Regional development policy - EU monitor

EU monitor
Friday, September 20, 2019
calendar
Source: Europa Nu.

De Europese Unie i is één van de rijkste delen van de wereld, maar er bestaan in Europa grote welvaartsverschillen tussen de regio's. Ter bevordering van de economie in economisch achtergestelde regio's heeft de EU structuurfondsen i opgezet. Deze zijn voornamelijk van belang voor de ontwikkeling van infrastructuur en werkgelegenheid in de armere regio's. Voor de periode 2014-2020 is het totale bedrag voor de verschillende fondsen van het regionaal beleid vastgesteld op 352 miljard euro.

Het regionaal beleid heeft twee uitgangspunten, Solidariteit en Cohesie. Solidariteit omdat de rijkere gebieden binnen de EU een helpende hand bieden aan minder welvarende delen. Cohesie i omdat het verkleinen van de economische verschillen uiteindelijk structureel bijdraagt in de welvaart van iedere EU-burger. Het regionaal beleid wordt daarom ook wel cohesiebeleid genoemd.

In juni 2013 heeft de Europese Commissie voor de periode van 2014-2020 nieuwe richtsnoeren aangenomen voor regionaal beleid. Een van de speerpunten van dit beleid is dat de hulp aan armere regio's effectiever wordt. De richtsnoeren geven aan onder welke voorwaarden de Commissie de nationale uitvoeringsplannen van het beleid goedkeurt.

1.

Staand beleid

Budget

Voor de periode 2014-2020 is het totale bedrag voor de verschillende fondsen van het regionaal beleid vastgesteld op 352 miljard euro. De financiering van de regionale ontwikkeling in de EU loopt via drie fondsen: het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het Europees Sociaal Fonds (ESF). Via deze 'Structuurfondsen' zijn middelen beschikbaar voor regio's met een ontwikkelingsachterstand en voor de minst begunstigde sociale groepen.

Het budget voor de periode 2021-2027 is nog niet bekend gemaakt.

Doelstellingen

Welvaartsverschillen kunnen zich voordoen tussen verschillende landen. Maar tussen regio’s bestaan ook verschillen in onder andere ontwikkeling en werkgelegenheid. Zo is in de tien meest dynamische regio’s het bruto binnenlands product i (BBP) per inwoner bijna drie keer zo hoog als in de minst ontwikkelde regio’s. De ongelijkheid kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een afgelegen ligging of veroorzaakt zijn door sociale en economische factoren.

De doelstellingen van het Europees regionaal beleid zijn in het kort:

  • Iedere regio helpen het beste uit zichzelf te halen
  • De concurrentiekracht en werkgelegenheid vergroten door investeringen in sectoren met groeimogelijkheden
  • De levensstandaard in nieuw toegetreden EU-landen i snel naar het gemiddelde van de Unie brengen

In het regionaal beleid voor de periode 2014-2020 staan economische groei en werkgelegenheid in Europa centraal. De langetermijnstrategie Europa 2020 i vormt een lijdraad voor het huidige regionaal beleid. Deze strategie is er onder meer op gericht om meer te investeren in innovatie en onderzoek en in duurzame ontwikkelingen.

De Europese Commissie kan lidstaten verplichten hun programma aan te passen of te schorsen wanneer zij niet voldoen aan de economische regelgeving die is vastgesteld door de EU.

Welke gebieden komen in aanmerking?

Volgens de richtlijnen komt een land in aanmerking voor regionale steun als het BBP per hoofd van de bevolking lager is dan 75% van het EU-gemiddelde BBP. Omdat de EU in 2004 en in 2007 flink is uitgebreid met landen met een overwegend lager BBP is het Europese gemiddelde gedaald. Voor de oude lidstaten is er hierom een overgangsregeling ingesteld. Regio's waarvan het BBP per inwoner tussen de 75% en 90% van het EU-gemiddelde ligt, komen voor deze overgangsregeling in aanmerking.

Indien niet aan de 75%-regel regel voldaan kan worden, kan een regio in de praktijk alsnog steun krijgen. Dit is mogelijk wanneer de achterstand van de regio ten opzichte van het land als geheel te groot is. In Nederland was Flevoland bijvoorbeeld lange tijd een dergelijke regio.

Structuurfondsen

De EU beschikt over een aantal Structuurfondsen. Hiermee worden meerjarenprogramma's voor regionale ontwikkeling ondersteund. De uitgaven zijn bestemd voor specifieke initiatieven en acties. De drie structuurfondsen zijn:

Regionaal beleid periode 2021-2027

In mei 2018 heeft de Europese Commissie haar voorstel voor het cohesiebeleid van 2021-2027 gepresenteerd. In dit voorstel wordt de nadruk gelegd op innovatie en solidariteit. Er moet vooral worden geïnvesteerd in de circulaire economie. Het overbruggen van regionale verschillen blijft wel het belangrijkste speerpunt.

De Raad van Europa

Het stimuleren van democratie op lokaal en regionaal niveau is ook een van de speerpunten van het beleid van de Raad van Europa i. Om dit te bereiken zijn diverse conventies in het leven geroepen, waarin de 45 lidstaten zich verplichten om democratie op lokaal en regionaal niveau te waarborgen. Ook cultuur en educatie, duurzame ontwikkeling en sociale samenhang zijn belangrijke aandachtsterreinen. Deze raad is geen onderdeel van de Europese Unie.

2.

Mijlpalen

2002: Solidariteitsfonds

In 2002 werd het Solidariteitsfonds i (EUSF) opgericht om snel en doeltreffend op natuurrampen te kunnen reageren. Sinds de oprichting is het fonds al ingezet bij tientallen rampen. In 2013 voerde de Europese Unie nieuwe wetgeving in om de preventie en respons op natuurrampen efficiënter te maken.

2006: Fonds voor aanpassing aan de Globalisering

Als grote bedrijven in het kader van globalisering activiteiten naar het buitenland verplaatsen, worden regio's soms hard getroffen. Indien meer dan 1.000 mensen hun baan verliezen als gevolg van één enkele herstructurering, kan een land compensatie krijgen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de Globalisering i (EGF). Het geld moet besteed worden aan het begeleiden van individuele ontslagen werknemers naar een nieuwe baan.

Er kan ook eenmalige financiële steun uitgekeerd worden voor bijvoorbeeld inschrijfgeld voor omscholing of toelagen voor werkzoekenden. In de nieuwe plannen wordt ook de landbouw in het fonds opgenomen. Daar neemt de werkgelegenheid af door het afsluiten van nieuwe handelsovereenkomsten i.

2007: Stedelijke agenda

Toenemende verstedelijking leidde in mei 2007 tot het aannemen van een gezamenlijke strategie met betrekking tot stedelijke ontwikkeling. Voor de periode tussen 2007 en 2013 werd hiervoor ongeveer 21,1 miljard euro vrijgemaakt. Programma's voor vervoer, huisvesting, opleidingen en werkgelegenheid, aangepast aan de plaatselijke behoeften, moesten er voor zorgen dat de problemen veroorzaakt door verstedelijking werden opgelost.

Ook in de periode 2014-2020 is de aparte, speciale strategie voor steden voortgezet. Hiervoor is in de plannen een deel van het EFRO-geld beschikbaar gesteld. Dit kan besteed worden aan bijvoorbeeld duurzame stedelijke ontwikkeling.

2009: Crisismaatregelen

In het kader van de maatregelen om de economische crisis tegen te gaan, stelde de Europese Commissie in juni 2009 voor om de uitkering van subsidiegelden te versnellen. Ook stelde de Commissie voor de regels voor aanvraagprocedures, aanbetalingen en bestedingstermijnen te versoepelen. Het Europees Parlement stemde hier in mei 2010 mee in. Projecten in Roemenië, Hongarije, Estland, Letland en Litouwen konden daardoor eerder rekenen op steun.

Naar aanleiding van de eurocrisis is besloten tot de introductie van voorwaarden waaraan moet worden voldaan voordat Europese steun wordt verleend. Die voorwaarden hebben te maken met waarborgen die kunnen garanderen dat het geld goed wordt besteed.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad i, het Europees Parlement i, het Economisch en Sociaal Comité i en het Comité van de Regio's i een rol. De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure i, na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité i en het Comité van de Regio's. i

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Regionaal beleid i

Parlementaire Commissie EP

parlementaire commissie Regionale ontwikkeling i

Nederlands lid Commissie EP

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Divers. Afhankelijk van aspect regionaal beleid.

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden i, vanuit het zogenoemde subsidiariteitsbeginsel i.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Europese Zaken (EUZA) - Tweede Kamer i

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Economische Zaken (EZ) - Tweede Kamer i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Europese Zaken (EUZA) i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Economische Zaken (EZ) i

Betrokken bij wetgeving en uitvoering

 

Betrokken instantie

Verantwoordelijke

Adviserend Comité

Comité van de Regio's i

Directoraat-Generaal

DG Regionaal beleid i

4.

Juridisch kader

Het regionaal beleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) i.

  • beginselen: derde deel VwEU titel XV art. 154 lid 1 en titel XVIII art. 174 i, 175 i
  • financiële kader en middelen: derde deel VwEU titel XVIII art. 176 i, 177 i, 178 i

5.

Meer informatie

 

Europese Unie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Statistieken