Internal market policy

Source: Europa Nu.
Vrachtwagen rijdt door scanpoort
Bron: Europese Commissie

Vanaf de jaren '60 is er aan gewerkt om de handel tussen de landen in de Europese Unie (EU) makkelijker te maken. Nu mogen personen vrij van het ene naar het andere land reizen. En ook goederen, diensten en geld mogen zonder controle i de grens over. Dat wordt ook wel "de interne markt" genoemd. Dankzij de interne markt is het makkelijker geworden om binnen de EU te reizen, om met andere landen te handelen of in een ander land te gaan werken.

De EU en de lidstaten hebben een gedeelde bevoegdheid op het gebied van de interne markt. Dat betekent dat de lidstaten maatregelen mogen nemen, mits de EU geen maatregelen heeft genomen. Zo zijn de markten voor energie of telecommunicatie van de verschillende lidstaten nog gescheiden. Maar om de interne markt goed te kunnen laten functioneren, mogen bedrijven bijvoorbeeld geen geheime afspraken maken om producten extra duur te verkopen.

Bovendien mogen landen niet zomaar geld geven om bedrijven in eigen land te helpen. Bepaalde sectoren (zoals de energiesector) kennen nog steeds geen volledige concurrentie. Alleen de defensie-industrie valt nog volledig buiten de interne markt.

Het creëren van deze interne markt heeft tot steeds nauwere samenwerking tussen de lidstaten geleid. Om de markt te kunnen harmoniseren, moesten alle lidstaten van de Europese Unie namelijk dezelfde regels hebben. Bovendien heeft de interne markt geleid tot de oprichting van de Economische en Monetaire Unie i en de invoering van een gemeenschappelijke munt i. Binnen de interne markt geldt een vrij verkeer van goederen i, diensten i, personen i en kapitaal i. Sinds de coronacrisis in 2020 is het vrije verkeer binnen de interne markt onder druk komen te staan, nadat veel landen hun grenzen sloten om de verspreiding van het coronavirus te beperken.

1.

Mijlpalen

Verdrag van Rome

In het Verdrag van Rome i (1957) werd het creëren van een interne markt genoemd als een van de centrale doelstellingen van de Europese samenwerking. Het duurde echter enige tijd voordat deze markt ook daadwerkelijk gerealiseerd zou worden. Met de aanstelling van Jacques Delors i als commissievoorzitter i in 1985 kwam het proces in een stroomversnelling. De vrije marktstrategie van Delors pleitte voor het unificeren van de toen 12 verschillende Europese markten.

Europese Akte

De Europese Gemeenschap i reageerde positief op de plannen van Delors, maar het bleek moeilijk deze plannen daadwerkelijk te realiseren. Dit kwam doordat binnen de EG regels alleen konden worden aangenomen wanneer alle lidstaten voor stemden (unanimiteit). Nadat de Europese Akte i (1986) in een groot aantal gevallen de eis van unanimiteit afschafte, kwam er vaart in het opzetten van een gemeenschappelijke interne markt.

Verdrag van Amsterdam

De interne markt werd uiteindelijk in 1993 gerealiseerd. Alleen was er op dat moment nog geen volledig vrij verkeer van personen. Sinds 1997 kunnen Europese burgers zich ook vrij verplaatsen binnen de EU, toen de Schengenzone i werd opgenomen in het verdrag van Amsterdam i.

Vrij verkeer van diensten

Lidstaten zijn volgens de Dienstenrichtlijn i verplicht om obstakels voor dienstverleners uit andere lidstaten weg te ruimen. Met deze richtlijn werd in 2009 naast het vrije verkeer van personen, producten en kapitaal het vrije verkeer van diensten (deels) gerealiseerd. In 2004 leidde de richtlijn tot ophef binnen de Europese Unie. Deze richtlijn moest ervoor zorgen dat wanneer iemand in een ander land ging werken, de rechten uit het land van oorsprong behouden bleven. Er was veel kritiek op dit voorstel, en uiteindelijk is in 2009 een 'verzwakte' dienstenrichtlijn aangenomen.

Single Market Act

In 2010 kwam de Commissie met een breed pakket aan voorstellen dat de interne markt nog verder moest verdiepen, aangeduid als de 'Single Market Act i'. Speerpunten waren het verder wegnemen van belemmeringen voor ondernemers en consumenten. Relatief nieuw was de aandacht die de ontwikkeling van één digitale markt kreeg. Ook de sociale kanten van de interne markt verdienden volgens de Commissie meer aandacht. Daarom stelde de Commissie in oktober 2010 vijftig maatregelen voor om binnen de interne markt beter samen te werken, te ondernemen en zaken te doen. Het Europees Parlement liet in reactie daarop weten dat het graag nog meer ambitie bij de Commissie zou zien.

Single Market Act II

In oktober 2012 nam de Europese Commissie vervolgens een tweede wetgevingspakket voor de interne markt aan: Single market Act II i. Deze maatregelen moeten zorgen voor een beter geïntegreerde interne markt. In juni 2014 werd een evaluatierapport uitgebracht door het directoraat-generaal Interne markt en diensten . Hierin werd geconcludeerd dat de invoering van de maatregelen uit de twee aktes niet op schema lag. Desondanks werd wel gesproken van een grote stap in de goede richting.

Gezamenlijk patent

In 2012 bereikten de lidstaten van de Europese Unie een akkoord over een gezamenlijk patent. Dit houdt in dat het Europees Octrooibureau i rechten gaat uitgeven die door alle EU-lidstaten erkend moeten worden. Dit maakt het voor bedrijven makkelijker om gebruik te maken van de interne markt. Kroatië en Spanje doen niet mee aan het gezamenlijk patent.

Single European Payments Area (SEPA)

De Europese Unie kent sinds augustus 2015 ook een uniform systeem voor giraal en elektronisch betalingsverkeer, de Single European Payments Area (SEPA). Het meest bekende voorbeeld daarvan is het IBAN-nummer, waardoor het betalingsverkeer tussen lidstaten eenvoudiger is geworden.

Coronacrisis

De coronacrisis van 2020-2021 is een significant moment binnen het verloop van de interne markt, aangezien sinds het begin van deze crisis het vrije verkeer van personen en goederen onder hevige druk kwam te staan, nadat landen maatregelen namen om de verspreiding van het coronavirus in te perken. De lange termijn effecten van deze crisis zullen nog moeten blijken.

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie i, de Raad i, het Europees Parlement i en het Economisch en Sociaal Comité i een rol. Besluitvorming verloopt in de meeste gevallen volgens de gewone wetgevingsprocedure i, uitgebreid met verplichte raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité.

Voor het opstellen van algemeen beleid dat ervoor moet zorgen dat de interne markt zich evenwichtig ontwikkelt geldt de procedure zonder deelname Europees Parlement i.

Voor voorstellen over het vrij verkeer van kapitaal en diensten waar derde landen bij zijn betrokken, geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen i, na raadpleging van het Europees Parlement. Voor richtlijnen die de bestuursrechtelijke of wettelijke bepalingen van lidstaten aanpassen die direct van invloed zijn op de interne markt geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging i van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Interne Markt i

Eurocommissaris voor Energie i

Parlementaire Commissie EP

parlementaire commissie Interne markt en Consumentenbescherming i

Nederlands lid Commissie EP

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Concurrentievermogen: interne markt, industrie en onderzoek

Nederlandse afvaardiging Raad van de Europese Unie

Stef Blok i (VVD), minister van Economische Zaken en Klimaat

Ingrid van Engelshoven i (D66), minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Dilan Yesilgöz-Zegerius i (VVD), staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden i, vanuit het zogenoemde subsidiariteitsbeginsel i.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Economische Zaken (EZ) - Tweede Kamer i

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Europese Zaken (EUZA) - Tweede Kamer i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Economische Zaken (EZ) i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Europese Zaken (EUZA) i

Betrokken bij wetgeving en uitvoering

 

Betrokken instantie

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Interne markt en diensten i

Directoraat-Generaal

DG Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarkten i

Agentschap

Harmonisatiebureau voor de Interne Markt i

3.

Juridisch kader

De interne markt vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie i en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) i. De referenties naar de interne markt in specifieke beleidsterreinen worden hier achterwege gelaten; het gaat hier om de basis waarop de interne mark in algemene zin op is gebouwd.

  • beginselen en procedures: derde deel VwEU titel VII hoofdstuk 3 (artikelen 114 t/m 117), zevende deel VwEU artikel 352 i
  • vrij verkeer van werknemers: derde deel VwEU titel IV hoofdstuk 1 (artikelen 45 t/m 48)
  • vrijheid van vestiging: derde deel VwEU titel IV hoofdstuk 2 artikelen 49 t/m 54)
  • vrije verrichting van diensten: derde deel VwEU Titel IV hoofdstuk 3 (artikelen 56 t/m 62)
  • vrij verkeer van goederen: derde deel VwEU titel II (artikelen 28 t/m 29)
  • vrij verkeer van kapitaal: derde deel VwEU titel IV hoofdstuk 4 (artikelen 63 t/m 66 en 75 i)
  • uitzonderlijke omstandigheden: zevende deel VwEU artikelen 346 i, 347 i, 348 i

4.

Meer informatie

Europese Unie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Statistiek