Nederland en Europa - EU monitor

EU monitor
Thursday, November 21, 2019
calendar

Nederland en Europa

Source: Europa Nu.
Donald Tusk en premier Mark Rutte
Bron: The Council of the European Union

Nederland stond in 1951 met de oprichting van de EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) aan de wieg van wat zou uitgroeien tot de Europese Unie. Omdat de Europese Unie een verregaande geÔntegreerde markt en politieke samenwerking heeft, worden er veel Europese wetten doorgevoerd in Nederland en zal Nederland op veel beleidsniveau's rekening moeten houden met de Europese partners. Meer dan de helft van de Nederlandse wetten zijn het gevolg van Europees beleid, bijvoorbeeld wetten over criminaliteit, vervoer, marktwerking en onderwijs. Als lidstaat van de EU beslist Nederland mee over wetgeving van de EU en doet Nederland mee aan bijna alle EU-initiatieven.

Omdat Nederland een klein land is, is samenwerking in de EU van groot belang. Zo is de Nederlandse economie erg afhankelijk van het vrije verkeer van goederen en kapitaal in de EU. Nederland wil in de EU vooral samenwerken bij onderwerpen die meerdere landen raken, zoals migratie, veiligheid en klimaat(verandering). Hierbij is Nederland vaak ťťn van de initiatiefnemers binnen de EU maar Nederland stelt zich ook vaak kritisch op. Op die manier kan Nederland vaak andere landen overtuigen en invloed uitoefenen voor zo'n klein land.

1.

De Nederlandse burger en de EU

Positief

Twee keer per jaar publiceert de EU de Eurobarometer†i. Hierin staan de resultaten van de opiniepeiling over de EU die wordt gehouden onder de Europese bevolking. Uit de Eurobarometer van april 2019 bleek dat de Nederlandse opinie over EU-lidmaatschap positiever is geworden. In een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) van mei 2019, blijkt dat er in Nederland nog steeds brede steun heerst voor het EU-lidmaatschap. Nederlanders zijn nu positiever over de EU dan tijdens de eurocrisis in 2009-2016, maar minder positief dan tijdens de jaren 90.

Volgens de opiniepeiling vindt 85% van de Nederlanders EU-lidmaatschap een goede zaak. Dat is hoger dan het Europese gemiddelde van 61% en de hoogste score sinds 1983. Verder heeft 42% van de Nederlanders een positief beeld van de EU en 23% een negatief beeld. Nederlanders zien bescherming van het milieu, terrorismebestrijding en de manier van werken van de EU als prioriteiten. Grensoverschrijdende problemen zoals klimaatverandering kunnen alleen worden aangepakt als landen met elkaar samenwerken. Zeker als klein land kan het effectiever zijn om de krachten bundelen met andere landen.

Uit een opiniepeiling van het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew bleek dat zowel Nederlanders als andere Europeanen in het algemeen positiever oordelen over de EU na de Brexit†i. De voornaamste reden hiervoor is dat Nederlanders denken dat Nederland te klein is om als handelsland zonder de EU te concurreren.

Negatief

Er zijn ook veel Nederlanders met een kritische houding tegenover de EU. Zo vrezen veel mensen dat de EU zich meer gaat bezighouden met sociale themaís als pensioenen, zorg en onderwijs, of met typisch Nederlandse onderwerpen als de euthanasiewetgeving of het softdrugsbeleid. Ook zijn er zorgen over de komst van nieuwe werknemers uit toegetreden landen zoals Polen, Bulgarije en RoemeniŽ. Maar vooral zijn Nederlanders bang om de eigen cultuur en identiteit te verliezen door de EU.

Dat veel Europeanen kritisch zijn over de EU, blijkt ook uit de groei van de Eurosceptische fracties in het Europees Parlement. De twee fracties Europa van Vrijheid en Directe Democratie†i (EVDD) en Europa van Naties en Vrijheid (ENF) hebben samen 78 van de 750 zetels.

2.

De Nederlandse politiek en de EU

Nederlandse politieke partijen hebben verschillende ideeŽn over Europese samenwerking. Zo staan partijen als D66†i, PvdA†i en GroenLinks†i vaak positief tegenover Europese samenwerking. Partijen als SGP†i, SP†i, Partij voor de Dieren†i en PVV†i zijn kritischer over de Europese Unie.

Nederland is over het algemeen terughoudend met het instemmen met verdere Europese integratie. Zo is de regering kritisch over het voorstel van de Europese Commissie om over fiscaal beleid te stemmen met gekwalificeerde meerderheid. Dit betekent dat lidstaten niet langer een veto hebben wanneer er gestemd wordt over belastingbeleid. De tegenstem van ťťn land is dan niet langer voldoende om een wetsvoorstel tegen te houden.

3.

Nederland en de Europese instellingen

Iedere vijf jaar mogen alle stemgerechtigde burgers uit de EU stemmen voor het Europees Parlement†i. Iedere burger stemt voor kandidaten uit eigen land. Die nationale EuroparlementariŽrs werken volgens hun politieke kleur samen. In veel gevallen kijken de EuroparlementariŽrs bij het nemen van beslissingen ook naar de belangen van hun land.

De Nederlandse ministers vertegenwoordigen ons land in de Raad van Ministers†i, kortweg de Raad. De minister-president doet dat in de Europese Raad†i. Ieder land verdedigt de belangen van het eigen land zo goed als mogelijk in de onderhandelingen met de andere landen over nieuwe voorstellen. In verreweg de meeste gevallen neemt de Raad besluiten bij gekwalificeerde meerderheid†i. In die gevallen kan de Raad een voorstel aannemen wanneer 55% van het aantal lidstaten, met een minimum van 16 lidstaten, vůůr stemt. Ook moeten de lidstaten die voor zijn, ten minste 65% van de totale bevolking van de Europese Unie vertegenwoordigen.

In het dagelijks bestuur van de Europese Unie, de Europese Commissie, zit een eurocommissaris uit iedere lidstaat. Van de eurocommissarissen wordt verwacht dat ze werken voor het Europees belang, en niet voor het land waar ze vandaan komen.

In de verschillende Europese instellingen werken burgers uit alle lidstaten, dus ook Nederlanders. Net als bij de eurocommissarissen wordt van de medewerkers van de Europese instellingen verwacht dat ze het Europese belang vertegenwoordigen, en niet het belang van het land waar ze vandaan komen.

4.

Nederland en Europese voorstellen

Naast de Europese instellingen hebben de Nederlandse regering en de volksvertegenwoordiging (Eerste en Tweede Kamer) elk hun eigen rol binnen het proces van Europese besluitvorming.

Regering

Jaarlijks geeft het kabinet zijn mening over de Europese samenwerking in de nota Staat van de Europese Unie†i. Wanneer de Commissie met nieuwe voorstellen komt, reageert het kabinet hierop zo nodig met een kabinetsappreciatie of BNC-fiche†i, waarin de eerste reactie op een voorstel wordt gegeven. Ook heeft Nederland eens in de zoveel jaar de rol van het wisselend voorzitterschap van de Raad†i.

Parlement

De Tweede Kamer kan het kabinet vragen om niet met een Europees voorstel in te stemmen vůůrdat er is overlegd met de Kamer. Dit heet een parlementair voorbehoud†i of behandelvoorbehoud. Wanneer het Nederlands parlement vindt dat de Europese Unie niet bevoegd is om te beslissen op een bepaald beleidsterrein, dan kan het samen met parlementen van andere lidstaten proberen een gele†i of oranje kaart†i te trekken. Ook wijst de Tweede Kamer met enige regelmaat een rapporteur aan uit haar midden om Europese initiatieven op een bepaald terrein zorgvuldig te volgen.

Voorafgaand aan een Raadsvergadering†i bespreekt de Tweede Kamer doorgaans de Nederlandse inzet met de minister of staatssecretaris die namens Nederland meebeslist in de Raad†i.

5.

Meer informatie