Energy policy - EU monitor

EU monitor
Saturday, December 14, 2019
calendar

Energy policy

Source: Europa Nu.

Het energiebeleid van de Europese Unie†i richt zich op de Europese energievoorziening, een concurrerende energiemarkt en verduurzaming van Europese energiebronnen. De huidige Europese Commissie streeft naar een constante, duurzame en veilige aanvoer van energie. Hierbij wil de EU minder afhankelijk zijn van het buitenland en het milieu minder belasten.

De EU-lidstaten†i hebben afspraken gemaakt over klimaatbeleid en bestrijding van luchtvervuiling. De EU stimuleert duurzame manieren om energie op te wekken. Hiervoor wordt gekeken naar energiebronnen als wind-, zonne-, waterkracht-, getijden-, geothermische, en biomassa-energie. Daarnaast wil de EU de uitstoot van schadelijke stoffen terugdringen. De Europese Commissie streeft naar een energie-unie†i. Door in de energie-unie zelf meer duurzame energie op te wekken en toe te werken naar ťťn Europees energienetwerk, moet de energievoorziening in de EU betrouwbaarder, schoner en goedkoper worden.

De EU heeft zich ten doel gesteld in 2020 in vergelijking met 1990 20% minder uitstoot van broeikasgas te hebben. Bovendien moet voor 2020 minimaal 20% van de energie duurzaam zijn opgewekt. In juni 2018 bereikte de Raad van de Europese Unie†i een akkoord over de governance-verordening van de energie-unie, een belangrijk instrument voor de modernisering van het energiebeleid. Er werd afgesproken dat in 2030 32 procent van de in de EU opgewekte energie duurzaam moet zijn. In november 2018 presenteerde de Commissie een langetermijnstrategie die ertoe moet leiden dat de Unie in 2050 klimaatneutraal is.

1.

Staand beleid

Budget

De EU schat in dat er 100 miljard euro per jaar nodig is om de doelen van de strategie Energie 2020 te behalen. Een deel daarvan financiert de EU zelf, maar ook particuliere investeerders dragen hieraan bij.

In 2019 werd bekendgemaakt dat de EU 800 miljoen euro investeert in cruciale energie-infrastructuur, met name in Oost-Europa. In totaal werd vanuit het kader van de Connecting Europe-faciliteit tussen 2014 en 2020 5,85 miljard euro toegewezen voor het verbeteren en uitbreiden van de trans-Europese energie-infrastructuur.

Van de Europese begroting voor de periode 2014-2020 moet bovendien ten minste 20% worden besteed aan klimaatbescherming. Daarnaast besteedt de EU ruim 5,9 miljard euro aan energieprojecten die deel uitmaken van het innovatieprogramma Horizon 2020†i.

Strategie Energie 2020

De Europese Commissie maakte in november 2010 de strategie Energie 2020 bekend. Deze bevatte de prioriteiten op het gebied van Europees energiebeleid voor de periode 2010-2020:

  • energiebesparing, met name in de sectoren vervoer en gebouwen
  • een vrije markt voor energie, waaraan alle lidstaten meedoen; voor investeringen in infrastructuur is 1 miljard euro nodig
  • coŲrdinatie van het energiebeleid tegenover andere landen: ťťn stem op het wereldtoneel
  • een toonaangevende rol van Europa op het gebied van energietechnologie en -innovatie
  • continu geleverde en betaalbare energie; consumenten moeten makkelijk tarieven kunnen vergelijken en eenvoudig naar een andere leverancier kunnen overstappen en begrijpelijke facturen ontvangen

Veiligstellen van de energievoorziening in Europa

Ruim 50 procent van de energie die in de Europese Unie wordt verbruikt, is afkomstig van leveranciers van buiten de Unie (bijvoorbeeld uit Rusland of het Midden-Oosten). De leveranties van gas en olie uit andere landen zijn echter niet altijd betrouwbaar.

De Commissie-Juncker†i heeft daarom het realiseren van een energie-unie†i als prioriteit gesteld. Tot het zover is, wil de Commissie verschillende opties gebruiken voor de aanvoer van gas en olie naar Europa. Het aantal aanvoermogelijkheden wordt daarvoor uitgebreid.

Voorbeelden van nieuwe aanvoerkanalen zijn de Nord Stream-pijpleiding uit 2011 en de geplande Nord Stream II, die beide gas vervoeren via de Baltische zee naar Noord Duitsland. Een andere route is via Turkije. In 2019 stemde het Europees Parlement†i in met de uitbreiding van de regels voor gaspijpleidingen. Hiermee vallen ook gaspijpleidingen uit derde landen onder EU-regelgeving.

In het Verdrag van Lissabon†i staat een speciale solidariteitsclausule die stelt dat de EU-lidstaten elkaar bij energiecrises moeten helpen. Zo wordt de olievoorraad binnen de EU bijvoorbeeld streng gereguleerd door het inbouwen van buffervoorraden en het opstellen van regels voor (solidair) oliegebruik in crisissituaties.

Duurzame energie

Het gebruik van duurzame energie is een goed alternatief voor meer traditionele energiesoorten zoals fossiele brandstoffen. Het leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen en tot een Europese Unie die minder afhankelijk is van ingevoerde fossiele brandstoffen (met name aardgas en aardolie). Voorbeelden van duurzame energie zijn:

  • windenergie
  • zonne-energie
  • energie uit waterkracht

In de loop der jaren werden steeds ambitieuzere plannen gepresenteerd om het broeikaseffect te bestrijden en de afhankelijkheid van energieleveranciers te verminderen, zoals in 2007 de '20-20-20-doelstellingen voor het jaar 2020:

  • het energieverbruik in de hele EU met 20 procent terugdringen. In juni 2012 is deze maatregel verplicht gesteld voor alle lidstaten
  • de uitstoot van kooldioxide (CO2) met 20 procent verminderen
  • het aandeel van de verbruikte energie dat afkomstig is uit hernieuwbare energiebronnen als zon, wind, water en aardwarmte vergroten tot 20 procent
  • het aandeel biobrandstoffen in brandstof voor transport vergroten tot 10 procent

In 2019 concludeerde de Europese Rekenkamer†i dat de EU meer wind- en zonne-energie op moet wekken om haar doelstellingen voor hernieuwbare energie te behalen. De Rekenkamer schat in dat de helft van de lidstaten moeite zal hebben om aan de 2020-doelstellingen te voldoen.

Toekomst van het beleid: Energie-Stappenplan 2050

In december 2011 presenteerde de Europese Commissie het Energie-stappenplan 2050, om de CO2i-uitstoot in 2050 met 80 procent verminderd te hebben. Dit stappenplan bevat verschillende scenario's waarbij energieproductie koolstofvrij zou moeten worden. Ook worden van deze scenario's de consequenties beschreven. Aan de hand van deze scenario's kunnen lidstaten keuzes maken voor hun eigen beleid.

Het stappenplan concludeert dat de volgende vijf elementen van belang zijn voor de werking van alle scenario's:

  • 1. 
    Ontkoling van het energiesysteem (d.w.z. beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen)
  • 2. 
    Energie-efficiŽntie en hernieuwbare energie
  • 3. 
    Vroege investeringen
  • 4. 
    Prijsstijgingen in de hand houden
  • 5. 
    Gezamenlijk actie ondernemen

Concrete voorbeelden van Europese initiatieven op het gebied van energiebesparing zijn het verbod op de verkoop van energieverslindende gloeilampen en subsidies voor windmolenparken.

In juni 2018 kwamen de lidstaten en het Europees Parlement†i overeen dat in 2030 32 procent van de in de EU opgewekte energie duurzaam moet zijn. Palmolie verdwijnt als grondstof voor biobrandstof. Bovendien kunnen huishoudens eenvoudiger zelf energie opwekken.

In november 2018 presenteerde de Commissie een langetermijnstrategie die moet leiden tot een klimaatneutraal Europa in 2050.

Liberalisering van de energiemarkt

In 2016 presenteerde de Europese Commissie voorstellen om de positie van consumenten op de energiemarkt te versterken. Het doel is om de energiemarkt schoner en competitiever te maken, zodat consumenten echt wat te kiezen hebben. Bovendien moeten de regels het makkelijker maken om energie over de grenzen te verhandelen, en daarmee de kans vergroten dat de doelstelling om tegen 2030 32% van de energie uit hernieuwbare bronnen te halen, worden bereikt.

Kernenergie: onderzoek en veiligheid

In Europa wordt veel gebruik gemaakt van kernenergie. De Europese Unie ziet toe op de veiligheid van centrales. In Oost-Europa zijn verschillende oude kerncentrales gesloten, omdat ze niet aan de Europese veiligheidsnormen voldeden. Bij de toetreding van veel landen in Oost-Europa tot de EU was de sluiting van verouderde energiecentrales een harde voorwaarde voor EU-lidmaatschap.

Verder ondersteunt de Europese Unie onderzoek naar de mogelijkheden van het opwekken en gebruiken van kernenergie. Er is een samenwerkingsverband met China, Japan, Zuid-Korea, Rusland en de VS in het project ITER†i, waarin onderzoek wordt gedaan naar de toepassing van kernfusie. De Unie hoopt de afhankelijkheid van externe energiebronnen op termijn te kunnen terugdringen door het (veilig) gebruik van kernenergie.

In juli 2014 heeft de EU een wijziging van de nucleaire veiligheidsrichtlijn ingevoerd. Deze moest in augustus 2017 zijn geÔmplementeerd in nationale wetgeving en omvat de volgende veranderingen:

  • versterking van de macht en onafhankelijkheid van nationale wetgevende autoriteiten
  • de introductie van een hoog niveau van veiligheid in de hele EU om ongelukken te voorkomen
  • een Europees systeem van collegiale toetsing om iedere zes jaar specifieke veiligheidskwesties te behandelen
  • het verhogen van transparantie met betrekking tot nucleaire veiligheidskwesties door het informeren en betrekken van het publiek
  • het promoten van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur

Lees meer

Bron

Taal

Soort informatie

Europese Unie

NL

Energie: inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

2.

Mijlpalen

Het energiebeleid van de Europese Unie gaat terug tot de oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal†i in 1952 en het Euratom-verdrag†i in 1958 (samenwerking op het gebied van kernenergie). Sinds die tijd heeft het beleid zich ontwikkeld; kernpunten zijn nu vooral het veiligstellen van de Europese energievoorziening, ontwikkeling van duurzame energiebronnen en verdere liberalisering van de energiemarkt.

De Europese Unie stimuleert concurrentie tussen energiebedrijven en streeft naar de totstandkoming van een Europese interne energiemarkt. Mede onder druk van Europese regelgeving zijn nationale monopolies op het gebied van energiedistributie sinds de jaren 1990 opengebroken.

De leveranciers moeten daardoor meer met elkaar concurreren. Dat moet leiden tot scherpere prijzen en meer keuzevrijheid voor consumenten. Sinds 1 juli 2007 heeft de Europese consument de vrijheid om zelf een gas- of elektriciteitsleverancier te kiezen. In Nederland kon dat al eerder.

In 2009 werden de Europese Commissie, het EP en de Raad het eens over een nieuw pakket regelgeving voor verdere liberalisering van de energiemarkt. Een ander onderdeel van het pakket was de oprichting van een EU-agentschap†i voor samenwerking tussen nationale energieregulators, ACER†i. Dit agentschap is op 4 maart 2011 operationeel geworden. ACER coŲrdineert en ondersteunt het werk van de nationale toezichthouders op de energiemarkt, zodat er meer samenhang komt tussen het energiebeleid in de verschillende lidstaten van de EU.

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad†i en het Europees Parlement†i een rol. De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure†i. Fiscale maatregelen worden besloten volgens de procedures die gelden voor fiscaal beleid†i.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Klimaatactie en energie†i en Eurocommissaris voor Energie Unie

Parlementaire commissie Europees Parlement

parlementaire commissie Industrie, onderzoek en energie (ITRE)†i

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Vervoersbeleid, Telecommunicatie en Energie†i

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Eric Wiebes†i (VVD), minister van Economische Zaken en Klimaat

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden†i.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Economische Zaken (EZ)

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Economische Zaken (EZ)

Betrokken bij wetgeving en uitvoering

 

Betrokken instantie EU

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Energie†i

Agentschap

Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (Fusion for Energy)†i

4.

Juridisch kader

Het energiebeleid vindt haar basis in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom)†i en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU)†i:

5.

Meer informatie

 

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Statistiek

Betrokken DG's en agentschappen