlandse beïnvloeding als gevolg van nepnieuws is ook door de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) en het NCSC (Nationaal Cyber Security Centrum) als probleem geïdentificeerd.

De regering wil niet alleen het bewustzijn in de maatschappij over dit probleem verhogen, maar ook in gesprek gaan met partijen in de journalistieke sector en met media- en technologiebedrijven. De Tweede Kamer heeft een aantal moties aangenomen over nepnieuws. Zo is de regering bijvoorbeeld verzocht om te onderzoeken of de bestaande juridische instrumenten toereikend zijn, en juridische mogelijkheden te identificeren.

5.

Meer informatie