Agricultural policy - EU monitor

EU monitor
Saturday, September 21, 2019
calendar

Agricultural policy

Source: Europa Nu.
Kratten met appels
Bron: © European Union, 2016

Het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) moet ervoor zorgen dat er genoeg voedsel wordt verbouwd op een duurzame manier. Daarnaast moeten consumenten voor redelijke prijzen landbouwproducten kunnen kopen en moeten boeren een behoorlijk inkomen hebben.

Landbouw is een belangrijk onderwerp voor de EU: bijna 40 procent van de begroting van de Europese Unie i wordt eraan besteed. Dit geld gaat vooral naar subsidies. Hierdoor heeft de EU veel invloed op het Europese landbouwbeleid.

Het huidige landbouwbeleid richt zich op inkomenssteun voor boeren, marktregulering en plattelandsontwikkeling. Inmiddels is de discussie over het landbouwbeleid na 2020 in volle gang. Binnen het landbouwbeleid moeten boeren rekening houden met verschillende belangen, zoals de voedselveiligheid, het behoud van het platteland, milieu, de leefomstandigheden van dieren en eerlijke handel met landen buiten de EU. De Europese Commissie heeft al voorgesteld de subsidies voor het landbouwbeleid te korten met ongeveer vijf procent. Of dat ook werkelijk gaat gebeuren, bepalen de lidstaten.

1.

Staand beleid

Budget

Aan het landbouwbeleid is in 2019 bijna 59 miljard euro toegekend. Dit is zo'n 36% van het totale EU-budget. Het budget dat vanuit de EU beschikbaar is gesteld voor deze zaken wordt aangewend vanuit twee landbouwfondsen, die corresponderen met de twee onderdelen van het landbouwbeleid.

  • 1. 
    inkomenssteun

In de vorm van directe betalingen. De inkomenssteun bestaat uit drie onderdelen. In de basis krijgt iedere boer die voldoet aan de milieu- en duurzaamheidseisen van de Europese Unie 260 euro per hectare landbouwgrond. Daarnaast is er ook inkomenssteun gericht op biodiversiteit. Boeren krijgen 115 euro aan 'vergroeningspremie' per hectare. Als laatste is er een speciale steun voor jonge boeren. Boeren die jonger dan 41 jaar zijn, krijgen 50 euro extra subsidie per hectare per jaar.

  • 2. 
    Marktregulering

Marktregulering is bedoeld om het risico voor kwetsbare landbouwmarkten te beperken. Het geld dat geïnvesteerd wordt in de marktordening (ongeveer 150 miljoen euro in Nederland) wordt gebruikt voor drie zaken: ten eerste voor een crisisreserve. Mocht er dus een keer iets mis gaan met de landbouwsector, dan is er geld beschikbaar om de economisch klap daarvan op te vangen. Daarnaast wordt het geld gebruikt voor een vangnet bij extreem lage prijzen voor landbouwproducten. Als laatste is er geld beschikbaar voor de samenwerking tussen telersverenigingen van groente en fruit.

  • 3. 
    Plattelandsontwikkeling

Het geld dat vanuit het Europees Landbouwbeleid geïnvesteerd wordt in plattelandsontwikkeling, is gericht op het milieu. Zo wordt er geïnvesteerd in natuur en landschap en in een lokaal en vitaal platteland. Ook wordt er subsidie gestoken in de verbetering van waterkwaliteit. Een relatief nieuw onderdeel dat valt onder de betalingen vanuit plattelandsontwikkeling is voor innovatie in de landbouwsector.

Het EAGF i (Europees Landbouwgarantiefonds) is verantwoordelijk voor de inkomenssteun voor boeren en de marktregulering.

Het EAFRD i (Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling). Dit fonds is verantwoordelijk voor plattelandsontwikkeling.

Het huidige landbouwbeleid (2014-2020)

Het huidige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bestaat uit twee onderdelen: landbouwsubsidies en subsidies gericht op plattelandsontwikkeling. Deze onderdelen zijn gericht op drie zaken; inkomenssteun voor de boeren, marktregulering en plattelandsontwikkeling. Met dit landbouwbeleid wil de Commissie het beleid groener, eerlijker, efficiënter, en effectiever maken.

De toekomst van het landbouwbeleid

Inmiddels is de discussie over het landbouwbeleid na 2020 losgebarsten. De Europese Commissie heeft voorgesteld om de begroting van het GLB voor de periode 2021-2027 met ongeveer 5 procent te verlagen. Die verlaging is gedeeltelijk een gevolg van Brexit i. Daarnaast wordt de inkomenssteun teruggeschroefd tot maximaal een ton per bedrijf, zodat naar verhouding kleinere bedrijven en jonge boeren meer gaan profiteren en de verdeling van het geld eerlijker wordt, aldus EU-landbouwcommissaris Phil Hogan i.

In mei 2019 heeft de Raad Landbouw en Visserij de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2020 besproken. Hier kwam uit dat lidstaten meer zeggenschap gaan krijgen in het vormgeven van hun nationale beleid wat betreft landbouw. Maar hiermee krijgen de lidstaten ook meer verantwoordelijkheid. Zo moet landbouw ook bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelen van de EU. Er komt na 2020 dan ook extra aandacht voor de samenwerking van landbouw GLB met andere beleidsterreinen, zoals duurzame ontwikkeling.

Op het gebied van marktregulering kwamen de Raad en het EP eind 2018 overeen dat kleinere bedrijven extra bescherming krijgen tegen de grote marktpartijen zoals supermarktketens of grote productiebedrijven. Contracten en opdrachten mogen niet op het laatste moment worden ingetrokken, en leveringsvoorwaarden mogen niet eenzijdig worden aangepast.

2.

Mijlpalen

Beginjaren

Het landbouwbeleid gaat terug tot de jaren '50 van de vorige eeuw. Aanleiding waren de voedseltekorten tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog. De Europese Unie moest zichzelf kunnen voorzien van voedsel en zo min mogelijk afhankelijk zijn van de import uit andere landen. Daarom werd het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid opgericht. De Nederlandse eurocommissaris Sicco Mansholt i was een van de grondleggers van dit beleid.

Door het beleid werden interne handelsbarrières opgeheven. Er kwam een systeem dat agrariërs een minimumprijs en afzet van producten garandeerde. Het gebruik van productieverhogende technieken en bedrijfsontwikkeling kon vaak rekenen op subsidies. Dit leidde tot een enorme stijging van de productie ongeacht of er vraag naar was. Dit maakte het landbouwbeleid erg duur.

Crisisjaren

Door de subsidies bleef de voedselprijs laag en hadden de boeren voldoende inkomsten. Hierdoor ontstonden grote overschotten van onder andere boter (boterbergen), melk (melkplassen), wijn (wijnzee) en graan.

Deze overschotten werden vervolgens goedkoop gedumpt op de wereldmarkt. De Nederlandse boeren hadden daar geen last van, omdat zij gesubsidieerd werden. Derdewereldlanden konden met hun prijzen echter niet op tegen deze gesubsidieerde producten uit de EU. Dit leidde tot oneerlijke concurrentie.

Ook konden in de steeds intensievere landbouw dierziekten gemakkelijker om zich heen grijpen, waardoor mensen zich afvroegen of hun voedsel nog wel veilig was.

Hervormingen in 1992

De zogenaamde MacSharry-hervormingen, vernoemd naar de toenmalige eurocommissaris van Landbouw, waren gericht op het oplossen van bovenstaande problemen. Waar de subsidies vanuit het GLB eerst waren gericht op de productie, zorgden de hervormingen ervoor dat de hoeveelheid subsidie die een boer kreeg afhankelijk werd van de hoeveelheid land die een boer bezat. Zo werd de prikkel om veel te produceren weggehaald.

Ook werd een voorwaarde gesteld aan de subsidies vanuit het GLB. Grote boerenbedrijven waren verplicht om een deel van hun land niet in gebruik te nemen als ze in aanmerking wilden komen voor de inkomenssteun. Dit zorgde allemaal voor een terugdringing van de overschotten.

Agenda 2000

De Agenda 2000-hervormingen legden de basis voor de complete ontkoppeling van de prijsafhankelijke steun. Verder werd er met deze hervormingen ook meer aandacht voor het milieu geïntroduceerd. Later, in 2003, werd de inkomenssteun zelfs afhankelijk gemaakt van de mate waarin boeren zich houden aan de standaarden voor voedselveiligheid, milieubescherming en dierenwelzijn.

Evaluatie in 2008

In 2008 werd het GLB opnieuw grondig geëvalueerd. Naar aanleiding van die evaluatie werd de verplichting om grond braak te leggen afgeschaft. Ook werd er een vangnet gecreeërd voor boeren, zodat ze bij economische neergang niet te zwaar geraakt worden. Daarnaast kwamen de ministers van Landbouw van de Europese Unie overeen dat directe betalingen aan boeren teruggebracht moesten worden en dat dat geld naar het fonds voor plattelandsontwikkeling moest.

De maatregelen die naar aanleiding van de evaluatie werden genomen, moesten ervoor zorgen dat het GLB meer ging doen aan watermanagement en tegen klimaatverandering. Afgezien daarvan moest de biodiversiteit en de productie van groene energie verbeterd worden door het geld dat werd gestopt in het fonds voor plattelandsontwikkeling.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving i

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad van Ministers i en het Europees Parlement een rol.

De voedselveiligheid en daarmee samenhangend het bestrijden van epidemieën als de varkenspest of de gekkekoeienziekte valt onder het beleid voedselveiligheid i. Een deel van de structurele economische ontwikkeling van het platteland valt onder het regionaal beleid i.

 

Europees Orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Landbouw en plattelandsontwikkeling i

Parlementaire commissie Europees Parlement

parlementaire commissie Landbouw en Plattelandsontwikkeling i

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Landbouw i

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Carola Schouten i (ChristenUnie), minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden i.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Tweede Kamercommissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie Eerste Kamercommissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) i

Betrokken bij uitvoering

 

Betrokken instantie EU/internationaal

Verantwoordelijke

Agentschap

Communautair bureau voor Plantenrassen (CPVO) i

Agentschap

Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) i

Directoraat-Generaal

DG Landbouw en Plattelandsontwikkeling i

4.

Juridisch kader

Het Europese landbouwbeleid vindt zijn basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) i:

  • landbouwbeleid: derde deel VwEU titel III (artikelen 38 t/m 44)
  • dierenwelzijn: eerste deel VwEU titel II art. 13 i
  • producten waar het landbouwbeleid voor geldt: VwEU bijlage 1

5.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Statistieken Eurostat