Brief minister over Rapportage verbindingen woningcorporaties 2001 - Woningcorporaties - EU monitor

EU monitor
Sunday, January 17, 2021
calendar

Brief minister over Rapportage verbindingen woningcorporaties 2001 - Woningcorporaties

1.

Text

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2003–2004

29 453

Woningcorporaties

Nr. 2

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Den Haag, 1 maart 2004

Met deze brief bied iku (conform mijn toezegging tijdens het Algemeen Overleg van de Vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 september 2003 28 691, nr. 5) de «Rapportage verbindingen woningcorporaties 2001» aan, opgesteld door het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV)1.

Het is woningcorporaties op grond van het Besluit beheer sociale-huursector (BBSH) toegestaan bepaalde (neven)activiteiten door middel van een verbinding uit te voeren. Veelal wordt hiervoor de NV of BV als rechtspersoon gekozen. De activiteiten van deze dochters van de woningcorporaties vallen, door middel van door de corporaties af te leggen verantwoording, eveneens onder het toezichtregime. De verslaglegging ex artikel 26 j° 2a BBSH dient zodanig te zijn, dat door de woningcorporatie inzichtelijkverantwoording wordt afgelegd over alle activiteiten en financiële stromen van zowel de woningcorporatie als van de door de woningcorporatie aangegane verbindingen.

Door het CFV wordt een aantal themaonderzoeken uitgevoerd. In 2002 is het CFV gestart met het onderzoeken van risicovolle verbindingen. De doelstelling van het onderzoekwas het per woningcorporatie vaststellen van het financieel risico dat gelopen wordt via de verbindingen.

Het CFV heeft na risicoselectie, op basis van de jaarstukken 2001, het onderzoektoegespitst op 61 woningcorporaties. Dit betreft zowel woningcorporaties waarvan op voorhand niet kon worden vastgesteld welke activiteiten in de verbinding plaatsvinden, als woningcorporaties waarbij in de verbindingen projectactiviteiten plaatsvinden, dan wel zouden kunnen plaatsvinden.

Het financiële belang in de verbindingen van de onderzochte woningcorporaties bedraagt € 278 mln.. Dit bedrag bestaat uit € 117 mln.

geplaatst aandelenkapitaal, € 121 mln. verstrekte geldleningen en kortlopende vorderingen en € 40 mln. aan verstrekte garanties. Afgezet tegen het balanstotaal van deze instellingen is er sprake van een beperkt financieel belang. Bij 8 woningcorporaties is het financieel belang groter dan 2 % van het balanstotaal. Het (financieel) risico is het grootst bij verbindingen waarin projectactiviteiten plaatsvinden.

De conclusie die het CFV naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek trekt, is dat de kwaliteit van de informatievoorziening ten aanzien van verbindingen op basis van de jaarlijks door de woningcorporaties in te zenden bescheiden zo slecht is, dat het Fonds zonder nader onderzoekop basis van de regulier door de toegelaten instellingen geleverde stukken, niet in staat is een gefundeerde uitspraakte doen over de financiële risico’s van verbindingen van woningcorporaties. In een nader overleg over de rapportage is door het CFV echter aangegeven dat, gezien de relatieve omvang van het financiële risico van projectontwikkeling in de verbindingen ultimo 2001, afgezet tegen het balanstotaal van de betrokken woningcorporaties, de kwalificatie van de financiële positie van de woningcorporaties (A t/m D) naar aanleiding van het onderzoekvan de jaarstukken 2001, niet in het geding is. Voor de op basis van de gegevens over 2002 voor onderzoekgeselecteerde woningcorporaties zijn de risico’s van de verbindingen betrokken bij de financiële beoordeling. Over verbetering van de infovoorziening worden thans met het CFV afspraken gemaakt.

Door de rapportage loopt als een rode draad de (mindere) kwaliteit van de

informatievoorziening. De conclusies en aanbevelingen van het CFV

richten zich dan ookmet name op de verbetering van de kwaliteit van de

informatievoorziening.

Het CFV doet in dat kader aanbevelingen met betrekking tot aanpassing

van de wijze en inhoud van verslaglegging door de woningcorporaties in

het jaarverslag en de cijfermatige kerngegevens.

In het algemeen deel ikde mening ter zake van het CFV.

Het rapport van het CFV is voor mij aanleiding de verantwoording door de woningcorporaties over het boekjaar 2003 meer aan te laten sluiten bij de behoefte van de in- en externe toezichthouders. Ikheb in dat kader de betrokken bijlagen van het BBSH voor het verslagjaar 2003 reeds aangepast. Voorts zal ikde rapportage bespreken met Aedes en zal er actie worden ondernomen richting interne en externe toezichthouders (waaronder de accountancy) teneinde het belang van een adequate verantwoording met betrekking tot verbindingen te onderstrepen. Met het CFV is de afspraakgemaakt dat het CFV de accountancy zal benaderen. Ikzal naar aanleiding van het toezichtsverslag 2002 de sector bij brief omtrent mijn standpunt met betrekking tot een adequate informatievoorziening inzake verbindingen van toegelaten instellingen nader informeren.

Ikverwacht in de tweede helft van 2004 tot een aanpassing van de regelgeving (BBSH) te kunnen komen. Hiervan zal een verdere aanpassing of nadere invulling vanaf het boekjaar 2004 van de verslagleggingsvoorschriften ten aanzien van verbindingen een onderdeel zijn. Ikben van mening dat deze aanpassingen niet tot een sterke verhoging van de administratieve lastendrukbij woningcorporaties zal leiden gezien het feit dat de verantwoordingsplicht feitelijkal is vervat in artikel 26 van het BBSH. De wijziging zal hier een verdere uitwerking van betreffen.

Met betrekking tot de reeds door mijn ambtsvoorganger voorgestelde aanpassingen in het BBSH, zal iku op korte termijn de door mij aan uw Kamer toegezegde heroverweging doen toekomen.

Met vorengenoemd pakket aan maatregelen is naar mijn vaste overtuiging, na het inwerkingtreden van de aanpassingen van het BBSH, voorzien in een adequate verbetering van de verslaglegging door woningcorporaties met betrekking tot de aangegane verbindingen en de hieraan verbonden financiële risico’s.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, S. M. Dekker

 
 
 

2.

More information

 

3.

EU Monitor

The EU Monitor enables its users to keep track of the European process of lawmaking, focusing on the relevant dossiers. It automatically signals the newly added documents and subsequent meetings in which these are scheduled for discussion or vote. The latest state of affairs is conveniently presented in such a way that a single glance is sufficient to keep informed. By way of alerts through e-mail or digital newsletters users and their clients are kept in the loop 24/7.

If you are interested in the EU Monitor, please contact us at info@eumonitor.eu.